Bijbeltekst: Kolossenzen 2:16-17 — Uit de serie: De Colossenzenbrief, deel 6

Gemeente van Christus, Wij overdenken vanmorgen voor de avondmaalsviering dat eerste woord dat we nu uit de Colossenzenbrief hebben gelezen, dat centrale woord: Laat niemand u blijven oordelen. Ik vind dat een heel bijzonder woord, juist als heenleiding naar de viering van het avondmaal. Want een van de grootste hindernissen die ons tegenhoudt om het avondmaal te vieren dat is juist die aanklacht, van binnen en van buiten. Het schuldige geweten. Die innerlijke stem die zegt: jij denkt wel dat je erbij hoort, maar de mensen moesten eens weten! En dat knagende gevoel van: je voldoet niet, je deugt niet, je hoort er niet bij. Er zijn in de gereformeerde traditie heel veel mensen vaak van het avondmaal weggebleven omdat ze zo'n gevoel hadden. En dat gevoel krijg je zolang je zelf je onder een soort juk voelt staan. En dat juk komt hier in de Colosse- gemeente, waar Paulus deze brief aan schrijft, vooral van de kant van super-geestelijke mensen, die zeiden: raak niet, smaak niet, roer niet aan.

Het waren mensen die heel nauwgezet de oude joodse wetten met de daarop geschreven commentaren van de rabbijnen onderhielden, spijswetten vooral, en ze combineerden dat met een soort van New-Age-achtige inzichten. Over spirituele energieën in voedsel en daaraan verbonden inzicht in de onzichtbare wereld. En daar moest je 'gnosis', kennis van krijgen. En ze zeiden: als je nu dit wel eet, en dat niet, en heel nauwgezet je lichaam verzorgt, en heel preuts bent op het gebied van sexualiteit, goed omgaat met je energieën, dan word je een spiritueel mens. En Paulus zegt: kijk uit, want dat wordt een nieuw juk. Ondanks alle schijn van wijsheid en vroomheid en diepzinnigheid draait het altijd om de mens, om jezelf. En hij zegt in vers 18 heel fraai: je blaast je eigen ego ermee op, op een quasi vrome manier. Maar het draait niet om Christue, die het hoofd is van het lichaam, en je raakt ook vervreemd van de gemeente. Zo spreekt Paulus erover. Je houdt je niet aan Christus. Wat is nu het unieke van Christus? Dat kan ik, samenvattend wat Paulus ons hier schrijft, met twee kernwoorden aanreiken: Christus bevrijdt en Christus herschept. Dat is eigenlijk de boodschap van deze dienst.

Eerst dat eerste. Terwijl we overal elders omringd worden door stemmen die ons toeroepen wat we moeten doen en waaraan we moeten voldoen, terwijl we elders overal lasten opgelegd krijgen, welke beweging of welke religie ook, ze leggen de mensen altijd lasten op, wat wij moeten doen om geestelijk te worden, om God te bereiken. In het evangelie is het altijd precies omgekeerd. Dat woord van de Here Jezus moeten we altijd in gedachten houden: Kom tot Mij, en Ik zal u rust geven. Dat wil zeggen: Ik neem die lasten van je af. En dat is eigenlijk wat we vieren bij het avondmaal, want als je het formulier leest is dat absoluut het hart van de zaak. De apostel Paulus zegt hier: Laat niemand u blijven oordelen. Als je het hart leest van het avondmaalsformulier dan is het ook precies dat, dat Jezus Christus het oordeel voor ons heeft weggenomen! Hij heeft de vervloeking van ons op Zich geladen, opdat hij ons met Zijn zegening vervullen zou. En aan het kruis heeft Hij Zichzelf naar lichaam en ziel vernederd tot in de allerdiepste versmaadheid en angst der hel toen Hij riep met luider stem: Mijn God Mijn God waarom hebt U Mij verlaten?

