Gemeente van Christus, Ik wil vanmorgen beginnen met een denkbeeldige enquête. Niet zo denkbeeldig, want ik heb de gegevens afgelezen uit een echte. Maar stel je voor, je zou hier in Utrecht een enquête houden op straat, bijvoorbeeld op de Oudegracht voor de HEMA, en je zou willekeurig de voorbijgangers vragen: Wat maakt u nu gelukkig? Dan schijnt het zo te zijn dat 99 % van de voorbijgangers eerst begint met iets dat heel materieel is: een mooi huis, een nieuwe keuken, een geluidstoren met alles erop en eraan, dat soort dingen. Maar het is ook zo dat iedereen daar heel makkelijk van af te krijgen is. Want het schijnt zo te zijn dat als de interviewer maar even aanhoudt en doorvraagt met vragen als: Zou dat je nu echt gelukkig maken?, dat dan alle ondervraagden direct wel doorstoten naar iets diepers. En dat ze dan zeggen:, ja, een goed huwelijk, een goede relatie met mijn vrouw, of dat mijn kinderen het goed maken. Of ze beginnen over ruzie thuis, of over verstoorde arbeidsverhoudingen. Maar altijd gaat het over relaties. En dat is eigenlijk heel diepzinnig, want het is een feit dat datgene wat mensen echt gelukkig maakt toch altijd harmonieuze relaties zijn.
Je mag zo rijk zijn als Rockefeller, maar als je een slecht huwelijk hebt is je leven nog beroerd, met al je geld. En je mag een kasteel van een huis hebben en een Cadillac ervoor, maar als je enige zoon nooit meer bij je thuis wil komen, dan zou je er alles voor over hebben dat die verhouding weer goed werd. Het is toch wel heel opvallend dat alle mensen dat beseffen, dat wat een mens echt gelukkig maakt goede, liefdevolle relaties zijn. Nu begrijpen we waarom de brieven van Paulus bijna allemaal daarin uitmonden, want daar lopen ze op uit, op die huisregels. Als je het zo leest, dan geeft het wel even een shock. Zo direct, dat heel concrete. Een hele beroemde uitlegger van de bijbel, Lohmeyer, zegt: "Ik vind het maar ongepast, volgens mij heeft hij gewoon overgeschreven aan het eind, uit andere boeken." Hij vindt het ongepast dat als die hoge woorden zijn weerklonken, over de genade van Christus, het heil en de opstanding, dat het dan ineens gaat over ouders en kinderen, en hoe een man moet omgaan met zijn vrouw, enz. enz.. Dat doodgewone, dat laag bij de grondse. En toch doet Paulus dat, heel nadrukkelijk in al zijn brieven.
In al zijn brieven eindigt hij bij relaties en hoe je voorkomt dat bitterheid relaties verziekt. Zo zou je het kunnen samenvatten. En dat doet hij om maar één reden en dat is dat heel de komst van Jezus in de wereld daarop gericht is! Waarom is Jezus op aarde gekomen? Dat is om relaties te herstellen. Daar is al Zijn werk op gericht. En als het daar niet in uitmondt is Jezus tevergeefs gestorven. Jezus is niet alleen de Redder die de verzoening met God aanbrengt, maar Hij is ook onze Geneesheer, dat is eigenlijk de grote boodschap, het thema van deze dienst. Jezus is niet alleen onze verlosser, Hij is ook onze Heelmeester. En daarom eindigt de apostel altijd weer opnieuw zijn brieven met de beschrijving van die helende kracht, die genezende kracht die van Jezus uitgaat naar menselijke relaties. U proeft hoe ik toen ik die woorden bitter daar aantrof tot een paar keer toe, ik kom daar straks nog op terug, hoe ik toen wel noodzakelijkerwijs teruggedreven werd in het oude testament naar ook zo'n geschiedenis. Waar eerst de redding was en toen de genezing.
