W.G.Rietkerk: Twijfel en zekerheid. Algemene inleiding. 19-9-95

INLEIDING.

Wij leven in een tijd waarin eigenlijk aan alles getwijfeld wordt en in zeker opzicht twijfel veel hoger staat aangeschreven dan zekerheid. In de samenleving in zijn geheel is zekerheidverdacht. Als je het hebt over zekerheid zal je al gauw het woord fundamentalisme horen mompelen.

Mensen maken je duidelijk dat zekerheid gevaarlijk is. Wat is er al niet in de naam van weet ik welke zekerheid voor onheil bedreven. Zekerheid maakt bang. ‘Die overzekere mensen maken dat ik me altijd heel ongelukkig voel’, zei iemand een keer tegen mij.

Zekerheid is ook misleidend, want ze heeft miljoenen mensen in de triumftocht van een of andere ‘absoluut zekere’ ideologie meegesleept. Vandaag meer dan vroeger zijn we ervan onder de indruk dat dat leidt tot de chaos van oorlog en anarchie. Daarom liever twijfel.

Historische terugblik.

Het is in onze cultuur al begonnen met de grote denker en filosoof van de Verlichting Renee Descartes. Hij schreef zijn boek:”Over de methode” in1637 hier in ons schone Den Haag. Daarin ontwikkelt hij de kenweg tot zekerheid. Dat ligt aan de aanvang van de Verlichting: de vraag: hoe kan ik nu echt zeker worden? Hij zat met het grote probleem dat er zoveel denkstelsels, zoveel godsdiensten zijn, en zocht daarom naar een weg waarlangs je tot zekerheid kon komen. Descartes ontwikkelt dan heel bewust als methode de kenweg van de methodische twijfel. Je kunt alleen tot zekerheid komen als je begint met alles te betwijfelen, aldus Descartes. Betwijfel iedere waarheid en sabel alle zekerheden onbarmhartig neer en wat je uiteindelijk overhoudt is dat je niet kunt twijfelen aan het feit dat je twijfelt. Omdat voor Descartes twijfel altijd een intellectuele bezigheid was, is van hem die bekende stelling afkomstig "ik denk en dus besta ik", al denkend twijfel ik en al twijfelend denk ik. Van een ding ben ik zeker, en dat is dat ik twijfel en dus weet ik dat ik

twijfelend besta. Dat is een absolute zekerheid en al mijn verdere zekerheden bouw ik dan daar weer opnieuw op. Zo is eigenlijk methodische twijfel tot vandaag toe de gangbare

weg geworden voor de moderne mens om tot zekerheid te komen. Je moet alles kritisch ondervragen en zeggen: "Is het wel zo?" En dan klim je op tot de dingen die je zeker weet. Die houding van methodische twijfel is op alle terreinen doorgedrongen.

Maar waar Descartes vast en zeker geloofde in de herbouw van het grote, klassieke werk van de tempel van de kennis en meende dat je op grond van zulke basis-stellingen toch kon komen tot

totaalkennis der dingen, daar zeggen wij in de post-moderne tijd dat die doelen van de Verlichting en van Descartes absoluut onbereikbaar zijn. Uit die twijfel ziet niemand vandaag meer een bouwwerk van zekerheden oprijzen. De idealen van de moderne tijd, van de Verlichting, zijn weggevallen. haast zo vanzelfsprekend is, dat mensen het zich niet eens meer realiseren dat ze aan alles twijfelen Dat heeft de twijfel alleen maar versterkt.

Daarom is het belangrijk om een beetje dieper op twijfel in te gaan . Wat is twijfel? Is het echt zo dat het tegengestelde van twijfel : zekerheid is? Wat zijn de verschillende soorten twijfel? Hoe werkt twijfel door in het christelijk geloof? Maar laten we dat ook doen met het woord zekerheid. Wat bedoelen we eigenlijk met zekerheid en is er verschil tussen de ene zekerheid en de andere?. Maar wat vooral belangrijk is, is het verband tussen die twee: twijfel en zekerheid. Laten we daar mee beginnen.

Twijfel en zekerheid.

Als je het hebt over "twijfel en zekerheid", onze titel, dan zit daarin eigenlijk de suggestie dat zekerheid het omgekeerde is van twijfel. Maar is dat wel zo? Is het tegengestelde van twijfel zekerheid?