Opdat wij door God zouden worden aangenomen, en nooit meer door Hem verlaten zouden worden. En ten slotte heeft Hij door Zijn dood en bloedstorting aan het kruis het nieuwe en eeuwige verbond van de genade en de verzoening vervuld toen Hij zei: Het is volbracht. Dat is wat we iedere keer weer vieren: Het is volbracht. En daarom zegt de apostel: Laat u niet weer een juk opleggen. Of dat nu een juk is van oude wettische tradities, want wij hebben in het christendom ook zo onze plechtige tradities en soms subtiele wetten opgebouwd, maar evenmin geldt dat voor de wetten, het juk van allerlei nieuwe spirituele bewegingen. Die komen ook met voorschriften van het genre: raak niet, smaak niet, roer niet aan. Let op de energie-velden, is het tegenwoordig, en : dit kan wel, maar dat kan niet. Paulus zegt: Laat je niet weer een juk opleggen! Laat niemand u blijven oordelen, zegt hij. En dat raakt ons allemaal waarschijnlijk het diepst waar wijzelf op grond van zulke morele codes en voorschriften van onszelf ook zijn gaan denken dat we absoluut nooit aan de maatstaf zullen voldoen. Ik heb eens uren gepraat met iemand die zei: Eigenlijk, als het erop aan komt, voel ik mij altijd schuldig.

Bij alles wat ik doe voel ik mij schuldig. Het is altijd of er iemand achter mij staat die toetst wat ik doe en me het gevoel geeft dat ik tekort schiet. Ik voldoe niet. En ze vroeg: Is dat nu God? Is dat mijn geweten? Hier, uit Colossenzen 2, blijkt heel duidelijk dat dat God niet is. Dat zijn mensen, identificatiefiguren, stemmen die helemaal innerlijk geworden zijn, ik denk soms letterlijk dat het boze geesten zijn die in ons komen, die in ons kruipen en die ons permanent van binnen uit belagen met hun commentaar. We zijn nog lang niet wat we moeten zijn, en we voldoen niet aan Gods eis enz. enz. We moeten heus niet zo vlotjes denken dat we een kond van God zijn, zeiden ze in de gereformeerde traditie. Hoe meer we tot Christus gaan hoe meer we die stemmen herkennen als de stemmen van de grote aanklager. Het evangelie van deze morgen, waarmee ik u uitnodig tot het avondmaal is: Ga tot Jezus Christus en Hij bevrijdt je van die stemmen, want Hij heeft je zonder voorwaarden aanvaard, Hij heeft aan het kruis alles volbracht, en Hij nodigt u er deze morgen toe uit om tot Hem te komen.

En Paulus zegt: Hou je dan ook aan Hem, dan raak je vrij van ieder juk, innerlijk en uiterlijk, en je ontvangt rust, die last valt van je af. En daarom dat woord: Kom tot Mij allen die zo beladen zijt, en Ik zal u rust geven. Colossenzen 3: 1-4: Met deze woorden van de apostel willen we ons vandaag laten oproepen tot het gelovig ontvangen van brood en wijn. Het lijkt wel of deze woorden speciaal geschreven zijn voor de viering van het avondmaal, waar we ook altijd van te voren lezen: laten we onze harten opheffen. Het lijkt bij de eerste lezing of alles in het teken staat van de wereldmijding. Zoek dan wat boven is, niet wat op de aarde is. Het kijkt wel een beetje overeen te komen met wat die dwaalleraren daar leerden over opklimmen naar de onzichtbare geestelijke werelden, waarin in je als ingewijde inzichten kreeg met engelen-verering enzovoort. Het is precies waar Paulus tegen waarschuwde. Maar wie beter oplet merkt dat Paulus alleen een stukje taalgebruik overneemt, om dat dan heel subtiel van binnen uit te corrigeren door twee punten. In de eerste plaats door de nadruk.

