Gemeente van Christus, We hebben vandaag onze startzondag, een nieuw seizoen is aangebroken. En alles gaat weer beginnen: de kringen, de clubs, de diensten, de bezoeken. Een nieuw jaarprogramma kondigt zich aan. Eigenlijk draaien al die plannen om, wat je zou kunnen aanduiden met één woord: gemeente-opbouw. En daar gaat het nu ook precies over in het deel van de Colossenzenbrief wat we hebben gelezen. Gemeente-opbouw, de gemeente als een gebouw dat nog in opbouw is. En daar heeft Paulus het heel vaak over. In al de brieven die hij schrijft aan de gemeente gebruikt hij die woorden. De opbouw van gemeente, de gemeente als een huis wat nog in de steigers staat. Wat leren wij daar nu van als we dit zo horen? Eigenlijk moet ik een stapje verder gaan en zeggen: als je hier nu luistert wat God ons in deze woorden van de apostel Paulus te zeggen heeft wat heeft Hij ons dan te zeggen? Wat nemen we daar uit nu mee voor het komende jaar zodat we niet op de verkeerde voet staan of niet op de verkeerde manier bouwen aan dat huis. Want je kunt natuurlijk op een goed fundament zo bouwen dat er ten slotte zoiets als de toren van Pisa tevoorschijn komt, wat scheef staat.
Of je kunt op dat goede fundament misschien wel loodrecht bouwen, zoals de bijlmerflats, maar dat is niet om in te leven. Dus er zijn talloze manieren waarop we fout kunnen bouwen. Hoe doen we het goed? Daar gaan we vanmorgen naar luisteren. Dit is eigenlijk een heel persoonlijk gedeelte van de apostel. Hij is er heel diep zelf bij betrokken. Maar toch heb ik het met die woorden niet gemakkelijk gehad deze week. Als je goed leest wat de kern van de zaak is, en die hebben we er uitgelicht, vers 28, dan zegt Paulus dit: "Alles doe ik: reizen, onderwijzen, verkondigen, richting aangeven, leiding geven, waarschuwen, ik doe het allemaal met één doel en dat is: om de gemeente in Christus volmaakt te doen zijn." In Christus volmaakt zijn. Ik heb daar de hele week mee rond gelopen. Wat bedoelt Paulus daarmee? Is het doel eigenlijk niet veel te hoog gegrepen? Hoe kan ik dat nu zo doorgeven dat het dicht bij huis komt? Wij zijn eigenlijk al blij als er wat gemeentekringen goed lopen, als een kerkdienst mooi gevonden wordt, als men niet teveel hekel heeft aan de catechisatie, maar Paulus zegt hier: in Christus volmaakt doen zijn! Dat is zijn doel.
En je hebt ook de neiging om te zeggen: ja, wat Paulus hier zegt dat is natuurlijk alleen voor een elite, dat is iets voor Billy Graham of Watchman Nee, of wat uw helden zijn, Henk Binnendijk, mensen die er helemaal fanatiek voor gaan. Nee, zegt Paulus. Hij zegt in één zin tot een aantal keren toe: ieder mens. Dat zegt hij niet voor niets, want die dwaalleraren hadden zo'n elite op het oog, een keurkorps. Die moesten tot bijzondere heiligheid opstijgen. Niets daarvan vind je bij Paulus. Hij heeft het over jong en oud, hij heeft het over een oma van 80 en een vader van 33, hij heeft het over heel eenvoudige en heel geleerde mensen, ieder mens, zegt hij, met grote nadruk. Dus dat blijft sinds Pinksteren het hoofddoel van gemeentegroei, dat wij allen in Christus volmaakt zouden worden. Daar heb ik mee geworsteld kan ik wel zeggen deze week, en ik heb wat ontdekkingen gedaan. Het zijn er vier en ik wil ze na elkaar aan u doorgeven. In de eerste plaats, -daar begon ik mee en dat was iets dat me direct trof bij het lezen van dat hele stuk, en in het algemeen als je Paulus hoort spreken over de gemeente-, Paulus ziet de gemeente als nog onaf. Onvolmaakt, niet gearriveerd.
