Gemeente van Christus, aan het woord is een regeringsleider die internationaal reputatie heeft. "Ik, Nebukadnezar, aan alle volken, natiën en talen die op de aarde wonen: uw vrede zij groot." En dan volgt een hele lange kroniek. En wat me daarin nu zo bijzonder treft dat het hier gaat over een leider die internationaal in aanzien stond, zoals vandaan president Clinton, of Helmut Kohl, of de Queen of England, zoiets. En die vertelt dan aan alle volken wat God in zijn leven gedaan heeft. Nou, dat is toch eigenlijk voor ons bij het lezen van Daniël 4 de eerste schok. Dat de Here God zich dus niet beperkt in zijn actie tot het "binnenleven" van de gelovigen, niet eens de 'gelovigen' in het algemeen, want dat denken wij, nee, God is daar midden in de wereld aan het werk. Wij denken: Ja, God is eigenlijk alleen wat voor in de kerk. En Hij doet alleen wat in de levens van vrome mensen. Van Corrie ten Boom, of K. Schilder of Francis Schaeffer of wie ook, Henk Binnendijk, je moeder, maar natuurlijk niet bij mensen zoals Jeltsin of Clinton. Dat staat er helemaal buiten. Wij houden de godsdienst gescheiden van de wereld. Dáár is de kerk, en hier de wereldpolitiek. En dat zijn twee dingen.
Geloven dat doe je in de kerk, in de binnenkamer. Privé. Of misschien daar waar het even de samenleving raakt op hele tere punten. Maar Daniël 4 doorbreekt die scheiding. Daniël 4 zegt: Nee, God is aan het werk in het leven van zo'n man als Nebukadnezar. Hij was geen christen, natuurlijk niet, maar hij was ook geen jood, ik denk dat hij überhaupt geen gelovige was, hij geloofde alleen in zichzelf. Dat blijkt wel uit z'n dromen. God bemoeit zich dus heel intens met het leven van een internationaal regeringsleider. Zou Hij dat vandaag nog doen? Wat denkt u, zou God nu vandaag net zo intensief bezig zijn met toppolitici en regeringsleiders als toen? Of zou Hij vandaag de hele handel laten gaan? Zoals een groot natuurkundige uit de 18e eeuw zei: Ja, God heeft de wereld natuurlijk wel gemaakt, als een enorm gecompliceerd uurwerk, en toen heeft Hij het opgewonden, maar sindsdien laat Hij dat kosmische horloge gewoon lopen zoals het loopt. Nou, ik denk dat driekwart van u dat denkt, als je eerlijk bij jezelf nagaat. Zo denken wij, zo lezen wij de krant, zo kijken wij naar het nieuws.
Eigenlijk alsof dat één groot ingewikkeld gebeuren is dat naar de wetten van gevolg en oorzaak z'n eigen gang gaat: de overheid gaat z'n eigen gang, de mensen gaan hun eigen gang, de wereldleiders met hun beslissingen, ze gaan hun eigen gang. Het is net één groot ingewikkeld uurwerk. En God heeft het natuurlijk in het begin wel opgewonden, maar daarna loopt het vandaag af zoals het lopen moet. Zo denken we, wij bijbelgetrouwe christenen precies zo. En nu komt hier Daniël 4, de bijbel. En de bijbel zegt: Dat is een schromelijke vergissing, en een ernstige dwaling. Want de God Die deze wereld geschapen heeft, kent alle volken en Hij is een persoonlijk God, Hij kent alle mensen die naar zijn beeld gemaakt zijn. En Hij heeft een hart. En Hij is met de vezelen van Zijn bestaan met deze wereld verbonden, Hij is er bij betrokken, Hij is bezig met een wereldleider als Nebukadnezar, tot in z'n droomleven toe. Nou dan zijn we benieuwd. Wat zou God dan duidelijk willen maken? Wat heeft Hij toen duidelijk willen maken? En maakt Hij dat nu nog duidelijk? Wat heeft de Here nu hier aan Nebukadnezar duidelijk willen maken, waar gaat het Hem om? Daar letten we nu in de tweede plaats op.