Het is wonderlijk dat je dat zo leest in het oude verbond, als Israël daar uit Egypte is bevrijd en het is door de Rode Zee gevoerd (Exodus 12-14), en de Farao is verzwolgen in de zee, dan staat het volk daar op de andere oever, gered en wel, en dan denkt Israël: ja, en nu het beloofde land, want we zijn gered! En wat gebeurd? Na een paar dagreizen staan ze daar voor die poel van bitterheid, want zo moet je dat woord Mara vertalen. Ineens stuiten ze daar op een zee van water, maar het was niet te drinken, want het was bitter. Dat vind ik heel diepzinnig. Moet u nagaan: God redt hen uit de macht van de boze, en waar belanden ze? Bij de poel der bitterheid. En dat is wel zo levensecht, precies zo gebeurt dat, mensen worden gered door de boodschap van het evangelie, ze nemen Jezus Christus aan, ze denken: nu breekt het paradijs aan, nu wacht het beloofde land, maar wat gebeurt er? Ze lopen vast in een poel van bitterheid, plaatsen waar verstoorde relaties zijn, waar ineens pijn is en moeite: Mara, bitter. En daar moeten ze dan iets heel dieps leren. En dat is dat God niet alleen hun redder is, maar ook hun dokter, hun geneesheer, hun heelmeester.
En zo neemt de Here God op dat moment Mozes bij de hand en leert hem wat voor hout hij in dat meer moet gooien. Wat het geweest is weten we niet, maar er staat wel heel uitdrukkelijk dat de Here hem leerde welk hout een genezende inwerking had op dat water. En zo gebeurt het, Mozes gooit dat hout in het water, Israël drinkt het en leeft op. En de Here God zegt: Luister zo naar Mijn geboden, Mijn inzettingen, want dan leg Ik geen van de kwalen op die de Egyptenaren kwellen, want Ik de Here ben jullie Geneesheer. Dus dat hout is een symbolische toevoeging, een illustratie bij die inzettingen die de Here hier geeft aan Israël: Houd je eraan en je leven wordt goed, je relaties herstellen zich. Zo moeten we leren die genezende kracht van de Here God te ondergaan in onze relaties. En eigenlijk sluit dat goed aan bij Paulus, daar heb je ook een beeld, en ook praktische inzettingen, die we nu gaan bestuderen. Maar tegelijkertijd is daar ook dat hout als een beeld van de genezende kracht van Christus' opstanding die we in ons leven en in onze relaties toelaten en het bittere wordt zoet. Doe dat en het wordt zoet, want Hij is uw heelmeester, en Hij redt ons in geschonden relaties.
Maar daarvoor moeten wij zelf veel doen, Israël ook, en Mozes moest ook veel doen, luisteren naar de wijsheid van God in de Tora. Wij moeten ook veel doen, wij moeten leren dat de Here God bij alles wat Hij gemaakt heeft de gebruiksaanwijzing erbij gegeven heeft. Zoals wanneer je in de winkel een vaatwasmachine koopt daar de gebruiksaanwijzing bij krijgt. Zo heeft de Here God het huwelijk geschapen en mensen in gezinnen geplaatst, en Hij heeft er de gebruiksaanwijzing bij gegeven, daar moet je dus naar kijken, naar luisteren, en naar handelen. Anders loopt het fout. Dat God mensen in structuren plaatst, het huwelijk, het gezin, de arbeidsverhoudingen, waar ik later nog eens op terug zal komen, maar dat God mensen in structuren plaatst, dat is helemaal nieuw voor de moderne mens, want die denkt dat alle mensen kleine eenheden zijn. Nederland: zoveel miljoen eenpersoonshuishoudens. Dat is natuurlijk onzin, want al die individuele mensen staan in verbanden, die heeft God in structuren geplaatst. En voor die structuren, en nu spreken we alleen nog maar over het huwelijk en gezin, heeft God de gebruiksaanwijzing erbij gegeven.