Maar wel in een proces begrepen, in beweging, onderweg. Dat is nu zo'n eenvoudig inzicht, maar het is toch zo'n belangrijk inzicht. De gemeente is dus om in dat beeld van een gebouw, opbouw te blijven, als een gebouw dat nog in opbouw is, in aanbouw, het staat nog in de steigers. Werk in uitvoering! Waarom is dat nu zo belangrijk om je als eerste bewust te maken? Het bewaart ons voor aan de ene kant te hoge verwachtingen, en aan de andere kant de bittere teleurstelling. Ga maar eens na hoe vaak dat in de gemeente gebeurt, het heeft me eigenlijk getroffen hoeveel mensen er zijn die toch zeggen: ik heb er een trauma aan over gehouden, of die verbitterd raken, diep teleurgesteld in de gemeente. Leef je dan dit beeld eens even in van een gebouw dat nog in de steigers staat. U komt aangelopen bij een gebouw in aanbouw, er staan nog schuttingen omheen en je kunt er zo langs kijken. Je ziet een afvalhoop, er liggen plassen water, en kijk je nauwkeuriger dan zie je binnenmuren opgetrokken van witte gasbetonblokken, een waardeloos gezicht. Dan kijk je naar binnen en als er al een plafond is is het nog niet eens gestucd.
Het liefst zou je wegrennen, zeker als je verwacht dat je daar een fijne salon aan zou treffen waar je heerlijk zou kunnen relaxen. Dan word je natuurlijk teleurgesteld. Of je verwacht dat je even heerlijk kunt slapen in een verwarmde slaapkamer. Dan wordt je teleurgesteld. En als dan bovendien de bouwvakkers die je daar ziet rondlopen met de ene na de andere sigaret in hun mond en ze doen niks, of ze rommelen maar wat aan zonder dat ze op het bouwplan letten, je ziet dat die muur daar absoluut scheef gaat, dan ben je helemaal geneigd gillend weg te lopen. En zo lopen veel mensen gillend weg uit de kerk. Daarom benadruk ik dat. De apostel zelf zegt het ons al: de gemeente is in aanbouw, die staat nog in de steigers! Misschien dat velen helemaal geen idee hebben van gemeente- opbouw, en ik heb wel eens iemand horen zeggen: "Daar heb ik nog nooit van gehoord, van gemeente-opbouw, gemeente-opbouwplan, gemeente-groei, dat zijn allemaal nieuwe ideeën." Toch lopen deze ideeën zo weg uit Paulus onderwijs! De gemeente is een gebouw in aanbouw. Werk in uitvoering, er staan steigers. We hadden het kunnen weten maar we liepen er aan voorbij. Ik maak het nu even heel praktisch.
Stel, u doet dit jaar mee, en toch wordt u behoorlijk teleurgesteld. De kerkdienst bevalt je niet en je eigen kring valt uiteen en je mist wat je zoekt en je vindt afval waar je het niet verwachtte. Wat doe je dan? De eerste gaat in een hoek zitten mopperen, die zijn er. En de tweede zegt: Ik haak af, ik beweeg me naar de rand van de gemeente. En de derde bedenkt een wild plan wat in één dag gerealiseerd moet worden, wat nergens op slaat. De apostel Paulus zou u vanmorgen eigenlijk zo op dat bordje willen wijzen wat bij ieder werk in uitvoering staat: werk in uitvoering! Waarom gaat u dan niet des te vuriger aan de slag? Waarom steekt u dan niet zelf de handen uit de mouwen? Waarom die luxe-houding? Professor Rookmaker noemde dat de 'easy chair mentality'. (luie stoel mentaliteit), nu daar kom je niet ver mee in de kerk. Bovendien, grote dingen en diepe waarheden en machtige kunstwerken, ze zijn nooit anders tot stand gekomen dan na veel pijn en grote inspanningen. Iets wat echt de moeite waard is, is nooit voor niets. Denk maar aan een edelsteen, die wordt onder grote druk pas tot die edelsteen die hij is. Ik kom daar straks nog op terug.
