Gemeente van Christus, het boek Daniël wat we deze zondagen bespreken, valt in twee hoofddelen uiteen. De eerste zes hoofdstukken hebben we nu behandeld, die beschrijven de geschiedenis van Daniël, vanaf zijn komst aan het hof in Daniël 1, tot zijn redding uit de leeuwekuil in hoofdstuk 6. In de hoofdstukken 7 tot en met 12 worden de visioenen van Daniël weergegeven. Hier legt Daniël dus niet de dromen en de visioenen van een ander uit, maar hier krijgt hij zelf visioenen, en we noemen dat met een moeilijk woord: apocalyptische visioenen. Het woord apocalypsis betekent openbaring, we hebben een bijbelboek, het laatste, dat heet Openbaring. Dus dit boek Daniël in z'n tweede deel en het boek Openbaring lijken heel veel op elkaar. Wij noemen dat: Apocalyptische boeken, dat wil zeggen: ze geven in visioenen uitzicht op de toekomst, en doorlichten de Serie over Daniël geschiedenis van de volkerenwereld. En daar gaat het hier over. Het lijkt wel of Daniël in dit visioen zich even mag verheffen boven de gebeurtenissen van iedere dag en zo de ontwikkelingen van de volkerenwereld als in een film, even in beelden, soms bizarre beelden, soms heel treffende beelden, krijgt voorgeschilderd.
En dat gaan we met hem mee doen. Dat vergt wel oefening, want meestal denken wij dat geloven in Christus iets betekent voor je persoonlijk leven. En dáár spreekt het ons aan. Maar zodra het gaat over de wereldgeschiedenis -vijftig jaar geleden de Tweede Wereldoorlog en wat er nu gebeurt onder de volkeren, waar de media ons iedere week verschrikkelijke dingen van vertellen- weten we daar meestal zo weinig raad mee dat we ons er maar van terugtrekken en het maar gescheiden houden van ons geloof: we weten niet wat we daar mee aan moeten. Nu, dat doorbreekt het boek Daniël, die wil ons een stapje helpen om daar zicht op te krijgen. En wat ziet Daniël dan als hij daar dat visioen krijgt? Hij ziet vier winden des hemels -dat zijn de vier windstreken- en die vallen op de grote zee. In apocalyptische visioenen is de grote zee bijna altijd een aanduiding van de grote volkerenwereld en het wereldgebeuren in het groot. Ook in Openbaring betekent die zee bijna altijd die geweldige volkerenwereld met alles wat daarin voorkomt en waar vanuit de diepte onstuimige krachten omhoog wellen. Het eerste wat Daniël hier ziet is die zee, en hij ziet haar in beweging.
De winden vallen erop en houden die zee voortdurend in beweging. Er vaart een geweldige beweging door die volkerenwereld. Dat is het eerste wat Daniël ziet. En het is iets wat ons direct aanspreekt, want inderdaad, het lijkt wel of er nooit een moment rust is in de volkerenwereld. Daniël ziet geen gladde, rimpelloze zee, maar integendeel geweldige krachten die die volkerenwereld nog steeds aanzwepen en in beweging zetten. Rusteloos is ze in beweging. De ouderen onder ons weten daarvan mee te praten. Als je toch deze eeuw overziet: de oudsten hebben twee wereldoorlogen meegemaakt. En wat een wereldmachten zijn er verschenen en intussen alweer in die golven ondergegaan. Wij, de jongeren, dachten toen de koude oorlog met alle onrust die dat verwekte voorbij was en de twee grote supermachten nu eigenlijk in hun spanningsveld ontladen waren en er was alleen nog de vriendelijke macht van de Verenigde Staten: en nu gaan we rimpelloze tijden tegemoet! Zo dacht men na 1980. Nu, het is wel heel anders geworden. Wat een verschrikkingen zijn er de laatste jaren niet door de volkerenwereld gevaren!
