Gemeente van Christus, Die laatste zin die Jezus zegt tegen Petrus, daar zit eigenlijk alles op vast. Bedacht zijn, niet op de dingen van de mensen, maar op de dingen van God. Alles gaat dus fout als we bedacht zijn op de dingen van de mensen, en lijnrecht daar tegenover, als we bedacht zijn op de dingen van God is dàt alleen de bron van al het goede. Zo brengt Jezus eigenlijk heel het ingewikkelde leven met één zin tot het allereenvoudigste terug en we staan er eigenlijk verbaasd over hoe dat mogelijk is. Ik ben daar nog lang niet uit en ik zou daar nog wel vier weken mee bezig willen zijn, met deze tekst, om de diepe inhoud van deze woorden en de kracht daarvan tot me te laten doordringen. En toch wil ik vanmorgen een aantal dingen hieruit doorgeven, die me diep hebben getroffen en die me ook hebben geholpen om de pijn en de nood en het uitzichtloze verdriet aan te kunnen. Want dan denk ik natuurlijk vooral aan dat grote feit dat Jezus hier voor Petrus de fuik openbreekt, de fuik van de angst en de bezorgdheid waar hij inkwam. Petrus zegt: "Dat verhoede God, Here, dat zal U geenszins overkomen!" Voelt u wat hier gebeurt, eigenlijk al gebeurd is?
Hier is Petrus met open ogen in de fuik gelopen van de angst en van de bezorgdheid. En die fuik is wagenwijd opengezet door de duivel. Want de duivel doet niets anders dan dat hij de mensen met open ogen in die val laat lopen. Dat lezen we, en dat hebben we ook wel eens eerder overdacht, in Hebreeën 2: 14, waarin staat dat hij, satan, de mensen tot slavernij brengt via angsten, en vooral via de angst voor de dood. Maar merkwaardig, toch zegt Jezus niet: "Petrus, ga achter mij satan, want gij bedenkt de dingen van de boze." Dat zegt Hij niet. Petrus heeft hier geen moment aan de satan zitten denken, die is geen minuut in zijn gedachten geweest. Hij heeft alleen zitten denken aan wat bij ons mensen in onze horizon, binnen ons blikveld absoluut onontwijkbaar is. En dat is: Als dit gebeurt, dan is met absolute zekerheid dat het gevolg. Denken in een gesloten systeem van gevolg en oorzaak, waar het Westen bij leeft! Maar dat geldt ook heel praktisch, het dringt hier door in het praktische leven: Zie ik hier iemand die dit doet, dan loopt het onherroepelijk daarop uit. Zie ik hier iemand die deze ziekte heeft, dan weet ik al hoe de trein gaat lopen.
Zie ik hier iemand die deze tegenslag heeft, daar komt het straks uit. Het kan niet anders of het dìt ene leidt tot dàt andere. En dus ben ik bang. Het is denken vanuit het verleden en dan lijnen van dat verleden op heel menselijke wijze door gevolg en oorzaak -daar zijn we heel goed in, dat zei ik al, helemaal binnenwerelds gedacht-, doortrekken naar de toekomst. En dan laaiend in paniek raken. "Dat verhoede God!", zegt Petrus. Het komt zo rechtstreeks uit zijn hart. Want Petrus is hier ernstig, en hij is hier vroom en hij is hier sympathiek, meelevend met Jezus. En hij heeft totaal niet door dat hij met open ogen in de fuik van de boze gelopen is. En wat staat daar dan tegenover? Nu, nergens zien we Jezus zo scherp als hier. Hij zegt tegen deze ernstig bezorgde, vrome Petrus, tegen dit bezorgde meeleven zegt Hij: "Ga achter mij, satan!" Jezus ziet Petrus hier als persoonlijke presentatie van de boze. Hij zegt: "Je bent Mijn aanstoot want je bent bedacht op dingen van de mensen en niet op die van God." Dat is dus in één zin gezegd waar dus alles op vast zit: Niet bedacht zijn op de dingen van God.