Dat was punt 1, voor mij wel een hele grote ontdekking. Het tweede punt. Daarom, zegt de apostel, span ik mij ook in met zware strijd en onder veel verdrukkingen. Dat zegt hij hier een paar keer in deze tekst. Hij was een top-architect zou je kunnen zeggen. En laten we eerlijk zijn, wij zijn in de tijd eigenlijk alleen wat eenvoudige bouwvakkers. Hoe hoger je staat op de ladder, hoe zwaarder de prijs is die je betaalt. Zo is het in het leven. Paulus weet het en hij is er ook toe bereid. Want hij kent de hoogste Architect! En de hoogste Architect heeft gebouwd met het offer van Zijn eigen leven. En omdat hij die navolgt, zegt Paulus: daarom heb ik het er graag voor over want het is ten behoeve van Jezus' gemeente dat ik lijd. En dan gebruikt hij die wondere zin: ik vul aan in mijn lichaam wat nog ontbreekt aan het lijden van Christus, ten behoeve van Zijn gemeente. Paulus heeft daar natuurlijk niet mee willen zeggen dat er aan Jezus' unieke lijden aan het kruis iets ontbrak, want zijn hele verkondiging is te zeggen: daaraan ontbreekt niets, Jezus heeft het volkomen voor ons volbracht.
Maar, zegt Paulus, op grond van dat unieke lijden, dat fundament, moet er door ons nog wel wat doorleden worden. Dat zegt Paulus hier wel. Door ons moet ook wat doorleden worden ten behoeve van de gemeente en haar opbouw. Dus er moet op dat verzoenend lijden van Jezus aan het kruis als het fundament, een nieuwe gemeenschap rijzen van verzoende mensen, en ook dat gaat niet zonder lijden. Dat kost een prijs, dat is het tweede wat ons opvalt. Wat is Paulus daar met heel zijn eigen leven bij betrokken, je voelt zijn hart, hij is er dag en nacht mee bezig. En hij heeft diepte gekend en toch volgehouden. Wij zijn maar gewone bouwvakkers, dus we hoeven geen kleine Paulussen te worden, maar we mogen ons wel aan hem op trekken. Paulus schrijft heel vaak over tegenslagen, hier over strijd en tranen, en toch wordt hij nergens verbitterd. Hij stuitte op enorme weerstanden, meer dan wij ooit zijn tegengekomen. En toch gaat hij bijna vrolijk voort, hier in dit hoofdstuk. Hij lijdt enorm, u moet in 2 Corinthiërs 11 die lijst maar eens lezen: Wat ik niet allemaal doorgegaan ben: stokslagen, stenigingen, schipbreuken, smaad, enz. enz.. Toch is hij positief. Hoe komt dat nu?
Dat komt omdat Paulus de leerling en de discipel is van Jezus, daarom is het zo, omdat hij iets van Jezus in zich draagt, Hij die alle leed van de wereld droeg en die alle smaad over zich heen kreeg, en die niet schold en niet verbitterd werd maar het doorleed. Hij ging er mee naar God en het werd een groot geheim, het leidde tot het grote geheim. En dat is het derde punt. Dat kunnen we natuurlijk niet missen als we dit gedeelte lezen. Tot drie keer toe is er sprake van een groot geheim. Achter dit alles, die gemeente-opbouw, schuilt een groot geheim, en achter Paulus. De positieve manier waarop hij tegenslagen verwerkt, daarachter schuilt het geheim van de grote Architect, en dat is niet makkelijk te kennen, dat zou ik wel eens willen benadrukken, dat is niet makkelijk te kennen. Ik zei al, dat is bij alle grote kunstwerken het geval. Als je voor het eerst de Mona Lisa ziet, het grootste kunstwerk in de geschiedenis van de schilderkunst, dan valt dat tegen. Ik heb het gezien, en het viel tegen. Want je hebt uitleg nodig, heel veel uitleg, en dan moet je je inspannen en daar heb je tijd voor nodig, en dan moet je het leren zien.
En als je het niet leert zien ga je het nooit waarderen. Een ander voorbeeld: zo'n prachtige geode. Als je naar een edelstenen- of mineralententoonstelling of -museum gaat, wordt daar iets verteld over kostbare gesteenten, en onder die kostbare gesteenten zijn vooral geoden de mooiste. Er zijn hele grote, en kleinere. Het zijn uitermate kostbare stenen, daar gaan ze voor hakken in de bergen om hem eruit te krijgen, en dan moet je hem nog herkennen, want anders zie je de waarde niet, dan zie je een stukje cement wat je opzij zou schoppen! Daarna moet je hem weten te openen en dan moet je hem nog op de goede manier weten te snijden en te polijsten, en wat er dan uitkomt! In zo'n opengebroken geode zie je al wel de kristallen zitten. Dus dat is een ander voorbeeld van iets wat ik nu een geheimenis noem, iets wat je op het eerste oog er niet aan af ziet. Een steen die de bouwlieden hebben verworpen, zongen we. Je zou er een schop tegen geven, maar je moet het leren zien, en dan leren openen, en dat kost inspanning. Voor zo'n geode moet je beitelen in een rots, soms dagen zonder resultaat, en als je hem dan ziet moet je hem kunnen herkennen, en daarna nog kunnen openen.