Ik moet hierbij terugdenken aan de manier waarop ik me heb leren thuisvoelen op het water.

Ik herinner me tot de dag van vandaag de eerste keer dat ik in een roeiboot stapte als jongetje van vijf. Als je voor het eerst in zo'n ding stapt, gaat hij naar beneden! Dus je schrikt en het

direct gevolg is twijfel, of die boot je wel houdt, of dat ding betrouwbaar is. Vaart het eenmaal, en vooral: zit er iemand aan de roeiriemen die te vertrouwen is, dan keert de rust weer en

langzaam groeit het vertrouwen. Nog een stap verder, en er komt een stuk plezier in dit nieuwe avontuur, met zelfs een gevoel van fascinatie: het is mogelijk te drijven op water en toch goed

uitkomen!

Bij iedere nieuwe fase van dit avontuur doen zich weer dezelfde verschijnselen voor. Want als je voor het eerst in een zeilboot stapt en dan die klapperende zeilen met die giek zo over je hoofd ziet gaan en je gaat voor het eerst scheef, dan is daar weer die zelfde angst en weer diezelfde twijfel. Is dit normaal? Nee, nu slaat hij om! Tot je ook hier op het goede moment de goede antwoorden krijgt en door oefening merkt dat het lukt. Het is dan nog veel groter. Je gaat er tenslotte aardigheid in krijgen die boot steeds schuiner tegen de wind in

te trekken.

Met dit voorbeeld heb ik willen laten zien dat de tegenpool van twijfel niet zozeer zekerheid is, maar moed en vertrouwen. Er zitten wel momenten van zekerheid in het zeilen. Want je moet

zeker weten dat er een kiel zit onder die boot en als je erin vaart weet je dat die eronder zit. En je moet zeker zijn van de touwen en hun draagkracht en weten dat ze niet breken. Maar toch

blijft er de onberekenbare wind en het donkere water. Zeilen is een skill, zeggen de Engelsen, het is een vaardigheid, het is iets wat je geleerd hebt. En het is iets wat je moed en je durf

op de proef stelt.

Voor mij is geloven zoiets als zeilen. Tegenover twijfel staat niet zozeer zekerheid, al zijn die elementen niet geheel afwezig, maar vertrouwen. Vertrouwen is de tegenpool van twijfel. En je

durft het omdat je door kennis en ervaring erop vertrouwt dat deze zeilboot, om nog even in termen van het voorbeeld te spreken, je goed door de wind en de golven heen zal dragen. Dat

is het wezenlijke ervan. Maar op ieder niveau en bij iedere fase blijven er die momenten dat je weer even je hart vast houdt en denkt: "zou het?" Zo is het ook bij geloof en twijfel. De normale

situatie bij het zeilen is de vreugde van het zeker weten "het lukt", "ik kom d'r", "fantastisch!". Maar er blijven momenten van spanning als de golven te ruig worden of een foute manoeuvre de boot doet kraken. Dan is er opnieuw die oude twijfel. Het verschil van mijn twijfel nu en mijn twijfel vroeger is het niveau en de deja-vu-ervaring, de ervaring van "hier ben ik

eerder geweest", " dit heb ik eerder gezien". Het vertrouwen moet steeds weer opnieuw bijgehouden en hersteld willen we verder kunnen. En om dit laatste gaat het me in deze lezing.

Wat is twijfel?.

Intussen is duidelijk geworden dat ik hiermee ook de twijfel zelf in een bepaald licht stel. Twijfelen is een gebrek aan vertrouwen. Het gaat gepaard met een tweeslachtigheid. In het woord ‘twijfel’ zit het woord ‘twee’. Je hinkt op twee gedachten. je wordt door tweeerlei gevoelens besprongen. Je wil stoppen met zeilen en tegelijk niet opgeven . Als het gaat om twijfel en geloof hangt er in de kerk vaak zo'n sfeer van "dat is iets wat niet mag", "dat is zondig" enzovoort.Dat heeft er vaak toe geleid dat mensen eigenlijk hun twijfelvragen

maar verdrongen of niet aan de orde durfden te stellen omdat er een soort taboe over hing. Dat helpt niet om echt verder te komen. Dan houd ik het liever bij Helmut Thielicke,die twijfel een envelop noemt, die een boodschap in zich bergt. Om die boodschap te horen, moet je de envelop wel open maken

