Bijbeltekst: Daniël 11 en 12 — Uit de serie: Daniël, deel 11

Gemeente van Christus, Als thema van het gehele boek Daniël heb ik wel genoemd: De wereldmachten tegenover de Godsregering. Je ziet niet veel van de Godsregering, zeggen Nebukadnezar en Belsazar en alle wijzen en geleerden uit die tijd, ondanks alle dromen die ze dromen. Maar de Here geeft aan Daniël onthulling, inzicht, doorzicht. Dat hebben we vele malen gelezen en op ons in laten werken, en nu volgt in hoofdstuk 11 en 12 een soort van climax. Geen gemakkelijke hoofdstukken, maar wel heel apart. Eigenlijk -dit vooraf- ben ik er door getroffen dat het zoveel dingen voor mij samenbracht, deze week. Want toen ik deze preek voorbereidde, zaten al die verschrikkelijke berichten die je hoort en leest mij in het hoofd en op het netvlies, wat er gebeurt in Bosnië en in Turkije, en al de verschrikkingen die je hoort in Tsjetsjenië, dat is het ene waar je geest vol van is. En dan aan de andere kant was het Hemelvaart, waar we net over gehoord hebben. Een Koning die naar een ver land wegreisde. Ik dacht: nou, inderdaad, dat gevoel heb ik nu ook.

Die Koning is weggereisd naar een ver land, en hier zitten wij in een geschiedenis van bloed en tranen en hoe kan je in de wereld die twee bij elkaar brengen? Dat is wat ik vanmorgen wil proberen. Of het lukt? Daniël helpt ons erbij. Want die man in het linnen, die hier aan het woord is, is een wonderbare figuur. We hebben er de vorige keer bij stil gestaan. Het is aan de ene kant een priesterlijke gestalte, want hij is in het linnen gekleed, en zo was de hogepriester gekleed. En aan de andere kant is het een profeet, want hij geeft in hoofdstuk 11 en 12 een profetisch vergezicht. Priester-profeet, die verschijnt daar aan Daniël, ver voor Jezus geboren is. Maar bleef Jezus eigenlijk niet altijd toch alleen maar de priester en de profeet? En is het koningschap niet iets wat Hem nog wacht? Weggereisd naar een ver land, zegt Hij zelf, om daar de koninklijke waardigheid in ontvangst te nemen en dan als Koning terug te keren. En in die tussentijd? In die tussentijd helpt Hij ons de krant lezen. Want dat vond ik het meest verbluffende van dat hoofdstuk 11. U moet dat maar eens nalezen.

Dat gaat maar door, die strijd tussen de koning van het noorden en de koning van het zuiden, het is alsof je een bericht leest van de twintigste-eeuwse geschiedenis. De strijd in de wereldoorlogen, wat er is gebeurd, wat dr. de Jong allemaal in kronieken heeft samengevat, je zou het er zo naast kunnen leggen. Of wat je tot vandaag toe op het journaal ziet als het gaat om Ruslands gevecht met z'n satelietstaten of om het bloedige gevecht in Bosnië. Hoofdstuk 11 hier is precies zo'n geschiedenis. Het is wel in nette taal verteld, maar het is net zo'n tragisch, dramatisch verhaal als wij eigenlijk iedere dag om ons heen in deze twintigste eeuw opmerken. Eigenlijk is het wondere van dit hoofdstuk 11, dat Jezus het zegt. Als we nu even die profetische gestalte in linnen zien als een voorgestalte van Jezus, voordat Hij verscheen en z'n bediening volbracht, dan is het alsof Hijzelf ons even de krant voorleest. Zo lees ik hoofdstuk 11. Want het gewoon seculiere geschiedenis, zoals wij het kennen, en Hij leest het voor, exact het één na het ander zoals het gaat gebeuren.

