Gemeente van Christus, We beginnen deze morgen de lezing van de Colossenzenbrief. Die brief is eigenlijk heel spannend, want ze laat ons feilloos zien wat er bij ons mis is, en ook hoe het goed kan gaan. En waar de trein van de rails is gelopen, want dat er in onze tijd iets met het christendom aan de hand is, dat zal niemand ontkennen. Hier in West Europa is in de tijd van één generatie de helft van het aantal kerkleden weggegaan. En in bijna alle West-Europese landen zijn de christenen nu een minderheid geworden. Wat ging er mis? Ik lees deze brief van de apostel Paulus als aan ons geschreven. Trouwens, zo moet je de bijbel altijd lezen, dat is nu het unieke van de bijbel, wat hem onderscheidt van alle andere knappe, geleerde, mooie, ontroerende boeken in de wereldliteratuur. Wat de bijbel daarvan onderscheidt is dat door de bijbel God tot u, tot mij, tot ons spreekt. Dus als we de bijbel lezen werkt de Geest van God zo dat dat woord gericht wordt tot mij. Dat is het geheim van de bijbel, en zo lees ik dus ook deze brief.
Je zou in dat opzicht het opschrift best mogen veranderen en kunnen zeggen: Paulus, door God aangesteld als apostel, en Timotheüs de broeder, aan de trouwe gelovige leden van de Jeruzalemkerk, Tuindorp Oost. We wensen u de genade en de vrede toe van God onze Vader. Zo begint Paulus altijd met een groet. Een fijne groet, want inderdaad, genade en vrede ligt aan de basis van alles. Maar dan: hoe begint hij zijn brief? Het meest opvallende bij de brieven van Paulus is dat hij altijd begint met te vertellen waarvoor hij bidt en waarvoor hij dankt. Bijna al Paulus' brieven beginnen met een inkijkje in de keuken van zijn leven, wat je zou kunnen noemen de verborgen achtergrond achter al zijn werk. Eigenlijk de onzichtbare achterkant van alle christelijk werk en al het werk in de gemeente voor kerk en evangelie. Als we dus de vraag stellen: Wat ging er mis?, dan mogen we in de eerste plaats denken aan de achterkant van het christelijk werk. In het Oude Testament lezen we daar een prachtig beeld van: Het zijn de opgeheven handen van Mozes, die niemand zag. Hij zat op een verborgen plek boven op de berg, terwijl Israël in het dal streed met Amalek. Maar wat niemand zag dat was beslissend.
We lezen daar: zolang Mozes zijn beide handen geheven hield won Israël de slag tegen Amalek, de vijand van God. Maar zodra Mozes de handen liet zakken dan verloor Israël de strijd. En zo kwamen Jozua en Hur hem ondersteunen, zodat hij die dag van 's morgens vroeg tot 's avonds laat de handen geheven hield. Dat is het eerste wat we lezen in de brieven van Paulus, hij is eigenlijk de Mozes van het nieuwe verbond. Het eerste wat hij zegt is dat hij zijn handen geheven houdt naar het heiligdom. Je zou je kunnen afvragen, als je de kerk in West-Europa ziet, ook in ons land, dat er in één generatie zo velen de kerk verlaten, zou dat misschien komen omdat onze handen moe zijn geworden? Hebben we die laten zakken? Laten we die zakken? Zijn we traag in de gebeden? Dan krijgt Amalek de overhand. Het is in ieder geval een punt om vast te houden en om met des te meer aandacht te luisteren naar waar Paulus dan voor bidt. Dat vertelt hij allemaal tot in detail. Leren bidden zoals Paulus deed, dat is het waar we vanmorgen mee bezig zijn. Wat valt op in dit gebed? Hoogte, diepte, lengte en breedte, dat zijn vier opmerkingen die ik wil maken over dit gebed van Paulus. In de eerste plaats: breedte.
Paulus bidt voor een gemeente die hij nog nooit heeft gezien. Hij was nooit in Colosse geweest, een stadje in Klein-Azië, dat ontstaan was onder de prediking van zijn medehelper Epafras. In het eerste hoofdstuk, vers 7, vertelt Paulus daar al van. En Paulus heeft er alleen van gehoord. "En sindsdien", zegt hij, "bid ik voor jullie onophoudelijk." Ik denk dat Paulus een soort van veldheer-gevoel heeft gehad, met een strategisch overzicht: Schitterend, op die flank halen we grote overwinningen, daar heb ik grote verwachtingen van, en al ben ik er niet persoonlijk bij geweest, toch zal ik dat met mijn gebed aanvuren. Dat doet Paulus dus ook als hij er niet persoonlijk bij betrokken is. Zoiets zit ook achter ons gebed voor de volkeren iedere zondag: aanvuren wat elders gebeurt. In vers 6 zegt Paulus: "Het evangelie wast op en groeit over de hele wereld!" Paulus heeft een wereldwijd uitzicht: het wast op en draagt vrucht. "Het produceert overal waar het wordt verkondigd christelijk karakter" zegt de bekende engelse vertaling van Philips. En als het laatste volk is bereikt komt Jezus terug. Want dat is de inzet van de evangelie-verkondiging, dat staat in Mattheüs 24.
