Gemeente van Christus, eigenlijk gaat Daniël 1 over teenagers, of tieners. Want Daniël en zijn vrienden waren, we kunnen dat zo ongeveer uitrekenen, om en nabij veertien jaar oud, toen ze werden weggehaald uit hun familie en uit hun land, om daar aan het hof van koning Nebukadnezar een heropvoeding te krijgen. Ik begin met een vraag aan al degenen die tussen de tien en twintig jaar oud zijn: Hoe zou jij het vinden, als je, veertien jaar oud, plotseling zonder steun van je ouders wordt overgebracht, naar Baghdad bijvoorbeeld, om daar in het paleis van Saddam Hoessein omgeschoold te worden tot een soort van Moslimdeskundige? Wat zou je daar van vinden? Waarschijnlijk zeg je: Ja, boeiend, interessant, gaaf! Maar ik denk als je er eventjes over na gaat denken, dat je dan ineens wel andere gevoelens krijgt. Denk het je maar eens even echt helemaal in. Helemaal weg van je familie, daar in een ver land, en dan in een omgeving, een cultuur, een taal en een geloof, totaal anders dan wat jou thuis is meegegeven. Ja, dat is dan natuurlijk tegelijkertijd ontzettend bedreigend! Hoe zou je daar ooit overeind kunnen blijven? En dat leidt me tot de tweede vraag.
Die is meer voor de ouders: Hoe zou u het vinden, als je je zoon van veertien jaar moest afstaan om aan het hof van Saddam Hoessein een heropvoeding te ondergaan. Hoe zou u zich voelen? Nu, ik weet wel zeker, dan ben je als ouders ontzettend bezorgd. Nou zijn ouders wel eens wat te snel bezorgd, maar ik denk dat het hier in zo'n situatie wel helemaal op z'n plaats is. Want wie zou het niet verschrikkelijk vinden als z'n eigen kinderen op een eigenlijk nog te vroege leeftijd, al helemaal worden geïndoctrineerd door een andere godsdienst en een andere cultuur? Nu, die twee vragen, aan de tieners en aan de ouders, plaatsen ons hier midden in dit verhaal van Daniël 1. Want dit is het precies wat Daniël en zijn vrienden overkwam. Er kwamen ambtenaren binnen vanuit het westen, inderdaad van uit het gebied waar nu Saddam Hoessein woont. Ze kwamen daar aangereisd, ambtenaren van koning Nebukadnezar, ongetwijfeld met militaire politie, en ze kozen de knapste jongens uit de meest voorname families. En die namen ze mee om page te zijn, en later een soort van adviseurs, aan het hof van Nebukadnezar.
Dat deed hij niet om gijzelaars te maken, maar het was meer om zijn eer en aanzien tussen de volkeren hoog te stellen. Daar waren de knapste, de geleerdste jongens van al die volkeren toch maar aan zijn hof om hem te adviseren. Dat was de idee. En zo werden ook deze jongens van het volk Israël aan zijn hof toegevoegd. Ze krijgen daar gedurende drie jaar een soort van geleerde heropvoeding. Zelfs hun namen worden veranderd. Dat verbindt het verhaal van vanmorgen toch ook weer een beetje met de doop, we zeiden: bij de doop verbindt de Here God zijn Naam aan onze naam. En dat drukken we ook vaak letterlijk uit, Israël deed dat in ieder geval wel vaak, in de naam die mensen kregen. Zo hadden Daniël, Hananja, Misaël en Azarja namen waarin tot uitdrukking kwam dat zij verbondskinderen waren. El betekent God, en ja is een afkorting van de heilige naam Jahwè. En kijk dan nog eens naar die namen: Daniël: God is rechter; Hananja: de Here Jahwè is genadig; Misaël: God is redder, geeft redding: en Azarja, daar komt de naam Jahwè weer: de Here is mijn helper. Dus ze waren bij wijze van spreken gedoopt, ze waren in het verbond opgenomen, God had zijn Naam met hun namen verbonden.
