Gemeente van Christus, De hoofdzin die ik voorlas luidt dat God alle dingen met zich wil verzoenen door Hem. Wij vieren vanmiddag het avondmaal en dat is het feest van de verzoening. Wat is verzoenen eigenlijk? Verzoenen doe je als je twee tegenover elkaar staande partijen weer tot elkaar brengt. Ik zie dat nog voor me deze week op de televisie: in Israël Netanyahu aan de ene kant van de tafel, en Arafat aan de andere kant, en dan die stijve handdruk over de tafel heen. Dat is natuurlijk wel een heel mager voorbeeld van een wel heel magere verzoening. Maar een voorbeeld is het. Twee daarvoor totaal gescheiden partijen zaten aan één tafel. Verzoening vooronderstelt dus dat er vlak daarvoor scheiding was. Tweeheid, gescheidenheid, vijandschap. Al deze woorden, ook hier in de tekst in vers 20-24, gebruikt de bijbel altijd weer voor de wereld zonder God. De bijbel zegt: "Eigenlijk is deze geschapen werkelijkheid losgeraakt van God." Twee partijen, vervreemding, scheiding. Deze wereld is niet verzoend met God. En wij ervaren dat ook zo. Wij ervaren deze wereld ook los van God, zonder genade. Waar is God in België, bij die macabere vondsten van al die kinderslachtoffers?
En waar is genade daar in Irak voor de Koerden met een wrede tiran? En veel minder dramatisch en veel dichter bij huis: waar is de Heilige Geest in een laboratorium? En als je door een supermarkt loopt, waar ervaar je dan iets van God? God hier en de wereld daar, het zijn twee werkelijkheden, twee kampen, even ver van elkaar verwijderd als de hemel van de aarde. En op sommige heilige momenten en op sommige heilige plaatsen is er even een contact, bijvoorbeeld bij het avondmaal, mits goed gevierd. Maar inderdaad, ook wij beleven verder de aardse werkelijkheid hier los van God. Twee partijen, onverzoend. Wat we nu vanmiddag horen in de Colossenzenbrief en wat we met elkaar gaan vieren, dat is iets heel bijzonders. Het is dit dat God met die tweeheid nooit genoegen neemt en ook nooit genoegen zal nemen. En nog een stap verder, dat het ook zo door God nooit gewild is.
En daarom zegt de apostel Paulus met die ongelooflijke zin: "Het heeft God behaagd om met zijn ganse volheid -dat is een term die hij overneemt van de dwaalleraren in Colosse, daar vertel ik straks meer van- in die ene persoon Jezus Christus woning te maken, om dan, door Hem vrede gemaakt hebbende, alle dingen weer met zich te verzoenen." Zo is die zin. En er zit in dit hele gedeelte, als je de woorden van de apostel leest en herleest, een soort pleitvaardige toon. Het lijkt alsof hij in een gevecht is gewikkeld. Dat voel je door dat steeds herhaalde 'alles', 'alle dingen', 'alles'. Hij zegt tot zeven keer toe 'alles' en 'alle dingen', alsof hij vecht tegen een dwaalleer. Die was er ook inderdaad, die zei: ja, sommige plaatsen, sommige plekken, maar niet alles! En daartegen vecht Paulus nu precies in deze Colossenzenbrief. Hij vecht tegen een dwaalleer die de kracht en de betekenis van Jezus beperkt tot bepaalde plaatsen, bepaalde momenten, een beperkte ruimte, een lokaal gebeuren: iets voor ons maar niet voor anderen; voor een deel van mijn leven, maar niet voor heel het leven; voor een bepaalde plaats, de kerk, maar niet voor het laboratorium.
En dat ziet Paulus in Colosse als het grote gevaar waar hij zich tegen keert. De dwaalleraren in Colosse waren mensen van een joods-hellenistische achtergrond, ze hadden een mystieke visie op de werkelijkheid, die je kunt vergelijken met dat wat je vandaag bij de New-Age beweging aantreft. Als je een boek leest uit de New-Age beweging, bijvoorbeeld de Celestijnse belofte, dan lees je dat Jezus daar ook op een hoog voetstuk wordt geplaatst. Het is heus niet zo dat ze niet geloven in Jezus Christus. Maar ze zeggen: "Kijk, de ganse volheid van God zit in de veelheid, want God werkt door een veelvoud van -hier zegt Paulus overheden, machten, tronen, dat citeert hij allemaal van die dwaalleraren- vandaag zeggen ze door een veelvoud van energieën werkt de volheid van God om ons opstijgend uit deze materiële wereld heen te werken naar de gemeenschap en de harmonie en de vrede enzovoort." Zulk soort dwaalleraren waren daar in Colosse ook aan het werk.
