Bijbeltekst: Kolossenzen 2:8, 11 en 13 — Uit de serie: De Colossenzenbrief, deel 5

Gemeente van Christus, Ik heb vanmorgen een geneesmiddel voor u meegebracht. Wat tabletjes die, zo staat op het doosje, te gebruiken zijn om onrust en spanning weg te nemen. Het is een kalmeringsmiddel. En als je dan de bijsluiter neemt staat daar op wat er allemaal in zit en wat het doet. Bijvoorbeeld: het helpt om examen-angst te onderdrukken, spanningen de baas te kunnen en heerlijk ontspannen te kunnen slapen. Maar dan lees ik verder bij de kleine lettertjes: de bijwerkingen. En dan staat er ineens: we raden wel iedereen aan dit te gebruiken in overleg met uw dokter, want dit medicijn heeft een verslavende werking. Dat betekent dus dat wie dit lang gebruikt er toch onherroepelijk aan verslaafd raakt. Een medicijn waar je aan verslaafd raakt, dat je van je spanningen afhelpt, je heerlijk ontspannen doet slapen, is dat eigenlijk niet gevaarlijk? Natuurlijk, daarom staat het erbij: raadpleeg eerst uw dokter. Waarom? Omdat het je eigen oplossing van je levensproblemen blokkeert.

In plaats dat je jezelf afvraagt: Wat is nu eigenlijk de bron van al die spanningen, waar zit de wortel van mijn angst, en zo zelf doorwerkt naar de wortel van het probleem, in plaats daarvan neem je een chemisch hulpmiddel en dat doet het voor je. Heel relaxed en gemakkelijk: je neemt een pilletje en je bent van al je zorgen af. Maar dat chemische hulpmiddel maakt wel dat je zelf niet meer naar de wortel van het probleem toegaat en dat aanpakt. Dat beeld van een geneesmiddel kwam mij voor ogen toen ik deze week dit gedeelte van de brief van de apostel Paulus aan de Colossenzen las. Paulus waarschuwt midden in die brief: Wees op uw hoede, laat u niet misleiden (vertaling Het Boek). Maar wat er eigenlijk staat is: laat u niet slaaf maken, laat u niet meeslepen als een slaaf, als buit achter de zegekar. Laat u niet opnieuw slaaf maken. Wie dat stukje zo eens bestudeert, merkt op dat het hier over 'gevaarlijke' wijsheid gaat. Ik vind dat een schitterende term, dat is precies de typering van verleidende machten die christenen in hun geloof proberen weg te slepen van God en te verleiden. Het is wijsheid, maar gevaarlijke wijsheid.

En dat gebeurt nooit door botte leugens of domme praatjes. Het is altijd iets dat heel aantrekkelijk is en veel belooft. Denk maar eens aan alle -ismen die de twintigste eeuw in hun greep hebben gehad: het communisme, het fascisme, vandaag het materialisme, morgen wie weet het pantheïsme, allemaal -ismen. Het communisme en het fascisme zijn ontmaskerd, maar het materialisme komt tot vandaag toe met fantastische beloften. Kijk maar naar de STER-reclame iedere dag, ze beloven een gaaf lichaam, en ontspanning en relaxed genieten onder de palmbomen, bevrediging van al je behoeften als je maar die produkten koopt van de welvaartsstaat. En miljoenen mensen worden er in meegezogen, maar ze hebben niet de kleine lettertjes gelezen op de bijsluiter. Het werkt verslavend en je merkt dat het het doorstoten naar de eigenlijke problemen in ons leven als het ware afsluit. En al gauw kun je er niet meer van af. En dat geldt op een andere manier precies ook zo van de reactie op het materialisme. Want ik zie vandaag die twee grote bewegingen de mensen in de greep krijgen: het materialisme en aan de andere kant de reactie daarop: de nieuwe religiositeit.