En dus ziet Paulus de dingen heel breed. Hij voelt zich net zo betrokken bij de gemeente in Spanje als bij de gemeente in Azië. Christenen hebben op de één of andere wijze altijd per definitie een mondiaal besef. "Think global, act local", (denk mondiaal, handel plaatselijk), dat is christelijke taal. Een 'boven-nationale' visie hebben we. Paulus leert ons breed te bidden voor heel Gods werk. Het tweede dat opvalt gaat meer in de diepte. Paulus begint met te danken. Om het nog scherper te zeggen: Paulus bidt alleen voor die dingen, waar hij eerst voor heeft gedankt. Dat is een diepe, sta daar maar eens bij stil. Het heeft me ontzaglijk getroffen: bidden voor iets waarvoor je eerst hebt gedankt! Wij gaan, als we bidden voor andere mensen, er altijd direct toe over om te bidden voor datgene wat ze missen. Maar daardoor komt ons bidden op het verkeerde spoor. Het wordt dan ook heel vaak moraliserend bidden. We brengen onze eigen onvrede over onszelf en over anderen, alle tekorten, tot uitdrukking. En daar word je niet vrolijk van. Hoe vaak heb ik dat niet meegemaakt, bij mezelf en bij anderen. Wij bidden voor dat wat we missen.
Maar Paulus bidt niet voor wat hij mist maar voor wat hij heeft en waarvoor hij eerst God dankt! Kijk maar: "Te allen tijde danken we God voor het geloof in de Here Jezus wat is ontstaan. En te allen tijde danken we God voor de liefde die van jullie uitgaat naar zoveel gelovigen. En te allen tijde danken we God voor de hoop die voor jullie is weggelegd." Het is eigenlijk psalm 134 (zie preek 25 aug. '96) in praktijk gebracht. Eerst zegent Paulus God om wat Hij gedaan heeft. En hij zegt: "Gezegend zij Uw naam, voor wat U gedaan heeft", en pas dan komt hij op dat volgende. Dat vind ik iets heel bijzonders, het was voor mij nieuw toen ik dat ontdekte: eerst danken en dan bidden, en dan bidden voor precies dat waar je net voor gedankt hebt! Want dat doet Paulus, hij bidt om meer van hetzelfde! Ik denk dat we dat vergeten zijn, dat aanvurende bidden. Paulus bidt niet voor wat hij mist, maar voor wat hij vindt. Hij bidt niet voor de afwezigen, maar voor de aanwezigen, niet voor iets dat er niet is, maar voor groei in dat wat God wel gegeven heeft. En als dan die gemeente sterker en vuriger wordt, dan gaat daar natuurlijk ook werking van uit naar die afwezigen.
Maar dat is de orde, God werkt via de rest naar het geheel. En daarom zien we Paulus zo bidden als hij hier doet. Ik vind dat de diepte van Paulus gebed. Gefundeerd op dat wat God gedaan heeft en bezig is te doen. Dan de laatste punten, lengte en hoogte. Paulus gaat verder: "Daarom -u ziet dat dat gebed dus verbonden is aan dat danken- bidden wij nu ook sinds de dag dat we dit gehoord hebben". Je denkt soms dat Paulus hele dagen gebeden moet hebben, want waar die man niet allemaal voor gebeden heeft, en dat allemaal onophoudelijk, dagelijks, en waar bidt hij dan om? Om meer van hetzelfde! Hij bidt om een totaal ander leven: de levensheiliging. Ik zal de werkwoorden even laten zien, dan kunt u zien wat Paulus zegt in dit gebed, want het zijn veel woorden. INZICHT om: de Here waardig te WANDELEN 1. VRUCHTDRAGEND 2. GROEIEND in KENNIS 3. VERSTERKT WORDEND in KRACHT 4. DANKEND in BLIJDSCHAP Waar hij dus om bidt (vers 9), dat kernwoord in het begin: daarom bid ik dat u met de rechte kennis van Zijn wil vervuld mogen worden in alle wijsheid en geestelijk INZICHT. Hij bidt dus eerst heel praktisch. Niet om een hoofd vol kennis, maar om praktisch begrijpen van wat God wil dat u doet.