En het is heel apart dat Paulus hier regelrecht op zijn doel afgaat als hij zegt: "Het zou de totale ondergang van de gemeente betekenen en het is een aanval op het hart van de kerk, als we Christus opbergen in een hoek, als we Hem beperken tot een deel, als we zeggen: Ja, Christus is er ook, voor een bepaald onderdeel voor ons, als we Hem alleen op de zondag zien, en Hem zien als degene die de genade aan ons geeft. Maar daarnaast is er de natuur, en de samenleving, en het gewone leven van maandag tot zaterdag. En dat delen we met anderen, die eigenlijk even materialistisch zijn als wij, en even wanhopig bij het journaal als wij, en even vervreemd van alle leven van God als wij zijn." Daartegen richt zich nu de apostel Paulus met een boodschap die ons doet duizelen. Want hij zegt: "Die ganse volheid, waar jullie het steeds over hebben, die heeft God alleen in Jezus woning doen maken. En door Hem is Hij in een proces bezig om alle dingen weer met zich te verzoenen." Alle dingen! Dus ook die zinloze moorden in België, en ook Irak, en ook het laboratorium, en ook de supermarkt, inderdaad.
De verzoening begint dus wel bij het avondmaal en bij de viering van de verzoening, het begint op Golgotha, maar vandaar uit wil ze verder! Dat is die zin: Nadat Hij vrede gemaakt heeft door zijn bloed aan het kruis, strekt het zich daarna uit tot alle dingen, de zichtbare en de onzichtbare dingen, alles wat er is tussen hemel en aarde. Heel de kosmos met alle machten en tronen die daarin werkzaam zijn" En Paulus citeert van die goddelijke uitstralingen die men in die tijd benoemde met allerlei namen. En zegt hij: "Ze worden weer allemaal met God verzoend." En hier gaat Paulus zo ver dat het ons helemaal duizelt: "Ze zijn eigenlijk allemaal al in en door en voor Christus geschapen!" Jezus is niet alleen de eerstgeborene uit de doden, -want dat geloven we-, maar Hij is de eerstgeborene van de ganse schepping, van de zichtbare en de onzichtbare dingen. Bomen bloemen, planten, dieren, stenen, zon en maan, maar ook de machten, de onzichtbare machten die in deze werkelijkheid werkzaam zijn, die zitten achter de wetenschap, achter de techniek, achter de politiek, achter de economie, ja ze ontlenen hun nu tegen God gerichte kracht eigenlijk alleen aan Hem.
Ik stel me niet voor dat ik u vanmiddag de diepte en de omvang van het woord dat de apostel hier gebruikt zou kunnen uitleggen, maar wat we willen is, ons openstellend voor dit woord, dat we een besef krijgen, dat een besef wakker wordt van iets dat we tot nu toe maar nauwelijks beseffen. En dat is hoe groot en hoog en alles omvattend de reikwijdte is van die ene persoon Jezus Christus. Ik denk dat we allemaal wel vertrouwd zijn met de woorden dat we in en door Hem gered zijn. En dat we in en door Hem deel hebben aan de genade van God. Dat geloven we. Maar dat we ook in en door Hem geschapen zijn! Dat is het nieuwe wat Paulus er hier aan toevoegt. Dat we ook in het laboratorium in Hem zijn, als we proeven doen, en dat we ook die vermoorde meisjes in Hem mogen zien, en Saddam Hoessein, onder Zijn zeggenschap! Ja, dat God bezig is alle dingen met zich te verzoenen. Dat is iets, dat is ons totaal nieuw. We zijn eigenlijk provinciaal geworden in ons geloof, wellicht dat het daardoor zijn vleugels verloor. En daar brengt Paulus ons hier in deze Colosse-brief bij terug.
Hij brengt daarin een totale verandering teweeg door ons te verkondigen: Jezus Christus is de eerstgeborene van de ganse schepping. Ik grijp even terug op psalm 89. Daar komt dit voor, in vers 28, en het betekent niet per definitie een volgorde: de eerstgeborene die het eerst in een tijd, in een volgorde, geboren is. Je kunt moeilijk zeggen dat Christus de eerste is die geboren is. Christus is in het midden van de geschiedenis verschenen. Maar als we psalm 89 lezen zien we iets heel aparts, daar staat: David werd door God tot eerstgeborene gemaakt, hij was ook geen eerstgeborene. Hij zal zeggen: Mijn Vader, mijn God, rots van mijn heil, en God zal hem zeggen: Ja, ik zal hem stellen tot een eerstgeborene, tot de hoogste van alle koningen. Eerstgeborene betekent dus niet een volgorde, maar een rangorde: "Ik zal hem stellen tot de hoogste van alle koningen." Je mag het dus ook zo zeggen dat Jezus Christus de eerstgeborene is onder alle schepselen, dus niet alleen van degenen die uit de doden zijn opgestaan, de geredden, maar van alle schepselen op de hemel en op de aarde, dat betekent dus dat zij allemaal op Hem zijn aangelegd. De schepping was al aangelegd op de verlossing.