Ik noemde dat met een moeilijk woord pantheïsme, dat wil zeggen dat alles doortrokken is van een goddelijke energie. Die bewegingen kun je overal vinden, en de interesse daarvoor is overal heel groot. Interesse voor de sterrenbeelden, voor het kaartlezen, voor het glaasje-draaien, yoga, transcendente meditatie, massa's gaan naar Jomanda, misschien lijkt dat op het eerste oog heel onschuldig, maar velen zeggen: het helpt, maar voor je het weet hebben mensen zich opengesteld voor machten die daar achter werkzaam zijn. En daar wijst de apostel Paulus hier op. Hij zegt : Deze machten zijn eigenlijk demonische machten, ze komen uit de koker van de boze, en ze maken dat mensen door die machten worden weggetrokken van het geloof in een persoonlijke God. Want daar draait het om, dat God echt een persoon is Die jou liefheeft en die je leven leidt. Je ziet vandaag volop van die gevaarlijke wijsheid bv. bij de New Age-beweging. Het boek 'de Celestijnse belofte' wordt door ontzettend veel mensen gelezen en ingenomen als een medicijn. En het boek heeft ook wat, het is geen onzin.

Paulus spreekt hier niet voor niets van 'gevaarlijke wijsheid', er zit in het pantheïsme grote wijsheid, bijvoorbeeld: alles hangt ook inderdaad met alles samen, en: de wereld is geen produkt van tijd en toeval, dat leren ze daar, er zit een plan achter en een doel. 'De Celestijnse belofte' bevredigt je behoefte aan inzicht in de samenhang van de dingen en in het persoonlijke doel van je leven. Het geeft je inzicht in relaties, en de energievelden tussen mensen. Eigenlijk is alles, zeggen ze, doortrokken van energieën en daar kun je op inwerken en verantwoordelijk in meesturen totdat alle mensen zich door die energieën laten meenemen en opvoeren tot een hoger bewustzijn, en dan een kosmisch bewustzijn en tenslotte een goddelijk bewustzijn. Zulke diepe inzichten waren er ook in Paulus' dagen. Ze noemden het in die tijd gnostiek, naar het griekse woordje 'gnosis' en dat betekent diepe kennis, ware kennis. En als je die kennis had, kennis met een grote K, dan was je toch eigenlijk wel boven het gewone vertrouwen op God als je Vader verheven. En tenslotte kon je dan opklimmen tot eenheid met het goddelijke. Paulus zegt: Die ideeën komen uit een verkeerde koker.

Het is de vijand van God, die wel heel diepe inzichten geeft, maar je met die halve waarheid die tenslotte een hele leugen is, toch wegtrekt van het eenvoudig geloof aan het evangelie van Jezus Christus. Er zit in deze religieuze therapieën iets wat als anti-stof werkt, wat mensen immuun maakt voor het ware geloof, voor de Enige die echt geneest, en dat is Christus. Ik ben nu in de tekst terecht gekomen bij vers 9 en 10, waar Paulus in tegenstelling tot die wereldgeesten wijst op Jezus Christus, waarbij hij al die geladen woorden gebruikt: in Wie al de volheid van God lichamelijk is. Het Boek doet al een poging om te zeggen: het wezen van God is daar verschenen in menselijke gedaante. Eigenlijk is dat het grootste wonder van de bijbel, dat de God die de Schepper is van hemel en aarde, daar zichtbaar in Jezus, in een mens zoals u en ik op aarde gekomen is en gezegd heeft: wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. In Jezus kunnen we God zien in Zijn ontferming, in Zijn heiligheid, en ook in Zijn vaste voornemen de schepping te redden. Dat is de volheid van God die in Jezus Christus woont.

Tegenover de geneesmiddelen van de wereldgeesten zoals Paulus ze noemt, staat de uitredding, de therapie, de genezing van Christus. En Paulus zegt dat heel confronterend. God zit niet in al die energieën, en in al die bewustzijnsverruiming, dat zijn uitvindingen van tussenwezens, wereldgeesten tussen de macht uit de duisternis en de wereld. En ze proberen de wereld weg te trekken van het evangelie, want eigenlijk is de wereld het krachtenveld tussen God, de God van liefde en van waarheid, en de vijand van God, de boze. En wij zijn als het ware in het geding, de spelers in het schaakspel, en er wordt van twee kanten aan ons getrokken en dat moeten we ons bewust zijn, we moeten op ons qui vive zijn. Dat is eigenlijk het eerste hoofdpunt wat Paulus hier aangeeft. Wees op je qui vive, laat je niet opnieuw tot slaaf maken, kijk naar de bijsluiter, daar staat het in. Het lijkt eerst heel aantrekkelijk en je kiest ervoor, maar wanneer je erin geraakt bent dan krijgt het een greep op jou en dan ben je niet meer vrij. Ik heb vorige week geluisterd naar een Spanjaard die in Eck en Wiel (stichting l'Abri) was en in zo'n beweging getrokken was.