En daarvoor bestuderen we de droom die God aan Nebukadnezar gaf. Opnieuw zo'n Freudiaanse droom. Met Freudiaans bedoel ik: die zomaar uit je onbewuste opwelt. En die dus ook zomaar laat zien wat er in je eigen onbewuste leeft. En het is opvallend, tot vandaag toe, dat als je een test maakt, een beroepentest of een psychologische test bij de psychiater of de psycholoog, dan laten ze je een boom tekenen. Zomaar een boom, zoals die in je opkomt. Dan teken je een boom, en dan bestudeert de psycholoog die en dan kan hij daaruit precies je karakter aflezen, wat je drijft. Nou, zo'n soort boom heeft hier Nebukadnezar gedroomd. Zo één met z'n kroon tot in de hemel. Waar hebben we dat eerder gelezen? De top ervan reikte tot aan de hemel, dat was toch ook Babel? Dat was in Genesis 11, helemaal aan het begin. Niet voor niets wordt Nebukadnezar de koning van Babel genoemd, en lezen we van het begin van de toren van Babel. Het was niet helemaal een toren, zegt dominee Visser terecht in zijn commentaar, het was een stad met een toren. Dat komt straks weer terug. Maar ook die toren stak met z'n kop tot in de hemel. En hier een boom met een kroon tot in de hemel. Hetzelfde.
En takken zo groot en sterk dat alle dieren er wel onder konden schuilen. En loof dat hen beschermde, en vruchten voor voeding voor alle dieren op de aarde. Zo wordt het beschreven. Dat zag Nebukadnezar. Nou, je hoeft niet helderziend te zijn om te snappen dat dat dus de diepste dromen waren die die man over zichzelf droomde! Die man droomde continue, ook al in hoofdstuk 2, over z'n eigen grootheid. Daarvoor bouwde hij een stad, daarvoor trainde hij zijn leiders, daarvoor streed hij z'n oorlogen. Alles met maar één doel: "Ik Nebukadnezar". Grootheidswaan noemen we dat. Nu, alle wereldrijken, vanaf Nebukadnezar tot in onze eeuw we hebben er ook zo een paar gezien. Dat communisme, een wereldmacht met Stalin aan de top, en dan nazi- Duitsland met Hitler aan de top, allemaal wereldrijken. Ze draaiden, en waarom draaiden ze? Om de grootheid van de mens. Zo zitten wij nu in elkaar. Kijk, zulke mensen krijgen de unieke kans om te denken zoals Stalin aan een rijk dat de Serie over Daniël wereld omvangt. Wij hebben zo onze kleine "grootheidswaantjes". Wij hebben ook allemaal bomen en zetten onszelf in het middelpunt van het universum!
Maar dat zijn natuurlijk hele kleine rijkjes, hele kleine domeintjes, maar ze zijn toch wel weer "grootheidswaantjes" in het klein. Wat doet God daar nu mee? Laat Hij het zo maar lopen, zoals een horloge dat Hij opgewonden heeft: laat maar lopen die handel? Nee, om de drommel niet. Daniël 4 laat zien dat de Here God daarmee bezig is. Hij kan het niet uitstaan, Hij weet dat het dan ook fout loopt als mensen zulke dromen gaan dromen. En dan zendt Hij z'n woord, en dan klopt Hij op de deur, zoals in Lied 487 staat: dan zaait Hij Zijn naam in onze diepste dromen. En dat is onrust voor alle grote wereldleiders want dan worden het boze dromen. Dat blijkt, want het tweede deel van Nebukadnezars droom krijgt het karakter van een nachtmerrie. Ineens komt daar vanaf de hemel een engel, een wachter, staat er, een boodschapper van God, en wat doet ie? Hij stroopt het loof af van die boom, hij kapt al z'n takken, de kettingzaag erin, en hij verstrooit z'n vruchten, en tenslotte blijft er nog een stompje over, en dat wordt dan nog met ijzeren en koperen vergrendeling zo afgegrendeld dat iedere uitspruiting van ook maar één lootje onmogelijk wordt. U kent het verdere verhaal.
