Bijbeltekst: 1 Johannes 2: 15-17 — Uit de serie: Leven in een Babylonische cultuur, deel 3

gemeente van Christus, De nu volgende schriftoverdenking en verkondiging staat in een serie van drie. We blikken even terug. Twee weken geleden spraken over het eerste punt, Genesis 11, de drie kenmerken van die Babylonische cultuur: fascinatie, daarna de grootheidswaan, de torenbouw en de eenheidscultuur. Vorige week zagen we, bij de Babylonische ballingschap dat het ging om een proces van zelfinkeer, drie keer die V: Verootmoediging, Verdieping en Vernieuwing. Dus eerst de blik naar binnen. Nu zijn we toe aan de derde en laatste van deze serie. Ik heb de tekst gekozen uit 1 Johannes 2, maar Openbaringen 17 las ik ook weer, daar zie je dat die Babylonische geest zijn kop weer opsteekt in de eindtijd. Dat wordt in een zeer fel visioen geschetst in Openbaring 17, we willen ons vandaag vooral concentreren op die vraag: hoe gaan we daarmee om? We lazen dus uit Openbaring en uit het oude testament uit Daniël, want die leefde ook aan een Babylonisch hof. We zijn deze morgen weer samengekomen rond het evangelie wat ik heb uitgelegd bij het dopen: Johannes 3: 16. U heeft het vanmorgen gehoord: Zo lief heeft God de wereld gehad.

Op die wijze, zó, heeft God de wereld liefgehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegéven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft niet verloren ga maar eeuwig leven hebbe. De wereld heeft verlossing nodig, redding, behoud. Zo is die wereld voorwerp van de liefde van God. Maar nu hier, 1 Johannes 2: 'Heb de wereld niet lief...', zegt dan Johannes: 'wie de wereld liefheeft, de liefde van de Vader is niet in hem'. Hoe kan dat nu? Johannes 3: 16, en van dezelfde schrijver 1 Johannes 2, het laatste schijnt het eerste regelrecht tegen te spreken! Die twee woorden geven samen de spanning weer waarin we hier samen het avondmaal vieren en tegelijk ons bezinnen op die, wat de Schrift noemt, Babylonische cultuur. Aan de ene kant het Avondmaal, dat zegt: "de Here is vol ontferming over deze wereld bewogen." Inderdaad, ze heeft redding nodig en daarvoor heeft Hij alles gegeven. Aan de andere kant zegt Johannes: 'Heb de wereld niet lief, verlies je niet aan haar, houdt afstand. Pas op! Rood licht.' Dat zouden we niet begrijpen als we ons niet twee zondagen hadden verdiept in wat de bijbel noemt: de Babylonische trekken van onze cultuur.

De wereld die wij niet moeten liefhebben is de wereld in haar hoogmoedige verzet tegen God. Niet de wereld zoals God die schiep, ook niet de wereld zoals ze slachtoffer is geworden van de zondeval. Nee, hier in 1 Johannes 2 komt de wereld naar voren in haar rebellie, in haar venijnige verzet, in haar misdrijf. Dat zie je niet zomaar, dat moet je leren ontdekken, daar moeten je ogen voor opengaan, daar moet je die bril van het Woord voor opzetten. Hier in Openbaring 17 staat dan ook dat het een geheimenis is. 'Zie ik vertel u het geheimenis van het grote Babylon, en dat is dat ze was en ze niet is en dat ze zal zijn'. Dat is toch bijzonder. Ze was er -de torenbouw van Babel, Genesis 11-, en in het heden dan? Het lijkt of ze in het heden ondergronds is gegaan. Het broedt, zou je kunnen zeggen. Ze broedt in het heden, -ze is er niet, want nergens zie je evident een toren van Babel staan- maar ze zal er weer zijn, straks, die hoer in de woestijn, die in dat visioen opdoemt en in wie al de kracht van dat Babylonische verzet weer omhoog springt. Je moet dus omdat ze in het heden broedt, ondergronds is gegaan, wel leren ontdekken, je moet ze leren herkennen. Daar gaat het hier over.