Ik denk dat die profetie van Daniël misschien ook een beetje is bijgeschaafd en bijgewerkt in later eeuwen, ik denk dat wel, maar dat doet er verder niet toe. Hij heeft aan Daniël verteld zo en zo en dat en dat gaat er allemaal gebeuren. Dat is wel heel opvallend! Wat is zijn bedoeling dan daarmee? Z'n bedoeling is dat Hij ons op die drie punten helpt die ik op het informatieblad met drie woorden heb samengevat. Hij helpt ons met de onthulling, Hij onthult wat er eigenlijk gebeurt, en in de tweede plaats, Hij laat ons zien dat alles uitmondt in de opstanding, de ontwaking, noemt Hij het in hoofdstuk 12. En het derde is dat we om die twee redenen uiteindelijk toch ontspannen mogen zijn. Want het hele boek eindigt uitermate ontspannen: Ga heen Daniël, leg u te ruste, vertrouw op God, Hij brengt je tot je bestemming. Dat is eigenlijk de finale van het boek, ik heb kort samengevat wat ik nu ga uitleggen. Dat is zo de gang van het gebeuren. Eigenlijk moest ik toen ik dit doorlas, denken aan hoe wonderlijk ons menselijk bestaan eigenlijk is. En mij kwam een voorbeeld voor ogen.

Ik denk dat ons menselijk bestaan te vergelijken is met dat je halverwege het boek van de geschiedenis in stapt, en je stapt er ook weer uit voordat het voltooid is. Ik moest denken aan wat me een keer is overkomen, toen ik bij een boekverkoping een boek kocht, dat boek was heel oud en verfomfaaid en de eerste hoofdstukken waren eraf gevallen en de laatste, dat overkomt me ook als ik te lang met m'n bijbel rondloop, dan valt Genesis er af en Openbaring, maar ik ging dat boek lezen en ik vond het eigenlijk best spannend, maar ik kon er geen touw aan vast knopen, want ik wist natuurlijk niet welke misdaad zich had voltrokken in dat eerste hoofdstuk, dat was er afgevallen. En ik las door, en bij hoofdstuk 10 hield het weer op. De ontknoping werd me ook niet verteld. Kun je je voorstellen hoe je dan achter blijft? Serie over Daniël Nu, zo blijven mensen vandaag, wij allemaal zoals we vandaag in wezen zijn, achter als we het journaal horen, als we de boeken van de Jong lezen, als we de twintigste-eeuwse geschiedenis bestuderen, dan blijven we precies zo achter. Er is geen historicus die vandaag op wetenschappelijke gronden kan vertellen wat de zin is van de geschiedenis.

Nee, natuurlijk niet, want je weet het eerste hoofdstuk niet en je weet het laatste niet. Wij stappen in het boek van de geschiedenis, ergens halverwege, we worden geïntrigeerd door dingen die gebeuren, we staan verdwaasd te kijken en we stappen toch allemaal weer uit voordat het slot er is. Ook Daniël, hij stapt in, in hoofdstuk 1, op veertienjarige leeftijd, in een trein die hij niet op gang heeft gezet. Hij komt daar aan het hof van een vreemde koning, ik denk dat hij ook niet wist wat hem overkwam. Maar hij bleef wel trouw aan God, en God liet hem zien wat er eigenlijk gebeurde. En aan het eind stapt hij uit, voordat dat laatste hoofdstuk er is, en als die man in het linnen hem niet een handje geholpen had, dan had hij daar gezeten en gedacht: ik ga er verdwaasd weer uit weg, ik snap er niets van. En deze hoofdstukken 11 en 12 zijn ons gegeven om ons het begin, aanduidenderwijs, maar vooral ook het slot, de ontknoping, mee te geven. Dat is eigenlijk de betekenis van hoofdstuk 11 en 12 van het boek Daniël. De Here Jezus leest met ons de geschiedenis, maar Hij laat wel weten wat er eigenlijk gebeurt. Ik ga even terug nu naar hoofdstuk 11.

Dit hoofdstuk, zoals ik al gezegd heb, geeft de geschiedenis weer van de strijd die er ontbrandde na het uiteenvallen van het koninkrijk van Alexander de Grote. Toen waren er vier rijken die met elkaar gingen vechten, tenslotte waren er nog twee, de koning van het noorden en de koning van het zuiden, eindeloze dramatiek, maar intussen, lees eens tussen de letters door wat een bloed en tranen daar zijn geplengd, wat is er niet allemaal gebeurd? Veldslagen, onschuldige mensen afgeslacht enz. enz. Het volk Israël zit geklemd tussen het koninkrijk van het noorden en het koninkrijk van het zuiden. En dan zegt die man in het linnen: Maar moet je opletten, aan het eind komt er uit wat er altijd al inzat. Achter die agressie, machtsdrang en haat tussen de volkeren, daar zit uiteindelijk dat in wat er aan het eind uitkomt wanneer die ene verschrikkelijke koning op het toneel van de wereld verschijnt: Antiochus Epifanes. Een man die in de Schrift wordt getekend als een verrader, als een machtswellusteling, als een wreedaard, en waar is hij uiteindelijk op gericht? Uiteindelijk balt al zijn vijandschap zich tegen het Heilig Verbond, en tegen de tempel!