Als Daniël de droom moet uitleggen dan verbleekt hij als hij de droom hoort. Want hij denkt: als ik dit echt ga uitleggen, dan kost het me m'n kop. De koning ziet dat en dan zegt Daniël: "Koning, wat deze droom zegt, ik wens het alleen maar uw ergste vijanden toe." Maar de koning zegt: "Ga door. Ga door, ik wil het weten." En dan legt Daniël het uit. Hij legt uit dat er straks iets zal gebeuren met deze Nebukadnezar, met zijn grootheidswaan, er zal iets met hem gebeuren zodat alleen nog maar een stompje van hem overblijft. Twaalf maanden later gebeurt het. Precies zoals de droom had voorzegd. Als Nebukadnezar dan op het dak van zijn paleis loopt en alles overziet daar beneden zich wat zijn hand gemaakt heeft. Het moet een ongelooflijke stad geweest zijn, dat oude Babylon, het is één van de zeven wereldwonderen. Ongelooflijk hoe die stad in elkaar stak. Allemaal gebouwd door Nebukadnezar. En als hij daar staat en zegt: "Kijk, dat is nou wat mijn hand gemaakt heeft en wat ik met mijn macht heb gepresteerd", als hij dat zegt dan slaat het hem in de bol en dan slaat God hem met een totale zenuwinzinking, zeggen wij. Krankzinnigheid, een soort psychose.
Het schijnt nog te bestaan ook, deze ziekte. Het heet in de psychologie: "lucantropie", en lucas is wolf. Nebukadnezar krijgt veren en klauwen. Wat een ongelooflijke vernedering eigenlijk. Niet alleen van koning tot mens, maar van mens tot dier vernederd. En pas als de volheid van zeven tijden, -wat dat precies geweest zijn weten we niet, of dat nu zeven jaren geweest zijn, zeven maanden, zeven weken, zeven dagen, we weten het niet-, maar als er een volheid van zeven tijden voorbij is gegaan dan komt Nebukadnezar opnieuw tot z'n zinnen. God geeft hem zijn verstand terug. Ja, en dan doet hij wat God verwacht. En dat is: hij erkent God. Hij prijst Hem als de almachtige. Pas na die diepe vernedering prijst hij God. En daarin ligt z'n redding. Nu houd ik persoonlijk niet zo erg van dat slot. Dat loflied van die koning Nebukadnezar, in vers 34 en 35. Het doet mij een beetje aan als een uitvergroting van zijn eigen grootheidswaan, maar nu is het op God geprojecteerd. Hij prijst God als de allerhoogste, wiens koningschap alle geslachten omspant. Nou dat is goed, maar dan vers 35: Alle bewoners der aarde worden door Hem als niets geacht, en Hij doet met ze naar zijn wil. Dan ga je hikken.
En niemand kan Hem stoppen. Nee, dat doet me teveel denken aan despoten zoals Nebukadnezar zelf was. Misschien moet je zeggen: Blijkbaar is God deze despoot Nebukadnezar wel zo tegemoet getreden. Hij geeft hem een koekje van eigen deeg. Tegenover dictators betoont Hij zich een dictator. Ja, daar kan ik in meegaan, zo zal het geweest zijn. Maar tegenover de nederigen is Hij een God voor wie iedere enkeling telt. En die niet zomaar willekeurig daarmee omgaat, zo kennen we God niet. Maar zo blijkt uit het slot van Daniël 4: Nebukadnezar erkent God. Hij erkent God als de God die -dat zegt het slotvers- de hoogmoedigen vernedert en de nederigen verhoogt. Want dat doet Hij ook. En zo zijn we de geschiedenis van Daniël 4 met elkaar nog een keer doorgekropen. En we zeiden: Wonderlijk eigenlijk, dat de Here God gewoon wereldlijke dictators als Nebukadnezar zo persoonlijk aanspreekt. Zou Hij het vandaag nog doen? Waar is God vandaag? Waar is Hij nu zichtbaar in de wereldgeschiedenis, in de krant, in het nieuws? Zou het waar zijn wat die natuurkundige uit de achttiende eeuw zei: "Eigenlijk heeft God de hele wereld als een horloge opgewonden en toen terzijde gelegd." Soms lijkt het er wel op.