Hij vertelde: "Toen mijn vrouw overleed was ik totaal verward, en die transcendente meditatie gaf me een zalige rust. Maar toen ik dat een tijd had gedaan merkte ik dat ik er niet meer vanaf kon, en dat ik niet meer echt kon bidden." Die twee dingen, er niet meer van af kunnen en niet meer kunnen bidden, zijn vaak de gevolgen. Toen heeft hij een soort van 'verloren zoon-achtige' ervaring opgedaan, toen hij een keer een kerk binnen liep en werd aangesproken. Hij heeft toen zijn oude gewoontes afgewezen en zich teruggekeerd, of weer opnieuw gewend tot Jezus Christus. Door Christus worden niet onze zenuwen gekalmeerd. En door Christus wordt ook niet ons bewustzijn verruimd in die zin. Maar in de spiegel van Zijn leven leren we wie we eigenlijk zijn, en gaan we tot de wortel van het probleem. En dat is zo de inhoud van het vervolg wat Paulus nu gaat zeggen. Jezus brengt ons terug bij het grondprobleem van ons leven, en legt de vinger bij de diepste ontsteking, die aan de wortel ligt van alle problemen. En die diepste ontsteking is onze onbesnedenheid van hart. Daarom las ik Jeremia. Het is ook een hard woord!

In Jeremia zegt de profeet over alle volkeren rondom Israël: "Ze zijn wel besneden -heel veel volkeren besneden ook hun zonen- maar ze zijn onbesneden van hart, maar Israël is dat vooral." Daar gaat de profeet toe naar de kern van het probleem: onbesneden zijn van hart, dat is een hart hebben van steen. En een hart van steen hebben we zolang we op onszelf gericht zijn. Dat is de kern van de zonde, dan worden we keihard. We laten geen enkele openheid meer toe, er kan ook niemand binnen, uiteindelijk is het zelfs zo versteend dat we het zelf niet eens meer door hebben. De profeet zegt: "De wijze roeme niet in zijn wijsheid, en de sterke niet in zijn kracht, de rijke niet in zijn rijkdom, maar wie roemen wil roeme hierin dat hij verstand heeft en dat hij Mij kent, de Here die recht, goedertierenheid en gerechtigheid doet." Daar gaat het over in dit tweede deel, en Paulus legt uit wat die genezing is van dat stenen hart, hij legt dat uit met behulp van de doop. En daarom past deze tekst zo goed bij een doopdienst. De doop, zeggen wij, is een teken en een zegel. Het is aan de ene kant een tekening, een afbeelding, een illustratie.

En dat kun je op veel manieren uitleggen, in dat lied 338 hebben we het al uitgelegd gekregen. In dat lied wordt eigenlijk iets heel verschrikkelijks gezegd, en ik kan me best voorstellen dat sommigen die misschien voor het eerst dit horen: Farao die in de wateren ten onder ging, en Noachs generatie die daar in de zondvloed verdronk, is de doop daarvan een afbeelding? Wat verschrikkelijk is dat, wat is hier aan de gang? Nu moet je dan begrijpen dat die twee dingen, Farao die onder ging in de golven en Noachs generatie die onderging in de zondvloed, dat ze worden gebruikt als een aanloopje voor dat wat eens en voorgoed in Jezus is gebeurd. Dat is de inhoud van dit lied: Jezus is aan het kruis onder de golven van de toorn van God verzonken. De toorn van God over dat stenen hart. God kan er geen vrede mee hebben dat wij een stenen hart hebben, Hij kan er geen vrede mee hebben dat wij zelfzuchtige mensen zijn, want dat is de kern van de zonde. En omdat Hij daar geen vrede mee kan hebben doet Hij het gewoon onder de golven weg! Dan zal je zeggen: dat is een ramp, dan zijn wij weg, dan is er geen toekomst meer!