Johannes helpt ons hierbij en zegt: "Je herkent ze aan die drie punten. Want al wat uit de wereld is, de begeerte van de ogen, de begeerte van het vlees en hovaardig leven, het is niet uit God". Begeerte van het vlees, begeerte van de ogen en leven in grootheidswaan. Drie dingen, ze lopen parallel met de drie verzoekingen van Jezus in de woestijn. Op deze drie punten worden we gezogen en verzocht door de satan, de vijand van God, de overste van deze wereld. Hij is overwonnen, Johannes zegt tegen heel de kring van de gemeente: 'Jullie hebben ze overwonnen, ze is overwonnen, maar daarmee is de boze nog niet uitgeteld! Hij blijft het proberen'. Wat hem in Jezus niet lukte, en waar we dus alle houvast aan hebben, dat blijft hij proberen, dat zal hij steeds weer opnieuw wereldwijd proberen. Hij zit achter dat Babylonische geheimenis. De boze wil ons op die drie punten losweken van God. Zoals hij bij Jezus probeerde: 'Als je de Zoon van God bent -dat wil zeggen, als je het in je mars hebt, als je het zelf kan-, zeg dan tegen die stenen dat ze brood worden!' Dat is de begeerte van het vlees.

Het tweede is: "Maar als jij het kan, als jij dan de Zoon van God bent -daar komt de begeerte van de ogen- richt dan een sensationeel mirakel op dat al die mensen zien en gefascineerd worden en je navolgen! Tenslotte zegt de overste van deze wereld: 'Eén knieval voor mij en de hele wereld ligt aan je voet! Het is voor jou!' En hij heeft nog gelijk ook. Als Jezus het gedaan zou hebben, zou Hij het gekregen hebben. Zo probeerde de boze Jezus te verleiden. Begeerte van het vlees, van de ogen en grootheidswaan. En het gebeurt nog steeds in die drie trekken. Begeerte van het vlees. We moeten dan niet zo gauw denken -die kant gaan we vaak direct op- aan seksualiteit, dat is het niet. Het vlees is heel het lichamelijk bestaan. Je moet daarbij denken aan alles wat heerlijk is voor je lichaam. Wij leven in een lichaamscultuur, alles is gericht op het lichaam, daar worden we door gefascineerd, daar ligt dan ook een ontzaglijke zuigkracht. We gaan naar verre zonnige stranden om ons lichaam te verwennen en te bruinen in de zon, en als je daar dan zo in de zon ligt denk je ineens: 'Waarom heb ik eigenlijk verlossing nodig?' Dat denk je toch, als je daar zo ligt?

Dan zit je precies hier, de Babylonische geest heeft je te pakken. De tweede is de begeerte van de ogen. Nu, vertel me niet hoe steeds de ogen worden geprikkeld. We noemen onze cultuur wel een beeldcultuur. Wat worden er niet dingen aangereikt die fascineren, via de TV, via de PC, via Internet, je kan in een virtuele wereld wegzeilen. Dat moet je dus ook heel breed nemen. Alles wat je ogen zo fascineert dat je er helemaal in opgaat en dat het je vervreemdt van God. Tenslotte, daar mondt het in uit, de hoogmoed, grootheidswaan. Ineens wordt daar de toren opgericht: 'Nu zal niets van wat zij denken te doen voor hen onuitvoerbaar zijn'. En achter alles klinkt: Waar heb ik eigenlijk verlossing voor nodig? Dit is prachtig, het is lekker, het is mooi -begeerte van het vlees en van de ogen-, en wat een pronk en praal, dat zit in dat woord waan, grootheidswaan. Heel laconiek zegt Johannes: 'Bedenk wel, morgen is het allemaal weer voorbij. Pas op voor de uitstraling die het op je heeft, want het vervreemdt je van de Vader.' Hij zegt niet: het vervreemdt je van God, maar van de Vader, en daar zit veel meer in. Die geest van vervreemding is uit de wereld, de Babylonische wereld.

Dan vertelt Johannes ons zo tussen de bedrijven door -met die eerste en die laatste zin en dat voorbijgaan- heel concreet hoe we daar mee moeten omgaan. Daar willen we nu in het bijzonder bij stilstaan. Ik licht daar drie momenten uit. Het eerste is: Heb de wereld niet lief. Dat staat heel dominerend in de eerste zin. Een zaak van het hart. Het tweede is: Maak goede keuzes. Wie de wil van God doet die blijft. Het derde is: Het is een zaak van het verstand. Kijk er doorheen! Het blijft niet. Het geeft je geen echt blijvend leven. Over alledrie punten een enkel woord. Hoe moeten we staan in een cultuur waar dat geheimenis van Babylon broedt? Johannes zegt eerst: Heb de wereld niet lief. Ik herinner u eraan dat de eerste uitstraling van iedere nieuwe uitvinding fascinatie is. Die fascinatie heeft in onze cultuur de werking van een lasso. Eerst word ik gefascineerd, dan laat ik me er door vangen, tenslotte zit ik er aan vast. Het voorbeeld dat ik eerder gaf was de televisie. Eerst was er de fascinatie, dan het gebruik en vervolgens de verslaving. Verslaafd zijn betekent dat ik mijn hart er door laat bezetten. Ik kan niet meer zonder. Daartegen richt zich Johannes eerste vermaan.