En Davitha, die we net gedoopt hebben, heeft dat ook een beetje, want David is een bijbelse naam. Nu, wat doet Nebukadnezar? Zodra zij aan het hof komen verandert hij zelfs hun naam. Daniël wordt Beltsazar, -el- wordt -bel, baäl-, en in plaats van de namen van God in Serie over Daniël hun namen, komen de namen van afgoden, bij allevier. Zo wordt hun verbondsnaam uitgewist. Bijvoorbeeld: Davitha zou zoiets worden als Delila. Ze krijgen een naam waarbij de afgoden centraal staan. Zoiets doet zeer en het is ook zeer bedreigend. Zouden ze dan niet geestelijk ook helemaal onderuitgaan? Versmelten met die cultuur? Nu, daarover gaat het in Daniël 1. En laten we wel wezen, dat ligt toch eigenlijk veel dichter bij huis dan we denken. Want ik heb het wel even gehad over Baghdad, en Saddam Hoessein, dat is ver weg. Maar denkt u dat onze samenleving vandaag nog wel echt christelijk genoemd kan worden? Ik denk dat we stilzwijgend, voor we er erg in hadden, allemaal hier in Nederland zo'n beetje verzeild zijn geraakt in een "babel-cultuur". In iedere "babel-cultuur" staat de mens in het middelpunt.
Vanmiddag, in Daniël 2, zullen we dat heel duidelijk zien in die droom van Nebukadnezar: de mens in het midden. En daar omheen: afgoden. Dat is kenmerkend voor een babylonische cultuur: de mens in het centrum, en daar omheen de afgoden, Bel, Marduk, de Mammon. We kunnen ze eigenlijk in onze tijd ook zo wel invullen: Baäl, dat is de god van de vruchtbaarheid en van de sexualiteit, en Mammon, de god van de macht en van het geld, en Marduk, daar kon ik niet zo gauw wat bij vinden, maar ik denk in onze tijd zou je kunnen denken aan de technologie, waarbij wij ons wanen groot te zijn en onze oplossingen te scheppen. Nu, Daniël 1, dat wat legendarisch aandoende verhaal van een wijze in de grijze oudheid, het wordt een spiegel waarin wij ons eigen gezicht herkennen: dit is het toch eigenlijk wat ons overkomt. En dan is het natuurlijk ook heel belangrijk om te luisteren naar: wat is dan de boodschap van God voor eerst de jongeren en dan de ouderen? Eerst dus: Wat is nu de boodschap van God aan alle tieners? Want Daniël 1 is in de eerste plaats een tienerpreek.
Nu, aan hen zou ik toch weer, daar begin ik mee, die drie woordjes willen meegeven die als een rode draad door dit hoofdstuk heenlopen. Drie keer staat er die zelfde term. De eerste keer staat er: De Here schonk, vers 2, en de tweede keer staat er in vers 9: En God schonk, en de derde keer staat er: En God gaf. En dat loopt als een rode draad zo door dit hoofdstuk heen. Die woorden staan natuurlijk niet voor niets hier door dit hoofdstuk, aan begin, midden en eind. Daniël wil daarmee zeggen: Naast de zuigkracht van een hele cultuur om je heen, is daar ook de levende realiteit van God, op Wie je aankan. God, Die je niet alleen laat, maar Die je geeft wat je nodig hebt op het beslissende moment. Hij laat je niet alleen, ook niet als je helemaal alleen op een school zit, of in een klas, waarin er eigenlijk niemand is die echt gelovig is en als er over gepraat wordt altijd met een zekere snier. Of waar het heel gewoon is om maar te vloeken en in uitdrukkingen en in woordgebruik toch eigenlijk tegen het geloof in te stoken. Nou, dat is het wat Daniël en zijn vrienden overkwam aan het hof.