En hij verwijdert het dagelijks offer, en hij vervolgt de rechtvaardigen, de vromen die naar de wet van God willen leven. De hogepriester wordt opgehangen, er vinden verschrikkelijke slachtingen plaats in Jeruzalem, en als God die tijd niet een klein beetje korter had gemaakt, zegt de Schrift, dan waren zelfs de meest rechtvaardigen bezweken, zo'n grote tijd van zware benauwdheid, jaren lang. Ongeveer drie, vier jaar heeft dat geduurd, vandaar dat steeds voorkomende getal van drieënhalf jaar. Aan het eind komt eruit wat er eigenlijk altijd al inzat. En wat er altijd al inzat is wat we lezen aan het begin van de bijbel, daar heb je het plot, de oorspronkelijke misdaad om in de taal van de detectiveroman te blijven. Daar is het fout gegaan. In Genesis 3 en 4 lezen we ervan. Daar in het paradijs, en toen Kaïn die Abel vermoordde, en toen Lamech, het zaad van de slang die zich wreekte, zeventig maal zeven maal, enz. enz. En toen daarna Seth en Enos, het geslacht van hen die vertrouwden op God, toen begon men de naam van de Here aan te roepen.

Altijd zie je die twee wegen, aan de ene kant broedend het verzet tegen God, en aan de andere kant degenen die zich door de genade van God afhankelijk maken van Hem. Die twee wegen die gaan schuil achter de geschiedenis. En dat is het eerste wat de Here Jezus laat zien: Je moet dieper zien. Je moet dieper zien als je de krant leest, je moet achter die agressie en haat toch altijd de vijand van God aan het werk zien. Die probeert om zijn plan in de war te sturen. Maar waar mondt dat in uit? Want als je dan die geschiedenis van hoofdstuk 11 tenslotte gelezen hebt, oké, dan wordt ook aan de heerschappij van Antiochus Epifanes plotseling een halt toegeroepen. En zonder toedoen van mensenhanden, staat er. Hij sterft ineens, ergens in een legerkamp, hij schijnt één of andere koorts gekregen te hebben en in een mum van tijd was hij dood, zo verwijderd van het toneel. In het nieuwe testament ziet de apostel Paulus dat altijd als een beeld van hoe het ook zal gaan aan het eind der tijden, als de laatste samenballing tegen God zich verheft, de antichrist, hij zal verwijderd worden van het wereldtoneel door de adem van de mond van Jezus als Hij terugkeert.

Dus er staat nog een grote ontknoping te wachten. Dat is dan ook de hoofdbetekenis van hoofdstuk 12. Want de beklemmende vraag die ons na de lezing van hoofdstuk 11 overblijft en blijft overvallen is: Hoe zal die aangebrachte schade ooit goedkomen? Hoe kan het verdriet van deze wereldgeschiedenis ooit worden weggenomen? Denk aan die 71 jonge mensen die deze week stierven onder die zinloze bomaanslag in Tusla. Je kunt wel zeggen: aan het eind komt er een ontknoping, maar komt dit dan nog ooit eens een keer goed? Daarover gaat het laatste hoofdstuk van Daniël. Het zegt: Na die tijden van grote verdrukking zal de Koning verschijnen en die gaat alles rechtzetten! Dat is een zeer wonderlijk bericht hier voor het eerst in het oude testament dat het zo duidelijk gezegd wordt. Over de grenzen van de dood heen zal daar de Koning verschijnen en Hij gaat de dingen rechtzetten. En dat zal betekenen een eeuwig ontwaken. Er staat letterlijk: Velen zullen ontwaken ten leven in een wederopstanding, en Serie over Daniël anderen zullen ontwaken tot eeuwig afgrijzen. En dat eeuwig lees ik niet als eindeloos in de tijd, maar dat lees ik als grondeloos, grenzeloos.