Dat zijn Zijn inzettingen, en die moet je dan ook doen, in de praktijk brengen, en dan rust daar een belofte op. Als we dat doen, in openheid naar Jezus toe die onze kracht is en die ons daarin helpt, dan wordt bitter water zoet. Dat is een belofte. Dan herstellen zich relaties. Dat was het eerste punt. Nu het tweede wat ik wil doorgeven. Dat zijn die praktische huisregels. En het sluit mooi aan bij de doop. Ik begin bij de vaders, ga dan naar de moeders en eindig bij de kinderen. Eerst de vaders, want zij worden tenslotte hier als enigen twee keer door Paulus aangesproken, in vers 19 en in vers 21. Het valt op dat Paulus bij de mannen vooral benadrukt dat ze warmte en genegenheid moeten geven. Mannen moeten galant zijn, moeten gevoelig en attent zijn, ze moeten warmte geven en genegenheid, tijd nemen voor hun vrouwen. Dat zit allemaal opgesloten in die eerste, heel nuchtere aanwijzing aan die mannen, van wie Paulus zegt dat ze hun vrouwen moeten liefhebben, ze moeten die liefde hen laten voelen. Zoals de Here Jezus dat deed bij de gemeente.
En wanneer Paulus dan de vaders vermaant ten opzichte van hun kinderen, dan vind ik de engelse vertaling eigenlijk het mooist, waarin staat: Do not overcorrect your children. De engelsen zeggen: dril je kinderen niet. Zo zouden wij het misschien moeten zeggen: drillen en vitten. En ook dan geldt: zoals de Here Jezus ook nooit vitte en drilde, maar Hij legde de kinderen de handen op en zegende hen. Er is een serie over opvoeding op de televisie, en in de eerste aflevering was het hoofdthema: Ouders moesten eens wat minder opvoeden! Ik vond dat een goeie, want Paulus waarschuwt in Colossenzen 3 ook tegen overopvoeden als hij zegt: prikkelt uw kinderen niet. Hij bedoelt: irriteer ze niet doordat u ze continue het gevoel geeft dat ze niet voldoen, dat ze iets niet goed doen, of dat ze iets doen wat niet bij hen past. Het is eigenlijk heel belangrijk dat ouders bij hun kinderen hen voortdurend aanvoelen op de eigen uniekheid van hun persoonlijkheid en dat ze daarin worden bevestigd. Geef ze complimenten, houdt van je kinderen zoals ze zijn en dwing je kinderen nooit om een kopie te worden van jezelf.
Of nog erger, zet ze niet onder de stilzwijgende druk dat zij iets moeten gaan doen wat u in uw leven nooit hebt gerealiseerd. Dat leidt allemaal tot ongelukken. Ieder kind is een uniek schepsel van God, zelfs als ze, zoals een tweeling vlak na elkaar geboren worden, dan is ieder kind een uniek, eigen, zelfstandig wezen, en daar gaan, en daar mogen ouders van genieten. Dat is eigenlijk het belangrijkste bij de opvoeding: genieten van je kinderen. Daarom vind ik het beeld dat bij opvoeders hoort meer het beeld van de tuinier dan van de smid. Een tuinier is altijd aan het begieten, en natuurlijk is er ook plaats voor correctie, het onkruid moet je weghalen, en een heel enkele keer moet je zo'n plant een beetje bijbuigen, maar dat doe je heel voorzichtig, met veel liefde voor die plant. Dat is eigenlijk een goed beeld voor opvoeden. Maar niet die smid, niet dat ijzer proberen om te buigen, plat te slaan, dat is allemaal niet de bedoeling en leidt tot ongelukken. Want de Here God heeft in ieder kind zelf een kiem van uniekheid gelegd, en die mogen de ouders beminnen, er uit laten groeien door onkruid af te kappen, en het mooie eindeloos te beminnen en te bevestigen.