Nee, zegt nu de doop, en daarom is de doop helemaal niet somber maar juist een heel bijzonder genadeteken van God, uit de dood rijst weer het leven op! En dat is ook in Jezus gebeurd. Dus in Jezus zien we dat iemand gekruisigd is, ondergegaan onder de golven van de toorn, maar ook weer is opgestaan uit de doden! Want Jezus is uit de dood opgestaan, en Hij is de bron van al het nieuwe leven, en wie nu met Hem in contact komt, die wordt van die zonde, die zelfzucht genezen. Die krijgt ineens een openheid in zijn hart. Want in het hart ligt de wortel van alle ziektekiemen, en het wordt van het hart uit genezen, en dat komt omdat Jezus ons geneest van de zelfzucht, en omdat Hij in weer in contact brengt met God, want daar was heel Zijn leven op gericht. Zo draait de uitleg van wat de genezing is die Jezus geeft altijd rondom drie kernwoorden. Jezus geneest ons hart, dus Hij gaat door tot aan de wortel, als je de bijsluiter zou lezen lees je: deze genezing gaat door tot de wortel; en het tweede is: Hij raakt altijd ons tere punt, daar waar wij zelfzuchtig zijn, daar waar we ons doel hebben gemist, daar waar we niet het gebod hebben gedaan terwijl we het wel wisten.

Daar waar we dus zelf van God vervreemde mensen zijn. En daar komt Hij binnen met zijn vergeving, zijn genezing. En het derde: vandaar uit ontstaat een nieuwe relatie met God. En zo spreekt hier Paulus over dat grote wonder. Hij zei: dat is de eigenlijke doop, want daar moeten we natuurlijk wel een streepje bij zetten, dat Paulus zegt: het eigenlijke is niet de besnijdenis die met mensenhanden gebeurt, maar wat God door de Geest aan het hart doet! En dat geldt natuurlijk net zo voor de doop, het is niet hetgeen we vanmorgen hebben gezien, doop met water door mensenhanden, maar het eigenlijke is dat wat gebeurt als Gerrit Jan en u en ik door het geloof waar laten zijn wat we hier hebben gezien, wat als een beeld ons hier is voorgeschilderd: Gestorven met Jezus Christus en opgestaan tot een nieuw leven. Dat laten wij door het geloof waar zijn, en dat is de eigenlijke doop. Niet dat wat met handen gebeurt. U moet dus niet denken: O, ik laat mijn kind maar dopen, en dan is het voor eeuwig behouden. Dat is een fatale misvatting, de doop is een pleitgrond, op grond van de doop mogen we zeggen: Heer, U hebt zich door Uw belofte aan dat kind verbonden.

Maar die beloften worden pas waar langs de weg van geloof en bekering. En dat geloof is waar ik tenslotte wat meer bij stil wil staan. Dat geloof eigent ons toe wat we in Christus hebben en dat moet u doen, dat moet ik doen, dat moet Gerrit Jan doen. Daar hebben we voor gebeden, dat als hij volwassen wordt dat hij dan ook zelf bewust die keus maakt. En ik denk dat dat een punt is wat we hier bij de uitleg van dit gedeelte van de Colossenzenbrief mogen onderstrepen: door het geloof. En dat leidt me tot een paar slotopmerkingen: wat is dan dat geloof, en hoe werkt dat contact met Christus nu als genezing van mijn diepste nood? Wat is dat geloof? Ik kan dat duidelijk maken met behulp van een vervelend voorval dat me niet lang geleden overkwam. Ik had de lichten van mijn auto laten branden, en dus was de dag daarop mijn accu totaal leeg. En hoe krijg je dan je auto weer aan de praat? Dat lukt wel, als je maar even de hulp krijgt van een volle accu. Gelukkig was er iemand in de buurt met een auto met een volle accu, dus de auto's dicht bij elkaar gezet, bumpers tegenover elkaar, en toen stonden we allebei te kijken... En hij had geen kabel, en ik had geen kabel!

Op dat moment voel je je rampzalig! Wat heb je aan een volle accu terwijl de jouwe leeg is, als je geen kabels hebt? Dat is precies de situatie, geestelijk gezien, van talloos veel mensen, die wel gedoopt zijn, en dus eigenlijk daar een volle accu in hun leven hebben meegekregen, maar ze hebben geen toegang tot de energie die daar inzit! Ze blijven met een lege accu achter omdat ze geen kabel hebben. Nu: die kabel is het geloof. Het is een werk van Gods Geest in ons, maar ook voor 100 % een werk van u en van mij, dat moet je doen. Je krijgt deel aan de kracht van de opstandingskracht van Jezus Christus door het geloof. Niet door de doop, maar door het geloof in de belofte van de doop. Vergis je dus niet. De doop zegt alleen: Hier staat de accu van uw grote Buurman, maar als er geen contact mee wordt gemaakt door de kabel van het geloof heb je er niets aan. Integendeel, je krijgt zelfs een rampzalig gevoel aan het slot. Het geloof is dus het verbindingssnoer met de krachtbron, het in wezen vertrouwen op God. Het is: waar laten zijn wat hier is voorgeschilderd.