Vanaf de Golfoorlog, en ik denk aan de verschrikkelijke moordpartijen in Rwanda, en aan de andere kant aan al die satelietstaten rondom Rusland en hun strijd, kijk naar Tsjetsjenië, we horen van de Kurden in Turkije, en in de achtertuin van Europa op één, twee uur vliegen hier vandaan, daar vindt een verschrikkelijk bloedige oorlog plaats op de Balkan. Nee, rust is ver te zoeken. Dat alles roept toch de vraag op: Waar gaat dat toch heen? Wat is toch de zin van die geweldige beweging die de volkerenwereld opjaagt? Is het dan alleen maar te vergelijken met de altijd voortdurende beweging van de branding, van de golven op de kusten, de stranden? Opkomen en terugvloeien, met bloei en ondergang, is de beweging van de volkerenwereld dus eigenlijk alleen maar een eeuwige cirkelgang, zoals de oosterse godsdiensten en filosofieën zeggen? Of zit er toch een lijn in, zit er een voortgang in? Is er een plan achter alles wat gebeurt? Gaat het op een doel toe? Daar zijn ook niet-christenen in deze tijd heel intensief mee bezig. Er is een dik boek verschenen van een Japanse Amerikaan, Fuku Yama, en dat boek heet: "Het einde van de geschiedenis en de laatste mens".
Die schrijver is bezig met die vraag: Waar gaat het naar toe? Hij ziet het ook ergens op uit lopen. En waar ziet de Schrift het op uit lopen? Daniël zelf is ook door deze vragen gekweld geweest. Want ook hij is, hier op hoge leeftijd, iemand die koninkrijken heeft zien komen en zien gaan. Hij is aan het hof geweest van drie grote rijken. En wat heeft hij gezien? Hij heeft natuurlijk gezien met hoeveel bruutheid en geweld dat opgaan en verzinken van rijken gepaard ging. En dan rijst de vraag naar de zin van dat alles. Wat is de zin daarvan, als de vier winden die zee van de volkerenwereld maar omhoogkolken? Nu, dat ziet hij dan in het vervolg van het visioen. Want als hij nader toeziet op die grote zee, dan ineens ziet hij daaruit dieren oprijzen. Er staat niet: een leeuw, een beer, een panter. Er staat, als je goed leest: Het leek op zoiets als een leeuw, en het leek op zoiets als een beer, maar er staat niet: het leek erop. Het eerste dier, zoiets als een leeuw, heeft tegelijkertijd vleugels als van een adelaar en er gebeuren wonderlijke dingen mee. Hij krijgt een mensenhart, staat even op benen, lijkt even iets menselijks te krijgen, maar zinkt dan weer in.
En dan komt er een tweede gestalte, dat is als van een beer, een beer met wel drie ribben in zijn muil, en hij komt wankelend overeind. En dan komt er een derde dier, en dat is een sluwe panter die daar uit het water oprijst. En dan tenslotte ziet Daniël het meest verschrikkelijke, het is geen dier meer, het is een monster met ijzeren tanden, grote ijzeren tanden die alles opvreten, en de rest vertrapt het onder zijn poten. Dat zijn de beelden die Daniël de één na de ander ziet oprijzen uit de volkerenzee. We begrijpen intussen al dat het de zinnebeelden zijn van grote menselijke machtsconcentraties van wereldrijken die daar maar uit die zee oprijzen. Serie over Daniël En Daniël herkent in die beesten, zeker met de hulp van de uitleg die hij erbij krijgt, de machtige rijken uit zijn tijd. Die leeuw, dat is het beeld voor het babylonische rijk, Nebukadnezar. Het dier dat als straf van God een mensenhart krijgt. Dat even verdierlijkt, en dan weer opstaat en daardoor vermenselijkt. We kunnen denken aan hoofdstuk 4. En dan dat tweede beeld, die beer. Die beer dat is het Perzische Rijk.
En dan de panter daarna, in 336 voor Christus, dan komt een nieuw rijk, het rijk van Alexander de Grote. En zelfs de kinderen nu op school weten dat Alexander de Grote in een geweldig snelle coup de toenmalige wereld veroverde. Hij leek op de panter. En toen daarna kwam het rijk der Seleuciden, ik denk dat Daniël dat zo heeft geïnterpreteerd. Het was een rijk na Alexander de Grote, waar dan op een gegeven moment één klein venijnig horentje uit opkomt, en dat is die Antiochus Epifanes, een koning die in bruutheid en wreedheid tegenover Israël, het heilige volk, alle voorgaande koningen overtrof. We komen er in de volgende hoofdstukken nog nader mee in aanraking. Zo herkende Daniël dat visioen in de wereldmachten van zijn tijd. En de redacteur van dit boek Daniël, die het boek in zijn huidige vorm heeft opgesteld, waarschijnlijk een paar eeuwen later, die heeft laten voelen, in alle trekjes van dit visioen, hoe je bij de beesten die Daniël zag hier dit rijk, en daar dat rijk en volgende rijken kunt herkennen.