Wanneer we zonder bril, alleen met onze eigen ogen kijken naar de feiten in de wereldgeschiedenis zien we dan een doel waarop het uitmondt? Zien we dan een patroon, zien we ergens de hand van God? Moeilijk, moeilijk te zien. Maar nu hier Daniël 4. Daniël 4, en dat geldt eigenlijk voor heel de bijbel, maar in het bijzonder toch dit hoofdstuk, Daniël 4 is eigenlijk zoiets als een bril. En je moet die bril van Daniël 4 op je hoofd zetten, en er zo doorheen kijken. En nu vraagt de Here vanmorgen van ons: Kijk nu eens naar de geschiedenis van Europa. En kijk nu eens naar de geschiedenis in het groot, van Nederland, van de wereld. En kijk daar nu naar door die bril. Wat gaan we dan zien? Dat heb ik geprobeerd. Wat zie je dan? Wat we dan zien is toch eigenlijk wel heel indrukwekkend. Het eerste wat ons moet treffen is: Er is wel een voorgrondsgeschiedenis, van de wereldpolitiek zoals die beschreven wordt in de kronieken, en zoals je ziet op het journaal, eigentijds, maar er is ook een achtergrondsgeschiedenis, en die gaan we Serie over Daniël dan zien. Die voorgrondsgeschiedenis bestaat altijd uit hoge bomen, mensen als Nebukadnezar die hun eigen ego opblazen.
Dat is de voorgrondsgeschiedenis. Maar dan zegt de droom van Daniël 4: Kijk nu eens beter, daarachter is ook een achtergrondsgeschiedenis en die schijnt steeds door die voorgrondsgeschiedenis heen. Op beslissende momenten. Eigenlijk geldt dat voor veel meer dingen, dat ze een voorgrond hebben en een achtergrond. Als ik vanuit mijn kamer mensen op straat zie lopen, en ik zie kinderen lopen, is dat de voorgrondsgeschiedenis. Maar dan denk ik: daarachter zit veel meer, daar zit liefde die in hen is geïnvesteerd, en soms ook hebben ze trauma's opgelopen al in hun vroege jeugd. Dat is de verborgen achtergrond, die zie je niet. Maar die zit er wel achter en die komt door in die voorgrond. En als je een auto ziet rijden, dan zit achter zo'n "voorgrondsauto" een droom van een ontwerper. Is ie gelukt, is ie niet gelukt? Dat is een voorgrond van een achtergrond. En dat is het nu waar Daniël ons de ogen voor wil openen. Dat er een achtergrondsgeschiedenis is. En die geeft ons inzicht. Inzicht in de God die zijn gelaat vertoont in een voortdurend proces van vernedering en verhoging. Daar zie je het rijk van God. Waar de hoogmoedige wordt vernederd, en waar de ootmoedige wordt verhoogd.