Zien door de ogen van God en zeggen: Heer, als het zo is dat ik al gestorven ben voor mijn zonden en opgestaan tot een nieuw leven: laat het waar zijn! Laat het waar zijn in mijn leven. Op die manier open je je hart voor God en geeft je Hem de kans om bij de wortel van je problemen te raken. Hiermee ben ik weer bij waar ik begon, en kom ik aan de tweede slotvraag: hoe werkt dat dan als therapie? Dat zijn hele diepe dingen. Het werkt in de eerste plaats omdat de schuld wordt vergeven. Dat ga je beseffen als je echt contact zoekt met God. Dan ga je je schuld beseffen en die wordt weggenomen. Prachtig vertaald in Het Boek: ons strafblad heeft God aan het kruis genageld, want ons strafblad is Jezus, Hij heeft alle zonden van de wereld op zich genomen, Hij is het Lam van God. Jezus is ons strafblad en God heeft dat aan het kruis genageld en zo is voor eeuwig verdwenen. Maar het tweede wat er direct mee verbonden is: daardoor is de angel weggenomen uit de aanklacht van de satan en uit de macht van die wereldgeesten. Die zijn nu ontwapend, hun wapen is hen ontnomen, maar dat gaat altijd via een gijzeling.

Doordat ze ons aanklagen bij God kregen ze een macht over ons, maar nu zijn ze ontwapend en aan het kruis openlijk tentoongesteld: Jezus is Heer over alle machten. Dat is het tweede, en dat is die kracht waaraan wij deel krijgen door het geloof: opstandingskracht. Zo staat het hier in Colossenzen. Ieder christen kan die opstandingskracht in zijn leven ervaren. En als je me dan vraagt: Ja, maar hoe zal dat zich bij mij uitwerken? Wel, het zal bij iedereen een andere uitwerking hebben, naar het zal genezende werking hebben. Want de ene mens lijdt aan heel andere dingen dan de andere mens. De ene mens lijdt aan peilloze eenzaamheid, wie door de kabel aan die grote Accu wordt verbonden die krijgt daardoor genezende kracht, ook voor die peilloze eenzaamheid. Maar een ander lijdt aan wroeging, die denkt altijd maar terug: had ik dat maar anders gedaan, maar door de kabel, aan de accu verbonden komt er genezende vergeving, en word je weer in de vrijheid gesteld. En een derde lijdt aan angstige rusteloosheid en zo kan ik nog wel een kwartier doorgaan, maar door de kabel van het geloofsvertrouwen te verbinden aan de accu van Christus, stroomt er vrede en kracht in ons leven.

En daar gaat het allemaal om, daar is de hele brief voor geschreven. Het geheim van Christus is Zijn kracht. Voor Zijn opstandingskracht moeten de machten wijken. Daar eindigt Paulus zijn uitleg. Achter alle verleidende machten staan de wereldgeesten, dat zijn demonische machten van de duivel die ons van God aftrekken. Maar ze wijken voor ieder mens die zijn kabel verbindt aan de accu van het kruis en de opstanding van Christus, en daar ben je een heel leven mee bezig. Het kruis heeft die wereldgeesten ontwapend en uiteindelijk machteloos tentoongesteld en zo over hen gezegevierd. Zo sluit ik af met nog één keer terug te komen bij dat beeld van dat geneesmiddel waar ik mee begon. Er is een enorm aanbod van geneesmiddelen op de geestelijke markt van onze pluriforme samenleving. Maar in de kleine letters staat wel de waarschuwing. De doop wijst ons een andere weg, het schildert ons voor ogen een wortel-geneesmiddel. Medicijn voor dat stenen hart. Zoek dan met heel je hart contact, je hebt de kabel in je achterbak, leg aan, en zie hoe die energie je opwarmt! Amen.