Waar de nadruk op ligt in de zin zoals ik ook las was in vers 1: Indien ge dan met Christus zijt opgewekt, zoek de dingen die boven zijn waar Christus is. Zo moet je het lezen. Waar Christus is, daar ligt de nadruk op. Het is of Paulus wil zeggen: Ja, wij geloven ook dat de mens in volkomen verkeerde zin aards gezind kan zijn, dat kan. Een materialist is aardsgezind, een egoïst is aardsgezind, dat kan. Alleen, dan moet hij zijn heil niet zoeken bij Jomanda of bij onzichtbare werelden van hemelse machten of weet ik wat voor Celestijnse belofte met verhoogde trillingniveaus en vandaag zelfs in het management nog spirituele bio-managementtheorieën enzovoort enzovoorts, gepaard gaand met ascese en meditatie, die hemel biedt geen heil, zegt de apostel. Maar zoek de dingen die boven zijn waar Christus is. Dus niet het hemelse als zodanig is onze redding, maar Christus is onze Redder die bevrijdt. We hebben Hem en Hij zit op de troon van God en is daar onze voorspreker. En we verwachten Hem dan ook terug op aarde. Dat is het tweede waarin de correctie zit van de apostel. Hij komt straks hier op aarde alle dingen nieuw maken. En dan pas zullen wij ook verschijnen in onze ware gedaante.

Nu is ons leven nog verborgen in Christus met God, maar dan zullen we hier verschijnen in heerlijkheid. En die tweede correctie die corrigeert dat hemelverlangen en die wereldmijding. Volgens de bijbel is onze toekomst op de aarde en niet in de hemel. We mogen een tijdje im de wachtkamer zijn opgenomen, maar waar we ten slotte verenigd zullen worden is hier rond het nieuwe Jeruzalem op de nieuwe aarde waar de hemel neerdaalt uit de hoge. En als zo Christus straks terugkeert, staat in de bijbel, dan zullen wij met Hem daar zijn en als koningen heersen. Dat is een enorm grote belofte voor alle christenen. Ook een bijzonder houvast wanneer christenen sterven. Het is een belofte ook voor die christenen die gestorven zijn. Ook hun leven is net als het onze verborgen in Christus bij God. Onze diepste persoonlijkheid, de eigenlijke kern van onze persoonlijkheid is ook nu al verborgen in Christus bij God. En die komt er straks pas uit. Het is alsof, als Hij straks terugkeert, dan die liefdesformule, die kern van onze persoonlijkheid, een soort van geestelijke DNA-formule, die laat Hij ontspringen in een nieuw materieel bestaan.

Zo zal het gaan, en het zal oneindig veel heerlijker zijn dan het hier op aarde ooit geweest is. Want dan zullen we elkaar zien zoals we door God bedoeld zijn, totaal zonder enig gebrek, zonder het bederf van de zonde, hersteld en voltooid. Het slot van de grote scheppingsdag van de verlossing, de achtste dag, dan zal de Here God opnieuw een stapje terug doen en kijken naar wat Hij gemaakt heeft en dan zal Hij zeggen: Ja kijk, zo had Ik jou nu bedoeld! Zo is het goed. Dat is nu nog verborgen in Christus bij God, maar Christus is onze herschepper. Hij bevrijdt en Hij herschept. En ook dat vieren we bij het avondmaal, want dat zijn de tekenen van het nieuwe leven: de wijn wordt geschonken op grond van het gebeuren van de bruiloft van het lam als alle dingen nieuw zullen worden gemaakt. Dat houdt ons voor 100 % aan deze aarde verbonden, zonder meer. Als we die toekomst krijgen dan betekent dat dat we nu al als het ware met dat wat God bedoeld heeft met de schepping gaan werken en ons daarvoor inzetten. En daarom zingen we straks ook juist dat lied: Want nu de Heer is opgestaan, nu vangt het nieuwe leven aan. Nu begint het. En straks als Hij terugkeert is het voltooid.