Dat is de taak bij de opvoeding. En het is waar, als ouders zelf bitter zijn dan gebeuren er ongelukken. En laten we eerlijk zijn, we zijn zelf allemaal geboren en getogen in een gebroken wereld, bij tijden allemaal onder het gevaar om bitter te worden of bitter te zijn. Onze kinderen worden wel gedoopt, zoals in deze dienst, ze gaan door de Rode Zee heen, maar ze komen daarna bepaald niet in het beloofde land. Ook zij stuiten op Mara, op bitterheid. Tot twee keer toe worden hier de vaders gewaarschuwd tegen bitterheid. Luther vertaalt: mannen hebt uw vrouwen lief, wees niet bitter tegen hen, en daarna: verbittert uw kinderen niet. Ik vind het heel opvallend dat dat woord bitter hier dus steeds naar voren komt, want bitterheid is in de bijbel een wortel van allerlei kwaad. In Efeze 4 wordt het de eerste genoemd van allerlei slechte dingen die relaties verzieken. De bitterheid eerst, en van daar uit komen uitvallen van woede of innerlijke kilheid en onverschilligheid, want dat gaat ook op bitterheid terug, en dan vandaar uit irritaties of jaloezie.
Als je bitterheid voelt of diepe teleurstelling, die vaak voorkomen uit onvervulde verlangens, soms ook rancune over wat u is aangedaan, leer daar dan allereerst dat hout in te gooien. Dat wil zeggen: laat eerst de liefde van Christus komen. Bekleed je met Christus, zegt Paulus, en als je dat doet dan gaat er in je leven iets werkelijkheid worden van de kracht van de genezing, van vergeving, van de kracht om lief te hebben, die putten wij uit Hem. En daarom kiest Paulus voor dit vermaan, dat hij dat aansluitend aan: trek de nieuwe mens aan, zo toepast, zo laat hij het ons als het ware voor ogen zien, dat als we de kracht van Jezus in ons leven toelaten, dan gaan we die warmte uitstralen, dan gaan we liefde geven en dan trekken we ons niet mokkend terug of vallen uit in irritaties. Dat is het wat de apostel aan de vaders voorhoudt. In de tweede plaats de vrouwen. Tot hen zegt de apostel alleen dat ze zich moeten voegen. Het Boek vertaalt dat heel mooi: Vrouwen, voegt u naar uw mannen want dat is wat de Here van u verwacht. Ik vind het heel bijzonder dat het Nieuwe testament zo spreekt over de vrouw en de moeder. In die tijd waren vrouwen in een heel andere positie dan vandaag.
Vandaag zijn man en vrouw volkomen gelijk. Gelijkwaardig en gelijkberechtigd, en een huwelijk is iets wederzijds, en dat is natuurlijk grote winst ten opzichte van het oude antieke verleden, waar een huwelijk een eenzijdig van de man uit gesloten contract was. Je voelt hoe Paulus daarop inspeelt, op die situatie waarin er nog een hiërarchie was: hier staan de mannen en daar, ondergeschikt, de vrouw op een andere plaats. Als Paulus daarop ingaat vind ik het opvallend dat hij dan toch eerst zo heel uitdrukkelijk die mannen aanpakt. Dat is wat in die tijd. Paulus zegt in die samenleving van mannen en vaders, waar die een soort van halfgoden waren, tegen hen zegt hij: jullie doen het niet goed, er zit te veel bitterheid bij jullie, laat Christus je genezen. En dan zegt hij, met zo'n knipoog naar de vrouwen: Maar maak er geen rel van, voeg je wijs en verstandig naar je man, zoek wat de Here welgevallig is, dat zegt Paulus tegen de vrouw. En doe dat in de stijl van Jezus Christus. Ook vrouwen, net als de man, moeten opzien naar Hem, en zich door Hem laten vullen. En wat is de stijl van Christus? Dat is altijd geweest een combinatie van waardigheid en totale wegcijfering.