Oss Guinness, oud-medewerker van l'Abri die een boek over twijfel heeft geschreven, ( met de veelzeggende titel: ‘In two minds’ I.V.P.’76) begint dat boek met een voorval dat hij meemaakte in de Pyreneeen. Hij liep door een dorp en zag voor zich hoe een boer achter een ezel met een enorme vracht hout aanliep en continue die ezel sloeg. Maar de gang van het dier

werd steeds trager door uitputting. Uiteindelijk zeeg het verslagen op de grond neer. Toen sloeg de boer het en bleef het maar slaan. Oss Guinness zegt dat dit voor hem een beeld werd hoe christenen hun geloof behandelen. Ze zeggen "je moet dit geloven" en "je moet dat geloven", "stop met twijfelen", "nog meer geloven", en zo volgen er steeds meer aanvuringen en waarschuwingen, tenslotte stokslagen tot hun geloof eenvoudig neerzijgt en zegt: "ik kan

niet meer".

Het is een terechte vraag of je nu echt verder komt als je je geloof alleen maar aanvuurt. Soms is het beter om de goede vragen te stellen, om twijfel aan het woord te laten komen en je af te

vragen: "zijn dit wel lasten die ik dragen moet?". Nog afgezien van de vraag of geloof wel ooit tot een last mag worden. In ieder geval willen we hier in l'Abri die twijfelvragen aan het

woord laten komen en proberen ze eerlijk te beantwoorden. Daarmee maak je het elkaar niet bij voorbaat makkelijk, maar het is de moeite waard dat avontuur aan te durven, echt te zeggen wat er ten diepste in je leeft. Wanneer je dat doet zul je bemerken dat wanneer het gaat over twijfel het heel belangrijk is om bij de omgang met twijfel bij jezelf te leren onderscheiden. Dat je

erachter komt waar het eigenlijk op vast zit, wat je diepste vragen zijn en waar ze uit voortkomen.

Soorten van twijfel.

Er zijn natuurlijk allerlei soorten van twijfel. Oppervlakkige twijfels in de trant van "welke trui trek ik vandaag aan?", maar ook wat diepere over hoe je je dag indeelt, of je naar die of die

toegaat. Knagender wordt het als je twijfelt of je met een bepaalde persoon wel zaken kan doen. Nog dieper kun je twijfelen over wie je als levenspartner kiest. De twijfel in het geloof is

in zekere zin de diepste twijfel omdat de grond van je bestaan raakt. Heeft het leven een diepere zin? Is er een dragende grond? Is er een hand die me vasthoudt?

Guinness neemt zeven soorten twijfel aan. Allereerst twijfel door gebrek aan gedenken. De tweede is twijfel door het hebben van een verkeerd Godsbeeld. Twijfel door het ontbreken van argumenten is een derde. Een ander is twijfel door het ontbreken van toewijding. Weer een ander is twijfel door gebrek aan het onderhouden van je geloof. De zesde is twijfel door overspanning. Een laatste twijfel is twijfel ten gevolge van trauma of traumatiserende ervaringen. In deze onderscheidingen zit veel wijsheid.

A. Bij de eerste twijfel, twijfel door gebrek aan gedenken, noemt Oss Guinness het voorbeeld van het volk Israel dat aan God begon te twijfelen als ze niet meer helder voor de geest riepen hoe God hen in het verleden had gered. Zo zijn wij eigenlijk ook. Wij vergeten heel snel hoe God ons gisteren of eergisteren reeel hulp gaf en zinken dan weer weg in twijfel of Hij het vandaag wel doet en waar Hij vandaag gebleven is. Wij zijn het verleden wat dat betreft heel snel vergeten. Als je de lijn wat groter trekt kan vooral een tweede of derde generatie christenen heel makkelijk vergeten wat God voor hen gedaan heeft en dan rijst de twijfel op. Deze twijfel bestrijdt je door te gedenken. "Gedenken is het ademhalen van de ziel", zegt de Jood.

B. Twijfel door het hebben van een verkeerd Godsbeeld. Een jongen bidt: "Heer, genees mijn vader van de kanker! En als U het niet doet kan ik absoluut niet meer in U geloven!" Of: "Geef me een vriend als U er bent!" "Laat er een brief komen, nog deze week!"