Als we zo'n geschiedenis lezen, wat is dan eigenlijk het eerste wat ons treft in de manier waarop Daniël en zijn vrienden er mee omgaan? Ik denk dat het eerste wat ons treft toch is: lef. Ze hebben toch lef, ze durven daar toch heel moedig op een heel concreet punt te zeggen: Tot hier toe en niet verder. Hier doen we niet aan mee. En bij hen was dat op het punt van eten en drinken. Het had natuurlijk net zo goed een conflict kunnen worden op het punt van een ander gebod, het derde gebod: gij zult niet vloeken, of het zesde gebod: gij zult niet stelen, of wat ook. Maar bij hen spitste het zich toe op dat concrete punt van de overtreding van de spijswetten van Mozes. Want de koning zelf had een menu uitgestippeld. En dat menu, dat waren echt spijzen van het hof, rosbief, tartaar en al dat soort, vooral veel vleeswaren, en wijn. Nou mochten de Israëlieten ook wijn drinken, maar dat vlees, daar waren speciale spijswetten voor, ook voor de manier waarop je het at. En bepaalde dieren mochten niet gegeten worden, dat waren onreine dieren. En er zaten legio onreine dieren tussen de vleeswaren. En op dat punt zeggen Daniël en zijn vrienden: hier gaan we niet mee.
Het is wel opvallend dat ze in een babylonische cultuur zo letten op het lichaam. Koning Nebukadnezar bepaalt het menu, ze moeten er wel goed uitzien. De "look", het uiterlijk, het lichaam, dat moet een uitstraling hebben. Dat vind je vandaag ook weer, die lichaamscultuur. Ze moeten de knapsten van de knappen worden. Maar Daniël en zijn vrienden zeggen: "Hier doen we niet aan mee. Hier haken we af." Trouw aan God komt altijd uit in iets heel kleins. Wie als christen leeft in een ongelovige wereld, die komt altijd voor zulke kleine beslissinkjes te staan. Inderdaad, dat ligt soms op het vlak van vloeken. Je ligt er misschien wel uit, als je aan een bepaalde stijl van praten niet meedoet. En je moet aan de andere kant ook niet preken, maar je kunt toch door op een bepaald punt, aan een bepaald woordgebruik niet mee te doen, laten voelen dat dat niet iets is wat bij jou hoort. En dat is een keus. Ik sprak eens met iemand, hier lid geworden, Nederlands Gereformeerd geboren en getogen. In Utrecht werd hij student,en hij werd geen lid van een christelijke vereniging, maar van het koor.
Ik praatte met hem en vroeg: "Waarin verschil jij nu eigenlijk van al die anderen?" -Al zijn medestudenten aan het koor waren niet-christen-. Hij zei: "Ja, in de meeste dingen eigenlijk niet veel." En ik zei: "Maar kun je nu iets bedenken waarin echt een verschil zit?" Hij zei: "Ja, op het punt van fietsen stelen, hier in Utrecht. In mijn omgeving vinden al mijn vrienden het doodnormaal om als hun fiets gestolen wordt de fiets van een ander te stelen. Als hen dat overkomt, hup, dan stelen ze de fiets van een ander." Hij zei: "Op dat punt merk je dan ineens dat je anders bent." En ik dacht: Ja, daar heb je dan zo'n punt. Heel klein, maar heel concreet toegespitst. Als je achttien bent denk ik dat nog zo'n punt kan opdoemen. Je bent achttien en je hebt een vriendin. Ga ik nu, wat iedereen doet, met m'n vriendin in een tweepersoonstentje op vakantie, of doe ik het niet? Daar heb je weer zo'n keus. Daar kun je twee kanten op. Of ook in het gebruik van consumptie-artikelen, of roken. Middelen die verslavend werken. Die wel veel genot Serie over Daniël geven, maar verslavend werken. Doe ik het nu niet, of doe ik het nu wel? Nu, ik kan voor niemand anders die keuze bepalen.