Dat vind ik de wondere combinatie van twee dingen die je in Jezus altijd in één ziet. En Paulus zegt: dat is nu het sieraad van de vrouw. Aan de ene kant zelfrespect, aan de andere kant dienstbaarheid. Niet jezelf in het middelpunt stellen, maar je dienst aan de man en het gezin. Dat is wat Paulus steeds weer zegt. Niet de revolutie brengt genezing, maar Jezus Christus brengt genezing. Paulus zegt: laat Christus in je huwelijk toe en dan groeit het vanzelf uit naar gelijkwaardigheid, dat is ook zo, want in Hem is noch Jood, noch Griek, noch Scyth noch barbaar, noch man noch vrouw, in Christus zijn we volkomen gelijk voor God. Maar dan komen ook de verschillen goed naar voren. Je gaat elkaar aanvullen in plaats van elkaar beconcurreren en je laat de man de plaats van de eerste, zoals het al vanaf de schepping geweest is, maar je vult hem daarbij aan en je dient hem en de kinderen. Zo staat het hier bij de apostel Paulus. Hij zegt tegen de vrouwen: zoek je kracht in die dienende liefde van Jezus Christus, dan bewaar je de eenheid, je respecteert je man, je veracht hem niet, hij is de man die God je gaf. En ten slotte de kinderen.
Als ik één ding uit Paulus' huisregels lees wat betreft de kinderen dan zijn dat altijd twee dingen. Het eerste is dat hij benadrukt dat je kinderen niet moet ontmoedigen. Dat zegt hij in andere brieven ook steeds. Kinderen moeten bevestigd worden, dat is een heel diep psychologisch inzicht. En het tweede is: kinderen moeten hun plaats weten. Een opvoeding als een dwangbuis is heel erg, maar een totaal vrije opvoeding is minstens zo erg. Ik heb vaker dat kind geciteerd wat in een spotprent in de krant stond met een uitdrukking naar de moeder toe: Moeder, moet ik vandaag weer doen wat ik zelf mag kiezen? Dat is inderdaad een ramp voor een kind. Want kinderen moet je dingen voorzeggen, kinderen moeten grenzen kennen, kinderen moeten een kader hebben, een vast kader en continuïteit, kinderen moeten normen leren. Dat moeten ze leren, soms met harde hand, heel duidelijk en soms absoluut leren. En daarbinnen geeft God vrijheid, en daarbinnen vraagt de Here van de kinderen dan ook gehoorzaamheid, dat ze die grenzen in acht nemen, dat ze hun ouders respecteren en waarderen, ook in hun zwakte en in hun gebreken.
En dat ze dat ook als kind al doen in een diepe verhouding van afhankelijkheid van de Here, wetende dat dat is wat Hij wil, en het daarom doen. En als ze dat doen, en zo ook de Here toelaten in hun leven, dan maakt Hij ook in hun leven bitter water zoet. En daarom zegt Paulus: kinderen, je moet je vader en je moeder gehoorzamen, dat vindt de Here goed, zo wil Hij in je leven rust en ook genezing brengen, en goede ontplooiing. Zo zijn we aan het eind gekomen van die paar huisregels van de apostel Paulus. De hoofdzaak was: Christus' kracht wil genezend doorwerken in open, liefdevolle, herstelde relaties. Christus is het hout van God, in Hem zitten alle geboden en inzettingen van God opgesloten, werp Hem in de poel van bitterheid en bitter water wordt zoet. Wat dat praktisch betekent heeft de apostel ons nu met een paar pennestreken duidelijk gemaakt. Vaders, laat je in gespannen situaties niet door bitterheid of verwijt leiden, trek je niet terug, vaak is je superieur terugtrekken nog erger dan agressief uit te vallen, of je irritatie af te reageren.
Trek je niet verbitterd terug, maar bevestig je kinderen en wees attent en voorkomend en liefdevol tegenover je vrouw, laat zien dat je van haar houdt. En vrouwen, sluit je aan bij je man, bewaar de eenheid. En kinderen, doe wat je ouders zeggen, doe ook de dingen die je niet leuk vindt om te doen. Maar voor allen, getrouwd of ongetrouwd, ouders of geen ouders, geldt natuurlijk: zoek je wijsheid in alle relaties waarin je staat bij de Here. Dan geeft Hij oases. Dat vind ik zo'n mooi slot om mee te eindigen. Israël kwam daar aan bij die poel van bitterheid, daar werd het water zoet, en toen kwamen ze in een oase, met twaalf waterbronnen en zeventig palmbomen, inderdaad, God geeft zelfs oases in de woestijn, als wij maar die genezende kracht van Christus in ons leven toelaten. Amen.