Welk beeld van God zit hier achter? God als de grote Sinterklaas? God die te allen tijde direct klaar staat voor het vervullen van onze behoeften? Wat voor beeld van God speelt op de achtergrond een rol? Als dat een verkeerd beeld van God is leidt dat tot een crisis in het geloof, tot twijfel. En dan wordt heel vaak met het badwater het kind overboord gegooid. Men heeft niet door dat men een verkeerd beeld van God heeft, zodat met het beeld ook God ten onrechte wordt verworpen. Het is heel belangrijk om bij twijfelvragen te realiseren of je niet een verkeerd beeld van God hebt en of daar je twijfel niet op vast zit. Let er dus op wie

God echt is. Leer jouw visie tussen haken te zetten, leer ontvankelijk en onbevangen te luisteren naar wat God van zich uit zegt.

C. Het derde: twijfel door het ontbreken van argumenten of helemaal niet weten waarom je eigenlijk gelooft. Ik praatte eens met een catechisatie-groep van 12-14 jaar, en die zijn zeer spraakzaam. Daar zei een meisje: "Ik zat in de kerk en toen dacht ik, wat zitten we hier eigenlijk te doen? Is God er wel?" "Nou", zegt een ander, "ik weet ook niet hoor of God er is. Maar ja aan de andere kant, als ik dan bid..." Ik zei tegen hen "Maar hoe kun je dan zeker zijn dat God er is?", "Geen idee!". Ik zeg "Waarom geloof je dan?" "Ja, van mijn vader en moeder geleerd!" Maar tegelijk twijfelden ze eraan. Zelf hebben ze gevoelens van vervreemding:

"Soms denk ik dat God er helemaal niet is!" Dit is twijfel omdat er helemaal nog nooit inhoud gegeven is waarom je in God gelooft. Uiteindelijk was het bij de jongens en meisjes zuiver gevoel, "dat voel ik dan zo". Maar dat gevoel schommelt, dus het geloof in God schommelt. Als ik het voel dan heb ik het, voel ik het niet dan heb ik het gewoon niet meer. In de afwezigheid van het gevoel ontstaat dan twijfel omdat er ook geen argumenten zijn.

Ik denk dat het een van de hoofdzaken is in deze tijd dat we die envelope van de twijfel openen en er de boodschap uithalen en dat. is dat God en het evangelie zich altijd bij ons aandienen met het royale aanbod al je vragen erop af te vuren. Dat is heel belangrijk. Als je ziet hoe Jezus omgaat met de mensen, is er nog nooit een vraag geweest waarvan Jezus zei "Die mag je niet

stellen!" Jezus heeft nooit gezegd "Geloof of ik schiet!" Jezus gaat altijd in op de vragen en hij weet dat er goede argumenten zijn. Ik denk dat het heel belangrijk is dat vast te houden. Ik

weet best het gevaar van rationalisme, dat je het allemaal mooi op een rijtje hebt. Maar het gaat mij erom dat je de basis-zaken als het bestaan van God mag ondervragen. "Op grond waarvan kunnen we het weten?" Daar worden goede antwoorden op gegeven. Vaak kunnen we een hogere waarheid niet accepteren omdat we de informatie over een lagere waarheid nog niet weten. Bijvoorbeeld konden de mensen in de tijd van Copernicus niet geloven dat de aarde met grote snelheid om zijn eigen as draaide, omdat het idee van de zwaartekracht nog niet ontwikkeld was. Zo kunnen heel veel mensen niet geloven in een persoonlijk God die ingrijpt in de geschiedenis, omdat ze denken dat de hele wereld waarin we leven een gesloten systeem is van gevolg en oorzaak. Men is van jongs af aan geinfiltreerd met de gedachte dat alles wat gebeurd veroorzaakt wordt iets binnen het systeem. Als dan iets gebeurd wat niet in het systeem lijkt te kunnen worden verklaard, wordt dat gezien als "gewoon nog niet begrepen". Dan is er dus een sterk vooroordeel die het geloof in een hogere waarheid onmogelijk maakt en wat je eerst moet afbreken om toch tot dat geloof te komen.