Dat wil zeggen: Laat je door de fascinatie van die moderne technologische wereld niet inspinnen. Blijf erboven staan. Hanteer het en laat je niet manipuleren. Alleen dood hout drijft met de stroom mee. Er moet eigenlijk bij ons direct een rood licht gaan branden als PC of TV het gezin binnen gaat dringen en de gesprekken doodt. Ik las een artikel over de Amish, een aparte subcultuur vanuit doopsgezinde achtergrond in Amerika. Toen de telefoon werd uitgevonden hadden ze daar overleg over of zij die in hun midden mochten toestaan. Als conclusie hadden ze: Zodra de telefoon het familieleven verstoort mag hij er niet in. Tot vandaag toe hebben ze de telefoon buiten het huis. Ook alle moderne apparatuur is er op aangesloten, zoals een antwoordapparaat. Mensen kunnen hen bereiken, maar in het gezin komt hij niet. Dat is toch heel goed gedacht? Zodra TV, PC, telefoon, noem maar op, je gezinsleven gaat verstoren, steeds maar weer interrumpeert en de warme menselijke verhoudingen die er horen te zijn verbreekt en daarop inbreuk doet: gooi hem eruit. Het blauwe oog maakt miljoenen slachtoffers, denk ik. De PC en Internet trekt mensen weg in een virtuele wereld.

De soapseries op televisie geven alleen maar schijnbare vervulling naar het verlangen naar romance en spanning. Alleen maar schijnbaar. Let maar eens op hoe gezinnen opluchten als ze op vakantie zijn en dat ding is er niet. Want het is natuurlijk oneindig veel leuker om te volleyballen dan om te kijken naar volleyballen. Want al deze instrumenten bedreigen het echte leven. Dat is een rood licht. Het tweede rode licht is de technologische ontwikkeling. Die vervreemdt ons ook van de natuur, van de werkelijkheid zoals God die gemaakt heeft. Dan denk ik aan de aarde, en aan kunstmest en koeien en kippen en varkens en vogels. We gaan een cultuur tegemoet waarin alles kunstmatig wordt. Ons voedsel kan in de toekomst helemaal gefabriceerd worden in een laboratorium. Voor een deel gebeurt dat al. Met sla en graan, het wordt genetisch gemanipuleerd en technisch perfect gefabriceerd. Dat kan straks met ons nageslacht gebeuren, met baby's. Dat is een afschuwelijke wereld. Ik zou zeggen: direct rood licht en dat soort producten niet kopen. Rood licht is ook wat vandaag gebeurt in de zorgsector.

Dat dáár nu juist mensen ontbreken om de eerste plicht van een christelijke samenleving waar te maken, dat je zorgt voor die ziek zijn, die ouder geworden zijn, die gehandicapt zijn. Dat is een groot rood licht. Waar besteden we ons geld aan, vraag je je dan af. Moet dit niet als eerste op de lijst? Een ander rood licht is de vierentwintiguurs-economie, met altijd die drift erin en die stress en vooruitgangsgeloof, ik denk aan globalisering, ik ben ook niet echt happy met de euro, die eenwording en fusies van bedrijven en volkeren. Ik denk overal rode lichten, en ze staan niet voor niets op rood. Dat leidt me naar het tweede punt, wat Johannes hier zo met nadruk zegt: 'er moeten keuzes gemaakt worden!' Dat is wat we vandaag de dag moeten doen. Het eerste is: verlies je hart er niet aan, maar daarna: je moet keuzes maken. En dat is tegen de stroom in. Johannes zegt: Je moet in de wereld de wil van God doen. Daar zijn we voor. Wie de wil van God doet drijft niet meer als dood hout op de stroom mee. Het beste voorbeeld uit de Schrift vind ik altijd weer Daniël, daarom heb ik die ook de revue laten passeren. Want het geheim van Daniël is dat hij zulke keuzes maakte.

Hij was zeer loyaal, is tot een hoge positie geklommen in die Babylonische wereld, maar tegelijk maakte hij keuzes en daar stond hij voor met het risico van zijn eigen leven. Dat is Daniël. Hij weigerde hier het dieet van het Babylonische hof, hij deed het tegen de stroom in. Ik denk niet dat Daniël een wettisch handboek aanlegde. Dat willen we zo graag hebben, recepten wat je wel en wat je niet mag in een Babylonische tijd. Maar dat krijgen we niet. Daniël kiest tegen dat dieet, maar hij legt die keus niet op aan de andere ballingen. Hij zegt: "Dit is in mijn geweten hier en nu de keus die ik maak". Zo moet ieder mens in een Babylonische cultuur zichzelf in vrijheid afvragen:' Waar wil ik nu echt afhankelijk blijven?' Want daarop wordt voortdurend die aanslag gepleegd. Een aanslag die altijd weer gepleegd wordt op het levend afhankelijk blijven van God. Heel de cultuur van vandaag wil controleren, beheersen, en tenslotte onafhankelijk zijn van de Schepper. Op dat punt moeten wij als het ware tekenen stellen en keuzes maken. Moet ik nu perse die 60-urige werkweek volgen?