En dat is allemaal van toepassing op dat wat het geheim is van de gemeente en de uitstraling daarvan. Dat geheim, daarvan zegt hier de tekst tot drie keer toe: dat grote geheimenis is Jezus Christus. Wat wij niet in Hem hebben! Laat me eens een paar dingen noemen. We hebben alleen in Jezus Christus zekerheid dat we geliefde kinderen van God zijn, dat alle toorn van God is weggedragen, dat God in alle eeuwigheid niet meer op u en op mij vertoornd is, dat danken we alleen aan dat kostbare geheim, aan Jezus lijden en sterven aan het kruis op Golgotha. We hebben gezongen van een ander geheim, lied 75: O, Christus Die voor ons begin en einde zijt, der wereld zin. Dat wil zeggen: we hebben in Jezus Christus de zin van ons leven gekregen. We dwaalden allen als schapen, en we wisten niet wat de zin van het leven was. En toen verscheen Hij en Hij heeft al onze antwoorden gegeven, al onze vragen beantwoord, al onze noden aangeraakt, en Hij heeft gezegd: Ikzelf, Ik ben de weg, de waarheid en het leven.
En wat er niet in Jezus Christus is, als je de kerkgeschiedenis leest: genezing, kracht tot het martelaarschap, liefde waar mensen die zelf niet meer hadden, allemaal in Hem, en Jezus voert ons heen naar die unieke mens zo als God ons gewild heeft. In Jezus is er zelfs uitzicht op de toekomst. Daar hebben we een vorige keer bij stilgestaan, Hij is het Hoofd van een verheerlijkte schepping, zelfs heel de schepping, alle dingen, bomen, bloemen, planten, sterren, de hele kosmos, die is eigenlijk op Hem aangelegd. Het is als een park dat wordt klaargemaakt voor de intocht van de koning. En midden in het park komt het huis, en ook dat huis wordt klaargemaakt voor de komst van de koning, de gemeente. En zo is deze geode de hoeksteen van de gemeente, haar grote geheim. En dat leidt me tot het vierde en het laatste, nu begrijpen we er iets van waarom Paulus maar door één ding bezield is, en dat is die gemeente laten zien wat het betekent dat wij in Christus volmaakt zijn. Zo moet je het vertalen. Dat is dus ons doel als we een nieuw seizoen van gemeente-activiteiten beginnen. Daar maak ik drie opmerkingen over. Dat 'in Christus volmaakt doen zijn' legt Paulus uit in hoofdstuk 2:2.
En dat is eigenlijk een fantastisch programma. Hij zegt: Ik ben bezig harten te troosten, in liefde te verenigen, en u te doen groeien in de rijkdom van een volledig inzicht. Dat zijn dus de drie punten. Dat wil zeggen: in en onder alle activiteiten waarvan we straks meer horen, gaat het om mensen, om u en om mij. En wij zijn zwakke mensen, en falende mensen, we zijn gekwetste mensen, en we hebben troost nodig. Dat is het allereerste, en we laten ons door Freud niet van de wijs brengen. We hebben troost nodig in ons hart, staat hier: het troosten van de harten. Een mooiere omschrijving weet ik eigenlijk niet van wat de eerste bodemlaag is van gemeente-opbouw: elkaar troosten in de harten. Harten troosten, zondag 1 van de Heidelbergse catechismus: wat is uw enige troost in leven en sterven? Het tweede is: in liefde verenigen. Ieder lid van de gemeente hoort in relaties te staan. We zijn geen zak met kille knikkers, stuiters die stil en kil naast elkaar zitten, maar we zijn een druiventros, zo vergelijkt de bijbel ons. En in liefde verenigen, dat tweede, dat betekent die band leggen en vasthouden en voeden.