Dat zie je natuurlijk niet altijd en overal, dat zie je maar zo nu en dan. Maar je moet het leren zien. Hier in Daniël 4 wordt het profiel van dat andere rijk getekend in die drie "zeven"verzen: 17, 27 en 37. Daar wordt het met evenzoveel woorden geschetst. In vers 17, dat is toch wel een zeer diepzinnig woord van Nebukadnezar als hij zegt: "God heeft me toen het inzicht gegeven dat Hij het koningschap heeft, en dat Hij heerst over alle koningen." Maar hij zegt bovendien: "En dat Hij het geeft aan de nederigsten van de mensen." Dat vind ik toch wel een zeer diepzinnig woord. Wij denken in onze democratie: het zijn volkeren die koningen aanstellen. Maar in feite is dat niet zo. Het is wonderlijk dat zo een bepaalde persoon komt bovendrijven, en je verwacht dat die het wordt, maar dan wordt het heel iemand anders. Denk maar aan onze laatste verkiezingen. En daar achter is God aan het werk. Maar het meest wonderlijke wat je ziet is dat wat God uiteindelijk doet: uiteindelijk maakt Hij de nederigste van alle mensenkinderen de Koning van allen. Zoiets heeft Nebukadnezar al gevoeld. In vers 27 wordt het profiel geschetst van die figuur.
Daar lezen we hoe Daniël voordat Nebukadnezar krankzinnig wordt, nog één keer een bewogen appèl op hem doet. Hij zegt: "U kunt nog terug! Doe dan uw zonden teniet door rechtvaardigheid. Wis uw ongerechtigheid uit door erbarming jegens de ellendigen." Dat zijn twee parallel-zinnen. Doe uw zonden teniet door rechtvaardigheid. En weet je wat rechtvaardigheid is? Dat is erbarming jegens de ellendigen. Of 'wis uw ongerechtigheid uit jegens de ellendigen'. Dat is een dubbele zin, dat zie je in het Hebreeuws vaker. Maar wat zegt Daniël dus? Als je dat doet: je bewijst erbarming jegens de ellendigen, dan komt God niet met zijn gericht. Dan doet Hij het niet, dan trekt Hij het in. Want waar dat gebeurt daar wordt zijn rijk zichtbaar! Overal waar leiders, meesters, koningen, overheden erbarming betonen jegens de ellendige, ja, daar zie je het gelaat van God. Dat is de God die we kennen door heel de Schrift heen. Daar is zijn rijk. En tenslotte het slotvers, vers 37, daar komt het nog één keer terug.
Daar zegt Nebukadnezar: "Zijn daden zijn eerlijk, zijn paden zijn recht en Hij heeft wie in hoogmoed wandelde vernederd." Hij heeft zelf aan den lijve ondervonden dat, toen hij zich vernederde, God hem verhoogde. Nou, die zinnen, die "zevenverzen" in dit hoofdstuk schetsen de contouren van het rijk van God. En dat staat dwars op het rijk van de mens. De voorgrondsgeschiedenis die we zien is altijd de geschiedenis van de babylonische mens, met een hart als van Nebukadnezar, met z'n boom en z'n takken, en allen moeten schuilen bij mij, en daar dromen we van, maar op de achtergrond heeft God zijn rijk al gesteld! Dat is wat we hier samen belijden: God heeft zijn rijk al gesteld, Hij heeft de nederigste van alle mensen daar al over aangesteld, we leven met het zicht op Goede Vrijdag, en Pasen, en dan daarna Hemelvaart en de grote opdracht, toen Jezus zei: Aan Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. En wat voor Koning is dat dan? Nou dat weten we sinds Goede Vrijdag. We hebben ervan gezongen: Hij is met koninklijk erbarmen hun eenzaamheid nabij. Hij zal de Redder zijn der armen.
Hij helpt, met hun bestaan bewogen, die zijn in vrees verward, hun bloed is kostbaar in Zijn ogen, Hij draagt ze in Zijn hart. En die armen, dat zijn alle mensen die hun eigen boom omgezaagd zien, door henzelf of door anderen. En die kwetsbaar geworden zijn, kwetsbare mensen, incompleet in zichzelf. Afhankelijk, helemaal afhankelijk van God. Daniël zegt: "Nebukadnezar, God wil dat je zelf ook zo wordt. En dat je in je praktijk van je koningschap dat bewijst: erbarmen jegens de ellendigen. En als je dat doet, dan mag je blijven, en anders ga je eraan." Nou, als er één boodschap is die duidelijk is uit Daniël 4, dan is dat dit, dat alleen het Messiaanse koningschap de wereld kan en ook zal redden. En ieder babylonisch koningschap brengt uiteindelijk toch weer ellende. Zoals we gezien hebben in de twintigste eeuw. En dat is de boodschap. Het Messiaanse koningschap is eigenlijk al gevestigd op aarde. Dat is de achtergrondsgeschiedenis die toen daar zichtbaar werd. Die plek van licht op Golgotha en in de hof van Jozef van Arimathea, toen Jezus verrees.