Er zal een eeuwig herstel plaatsvinden, ik geloof met terugwerkende kracht. Ik denk dat God met terugwerkende kracht alles goed gaat maken. En ik weet ook niet hoe, maar ik denk dat dat het is wat hier beloofd wordt. Zeker, dan zal er eindelijk recht geschieden aan hen die door geweld het slachtoffer werden. Ik denk dat hier ook een antwoord ligt op de vraag: al die mensen, al die gewelddaders in de geschiedenis, zal er ooit recht geschieden? Ja, er zal eens recht geschieden. Zij zullen opstaan tot eeuwig afgrijzen. Ze zullen daar staan en overvallen worden door het afschuwelijke gevoel van: hoe heb ik dit ooit kunnen doen, dit ontzettende? Maar anderen, de rechtvaardigen, en de slachtoffers van het geweld, zij zullen daar stralen als de sterren aan het firmament, dat zijn beelden. Dat stralen is voor mij het beeld van helemaal tot je recht komen en in eer en heerlijkheid gesteld worden. Ik denk dat aan het eind dus de balans opgemaakt wordt. En dan wordt hersteld in heerlijkheid wie hier vertrapt werd als slachtoffer. En aan de ander kant zullen diegenen die zelf geweldenaars zijn, daar krijgen wat ze hier niet kregen: er is aan het eind een vergelding.

Dat is het uitzicht wat hier aan het slot van het boek gegeven wordt. Ineens wordt ons hier in het laatste boek van Daniël onthuld, dat deze geschiedenis van de volkerenwereld niet zinloos is. Er komt, je zou haast zeggen een geboorteuur, en zo wordt het in het nieuwe testament ook later vertaald. Het zijn dus barensweeën geweest wat we lazen in hoofdstuk 11. En straks dan wordt het Kind van het Koninkrijk geboren. En dat zou ik ook het liefste boven Daniël 11 en 12 willen zetten. Die woorden van de apostel Paulus uit Romeinen 8: Want wij weten dat tot nu toe de ganse wereld in al haar delen zucht en in barensnood is. En niet alleen zij, maar ook wijzelf. Dat is denk ik in één zin echt wat hoofdstuk 11 en 12 ons willen berichten. Alle verschrikkelijke dingen die gebeuren, ze zijn de krampen en de stuipen, nee, niet van een stervende schepping, maar de man in het linnen zegt: ze zijn uiteindelijk de barensweeën die een hernieuwde schepping voortbrengen. De pijn is gelijk. Misschien doet het krijgen van kinderen wel meer zeer dan sterven. Maar de uitkomst is anders. En dat is wat de man in het linnen ons zegt.

Er is een andere uitkomst straks in dat geboorteuur, dan komt de Koning en het herstel der dingen en dan treedt het Rijk binnen. En dat is nu naar Daniëls bericht het grote verschil tussen de krant zoals Jezus die leest, en de krant zoals wij hem lezen iedere dag. Wij moeten hem leren lezen door zijn ogen. Met dit perspectief wordt Daniël getroost en heengezonden. Daniël wil graag meer weten. Ik denk dat dat u en mij ook zo vergaat. Hij wil meer weten, vooral over het wanneer dan en hij wil weten over het hoe. Hoe werkt dat dan? Maar hij krijgt alleen maar het uitzicht op die man in het linnen die daar staat boven de rivier, dat is het bewegen der volkeren, en Hij staat daar met de handen opgeheven en zweert dat het zo zal zijn. Dat is het enige perspectief wat Daniël verder nog krijgt. Boven de stroom staat Hij, boven de woelingen der volkeren, en Hij zweert: zo zal het zijn, maar tot de eindtijd blijven deze dingen voor u verborgen. Het zal duren, nog een tijd en tijden en een halve tijd, zegt Hij. Eerst moet de geschiedenis nog verder rijpen, dat is ook een antwoord. Het is als een boze zweer, waar uit moet rijpen wat er niet in hoort, in de geschiedenis.