Ik vind het wel verrassend dat hij daarvoor bidt. Hij wil graag dat ieder lid van de gemeente bezig is met zich af te vragen: Wat wil God nu dat ik doe? En daar heb je wijsheid voor nodig, en geestelijk inzicht en begrip. En die verdere werkwoorden volgen daaruit: om de Here waardig te WANDELEN. Dat is wat hij daarna vraagt. En dat staat in het midden, en daarna volgen 4 toevoegingen. In het Grieks heel logisch: vruchtdragende, groeiende in kennis, versterkt wordende in kracht, en dankende met blijdschap. Dat zijn die vier dingen waarin dat moet uitkomen, en die staan dus logisch aan dat wandelende toegevoegd. Zo zit dat gebed in elkaar. En wat valt dan op? Het hoofdwerkwoord in het midden van dat gebed: WANDELEN. Dat is een metafoor. Wandelen is bij Paulus de christelijke levenswandel, dat is als een veranderd mens leven. Daar bidt hij voor, dat die gemeente mag gaan leven als radicaal veranderde mensen. En alle kennis, inzicht, wijsheid, geloof waar Paulus om bidt, waarvan hij bidt dat we ermee vervuld mogen worden, daar is hij in geïnteresseerd.
Paulus is niet geïnteresseerd in formele dingen, of we wel lid zijn van een kerk, -dat moeten we natuurlijk wel zijn, maar dat is een formaliteit-, hij is er in geïnteresseerd of we wel werkelijk christelijke levenswandel vertonen, daar bidt Paulus voor, dat het vernieuwde mensen mogen worden. We hebben helden en heiligen nodig, en omdat we die missen gaat iets van de fascinatie van het christendom verloren. God wil uit gevallen, gebroken mensen, kinderen van Adam, nieuwe mensen maken. Met een heel andere levensstijl. En Hij is geen professor, die achter Zijn bureau een nieuw ontwerp zit uit te werken, maar Hij is eigenlijk een HTS-er, iemand die het realiseert, die het in de praktijk wil waarmaken. En de nieuwe mens, dat is Jezus, dat is de mal, het model, en God gaat al die kromgegroeide mensen in die mal slaan, naar dat model omvormen, en zo leert Hij ze vertrouwen, dat is het eerste wat we moeten leren: vertrouw op God! En zo leert God hen gehoorzamen, en de goede keuzes maken, en zo leert Hij ons protesteren. En zo leert Hij ons radicaal ervoor te gaan. De grootste werfkracht van de kerk is niet de moraal - dat wij zo goed weten hoe het moet.
Nee, het is het levende voorbeeld, al is het maar van één mens, die in de praktijk brengt wat we geloven. Moet je nagaan wat één mens, denk maar aan Moeder Theresa, voor uitstraling kan hebben omdat zij nu ook werkelijk doet wat Jezus gezegd heeft. Wat wij nodig hebben, en wat de Here zoekt, zijn mensen die er helemaal voor gaan, maar dan ook helemaal. Alles wat ze doen, hebben en geven, dat ze dat doen voor Hem, de Here waardig te wandelen. Daarvoor heb je natuurlijk praktisch inzicht nodig, geestelijk inzicht, wijsheid, maar dit alles met de bedoeling dat ik dan ook de goede keuzes maak! Stel, ik sta voor een keus: Is dit de juiste man of vrouw voor mij? Daar maak ik een punt van: Is dit degene die de Here mij wil geven? Dat is waar Paulus voor bidt, dat wij daar een punt van maken en dan de goede keus doen. Dan bid ik om geestelijk inzicht. Welk beroep moet ik kiezen, welke opleiding moet ik volgen? Allemaal keuzes, en dan maak ik daar een punt van dat ik met die keuze iets wil doen wat de Here behaagt, wat iets van Hem uitstraalt in mijn leven. Hoe besteed ik mijn vrije tijd? Kan ik het zo besteden dat het de Here behaagt? Of hoe ga ik om met een lastige collega?
Daar maak ik een punt van in mijn gebed. Ik denk aan het gebed van Paulus: bidt om geestelijk inzicht en wijsheid, om hierin die keuze te maken die de Here waardig is, die iets van Hem laat zien, van Zijn mildheid en geduld. Naar welke zender kijk ik op televisie? Laat ik porno toe in mijn huis? Waar leg ik de grenzen? Elke dag hebben we met die keuzes te maken. Daar maak ik een punt van, ik bid om geestelijk inzicht, om die keuze te maken waardoor ik iets doe wat de Here waardig is. Het zijn allemaal grote beslissingen die de samenleving beïnvloeden, want hoe kon het ooit gebeuren, zo'n uitbarsting van verschrikkingen, kinderporno en al die verschrikkelijke ontwikkelingen die nu boven water komen? Vrucht van een ontwikkeling! Hebben wij daarin zelf wel op tijd de grenzen gezien, bijvoorbeeld dat sexualiteit iets is wat in de bedding van het huwelijk hoort? Maar we laten het maar gaan, en dan gaat het alle kanten op en dan gebeuren er rampen en dan gaan we zitten kermen, maar de beslissingen waren ver daarvoor.