D. Het vierde punt: twijfel door het ontbreken van toewijding. Oss Guinness geeft het voorbeeld, dat het bij herhaling voorkomt dat twee mensen op elkaar verliefd worden, dan naar een huwelijk toegroeien maar op het moment dat het ter sprake komt hevig gaan

twijfelen. Je ziet dan bij herhaling gebeuren dat wanneer de handtekening gezet is de twijfel verdwijnt. Waar komt dat nu door? Dat komt doordat je de actuele daad van toewijding hebt

gesteld! Er zijn talloos veel christenen die hun christen-zijn met zich meedragen als een ongetekend contract. Ze zijn wel ergens betrokken maar hebben nooit een daad van toewijding

gedaan, zich nooit erop vastgelegd, dat nooit met de commitment van hun hele leven bezegeld. De belofte van zekerheid wordt gegeven op grond van commitment. "Wie Mijn wil doen zal, die zal weten of ze uit God is", zegt Jezus. Het is de twijfel van de wil die te doorbreken is door de toewijding. Heel belangrijk hierbij is de markering, de trouwring, het ritueel, het lied, de act, een daad, het heel nadrukkelijk stellen.

E. De vijfde soort van twijfel noemt hij twijfel door gebrek aan het onderhouden van het geloof. Hoe blijf je zeker van vriendschap? Hoe blijf je in een huwelijk zeker van de liefde voor elkaar? Hoe voed je en onderhoud je een relatie? Door het te onderhouden,

door eraan te werken. Als je een vriend twee jaar niet gezien hebt, heb je bij weerzien even een aanloop nodig. In een huwelijk is het belangrijk dat je tijd voor elkaar neemt, anders zal de

relatie eronder lijden. Precies zo is het ook met God. Om God te blijven ervaren moet je de relatie onderhouden. Vandaar al die beelden in de bijbel over het lopen in de renbaan (waarvoor je moet werken aan je conditie!) en het strijden van de goede strijd.

F. Twijfel na overspanning. Guinness komt met het bekende voorbeeldvan Elia die op de Karmel een enorme daad had gesteld door het volk op te roepen voor de keus, "Hoelang hinkt ge nog op twee gedachten!" Als het volk en masse kiest voor de Here, dan zet Izebel de achtervolging op Elia in en zinkt hij weg in zo'n diepe depressie dat hij in de woestijn gaat leggen en zegt "van mij hoeft het niet meer, Heer neem me nu maar weg". Maar dan stuurt

God hem naar Horeb en dan krijgt hij de bijzondere ervaring dat God hem verschijnt in het suizen van een zachte stilte! Gods bijzondere therapie op de twijfel van Elia! De twijfel van

overspanning slaat toe in de uren na het heilige uur. Hier moet je dus niet oproepen tot geloven maar zeggen "Ga slapen!" "Neem rust!", zoals Jezus het zegt als de discipelen overstressed zijn. Soms zijn hele praktische dingen prima twijfel-bestrijders. Ga er eens even uit en laat eens even de dingen los, eet een goede maaltijd en slaap uit.

G. Het laatste punt is twijfel ten gevolge van trauma's. Er zijn in mijn leven dingen gebeurd die het me heel moeilijk maken om te vertrouwen. Soms zijn we opgegroeid in een omgeving en hebben we dingen meegemaakt die ons vermogen tot vertrouwen hebben

geschonden. Het wezenlijke van geloven is vertrouwen en vertrouwen is nu juist het tegenovergestelde van twijfel. Hier zie ik twee kategorieen. Allereerst, daar waar in het leven

emotioneel er een blokkade gegroeid is om tot vertrouwen te komen. Dit heeft heel veel achtergronden en daar kun je ook op ingaan. Het kan teruggaan op manipulatie, misbruik van

vertrouwen, schaamte, minderwaardigheidsgevoelens, angsten. De andere kategorie is een onmacht als onderdeel van de rouwverwerking. Niet zozeer opvoedings-bepaald maar door een

enorme aanslag in het leven. Er kan een fase zijn in de rouwverwerking, de terugslag, waarin iemand het gevoel heeft "God is er niet, en Hij was er niet en Hij zal er ook nooit wezen! Ik

voel en ken Hem niet!" Alles wordt kil. Hier kan je wel degelijk op ingaan en je vindt in de bijbel ook voorbeelden. Bijvoorbeeld bij Jakob in het Oude Testament. Zijn hart bleef er koud onder toen hij op een gegeven moment het goede nieuws hoorde dat Jozefnog leefde. Dat is een soort onmacht om tot vertrouwen te komen.En daar had hij ook alle redenen voor. Soms moeten we terugknopen en zien waar de fout zit om het daarna te verwerken.