Er moet uitkomen wat er in zit, wie rein is hij worde nog reiner, en wie goddeloos is hij worde nog goddelozer. We horen het boek Openbaring ook hier. En dan komt de ontknoping. Maar jij Daniël, staat dan aan het slot, je moet van nu af aan leren de dingen los te laten, leg je te ruste, wacht op de opstanding, dan komt alles tot zijn bestemming. Ik moest denken aan het graf van prins Willem van Oranje in Delft. Die grote Prins Willem van Oranje heeft maar twee woorden op zijn graftombe en die zijn in het latijn: Expectat Resurectionem: Verwachtende de opstanding. Dat is alles wat er op staat. Zo eindigt ook het boek Daniël. Onthulling, ontwaking en ontspanning, dat waren de drie kernwoorden van deze laatste hoofdstukken. Onthulling: ja, tussen de bedrijven door wordt ons toch onthuld wat de krachten zijn achter de geschiedenis. De strijd tussen Kaïn en Seth. Zie dieper dan je de krant leest, dat is het eerste. Het tweede, de ontwaking. Er komt een grote ontknoping aan het eind van de geschiedenis. Dan zullen de rechtvaardigen ontwaken ten leven, en ik reken daarbij ook alle slachtoffers. En de vijanden van God, die ontwaken tot eeuwig afgrijzen. De geschiedenis is niet zinloos.

Het zijn geen stervensweeën, maar barensweeën waar we doorgaan. En tenslotte, heel persoonlijk, leer de dingen los te laten, en je aan God toe te vertrouwen, de ontspanning. Dat moet Daniël heel persoonlijk nog extra leren aan het slot van zijn boek. Leg u te ruste en wacht op uw bestemming, staat er, dat is uw erfdeel. De vervulling van Gods goede belofte dat we zullen mogen wonen in een herstelde en een vernieuwde schepping. Met dat uitzicht eindigt het boek. Nog even terugkomend op de kinderpreek, zo leren we uit Daniël 11 en 12 toch ook om te doen wat Jezus ons heeft opgedragen tussen Hemelvaart en wederkomst. En dat is: Hem verwachten! En dat is: de geesten onderscheiden! En dat is: niet wanhopen! En dat is: moedig onze plek innemen tussen hoofdstuk 2 en hoofdstuk 10. We weten, de toekomst en de allereerste aanvang, ze zijn voor ons mensen nog onbekend, maar door de Schrift onderwezen. Zo leert Daniël ons moedig onze plaats in te nemen tussen Hemelvaart en wederkomst. En intussen? Ja, natuurlijk Serie over Daniël net als Daniël ook gedaan heeft in alle 12 hoofdstukken die we gelezen hebben: woekeren met de ponden die God ons heeft toevertrouwd. Amen.

Deel van het gebed na de laatste preek over het boek Daniël: Heer, we komen tot U, en we danken U dat U ons ertoe oproept om te blijven bidden, en dat U ook wacht op onze gebeden. En dat het hoofdgebed dat U ons geleerd hebt, Here Jezus, dat dat het gebed is dat Uw Koninkrijk mag komen. We hebben gehoord dat U bent weggereisd naar een ver land, en Heer, we wachten op Uw terugkeer. En we weten ook echt niet hoe dat kan, en soms twijfelen we eraan. Maar we roepen tot U en we willen U vragen: Wilt U toch geven dat wij het intussen volhouden en dat we U blijven verwachten. En Heer, we willen U blijven bidden om de komst van Uw Rijk, om de dag van Uw wederkeer, wanneer alle dingen nieuw zullen worden, wanneer er recht zal worden gedaan en ook de volkeren Uw wet zullen leren, geen wapens meer zullen opnemen maar er vrede zal zijn tussen de volkeren met Jeruzalem in het midden. Heer, we zien uit naar die toekomst en we bidden daar ook voor. En intussen willen we U vragen: Wilt U ons een helder inzicht geven om te weten waarop het aankomt, om de geesten te onderscheiden en om ook te doen wat U van ons vraagt: dat we woekeren met wat we hebben en dat ook royaal delen met anderen. Amen.

Meerdere preken van Wim Rietkerk zijn verkrijgbaar bij Joke van der Veen, Scharlakendreef 128 3562 GD Utrecht. Voor meer informatie over de verspreiding via Internet: Gert Jan Kole (Reacties aan Wim Rietkerk) Alle preken zijn uitgewerkt door Joke van Veen en aangepast voor HTML door Gert Jan Kole. terug naar de homepage