De vier beesten die oprijzen uit de volkerenzee, zijn symbolische aanduidingen van reële historische machten. Één ding heeft me bij de overdenking van dit visioen van Daniël wel bijzonder getroffen. Ik zei al, er stond wel twintig keer een verwijzing in naar het boek Openbaring. Wat mij trof is de grote overeenkomst tussen deze vier dieren, en dat ene beest uit Openbaring 13, we hebben dat gelezen. Als Johannes ziet wat er na dezen geschieden zal, ziet ook hij uit de volkerenzee een beest opkomen. Bij hem één beest, maar dat ene beest draagt ook precies alle vier de trekken van die vier dieren. Het heeft vier horens en zeven koppen. Dat had het vierde beest bij Daniël ook! Het beest leek op een panter: Daniëls derde beest. Zijn poten waren als van een beer: Daniëls tweede beest. Een muil als de muil van een leeuw: Daniëls eerste beest! Alle trekken van die vier dieren verenigt dit beest in zich. En dat geeft ons als het ware een handleiding, een draad in handen bij de uitleg van die vier dieren van Daniël voor onze tijd. Die vier dieren zijn niet ondergegaan.
Zoals dat Babylonische rijk onderging, en dat Perzische en daarna dat Macedonische, en daarna dat Seleucidische rijk, nee, de vier dieren blijven rusteloos oprijzen uit de volkerenzee van het wereldgebeuren. Totdat ze straks, ja, in het rijk van de antichrist hun laatste finale samenballing vinden. En daar zullen al die beestachtige rijken hun voltooiing vinden. Zo lees ik dat in Openbaring, en in dat beest, dat ene beest uit de zee. Het is alsof Daniël in dit visioen de boodschap krijgt: overal waar dit soort rijken oprijzen uit de volkerenwereld hebben ze beestachtige trekken. Daar zinkt de mens weg beneden zijn menselijkheid. In zulke machtige rijken worden mensen beesten. Dat heeft me zeer getroffen. Denk in onze eeuw aan wat mensen als Hitler en Stalin gedaan hebben. Dat is bij de beesten af. Nou, het staat dus al zo in de bijbel, want waar mensen omhoogstijgen en de macht willen grijpen, daar vallen ze juist beneden hun menselijkheid. De eerste lijn is er één van onderaf omhoog. Waar mensen omhoog grijpen naar macht, daar worden het bruten en beesten.
Dat geldt voor Rwanda, dat is toch uiteindelijk een machtsvraag, en dat geldt ook voor enkelingen, die midden in het hart van Amerika een machtsgreep willen plegen en daar beestachtige ontploffingen teweeg brengen. Overal waar mensen opstijgen tot macht boven zichzelf, goddelijk willen zijn, daar zegt de Bijbel ironisch: "Daar zinken ze weg beneden het peil van hun menselijkheid." Het worden beesten, het wordt bij de beesten af. En we zien dagelijks op het journaal dingen gebeuren die bij de beesten af zijn. En je ziet dat soms ook in concentraties en samenballingen, ook in de twintigste eeuw, als we eens even onze tijd bekijken. Inderdaad, er zijn leeuwe-rijken, en er zijn bere-rijken en panter-rijken, ook in onze tijd. Denk bijvoorbeeld aan het Nationaal Socialisme en Hitler, dat is eigenlijk een leeuwe-rijk. De leeuw is een hoogmoedig dier. Leeuwe-rijken werpen zich altijd op als superieur. Babel in die tijd, Nazi-Duitsland in onze tijd met het superieure Germaanse ras, daar heb je dat hoogmoedige leeuwe-rijk. Maar er zijn ook bere-rijken. Rijken die de gestalte van een beer vertonen, ook in onze tijd.