Een vereenvoudigde drie-deling.

Mijn eigen driedeling, die ik in gesprekken vaak als een makkelijke en hanteerbare gebruik, zit in deze zeven. Ik onderscheid tussen een twijfel van de wil, een twijfel van het

verstand en een twijfel van het gevoel. Het is een heel eenvoudig mensbeeld dat de menselijke persoonlijkheid verdeeld in die drie hoofdpunten: wil, verstand en gevoel..

A.Bij de twijfel van de wil denk ik aan het ongetekende contract.

Het is heel opvallen dat de bijbel heel venijnig is over de twijfel van de wil. De bijbel is het zachtst over de twijfel van gevoel. Daar hoor je haast geen kritiek op. De bijbel is vrij

scherp over de twijfel van het verstand, maar het wordt gemengd beoordeeld. Als het gaat om de twijfel van de wil is de bijbel zonder pardon. Heel veel mensen die met twijfel zitten, zitten

met die tekst uit Jakobus 1 in hun maag. "Wie twijfelt gelijkt op een golf van de zee, zo iemand moet niet denken dat hij iets van God ontvangen zal!" Maar er staat achter "ongestadig als hij is op al zijn wegen". Het gaat hier dus om de twijfel van de wil, niet om de emotionele twijfel. Mensen die emotioneel twijfelen hebben moeite met deze tekst omdat ze denken "ik moet God bidden zonder enige twijfel", maar hoe kan ik dat nou voor mekaar krijgen want ik doe dat met twijfel, dus ik sta al bij voorbaat schaakmat!"

Maar het gaat hier om twijfel van de wil. Jakobus heeft het over de mens die er niet naar wil handelen als echt blijkt dat God er is! Wil je zeker zijn van God dan moet je Hem zoeken, zegt

Jeremia, met heel je hart en doe je het niet met heel je hart dan vind je Hem niet. Je moet bereid zijn om te zeggen "God als U er echt bent, dan ga ik ervoor ongeacht wat". Als je dat niet durft

zeggen en niet kan zeggen, dan lijkt het alsof God met je bezig blijft tot je het zegt. Zeg niet "twijfelaar", zeg liever koppige";dat is één van de beroemde ‘penséés’ (gedachten) van Pascal! Achter twijfel zitten vaak heel halsstarrige mensen met hele halsstarrige standpunten. Met

name op dit punt.

B.De twijfel van het verstand. De ene keer lees je in de bijbel dat God er mensen toe oproept vragen te stellen, "Ondervraag me!". Er zijn andere momenten dat je duidelijk kan zien dat het

voortdurend met het verstand blijven twijfelen te maken heeft met dieper in ons verwortelde zonden en met een gebroken verhouding met God. Aan de ene kant stelt de openbaring van God zich royaal open voor ondervragen, "toetst alles en behoudt het goede". En toetsen betekent "scherpe kritische vragen stellen". Maar aan de andere kant, zodra er sprake is van de mens die zijn eigen autonome rede tot uitgangspunt van alles maakt en dus zich eigenlijk boven God stelt en zegt "Here God, nu moet U zich voor mij wel even verantwoorden!", die figuren en houdingen zijn er geweest. Zelfs Job valt erin, zodat God aan het slot van het boek

de rollen eens even omkeert en zegt "Job, denk je dat jij de rechter bent boven mij?" De kritische houding is in onze tijd natuurlijk heel actueel, want wij in onze tijd dagen God voor de

troon van de rede. Hij moet zich in alles voor ons verantwoorden en anders belieft het ons niet in Hem te geloven. Maar dan moet je heel kritisch spreken en zeggen "Wat is er hier aan de hand? Hier heb jij jouw eigen verstand op zo'n hoogte gesteld dat het boven God staat en niet onderworpen is aan de Maker, aan Hem die ons zelfs verstand gegeven heeft!"