Wie bedacht is op de dingen van God, rekent op dat wat op hem toekomt, en rekent met een plan dat zich realiseert. En alleen als we bedacht zijn op de dingen van God, alleen dan kunnen we Golgotha verstaan. En alleen dan kunnen we Goede Vrijdag en Pasen zelfs gaan vieren, want dan komt het grote geheim van de Messias naar voren: Jezus Christus! Daar willen we ons vanmorgen op concentreren. Vandaag over een week is het palmpasen, en dan komt Goede Vrijdag en over twee weken Pasen. Op weg daar naar toe bezinnen we ons vanmorgen op diezelfde vraag als die van de discipelen, als Petrus vraagt: "Waarom, waarom het kruis en waarom dan Pasen? Waarom zo?" Daarom gaan we eerst even terug in de tekst, daarom las ik dat hele verband. Want vlak daarvoor heeft de Here Jezus aan de discipelen gevraagd: "Wie zeggen de mensen nu dat Ik ben?" En we hebben al die antwoorden gehoord, maar dan stoot Hij door. Hij wil hun eigen persoonlijke keus, hun eigen persoonlijke belijdenis horen.
En Petrus die als eerste zegt: "Gij zijt de Messias, de Zoon van de levende God." En dan het wondere dat Jezus niet reageert met: "Nu heb Ik eindelijk succes, eindelijk vrucht op Mijn prediking", maar dat Hij zegt: "Dat komt niet van de mensen, dat is een geschenk van Mijn Vader in de hemel." En toen heeft Jezus die belijdenis van Petrus tot grondslag van de kerk gemaakt, van de gemeente: "Op deze petra, deze rots zal Ik nu mijn gemeente bouwen." De kerk staat of valt dus met deze belijdenis van Petrus, dat Jezus Christus de Messias is, de Zoon van de levende God. Maar Petrus is niet als persoon ons grote voorbeeld, dat blijkt dan uit het vervolg. Want na dat hoogtepunt bij Petrus valt hij daarna in een peilloos gat. We volgen geen mensen na. Maar dat is iets later, want daarvòòr haakt Jezus eerst bij die belijdenis aan. Hij ziet dat Petrus en de andere discipelen nu hebben begrepen dat Hij het is, maar Hij denkt: "Dan is nu het moment gekomen dat ze ook moeten gaan begrijpen wat dat dan is, Wie Ik dan ben, hoe Ik dan handel.
Wat mijn Messiaanse heilswerk dan is, want daar hebben ze nog niets van begrepen." En daarom staat er: van toen aan, op dat moment, Hij smeedt het ijzer als het heet is, van toen aan begon Jezus Christus aan zijn discipelen te tonen dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en dat Hij daar verschrikkelijke dingen moest meemaken: In de handen van de Hoge Raad zou vallen, gedood zou worden, maar dat Hij uit de doden zou opstaan! Alle vier deze werkwoorden: naar Jeruzalem gaan, gedood worden, lijden, opstaan, staan onder het gezag van dat kleine woordje moeten, daar vlak voor. "Ik moet", zegt Hij, "Ik moet naar Jeruzalem gaan, Ik moet lijden, Ik moet gedood worden, Ik moet opgewekt worden." En daar ligt het geheim. Velen hebben gedacht: "Dat is moeten vanuit een gebod." Maar dat is het niet. Denk maar aan wat Jezus later zei tegen de Emmaüsgangers: "Hebt ge niet gelezen dat de Zoon des mensen dit alles moest lijden?" Dat is geen gebod, maar het is het volgen van een plan. Dat moet u zien. Zoals wanneer wij zeggen, en eigenlijk zeggen we dat altijd pas na afloop, dan zeggen we: "Het heeft alles zo moeten lopen." Dat zeggen wij als iets een heel bijzondere afloop heeft.
Dan zeggen we achteraf, als we zien waarin alles is uitgemond: " Dat heeft zo moeten zijn." Moeten zijn. Dat zeggen Jozef en zijn broers in het oude testament, om een voorbeeld uit de bijbel te nemen, als ze elkaar via die lange omweg, die wondere omweg, tenslotte in Egypte weer ontmoeten. Dan zegt Jozef: "Dat heeft zo moeten wezen." Dat moeten, dat moet u vasthouden. Dat moeten waar een plan aan ten grondslag ligt. En dat plan had God Jozef al laten zien, lang daarvoor, in een droom. En dat moeten is hier aan de orde, het is het hogere moeten omdat er een heilsplan achter zit. Dat is het. Jezus denkt dus totaal en alleen vanuit de toekomst en vanuit dat heilsplan. Het is een open geschiedenis. Het is al door de profeten voorzegd, want Jozef wist het van te voren door een droom, en de grote droom van de grote Jozef is ons ook door de profeten al voorzegd. De Messias van Israël is per definitie degene die altijd vanuit de toekomst denkt, en vanuit de toekomst op ons toekomt, en vanuit de toekomst van God handelt. Hij komt op ons toe. Ik denk dat dat het is wat Jezus bedoeld heeft met: Bedacht zijn op de dingen van God.