Daarom ligt er zelfs in dit hoofdstuk, een hoofdstuk uit het oude testament en dat is ver voordat Jezus geboren is, toch ligt er in dit hoofdstuk al een appèl. Een appèl aan ieder van ons, aan ieder van u: Neem Jezus aan. Volg Hem na. Hij is alleen de ware koning. Schuil onder de boom van zijn rijk. Het is wel prachtig om te zien dat in Marcus 4 de Here Jezus zijn rijk ook vergelijkt met een boom. Hij zegt: Serie over Daniël "Het is wel een mosterdzaadje", zo begint het. "Maar dan groeit het uit tot een boom", en dan citeert Hij Nebukadnezar: "Alle vogels en alle gedierte van de aarde zullen nestelen in zijn takken." Dat is de echte boom, en als je onder die boom schuilt word je zelf ook een rechtvaardige, en dan ga je doen wat Daniël aan Nebukadnezar voorhield: je erbarmen over de ellendigen. En dan wordt er van het koninkrijk van God ook hier iets zichtbaar. Nu, daar ligt uiteindelijk dan ook het antwoord op de vraag: Waar is God? Ik vat het samen aan het slot. Waar kun je nu iets van God zien in deze tijd? Drie dingen. Je kunt zeggen: je ziet God altijd daar waar grote bomen vallen. Nou we hebben wat grote bomen zien vallen.
Een paar jaar geleden, dat heb ik nog voor ogen, de beelden van Lenin, die van hun sokkel werden getrokken in Rusland. En eergister zag ik zo'n andersoortige hoge boom, een interview over die Nick Leason, nou dat is ook zo'n hoge boom uit een ander circuit, ineens, bam, gevallen. In al dat vallen van hoge bomen, daar zit een geheim achter. Het tweede: je ziet God altijd daar waar de nederige wordt verhoogd: "Een kinderloze krijgt er zeven", zingt Hanna, we gaan dat straks zingen. En een rechteloze refugié krijgt onderdak. Een homofiel voelt zich aanvaard. Een eenzame krijgt vrienden. Waar schuld was is nu vergeving. En waar stalen muren zijn, is nu contact. Erkenning na miskenning. Eer na schande. En daar zie ik God aan het werk. In de wereldgeschiedenis. In een vredesinitiatief van Jimmy Carter, in de groei van een gemeente op de Filipijnen, in medisch werk in Afrika, in al die dingen die we dagelijks zien, waar nederige mensen worden gebruikt en zo een zegen verspreiden in de wereld. Daar zie je God aan het werk. Tenslotte, m'n derde en laatste punt. Gods rijk kwam binnen door Iemand die zich vernederde tot de dood. En Die alleen heeft het alles mogelijk gemaakt.
Het rijk van de mens komt binnen door mensen die zich verhogen tot aan de hemel, maar de bijbel blijft ons bezweren: Maar God heeft het koningschap toevertrouwd aan die Ene die op Goede Vrijdag zijn leven gaf tot in de dood. En die op Pasen de dood overwon. En die zei: "Mij is gegeven alle macht in de hemel en op aarde." En daar houd ik het op. Toegegeven, het is nu nog achtergrondmuziek, maar straks, net als bij een Apple-computer, dan klikt God met een "dubbelklik" de ikon van Jezus aan, en dan komt Zijn document vóór alle andere. Amen.