Als kort kenmerk wordt dan toegevoegd: die beer had drie ribben in zijn muil, tussen zijn tanden. En men zei tot hem: "Sta op, eet veel vlees." Bere-rijken zijn uitermate vraatzuchtig. Bij hen is de stimulans tot rijkvorming niet zozeer hoogmoed, als wel economische honger. Ze loeren begerig naar steeds meer voedsel. Ze zijn log en wreed en traag, ze hebben tijd. Maar ze zien niets liever dan dat ze alle oliebronnen bezitten, en alle grondstoffen hebben en monopolies bezitten: invloed. Het oude Israël heeft het Perzische rijk als zo'n bere-rijk gevoeld, maar wij kunnen denken aan een rijk als Rusland, en het nu te gronde gegane communistische rijk daar, de Sowjet Unie. En ten derde zijn er luipaard-rijken. De luipaard of de panter was onder Israël gevreesd om zijn weergaloze snelheid. Ook zulke rijken kent onze eeuw. Waarvan de kracht ligt in het bliksemsnel ingrijpen en verrassende uitvallen. Het gaat dan niet om grote rijkdommen, maar je zou kunnen zeggen om de sport om zo snel mogelijk zoveel mogelijk volken te bespringen. In de vroege oudheid dacht men dan aan Alexander de Grote.
En in onze tijd, onze eeuw, kun je denken aan de plotselinge flits van Japan uit naar Amerika over de oceaan heen in het begin van de tweede wereldoorlog, maar ik denk ook, wat langer daarvoor, aan een rijk als van Napoleon. Napoleon die daar in een mum van tijd eigenlijk de hele wereld bezette. Serie over Daniël Maar dan tot slot dat vierde dier nog. Daniël ziet dan dat monster-rijk. Je kunt het niet anders noemen. Er wordt hier geen dier meer aangeduid. Het vierde dier is een monster. Lange ijzeren tanden. Koperen klauwen, tien, die overal graaien, en poten die alles vertreden wat niet is opgevreten en dat dier roeit uit en vermoordt en heeft vooral zijn aandacht gericht op het volk van God. Daniël noemt er twee opvallende dingen bij: "Het heeft een mond vol grootspraak, en het is er op uit tijden en wet te veranderen." Zo diep grijpt dit monsterbeest in de volkerenwereld in. Het voert wereldwijd propaganda. Vandaag kun je denken aan de radio en de televisie. En wat dit monster-rijk wil druist in tegen zeden en moraal van de volkeren. In plaats van liefde komt haat, in plaats van gemeenschap komt eenzaamheid, in plaats van normen wetteloosheid.
In dat vierde dier heeft Israël in Daniëls tijd direct die Antiochus Epifanes herkend. Een wrede Syrische koning, die Jeruzalem veroverde, het heiligdom vertrapte en een afgodsbeeld midden in dat heiligdom opzette. Later heeft men die figuur herkend in Nero, in de tijd van het Romeinse Rijk. En de vromen hebben gedacht: dat is de paus, die komt uit het Romeinse Rijk op. De statenvertaling gaat die kant op. En in onze tijd, heeft Hitler niet sterk die trekken gehad van zo'n anti-christelijke macht? Openbaring 13 zegt: "Die anti-christelijke wereldmacht waarin alles samenbalt, dat monsterachtige dier, zal straks oprijzen en alle weerstand tegen God in zich verenigen. Zo hebben we dit visioen van Daniël nog een keer bekeken. Daniël zag dit visioen in de nacht, hij zag daar die wereld van de volkeren, waar mensen eerst die lijn van onderop naar boven volgen. Mensen reiken uit tot het goddelijke, en zinken daarmee weg beneden het menselijke, tot het dierlijke: beest-rijken zijn het. Van onderop geen heil. Dat is het eerste wat je kunt zeggen: "Van onderop geen heil in de geschiedenis." Maar wat dan wel?
Als Daniël dan zijn blik omhoog richt, ziet hij ineens boven al dit woelen van de volkeren een troon verschijnen. Een troon en de vierschaar: een rechtszaal. Het gericht, en de vierschaar zet zich daar neer. "En de troon wordt van onderen aangevuurd door vuurvlammen", staat er. En daaronder raderen met laaiend vuur. En daar omheen tienduizenden engelen. Tienduizenden maal tienduizenden engelen, en dan daar op de troon: Hij die alle macht bezit. En dan beschrijft hij daar de Here, er staat: "Als de oude van dagen". Ik houd niet van die vertaling. Je moet zeggen: "Die oud is van dagen!" Bij "oude van dagen" denken wij aan een machteloze grijsaard, en zo is God dan ook afgebeeld in middeleeuwse schilderstukken. Maar hier staat: "Die oud is van dagen", en dat is een koninklijke benoeming, dat is: "Hij die de eeuwen omspant"! Hij die er al was, eeuwen en eeuwen voordat u er was, en die er straks zal zijn, alle eeuwen, die de eeuwen omspant. En alle attributen die daarbij staan beschrijven iets van wijsheid, intense wijsheid, en ontzagwekkende heiligheid. En Hij troont boven die geschiedenis van de volkeren! En daar ligt denk ik het eerste grote houvast, wat God aan Daniël wil meegeven.