En dat betekent soms je excuses maken, een andere keer een ruzie verzoenen, een derde keer geroddel het zwijgen opleggen, verbanden onderhouden, zo hoort ieder lid in de gemeente die verbondenheid te kennen en te beleven. Dat kan natuurlijk nooit zonder cellen, zonder deel te nemen aan gemeentekringen in wat voor vorm ook. Maar in en onder dat alles torent daarboven uit dat derde: groeien tot de rijkdom van een volledig inzicht, dat is het hoogste. Zonder dat mislukt alles, ook die eerste twee punten. Het is groeien in het kennen van wat we in Christus hebben. Zo moet u het lezen, dat luistert heel nauw. Christus is het geheimenis van God, in wie we alle schatten van kennis en wijsheid hebben. Ze zijn daarin verborgen, zegt Paulus. Daar komt dat woord verborgen, het ligt niet zomaar op straat, je moet er diep voor delven. En hier komt in de tekst zelf dat beeld naar voren van die geode in wie alle schatten van wijsheid en kennis verborgen zijn. Daarna als ze zijn opgedolven dan groeien wij in de kennis van wat we in Christus hebben. Daarvoor zijn dus alle vormen van uitleg. Bijbelstudie, huisbezoek, vakantiebijbelfeest, kindernevendienst, al die dingen zijn eigenlijk daarop gericht.
De schat moet worden opgedolven en zoveel mogelijk van die schittering en die kracht daarvan moet worden uitgestald zodat jong en oud worden getroost in hun harten, verenigd in liefde, en ontdekken wat we in Christus hebben. Daar sta ik tenslotte nog even bij stil, bij die zin: in Christus volmaakt doen zijn. Er staat eigenlijk, zoals Paulus het zegt: ik wil u stellen; in 2 Cor. 11 zegt hij: als een schitterende bruid voor Christus als Hij terugkeert, ik wil u stellen als volmaakt in Christus. En dat betekent dus niet dat wij volmaakt moeten worden, dan komen we weer onder hele hoge druk te staan van dat wij die ladder op moeten klimmen naar de grotere volmaaktheid, nee, het betekent precies het omgekeerde, het betekent dat wij in geloof leren aanvaarden wat we in Christus zijn. Ontzaglijk blij zijn dat we in Christus voor God al volmaakt zijn. En volmaakt betekent bij Paulus: volmenselijk. Het is kwalitatief, het is niet benedenmenselijk, niet bovenmenselijk als supermens, nee, echt authentieke mensen, daar is Paulus op uit, daar is God op uit.
En dat worden we niet als we als Baron von Münchhausen ons aan onze eigen haren uit de problemen proberen te trekken, maar als we proberen ons over te geven aan Jezus Christus, en gaan zien wat we in Hem hebben. Gerechtvaardigd, geheiligd, al verheerlijkt. De nieuwe mens ligt klaar in Hem. En hoe meer we in het geloof, in een open hart van Hem ontvangen en echt waar laten zijn, hoe meer we zelf echt mens worden. Want dat is het uiteindelijke doel: volmenselijk. En daar is heel de gemeente-opbouw op gericht. Wat een werk, onderdeel zijn van het gebouw van de gemeente, als een levende steen die draagt, als een metselaar die bouwt, of als een timmerman die schaaft, wat ook uw gave is: zet ze in en leer van de apostel die vier punten die ik u vanmorgen mocht meegeven: 1. We zijn nog in proces. Er is werk in uitvoering, we staan nog in de steigers, wees dus reëel in je verwachtingen. 2. Niets is voor niets. Grote kunstschatten leer je pas liefhebben langs de weg van veel inspanning. En een geode vinden kost heel veel zweetdruppels en openen is veel werk. Hoeveel te meer geldt dat van het grootste geheimenis wat er is, het geheimenis van God.
En daarop is alle gemeentewerk gericht, dat is het derde punt: 3. Ontdekken wat we in Christus als het grote geheimenis van God hebben. 4. Dat houdt voor ons ieder een concreet programma in, vul het maar in. Hoe gaat u het doen? Harten troosten, in liefde verenigen, groeien, helpen groeien tot de rijkdom van een volledig inzicht in wat we in Christus hebben. Amen.