Zo bidt Paulus voor de gemeente: "Heer, geef hen meer wijsheid, geestelijk inzicht, praktische kennis om de Here waardig te wandelen." En dan komen die vier dingen naar voren: dan ga je vruchtdragen voor God, (we zongen daarvan in Lied 252), dat is dat 'christelijk karakter': mildheid, barmhartigheid, iets van rechtvaardigheid, heiligheid, het zijn allemaal dingen die dan onze persoonlijkheid gaan vormen. Het tweede waar Paulus voor bidt is: groeien in kennis. Maar dan bedoelt hij wel: ervaringskennis, kennis die het gevolg is van gehoorzaamheid. Dat is een ander soort kennis. Je hebt kennis die haal je uit de bijbel, en je hebt een andere kennis die geboren wordt uit gehoorzaamheid. Je hebt keer op keer God gehoorzaamd en gemerkt wat Hij toen deed, en dat geeft je ervaringkennis. Het is fantastisch als je die hebt, die horen we op te bouwen en die groeit dan. En het derde wat Paulus noemt is kracht om het vol te houden: versterkt wordende in kracht. Je hebt kracht nodig om het vol te houden. Geduld om te verdragen en niet te versagen, dat zongen we. En het vierde is: het dankbare besef dat we in het licht leven. Dat is ook iets heel bijzonders: dankbaarheid in blijdschap.
En dat is dan ook het grote waarmee Paulus eindigt. Hij ziet zijn werk in een heel weids perspectief, en daar eindigt hij dan ook mee in die hymne, die dankzeggende hymne aan God, die ons, de gemeente, bevrijd heeft uit de macht der duisternis en overgezet heeft in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde, die ons de verzoening gebracht heeft, en die bestaat uit de vergeving der zonden. Dat zien we bij de doop bevestigd, en dat vieren we bij het Avondmaal. Het Koninkrijk van Gods liefde, daar horen wij bij. Dat is verschenen in Christus, en dat gaat voort, tot Amalek is overwonnen. Zo staat Mozes daar te bidden, en intussen voert Jozua de strijd tot Amalek overwonnen is. Intussen staan wij niet met lege handen, maar worden wij gerecruteerd. Geen dienstplicht meer, maar wel een vrijwilligersleger. Je moet er zelf voor kiezen. Paulus zou zeggen: Ik dank God dat jullie er al voor hebben gekozen, want anders zat je hier niet in de kerk. Hij dankt God voor het geloof in de Here Jezus dat er is, en voor de liefde die wij de heiligen toedragen, en voor de hoop die voor ons is weggelegd. En nu leert hij ons bidden om meer van hetzelfde. Een geloof dat uitkomt in praktisch vertrouwen.
Een geloof dat zichtbaar wordt in dagelijkse keuzes, tegen de verraderlijke, sluwe verleidingen van het kwaad. Denk maar aan de verschrikkingen die vandaag gebeuren. Zo kom ik tot een afronding en een conclusie, na de overdenking van dit gebed van Paulus. Ik begon met: Wat ging er mis? Hoe kon het dat het christelijk geloof in Europa zo ver is teruggedrongen? Dat de kerk is afgeslankt tot een kleine minderheid? En er nu in de samenleving ook verschrikkelijke breuklijnen zichtbaar worden? Het antwoord wat ik uit dit eerste hoofdstuk van de Colossenzenbrief heb gehoord, bestaat uit twee dingen: Waar was al die tijd de onzichtbare achterkant van het christendom, waar waren de Mozessen en de Paulussen? En in de tweede plaats: Waar was de zichtbare buitenkant van het christendom? Als er niet één, maar honderdduizend Moeders Theresa waren zou het aanzien van de aarde veranderen. Al er niet één, maar tienduizend Bonhoeffers geweest waren, zou het aanzien van de aarde veranderen. Als er niet één, maar een miljoen Jimmy Carters -om maar eens wat te noemen vandaag- waren, dat zou toch een heel groot verschil uitmaken.
Als er meer heiligen en helden waren dan zou de kerk weer gezien worden als de voorhoede van een machtig leger, dat geen nederlagen boekt maar overwinningen. Amen. Terug naar de de verkondiging van deze preken . Voor reacties: mail naar Wim Rietkerk. Meer info over de Nederlands Gereformeerde Kerk van Utrecht op Internet: gjkole@knoware.nl