Ik denk dat ieder mens en iedere tiener op een bepaald moment voor zo'n keus komt te staan. Doe je nu mee met wat doodnormaal is in deze niet christelijke, post-christelijke wereld, of zeg je: "Nee, hier ga ik er tegen in. Hier doe ik niet aan mee." In het engels zongen we in het Zwitsers l'Abri altijd bij een studie over het boek Daniël een hymne: Dare to be a Daniël, dare to stand alone. Durf een Daniël te zijn, durf alleen te staan. Ik denk dat dat kort gezegd ook het appèl is wat vanuit dit eerste hoofdstuk op ons af komt. Die kwetsbare momenten, waarop we echt nee zeggen, en daarin eigenlijk alleen met God rekenen, dat zijn niet de slechtste momenten. Want dan kom ik toch weer terug bij die drie kernwoordjes, dat zijn ook de momenten waarop de Here laat zien dat Hij er is. En dat is de boodschap van Daniël 1 voor alle tieners. Hij is er en Hij geeft, Hij schenkt. Hij is er om daarin naast je te staan. De Here schonk, Hij gaf, en Hij leidde Daniël, op een heel bijzondere wijze. Want het was toch eigenlijk een soort van zelfmoordaktie om dit koninklijke voedsel te weigeren en daarmee tegen de koning in te gaan. Die koning, en dat soort koningen.
Maar de Here gaf, staat er dan, dat ze de gunst wonnen van de hoogste ambtenaar aan het hof, zodat hij bereid was tot een experiment. En de Here gaf, dat er uiteindelijk nog een uitkomst was, waarbij zij er knapper uitzagen en gezonder dan al die andere tieners aan het hof. Ik denk niet dat dit gedeelte -even een zijspoortje- een pleidooi is voor het eten van vegetarisch voedsel. Er staat: Ze dronken water en aten groente. Dat is een onderwerp apart, daar ga ik nu niet op in. Maar als je denkt dat het daaraan lag, heb je de point gemist. Want de point van het verhaal is juist dat tegen alle verwachtingen in er hier een bijzondere zegen, een bovennatuurlijke zegen van God rustte op dat gedrag. Dus het was menselijkerwijs te verwachten dat je er minder goed uitzag, met zo'n menu, maar God redt hen er uit. Hij geeft op bijzondere wijze zijn zegen. En dat is de point. God bewijst zich als de levende God aan ieder mens die het aandurft om op Hem te vertrouwen. Dat is in het kort gezegd de boodschap van Daniël 1, de eerste boodschap: Durf op het goede moment nee te zeggen en reken dan met de realiteit van God, dat Hij je helpt en je komt nooit beschaamd uit. Maar nu het tweede punt.
En dat is een boodschap iets meer voor de ouders en daarin stel ik dit hoofdstuk in een wat wijder kader. Een boodschap, meer voor de ouders, met misschien wel ook aan hen eerst die vraag: "Waarom bent u overbezorgd?" En ook: "Denkt u misschien dat het alleen je kinderen betreft, die in een babylonische cultuur belanden?" Wie zo denkt, voor hen wil ik Daniël eens even in een wijder verband zetten. Want Daniël 1 begint met: Israël wordt weggevoerd in ballingschap, en het wordt gevoerd naar het land Sinear. Let eens op die woorden. Want Sinear komt nog maar één keer in de bijbel voor, en dat is in Genesis 11. Helemaal aan het begin bij de torenbouw van Babel. Dan staat er: het land Sinear. Het is dus eigenlijk wat je in de taalkunde noemt een anachronisme dat dat woord hier staat. Teruggevoerd naar het land Sinear. Het is of je zegt: Ik ga op vakantie in Nazi-Duitsland, zoiets. Dan refereer je naar iets wat 50 jaar geleden wel realiteit was, toen heersten de nazi's. En zo doet hier de schrijver van Daniël het ook.