Boven al het woelen van de volkeren uit staat onbeweeglijk de troon van God, zoals we gezongen hebben in de liederen en de psalmen. Er is een God die gericht oefent. En gericht oefenen betekent in de bijbel altijd niet alleen iets negatiefs, dat ook, het is straffend, maar tegelijk ook oprichtend, de Richter is ook de Rechtzetter. God die oordeelt is ook de God die geneest. Zo verschijnt Hij boven dit enorme visioen van de woelige zee en die vier dieren. Lange tijd hield God Zich verborgen, tot Hij verschijnt! En dan verschijnt Hij als Rechter, die richt en die rechtzet. En dat is niet alles wat Daniël ziet, want als hij dan nog even blijft toezien, dan ziet hij in de derde plaats nog iets heel wonderlijks gebeuren: "Ik bleef toezien, en toen ineens met de wolken des hemels kwam Iemand gelijk een Mensenzoon". Een beweging van boven naar beneden. "En Hij begaf zich tot deze die de eeuwen omspant en men leidde Hem voor Hem, die oud is van dagen" En uitgerekend aan deze wordt koninklijke heerschappij gegeven! Hij die als God was en dat niet voor zich hield maar prijs gaf, Hij wordt de ware mens, en Hem wordt dan ook koninklijke heerschappij gegeven.
Nou, ik vind dit een fascinerend visioen, ver voor het nieuwe testament. En dan te weten, dat Jezus toen Hij verscheen maar één titel uit het Oude Testament in het dagelijks gebruik op zichzelf toepaste, en dat is deze titel. Daniël 7: 13. Hij noemde zichzelf altijd: de Zoon des mensen. U kunt het lezen in de evangeliën. Tientallen keren, altijd weer, heeft Hij zichzelf genoemd: de Zoon des mensen. Dat betekent letterlijk eigenlijk niets anders dan: de echte mens, de mens bij uitstek. Hij die vol-menselijk was. Terwijl volkeren die omhoog reiken wegzinken beneden de maat van de menselijkheid, ziet Daniël daar eerst die onbewogen troon van God, en dan dat grote geschenk uit de hemel: de Zoon des mensen, de ware mens. Hij die zich vernederde, en die door God werd verheven met koninklijke waardigheid. Ik denk dat daar achter zit wat Paulus later zeggen zal. In 1 Corinthiërs 15 zegt Paulus: "De eerste mens is uit de aarde aards, maar de tweede is uit de hemel hemels". En dat is de Verlosser van God. De Verlosser die ons leert wat echt menszijn is. De eerste ware Mens die geleerd heeft wat het betekent om bewogen mens te zijn, om mens te zijn in zelf-overgave, niet in dwingende almacht.
Het betekent mens te zijn in afhankelijkheid, zoals Hij was van Zijn Vader. Dienend en Serie over Daniël bewogen voor de mensen. Inspirerend tot een rechtvaardige wereld. Zo heeft Jezus zichzelf gezien. En Hij krijgt de koninklijke waardigheid. En Daniël ziet heel de geschiedenis uitlopen op de triomf van God en Zijn Gezalfde, de Zoon des mensen. God wordt de grote overwinnaar. En Hij zal daar straks temidden van de heiligen regeren, want Hij en Zijn volk, ze horen bij elkaar. Ik kom tot een afronding. We zagen in dit visioen een geweldige visie op de worsteling van de volken. We hoorden die grote mond vol grootspraak, we staan voor geheimenissen en raadsels, we zagen beesten, monsters oprijzen uit de zee, maar daar boven de troon van de Allerhoogste. En tenslotte: Jezus Christus, Zoon van God, Zoon der mensen, de ware mens. Hij blijkt in alles de beslissende rol te spelen. Hij is de herder waarvan we weten, sinds David, dat als Hij de leeuw ziet komen, en de beer, en het luipaard, en het monster, niet vlucht, maar zijn leven inzet voor de kudde. Amen.