C.Het derde niveau van de gevoelstwijfel wordt in de bijbel zoals gezegd zacht behandeld. Ik ben ervan overtuigd dat aan het slot van het boek Judas het gaat over die gevoelstwijfel. Daar staat in de laatste zin "en redt hen die door twijfel dreigen weg te zinken", "behandel hen met barmhartigheid". Daar zitten we in een heel andere sfeer dan in Jakobus 1! Ik vind die houding ook steeds weer overal in de bijbel opkomen waar mensen twijfelen op grond van onmacht. Denk aan Jezus als Hij verschijnt aan alle discipelen. En dan staat er "en zij konden het van blijdschap niet geloven!", en Jezus is er bemoedigend en aandacht gevend bij en Hij zegt "Geef me brood en vis, dan zal ik het voor jullie ogen eten!". En tegen Thomas zegt Jezus, "Kom hier en leg je hand op de wond!" en nodigt hem zo uit om tot zekerheid te komen door het met eigen ogen te zien! In het Oude Testament is er deze houding in Psalm 73 of ook in Gods omgang met Job.

Zekerheid.

Nu tot slot nog iets over zekerheid. Wij zijn in onze tijd diepgaand beinvloed door de natuurwetenschap en daardoor is bij ons de idee gegroeid dat je pas van zekerheid kan spreken als je ergensvia wetenschappelijke methode zeker van kunt zijn. Die wetenschappelijke methoden zijn gebaseerd op waarneming met de zintuigen (met of zonder instrumenten) en daarna de redelijke doordenking ervan. Alleen als iets op de manier is vastgesteld van twee keer twee is vier, spreken we van zekerheid, om het eens platvloers te zeggen. Dat gevoel hebben we allemaal als het gaat om zekerheid. Bij zekerheid denk ik onmiddellijk aan empirisch vaststelbaar zekerheid, zo zeker als 2x2=4. Dat denken we ook bij zekerheidtegenover twijfel.

Ik vind dat wij ten onrechte zekerheid daartoe beperken. Om twee redenen. Allereerst zijn er talloos veel zekerheden, iedere dag rondom ons heen, die we niet langs die weg kunnen

vaststellen. Bijvoorbeeld: ik houd van mijn vrouw, valt op die manier niet vast te stellen. Of denk aan de zekerheid, die we hebben ten aanzien van schoonheid: dit schilderij is mooi en dat niet.Dat laat zich niet in een formule vangen.

Precies hetzelfde geldt van de zekerheid dat, iets echt rechtvaardig is. Die is meer gebaseerd op een wijsheid à la Salomo dan op puur wetenschappelijke criteria. Is ze dat niet, dan wordt ze al

gauw heel wettisch. Nog meer geld dat op het brede gebied van de liefde: een moeder is er honderd procent zeker van dat ze haar dochter of haar zoon liefheeft, en toch is het wetenschappelijk niet te bewijzen.

Zo is het ook met het geloofsvertrouwen dat we hebben. Het is een vertrouwenszekerheid. Je hebt een natuurwetenschappelijke zekerheid van 2x2=4, je hebt een esthetische zekerheid, je hebt een liefdeszekerheid en je hebt geloofszekerheid. Daarom ben ik heel kritisch ten opzichte van de gedachte dat je het woord zekerheid alleen maar mag gebruiken voor 2x2=4. Een tweede

reden is iets subtieler en zal alleen de deskundigen interesseren, en dat is dat die natuurwetenschappelijke zekerheid vandaag helemaal niet meer zo zeker is als die lijkt. Het

berust, zeggen de deskundigen, op een serie onderlinge afspraken en het is alleen maar waar binnen een bepaald interpretatiekader.

Het is wonderlijk dat in een tijd waarin wij allen, zeg maar Jan met de pet, nog leven met zo'n ouderwets natuurwetenschappelijk zekerheidsbeeld à la 2x2=4, de echte kenners zeggen dat het

helemaal niet zo zeker is, omdat het allemaal afhankelijk is van het paradigma waarbinnen de stelling functioneert. Het bekendste voorbeeld is de vraag wat licht nu eigenlijk is. In het ene

interpretatiekader bestaat het uit deeltjes, in het andere uit golven. Vandaag weten we dat we zekerheid ten aanzien van de vraag wat de dingen ten diepste zijn niet krijgen. Dat blijft het geheim van de schepper.

Zekerheid in vertrouwen.