Toen God alle dingen schiep, schiep Hij heel die werkelijkheid met een wortel, zou je kunnen zeggen. Hij schiep ze in Hem en door Hem en tot Hem. Ze zouden dus in Hem, in Christus, doel en ontsluiting vinden. Om bij dat beeld te blijven: planten hebben een wortel, maar die zie je niet want die zit onder de grond. Zo zit in alle dingen in de hemel en op de aarde als het ware een onzichtbare oorsprong, een onzichtbare onderkant. Om een ander beeld te gebruiken: God gaf ze een onzichtbare formule mee, een code, die er helemaal uitkomt als Jezus verschijnt, de logos, zegt Johannes 1. Of om het nog anders te zeggen: Alles wat geschapen is, wat we zien rondom ons heen, overal waar we komen, wijst boven zichzelf uit, dat is zichzelf niet genoeg, het vraagt om voltooiing, het vraagt om een ontsluiting, en die heeft God gegeven toen Hij Zijn Zoon gegeven heeft. Maar dat had God al in alle dingen gelegd toen ze geschapen werden. Wat Paulus hier verkondigd is ongelooflijk verstrekkend, want dat betekent dat dus de wereld al aangelegd is op Jezus!
Eigenlijk is de kerk dus een tijdelijk instrument om dat de hele wereld duidelijk te maken, maar daarna gaat God weer verder om alle dingen, heel de wereld, met zich te verzoenen. Het is misschien speculatief, maar ik denk: als er nooit een zondeval was geweest in het paradijs, als er geen verstoring was geweest van de harmonie, geen tweeheid, geen vijandschap, geen dood, dan was nòg heel de schepping aangelegd geweest op de komst van hun Koning, dan had nòg heel de wereld, oceanen en bossen, de volkeren, de mensen, de dieren, dan zouden ze in eerbied gewacht hebben op de verschijning van hun aller Koning, waarvan Adam als het ware de voorbode was. Maar zo is het niet gegaan. De zondeval is gekomen -en hier concentreren we ons speciaal op het avondmaal-, en Adam werd van wegbereider rebel, en in plaats van harmonie kwam scheiding, vervreemding en schuld, en dat zit achter die totale vervreemding van de schepping. Dus toen de Koning verscheen moest Hij eerst die schuld verzoenen, de orde die geschonden is rechtzetten.
En daarom moest Jezus eerst op Golgotha de zonden van de mensen verzoenen, en daarom heeft Hij eerst vrede gemaakt door het bloed van het Lam, zoals we ook hier weer lezen, door het kruis op Golgotha, de kern van het evangelie. Maar niet om daarbij halt te houden, maar om van daaruit weer alle dingen met zich te verzoenen! Dat is de tweede dimensie in dat woord verzoening. Het betekent dat eerst de schuld wordt uitgewist, partijen worden weer met elkaar verenigd, maar daarna breekt het uit in levensherstel. Het recht is voldaan, het leven kan weer opbloeien. Na het brood komt de wijn. Nu komt de Zoon van God pas toe aan zijn eigenlijke missie, en dat is: heel die aangelegde schepping weer in eenheid brengen met God. De totale wederherstelling van alle dingen. De cherubs die met een vlammend zwaard de toegang tot het paradijs en de toegang tot de boom des levens bewaakten, vanwege onverzoende zonden, die komen weer terug, maar ze komen te staan met open vleugels op de ark der verzoening, boven op de verzoendeksel. En wie daar verzoening krijgt zal hen ginds op de weg ten leven niet meer aantreffen, de weg naar de levensboom is daarmee opengebroken.
En zo zijn we allen omgeven door een goddelijk proces waarin God bezig is om alle dingen weer met zich te verzoenen. Overal moet de gebroken draad met God weer worden aangeknoopt. Ik vat nu samen. Overal moet de gebroken draad met God weer worden aangeknoopt. Vanuit de zondag op de maandag. En ineens zie ik in die dode kinderen in België het gelaat van de gekruisigde, de keerzijde van het heil. Dat mag je zo zien. En ik vat moed, want heel de schepping wordt van het juk van de vergeefsheid bevrijd. En ik zie in Saddam Hoessein de laatste stuiptrekkingen van de duivel die weet dat hij de strijd al verloren heeft. En ik zie in het laboratoriumonderzoek dat ieder levend ding wat onderzocht wordt een geheim draagt, een scheppingsprincipe heeft wat je met een microscoop nooit zult vangen. Het wijst boven zichzelf uit. En ik ga boodschappen doen in de supermarkt met de Here Jezus in mijn hart. Daar sprak Zacharia al van: "Zelfs op de bellen van de paarden zal staan: de Here heilig." Heel het leven komt onder Gods beslag. En ik ga steeds dieper de grootheid en de glorie van Jezus zien, en ik ga Hem natuurlijk ook steeds meer verwachten.
Dat is de uitwerking van die grote woorden van de apostel als hij zegt: In Hem zijn alle dingen geschapen, op Hem is alles aangelegd. Uit Hem zijn alle dingen, tot Hem zijn alle dingen, voor Hem zijn alle dingen. Hem zij de eer in alle eeuwigheid. Amen. Terug naar de verkondiging. Voor reacties: mail naar Wim Rietkerk. Meer info over de Nederlands Gereformeerde Kerk van Utrecht op Internet: gjkole@knoware.nl