Maar wat een totaal andere sfeer is dit dan bedacht zijn op de dingen van de mensen! Stel je voor, neem eens iets heel praktisch: Ik begin mijn nieuwe dag, morgen, niet met het op menselijke wijze doortrekken van de lijnen uit het verleden -van gevolg en oorzaak- naar de toekomst toe. Dat is de beweging van Petrus. Vanuit het verleden logisch doordenken naar de toekomst. En Petrus zegt: "God verhoede het! Ik kan alleen aan rampen denken als ik dit zie." Hij heeft Jezus woorden totaal niet begrepen, hij heeft niets verstaan van dat heel bijzondere moeten. Jezus' woorden zijn totaal anders. Want Jezus maakt precies de omgekeerde beweging. Hij gaat uit van God, en wat God doet, wat Hij gezegd heeft in zijn heilsplan, wat zich vervult in de toekomst, en van daaruit gaat Hij naar het heden. Hij leeft heel teer en onbevangen vanuit dat wat van God op Hem toekomt. En daar zitten ook dingen bij die zeer doen en die vreselijk moeilijk zijn, en toch gaat Hij. Want Hij weet, net als Jozef, dat het straks daar uitkomt bij dat heilsplan. Dat zijn leven op weg is naar de toekomst van God. Er staan erge dingen te gebeuren, maar daarin komt God op ons toe!
In de Zoon, in zijn heilsplan, en dat neemt eigenlijk alle angst weg! Dat is bedacht zijn op de dingen van God. Even een uitstapje. Hier wil ik even iets breder over mijmeren. Mensen denken dus aan wat er van komt. "Dat komt ervan", zeggen we. Maar God denkt wat er van kan worden! Dat is een heel andere manier van denken. Mensen denken vanuit het verleden dwangmatig in een gesloten wereldbeeld naar de toekomst. Maar God? God komt vanuit de toekomst, en Hij denkt, als Hij aan onze dagen denkt, wat Hij ons wil laten zien en Hij is bezig met de vervulling van Zijn plan. En wanneer wij zo doen, zo met God meedenken, verdwijnen voor ons alle zorgen. Mensen trekken dus de lijnen vanuit het verleden naar wat logisch volgt morgen, God begint bij morgen en gaat vandaar uit naar ons heden. Hij komt ons tegen. Hier zijn dus twee totaal tegengestelde denkwijzen. Satan bindt ons altijd vast aan het verleden. Want het verleden is de bron van aanklacht, ons verleden is de bron van onze zorgen, het verleden is de bron van onze angsten, uit het verleden komt dreiging, kijk eens wat er gebeurd is? En wat er dus logisch nog gaat gebeuren? Maar God bevrijdt ons altijd vanuit de toekomst.
Vanuit de toekomst wordt ook eigenlijk het verleden pas gemaakt! Ons verleden wordt pas in de toekomst gemaakt. Onze westerse technische wereld, onze wetenschappelijke cultuur denkt helemaal vanuit het verleden. Eigenlijk is wetenschap de lijnen vanuit het verleden doortrekken naar de toekomst, en daar zijn wij groot door geworden, door de uitvinding van de wiskundige reeks, zegt Prof. J. H. van den Berg. Die zegt: "We zijn groot geworden door het uitvinden van de wiskundige reeks, want als je drie in de reeks weet, dan weet je hoe de rest gaat lopen." Maar Jezus, en de openbaring van God, leren ons te denken vanuit de toekomst! Wat een verschil tussen dat bedacht zijn op de dingen van de mensen en het bedacht zijn op de dingen van God! We zijn in een demonische greep gekomen met onze wetenschap en techniek en we hebben het zelf niet door, evenmin als Petrus het doorhad. Want we zijn eigenlijk helemaal bevangen door dat gesloten systeem van gevolg en oorzaak - zo gaat het- en we voelen ons gedetermineerd. En ja, daarom maken we ons zoveel zorgen, net als Petrus dat deed. Want hij zegt: "Dat verhoede God!" Want wij trekken de lijnen door en we zien het uitlopen in verschrikkingen!