Wanneer het gaat overzekerheid moeten we ervoor waken dat het natuurwetenschappelijke

zekerheidsbeeld gaat domineren. Bij de zekerheid waar we het vanavond over hebben, geloofszekerheid, gaat het om zekerheid in het vertrouwen. Dat is het waar we het over hebben, en die kan geschokt worden, die moet onderhouden worden, en die mag ondervraagd worden. Die zekerheid kan groeien en kan ineens weer een stap terug moeten doen. Het is een levend ding! Geloof moet worden gevoed, anders wordt het ziek.

Na de lezing werd de vraag gesteld:

Hoe weet je nou of je God kent, ik bedoell, dat het echt God is en geen zelfontwerp?

Er is voorgronds-antwoord en een meer persoonlijk antwoord:

a.Het voor de hand liggende klassieke antwoord luidt: je moet het toetsen aan wat God van zich uit gezegd heeft in de Schrift.

b.Wanneer weten we nu dat het echt God is die hier tot mij spreekt?

Hier kom ik met het meer persoonlijke antwoord. Het heeft mij heel erg geholpen te ontdekken, dat de apostel Paulus bij de vragen naar de zekerheid van het kennen van God steeds de zin omdraait.. Zo zegt hij in de brief aan de Korinthiers, als het daarover gaat: “Wat?..wij Hem kennen? Het is veelmeer zo, dat wij door Hem gekend zijn!"( I Korinthiers 8:1-3). De mensen zeiden van Jezus dat Hij de Zoon van God Zelf moest zijn omdat ze zich door Hem doorgrond wisten, ze wisten zich door Hem gekend, en in liefde gekend! Met alles wat in hen doorzien werd wisten ze zich aanvaard! (Zacheus!) Wat in mijn geloofservaring mij die zekerheid geeft dat ik met God te maken heb, dat is dit punt. Die momenten dat je in de Schrift je eigen gelaat herkent als in een spiegel en tot het besef komt "Ja dat ben ik". Hij doorgrondt me en kent me! Psalm 139! vgl.Galaten 4:9.

Omgaan met twijfel.

Het kernpunt van omgaan met geloofstwijfel is echt open worden naar God toe. Zekerheid van de natuurwetenschappelijke kennis is altijd gebonden aan een subject en een object, waarbij de mens met zijn denken en instrumenten de werkelijkheid in zijn greep krijgt, in begrippen brengt dus. De andere aspekten van mijn mens-zijn blijven buiten het gezichtsveld, ik gebruik gewoon mijn logische verstand. Dat is het enige wat van een wetenschapper verwacht wordt. Het gaat hier om de kennis van de beneden-menselijke werkelijkheid.Maar als het gaat om kennis van mensen, weten wij allemaal, dat wij een medemens nooit kunnen kennen, als wij ons niet voor die ander openstellen. Zodra we de ander behandelen als object leren we die ander nooit kennen. De ander laat zich niet kennen, als hij/zij zich tot een objekt gemaakt voelt.. In het verwerven van kennis van mens tot medemens is het wezenlijk dat ik me geef. Pas als ik me geef gaat de ander zich aan mij geven en dat geldt ook omgekeerd: als de ander zich aan mij geeft geef ik mezelf aan hem/haar.. Om zeker te zijn of je een ander kan kennen moet je dus jezelf geven.

Zo ook bij God. God laat zich kennen, maar wij kunnen daar nooit zeker van worden als wij ons niet laten kennen. Daar komt bij het kennen van de boven -ons-staande werkelijkheid van God nog een factor bij: wanneer het gaat om het kennen van bijvoorbeeld de koningin (die boven ons staat) zijn wij afhankelijk van haar gunst. Niet iedereen kan zo maar beslissen, dat hij of zij de koningin persoonlijk wil leren kennen. Daarover beslist zij zelf. Als zij daartoe bereid is, dan is het initiatief eenzijdig, ook al is de voltrekking van die kennisweg tweezijdig. Zo is het bij God.. Het is genade, dat Hij zich aan ons te kennen geeft!. Wij kunnen nooit opklimmen met onze wil, gevoel of verstand tot God. Hij komt naar ons toe. Tegelijkertijd geldt, dat wij dat pas ervaren als wij ons daarvoor openstellen, voor Hem buigen en Hem in de gave van Zijn zoon ontvangen.