Vaak met een heel belangrijke aandrift naarmate je ouder wordt om een mooi pensioen te krijgen als je 65 bent, anderen om carrière te maken. Ik ken mensen die bewust een keuze hebben gemaakt tegen deze stress, tegen een vierentwintiguurs-economie. Bijvoorbeeld door hun baan op te zeggen en te gaan denken: Waar kan ik nu met mijn leven het Koninkrijk van God het meest dienstbaar zijn? Of door een parttime baan te nemen. Maar weer: dat is geen regel! Het is geen wetboek. Anderen werken 60 uur in de week en ze gaan met God, dus er is helemaal geen sprake van een vaste regel voor iedereen gelijk. Maar voor een ander is het weer een andere daad waarvan ze beseffen dat God die van hen vraagt. Een ander stelt de daad dat hij geen televisie in huis neemt. Oké. Weer een ander stelt een daad en zegt: ik ga niet speculeren met mijn geld. Dat is ook een daad. Eigenlijk moet iedere christen zich afvragen: waar zuigt die Babylonische geest mij op? Waar houdt het mij af van mijn primaire roeping, van familierelaties, zorg voor de zieken, dienst aan het evangelie? Daar stel ik een daad. De wil van God doen is keuzes maken. Keuzes die mij kwetsbaar afhankelijk maken van God.

Maar ineens ga ik ook met God wat beleven. Want Hij laat je daarin niet in de steek. Kortom: durf een Daniël te zijn. Tenslotte: het is ook een zaak van inzicht. Van goed helder zien, doorzien. Dingen die fascineren in een Babylonische cultuur doorzien. Eén van die inzichten die in dat hele vers uit Johannes heen geweven is: Het duurt allemaal maar zo kort. Het blinkt op, het fascineert, maar het laat je uitgeblust achter. 'De wereld en haar begeren gaat voorbij', zegt Johannes. Dat klinkt een beetje melancholisch. Zeker, alles gaat voorbij en het leven is kort, maar Johannes wil ook niet zeggen dat je in dat korte leven niet mag genieten. Dat komt helemaal niet bij hem op. Maar hij wekt ons op om ons korte leven en onze beperkte tijd in te zetten voor iets wat blijft. Dat is zijn punt. Zet het in voor iets dat blijft, voor spijs die niet vergaat. Daarom lees ik straks ter inleiding op het Avondmaal een stukje uit Johannes 6, waar Jezus uitlegt dat je het hele doel van je leven mist als je het alleen maar inzet voor spijs die vergaat, zoals we zagen.

Als je je hele leven alleen maar inzet voor de begeerte van het vlees, voor de lichaamscultuur en voor de begeerte der ogen, de beeldcultuur, en tenslotte altijd maar opgaat in mooie dingen, die de protserige grootheidswaan vervullen, zet je leven dan liever in voor spijs die niet vergaat en die de Zoon des mensen u geven zal. Natuurlijk, ten diepste vieren we dat vandaag weer, zijn lichaam voor ons gebroken, zijn bloed voor ons vergoten, de liefde van God in je hart toelaten, je concentreren op wat goed is, wat echt is, reële relaties, je eerste roeping volgen, opbouw van de gemeente, dienst aan de samenleving, dát voert ons naar wat blijft. Zoals we zongen: Zoek eerst het Koninkrijk van God, en dat is het blijvende. Want God heeft een heilsplan, daar mag ik me door laten troosten en daar mag ik me ook voor inzetten. Niets geeft zo'n vervuld leven als je daarvoor in te zetten, want dat blijft. Dat alleen geeft echte bevrediging tegenover al die valse beloften die een Babylonische cultuur uitstraalt. Maar dan ook wel ons laten vervullen door Hem! We gaan het zingen: Gij enige Bevrijder, die toen Gij werd verzocht, uw ziel en zaligheid aan de duivel niet verkocht.

Ge hebt hem wedersproken, Ge hebt Gods Woord volbracht En zo hebt Gij verbroken de bankring van zijn macht. Dat gaan we eerst zingen en dan vieren aan het Avondmaal. Amen ©1999 Nederlands Gereformeerde Kerk - Utrecht.