We worden bang, en de duivel neemt Petrus en ons in zijn greep. En Jezus herkent dat direct, Hij stelt daar tegenover dat heilige moeten. Die vier keer, want dit is nog maar de eerste keer, die vier keer herhaalde aankondiging van het lijden is in het evangelie een groot monument van denken vanuit de toekomst. Denken vanuit de toekomst van God die alles openhoudt. Het maakt niet bang, want het is open! En het laat ruimte voor Hem en zijn heilsplan. Dat ga ik nog weer eens heel praktisch proberen handen en voeten te geven. Bijvoorbeeld wanneer het gaat om de houding waarmee ik iedere dag begin. Ga ik helemaal in de lijn van het verleden door, dan denk ik: "Wat moet hier niet allemaal uit worden?" En ik wordt bang. Maar als ik denk aan wat er gebeuren kan en dat de Here iedere dag op mij toekomt, en dat Hij dwars door alles zijn toekomst zal opendoen, en dat het daar de Messias om begonnen was, dat God er is, dan word ik rustig en dan vertrouw ik op Hem. Bedacht zijn op de dingen van God is erop vertrouwen dat God op mij toekomt. En dan heb ik toekomst. Bedacht zijn op de dingen van de mensen, dat is mij zorgen maken waar het allemaal toe leiden zal.
Nu pas begrijp ik die eenvoudige typering van Jezus. Die eenvoudige typering waarvan ik zei in het begin van de preek dat het eigenlijk alles omvat. Het leert ons een totaal ander beeld van God. Het opent ons de ogen voor een veel diepere heilsweg en het stuurt ons in de richting van een nieuwe overgave. Dat zijn de laatste dingen die ik dan tenslotte over dit woord vanuit de context wil aanreiken. Eerst dus dit: Bedacht zijn op de dingen van God, dat is eigenlijk je helemaal de mentaliteit van God eigen maken. Ik heb me laten vertellen dat dat bedacht zijn op de dingen van de ander me vereenzelvigen met de mentaliteit van de ander, en dat dat eigenlijk het geheim is van alle succes. Als je een goede secretaresse wilt worden die carrière maakt, dan moet je je vereenzelvigen met de mentaliteit van je baas. Als je een goede jager wilt zijn, die z'n prooi wil vangen, dan moet je je helemaal vereenzelvigen met de gang van het dier. En het is in ieder geval het geheim van ieder huwelijk, ieder goed huwelijk: je moet bedacht zijn op de dingen van de ander. Niet dat we daar altijd zo goed in zijn, maar, is het er niet, dan mislukt het huwelijk. Zo is het ook in ons huwelijk met God.
Bedacht zijn op de dingen van God, dat betekent steeds weer opnieuw ons vereenzelvigen met zijn mentaliteit. En dat betekent hier dat we onze ingeboren gevoelens tegenover God als de God die veraf staat, de onbewogen beweger, dat we die moeten wegschuiven. Dat is God niet, de God van Jezus is niet de onbewogen beweger, maar dat is de God die heel diep bewogen is, tot het offer bereid, want daar raken we het diepste geheim van Goede Vrijdag, dat God tot het offer bereid was. De God, de Vader van Jezus Christus is zelfs tot het offer van het leven van zijn eigen Zoon bereid om onzentwil. Nu, dat is natuurlijk een totaal ander beeld van God. En Jezus zegt: "Op die God moeten we bedacht zijn." En het tweede wat Hij ons leert is dat Jezus aan de hand van dat heilig moeten laat zien dat er van dat herstel van de schepping nooit iets terecht komt als het niet gaat via Goede Vrijdag en Pasen, om tot glorie te komen, tot overwinning, tot herschepping, totale vernieuwing. We hebben dat gezongen in ons eerste lied. "Dit moet eerst gebeuren", zegt Jezus.