Het 'heft uw harten omhoog' blijkt dus te betekenen: blijf de aarde trouw en laat het nieuwe leven hier en nu al beginnen. Maar dat kan natuurlijk niet als we de kracht putten uit onszelf, zegt de apostel, daarvoor moeten we onze kracht putten uit Hem die daar zit naast de Vader op de troon. En daarvoor heeft de Here Jezus ons nu ook het avondmaal gegeven, waar Hij door de zichtbare tekenen van brood en wijn laat zien: zo tastbaar en zo reëel wil Ik door Mijn Geest nu al in u komen, en u heenvoeren naar het grote feest, en zo zeker als u brood en wijn ontvangt, zo zeker kom Ik in u met Mijn liefde. En wij willen Hem danken voor die grote gave. Colossenzen 3: 5-17 Na de viering van het avondmaal willen we luisteren naar de apostolische oproep van Paulus in Colossenzen 3, de oproep om Christus te gedenken. Wat er uit die viering van de gemeenschap met Christus voortvloeit dat lezen we in Colossenzen 3: 5ev. Meer dan ooit blijkt uit het vervolg hoe aards die viering, van de gemeenschap met Christus in de hemel, moet worden uitgewerkt en waargemaakt. Doodt dan de leden die op de aarde zijn, lezen we. Dat woordje dan moet je onderstrepen. Daarom, dat is het sleutelwoord.

Alsof de apostel wil zeggen: als je echt Christus zoekt die boven is, dan dood je de leden die op de aarde zijn, en daarmee bedoelt hij zoals we lezen in Het Boek: Weg dan met al die aardse zonden. Die leden die op de aarde zijn zijn al die eigenschappen van onze oude mens die we in Adam hebben, maar nu in Christus hebben afgelegd. Doodt ze. Wat bedoelt hij daarmee? Bedoelt hij daarmee dat we niet meer mogen eten, niet meer drinken, niet meer liefhebben, niet meer werken? Nee, hij bedoelt daarmee dat wat niet bij de goede schepping van God behoorde. Wat de goede schepping van God bedreigt en verstoort. Al die dingen waarom de toorn van God komt: hebzucht, genotzucht, eerzucht, hartstocht, echtbreuk, al die dingen die het door God goed geschapen mensenleven verzieken. Vuile taal, heftigheid, kwaadaardigheid, roddel. Doe ze uit uw midden weg, dan verander je steeds meer naar het beeld van Christus. En dat is het beeld van God zoals de Vader ons bij de schepping al bedoeld had. En daarin is geen onderscheid tussen jood en griek, tussen sciet of barbaar, tussen slaaf en vrije, maar alles en in allen is Christus. Op heel bijzondere wijze wordt dat dan daarna in vers 12- 17 uitgewerkt.

Paulus vergelijkt het nieuwe leven met een jas, een pak, een jurk die je aandoet. Doet dan aan die nieuwe mens die je in Christus al bent. En waar komt dat dan in uit? Dat komt uit in in de eerste plaats innerlijke ontferming. Doet dan aan innerlijke ontferming. Dus die vernieuwing gaat van binnen uit naar buiten. Eerst innerlijke bewogenheid en dan vandaaruit goedheid en nederigheid en geduld. U hebt hier en nu de vergeving van uw zonden gevierd. Nu, zegt de apostel, geef die vergeving dan ook door aan uw vrienden en kennissen waar zij u iets schuldig zijn, en trek om die nieuwe jas dan ook de ceintuur, de gordel, van de liefde. Want die houdt op perfecte wijze alles bijeen. En luister maar naar één scheidsrechter, en dat is Jezus Christus. Laat de vrede van Christus in uw hart regeren, scheidsrechter zijn, staat er. Jezus Christus geeft u absoluut een fluitsignaal als u iets doet wat de vrede met Hem in uw hart verstoord. En weest dankbaar. Onderhoud het nieuwe leven in u, door het woord van God iedere dag een plek te geven in uw hart, en geef het door in alle tact en wijsheid. En bovenal: houdt de lofzang gaande.

En tot slot: ja, al wat je doet, in woord en werk, doe het in de naam van de Here Jezus, God de Vader dankende door Hem. Amen.