Hij zegt: Ze werden teruggevoerd naar Sinear, dat wil zeggen het land waar Abraham uit weggeroepen was, omdat dat het land was van de Babyloniërs, de plaats waar mensen hun toren bouwden om zich sterk te maken tegen God. Dáár werd Israël naar teruggevoerd. En inderdaad, het gaat in Daniël dan ook naast hoogst individuele beslissingen voor hoogst individuele mensen toch ook om het wijdere kader van Gods regering temidden van de wereldmachten. Dat zet ds. Visser boven Daniël 1: Wereldmacht en Godsregering. En ik denk inderdaad: daar gaat het ook over. Je zou kunnen zeggen dat niet alleen het Davidisch koningschap wordt vernederd, want Jojakim, de koning van Juda, wordt ook meegevoerd, maar de Here voert hen zelfs terug tot vóór de verkiezing van Abraham. Het is alsof de verkiezing van Abraham teniet gedaan wordt. Ze worden weer teruggevoerd naar Sinear, naar Babel. God zet de klok terug. En dat is in de eerste plaats gericht. En wie weet is er wel iemand die zegt: "Ja, u hebt het nu wel over drie keer "God schonk", of "de Here schonk", of "de Here deed", maar de eerste keer is dat niet een uitredding, maar is dat juist gericht.
Want inderdaad, bij dat tweede vers, dan staat er: En de Here leverde Jojakim aan de koning van Babel uit. Dat was de Here die daar achter stond. Daarmee wil Daniël zoiets zeggen als: Er was een voorgrondsgeschiedenis, en daarachter is een verborgen achtergrondsgeschiedenis. Nu, van de voorgrondsgeschiedenis lezen we in de krant, en die bestuderen we in de geschiedenisboekjes en daar kun je naar kijken als je het journaal iedere dag bekijkt, dan zie je wat er gebeurt in de wereld, maar daarachter is ook een achtergrondsgeschiedenis. Dat is God die met iets bezig is. God is bezig met een plan, een heilsplan dat alle volkeren omvangt. En daarvoor kiest Hij Israël uit, en ik breng het direct over naar de gemeente, daarvoor kiest Hij de gemeente uit, de gemeente van Christus, om in Zijn naam dat plan aan alle mensen, aan alle volkeren uit te dragen. Maar als dat volk faalt, dan draait God de klok terug. En dan komt Hij met gericht. Dat begint vaak bij het huis van God.
En ik denk nu letterlijk aan de woorden die staan in 2 Koningen 24, en dat ging over deze Babylonische ballingschap: Waarlijk, dit overkwam Juda naar het woord des Heren wegens het onschuldig bloed, dat in Jeruzalem vergoten was. De Here wilde dat niet vergeven. Het staat letterlijk zo in Koningen. Ik denk dat de golf van secularisatie, waarin Europa en Nederland terechtgekomen zijn, toch ook die achtergrond Serie over Daniël heeft. Een soort van gerichtsoefening van God. Wat hebben de kerken ervan gemaakt? Hebben we wellicht zijn toorn opgeroepen, door onze godsdienstoorlogen? En door de vervolging van de Joden en door kerkelijke twisten, onze binnenkerkelijke vuurhaarden? Die vragen moeten we bij Daniël onszelf stellen. Want de God, die Israël in ballingschap wegvoerde vanwege hun zonde, is nog steeds dezelfde. Het is een God, die handelt in gericht als het volk van God niet echt trouw is aan die roeping om dat heilsplan van God te verkondigen aan de volkeren. Nu zou u denken: dat is toch een beetje somber verhaal, dat Daniël 1. Nee, dat denk ik niet.