"De graankorrel moet eerst sterven wil ze duizendvoudig vruchtdragen." Dat is het tweede wat we zien, dat sterven als de dood van een offerdier, daar wordt het ook mee vergeleken. En zo'n offerdier heeft maar één roeping, en dat is zich vereenzelvigen met degene die offert. Dat is het wat God doet in zijn heilsplan met ons. Hij is voortdurend aan het werk geweest om te denken: Hoe kan Ik nu mijn volk zo redden uit de nood van haat, eenzaamheid, dood, ziekte, kanker, depressies, alles wat het bestaan verduistert, hoe kan Ik hen nu zo redden, dat ze hun eigen vrijheid behouden, dat ze hun schuld beseffen, dat ze tegelijkertijd voelen hoeveel Ik van hen houd, dat ze de hoop vasthouden dat straks alles goed komt? Dat kan alleen door het offer. Die weg heeft Hij gekozen. In Gods hart zit tot offer bereide liefde. En overal is Hij maar op één ding bedacht. En dat is: Hoe kan Ik de mensen dat laten voelen? Want als ze dat zien en absoluut zeker weten, dan zijn ze in wezen al gered. Als ik in mijn eenzaamheid of in mijn moeheid of in mijn verdriet over gemis of in mijn doodsangst zelfs mijn oog op het kruis houd gericht, dan is voor de helft reeds mijn lijden verlicht.
Ik ben niet meer alleen, maar wij zijn met zijn beiden. Mijn doorngekroonde broeder staat mij bij in het lijden. Dat is het wat opgesloten zit in het bedenken van de dingen van God. God denkt in processen, in groei, we hebben er vorige keer over gesproken. Hij gaat hier iets planten dat daar vrucht draagt. In het midden van de geschiedenis, in de volheid der tijd, heeft Hij daar zijn grote graankorrel gezaaid. En nu zijn we aan het oogsten. En het mondt straks uit op de jongste dag. Want ieder mens die in het kruis van Golgotha die vergevende liefde van God ziet en aanvaardt, die is al een stukje van de oogst. En dan tenslotte zegt Jezus: "Ja, die oogst en die reddingsweg, die moet ook in ons leven wortelschieten." Dat is het laatste, daar mondt dit gedeelte in uit. Het moet in ons leven rijpen en vruchtdragen. Ook dat hoort op het bedacht zijn op de dingen van God en niet van de mensen. Vers 24 - 28 gaan daarover. Jezus navolgen als de Messias betekent altijd ook dat je je beweegt in die stroom van offerbereide liefde. Niemand zal ooit zijn eigen leven echt kunnen leiden en tot zijn doel zien komen als hij of zij zelf niet leert om te gaan in het voetspoor van Jezus.
Dat betekent wat we lezen in Filippenzen 2. Het grote groeiproces gaat altijd langs de weg van het jezelf loslaten. Wat we daar lazen: jezelf geven, niet eerst denken aan mijn eigen belang, maar aan dat van anderen. Dat is bedacht zijn op de dingen van God en niet van de mensen. En dat kunnen we in de kracht van Jezus. Blijven we buiten zijn krachtenveld dan breekt het ons steeds weer bij de handen af en dan lukt het ons niet. Maar blijven we bij hem, dan helpt Hij ons om te groeien, zelf ook uit te groeien tot een echt mens, zoals de Schepper ons natuurlijk van de aanvang af bedoeld heeft. Dat alles zit opgesloten in het bedacht zijn op de dingen van God. Om ons dat te leren ging Jezus die ondoorgrondelijke gang naar Jeruzalem, wat Petrus niet begreep. Hij begreep niets van dat moeten. Hij begon weer te denken vanuit het verleden, hij liep in de fuik van de boze. Vandaar Jezus' felle verzet tegen dat omzeilen van Golgotha. En vandaar ook zijn oproep niet de dingen van de mensen te denken, maar de gedachten van God.
Er is geen kloof zo diep, geen zonde zo groot, geen ziekte zo uitzichtloos, of we rijzen er langs de weg van de Messias weer uit op, in Hem, en met Hem die ons heeft liefgehad. Dat zijn de dingen van God en niet van de mensen. Want dat is alles wat Hij bereid heeft voor hen die hem liefhebben. Amen. Voor reacties: mail naar Wim Rietkerk. Meer info over de Nederlands Gereformeerde Kerk van Utrecht op Internet: gjkole@knoware.nl