Want die andere twee woorden, en het verdere verloop van heel het boek maken duidelijk dat diezelfde God, die slaat in het gericht, ook de God is, die Israël weer een nieuw begin geeft. En die redt, die uitredt. De eerste keer staat er: En de Here schonk hen, gaf hen over aan het gericht, maar dan daarna twee keer: Maar het was de Here die uitredde, en die begint, en tieners zijn de voorhoede. Hij begint weer met een nieuwe groep, en Hij geeft het volk een nieuw begin, en straks keert het terug naar Jeruzalem, en de Messias wordt geboren, en het heil gaat door, het moet naar de einden der aarde. Nu, daarover handelt het boek Daniël. Inderdaad, een goed opschrift is: "Onze wereldmachten", maar dan daarachter die achtergrondsgeschiedenis en dat is: "Gods regering". Een voorgronds- en een achtergrondsgeschiedenis. Het heilshandelen van God. Inderdaad, er zit dus een stuk gericht in de ballingschap van Israël, ik zeg in de ballingschap van de kerk. Dat de VU is verwaterd, dat is toch in zeker opzicht terug naar af: de klok is weer honderd jaar teruggedraaid. En dat het bijzonder onderwijs vandaag wankelt: de klok wordt weer teruggedraaid naar vóór 1917.
En dat heel Engeland verbijsterd is over het euthanasiebeleid van de regering in Nederland? En dat het humanisme de hoogtij voert in onze cultuur? "Bolkesteiniaans liberalisme". En dat als je naar de televisie kijkt en die vierentwintig kanalen afspoelt, dat je je dan afvraagt: "Maar waar is God in deze tijd?" Nu, dat allemaal is een gericht van God. We worden teruggevoerd naar een babylonische cultuur. Hij gaf Jojakim in de macht van de koning van Babel. Hij vernederde het Messiaanse koningschap. Hij voerde Israël terug naar vóór hun Abrahamitische verkiezing. Maar nu, precies datzelfde meest akelige bericht, vers 2, over het gericht dat begint bij het huis van God, precies datzelfde bericht is ook uitermate hoopgevend. Want de God van het gericht is ook de God van de genade. Wanneer wij terugkeren, ons beschikbaar stellen voor Hem, en onze jongeren beginnen tot in de kleinste puntjes keuzes te maken, radicale keuzes, dan gaat God weer een nieuw begin geven. Midden in de wereldgeschiedenis waar rijken komen en waar rijken gaan, daar is dat kleine volk Israël, later de gemeente, en God gebruikt ze om zijn liefde aan de mensen over te dragen, om zijn waarheid te verkondigen.
Dezelfde God die gericht brengt, brengt ook gunst, kennis, verstand, openbaring, inzicht. Hij slaat met zijn rechterhand, Hij geneest en zegent met zijn linker. Houdt vast aan die Godsregering. Ook als we onder de indruk raken van de wereldmachten. Dat is in het bijzonder de boodschap van Daniël 1 voor de ouderen. Weest niet bezorgd, vertrouw op de hand van God, die in de geschiedenis aan het werk is. En die hand van God moet u leren zien in de geschiedenis in het groot, maar ook in de geschiedenis van uw kinderen in het klein. Ik kom tot een slotsom. Zo zei ik: het boek Daniël helpt ons om de hand van God te zien in de geschiedenis, in het groot en in het klein. Welke machten zich ook opmaken tot de beheersing van de wereld, de HERE, -het staat er met hoofdletters, zijn verbondsnaam-, Hij regeert, en Hij zal blijven regeren. Hij gaf, Hij schonk. De Heer regeert, Zijn koningschap staat vast. Maar in de tweede plaats. Waar zijn de tieners, de twintigers, de dertigers, de tachtigers, die lef hebben als Daniël? Die hun nek uitsteken en zeggen: "Hier doe ik niet aan mee! Hier maak ik me totaal afhankelijk van God.
En als Hij me hier niet uitredt, dan ga ik onder." Zulke mensen zoekt Hij, en zulke mensen gaat Hij ook gebruiken. Amen.