Bijbeltekst: Daniël 8: 14 — Uit de serie: Daniël, deel 8

Gemeente van Christus, het visioen wat Daniël hier heeft is een 'achtergrondsvisioen'. We noemen dat Serie over Daniël apocalyptisch, dat wil zeggen dat het ons laat zien wat er eigenlijk gebeurt, in de ogen van God en in de onzichtbare achtergrond achter de gebeurtenissen. Zo'n inzicht geeft God soms aan profeten, hier aan Daniël, in het nieuwe testament aan Johannes op het eiland Patmos. Dan is het of even de sluier wordt weggenomen die over de feiten -die we toch nooit helemaal begrijpen- hangt en aan Daniël wordt getoond wat er eigenlijk gebeurd is en gebeuren gaat. Het is heel bijzonder dat we vanmorgen na een week vol herdenkingen dit visioen mochten opslaan: Daniël 8. Het is, als je in deze periode naar de televisie kijkt, of de klok even is teruggedraaid. Je ziet al de beelden van toen, 50 jaar en langer geleden. Films, foto's, dat zijn de voorgrondsbeelden. Maar de vraag blijft knellen: Wat is er nu eigenlijk op de achtergrond gebeurd? Wat zit er achter de geschiedenis van de volken, waar deze rijken uit oprijzen en weer verzinken? Waarom die verschrikkelijke drama's? En opvallend is dat de bijbel vooral vraagt: Hoe lang zal het nog duren?

Wij kunnen als mensen heel veel verklaren, want we bestuderen de wetten van gevolg en oorzaak. Maar die leren ons wel wat er gebeurt, maar niet waarom, en zeker niet hoelang. En daarover gaat dit visioen in Daniël 8. De Here laat aan Daniël zien wat er nu eigenlijk bezig was te gebeuren. Hij deed het aan de Oudegracht, want de rivier de Ulai, waar Daniël dit gezicht kreeg, stroomde door de binnenstad van de garnizoensplaats Susan. Zoals de Vecht stroomt door de binnenstad van Utrecht. En daar aan de Oudegracht -misschien was het wel de Kromme Nieuwe- laat de Here Daniël iets heel bijzonders zien. Daniël zit terneer bij het stromen van het water. En dan opnieuw ziet hij in een visioen dieren, dit keer maar twee. U weet, de vorige keer waren het er vier, als beeld van vier wereldrijken na elkaar. U herinnert ze zich nog van een paar weken geleden, eerst de leeuw, dan de beer, daarna de panter -Alexander de Grote-, en dan dat afschuwelijke monster. Het omspande zes eeuwen, dat visioen van Daniël 7. Maar dit keer wordt er als het ware een detail wat uitvergroot, de camera zoomt in en nu zien we twee dieren.

Een ontwikkeling in de geschiedenis die heeft plaatsgevonden tussen de vierde en de tweede eeuw voor Christus, dus minstens drie eeuwen. Daniël ziet eerst de ram en dan de bok. Andere dieren, dat valt op! Waarom deze dieren? En wat valt op aan deze dieren? Eerst die ram: "Toen ik mijn ogen opsloeg zag ik en zie een ram stond voor de gracht." En wat viel op? Die horens. Ze waren hoog, enorme horens, de één nog iets hoger dan de ander, en de hoogste rees het laatste op. "En ik zag hem stoten." Dat is wat het meeste opvalt: "Ik zag hem stoten naar Oost, naar West, naar Noord, naar Zuid, naar alle windstreken". Hij deed niets anders dan stoten. Nu voelt u waarom dat dier gekozen is: om zijn horens! En om dat stoten. Eigenlijk wordt hier in een paar pennestreken de diepste drijfveer achter dit wereldrijk getekend: het is agressie! Nog sterker komt dat uit bij het tweede dier, een bok. Een geitebok. Ik denk dat Walt Disney het van Daniël heeft afgekeken, in de tekenfilms zie je dat als die beesten heel hard gaan, dan raken hun voeten de aarde niet meer.

Zo ziet Daniël dat ook hier in dit visioen, hij ziet daar die bok, en z'n voeten raken de aarde niet eens meer, dat betekent dat hij met enorme snelheid doorstoot. Hij komt er aan gerend, heeft maar één horen op de kop, vóóruit, en hij stoot in volle vaart tegen de ram, zo hard dat diens twee horens in één klap afbreken. En dan stoot hij weer en weer, tot de ram uit duizend wonden bloedend terneer valt en onder zijn poten wordt vertrapt. Die laatste geitebok werd nog erger dan de ram. Twee keer staat er van beide beesten in vers 4 en vers 7: "En er was niemand die redden kon uit zijn macht." Dat is het hopeloze van allen die door de agressie van deze dieren getroffen worden. Het lijkt alsof ze naar eigen willekeur maar kunnen doen wat ze willen en er is niemand die redden kan uit hun macht. Je zou het zo onder de beelden van Auschwitz kunnen zetten. Er was niemand die redden kon. Maar wat nog het meeste spreekt bij dit visioen van de ram en de bok is toch die weergaloze agressie. Ineens legt de Here als het ware in één beeld de zenuw bloot van al die bewegingen van grote wereldleiders en grote wereldrijken.

Eerst de ram, we zagen daarin het Medisch-Perzische Rijk, dat een paar eeuwen de wereld beheerste. En dan de bok, Alexander de Grote, met zijn ene horen die in een korte stoot de hele toenmalige wereld veroverde. Het is ontzaglijk onthullend eigenlijk wat we hier zien. Dat onthullende ligt in die horens die maar stoten. Ontdekkend en ontmaskerend, eigenlijk tot vandaag toe. Het lijkt alsof de bijbel zegt: "We leven allemaal eigenlijk op een vulkaan". En diep hieronder broedt ook het rode vuur van de agressie. En soms stulpt dat er zo even uit als de vulkaan openbarst, dat zijn dat die momenten als in 1940 -1945. Dan stulpt dat er even uit in al zijn verschrikking. Maar diep onder de bodem van alle beweging van alle volken ligt deze agressie. Het is verschrikkelijk maar het is zo. Wij spreken van beschavingen: de Perzische beschaving, de Griekse beschaving, en vandaag over de Westerse beschaving. Maar God trekt onbarmhartig de sluier eraf, het masker, en zegt: "Maar je moest eens weten wat er onder die beschavingen schuilgaat! Pure agressie en de effecten daar van. De wraakzucht en de pijn en de bitterheid." Ik denk dat dat collectief geldt, ook voor ons persoonlijk.

De buitenkant is de beschaving, het gepolijste, maar owee als er door zwakte of druk of spanning of ideologie een barst komt in die mooie buitenlaag! Als het vernis eraf schilfert en het masker wegvalt dan grijnzen daar de bok en de ram, dan stoten onze horens. En dan geldt weer heel primitief het recht van de sterkste. En dan worden de slachtoffers neergetrapt en neergestoten. Zo onthult God even in dit visioen aan Daniël de ware aard van ons bestaan. En wijst daarbij niet naar anderen, het Serie over Daniël vuur van de agressie ligt daar, onder de bodem van ons allen. Ik vind het een zeer onthullend visioen en ook heel verootmoedigend. Als de ware werkelijkheid van onze beschavingen wordt blootgelegd dan tekent God bokken, rammen en horens die stoten met botte, wrede, wondende kracht. En afschuwelijk is het wat ze hebben uitgewerkt. Het gekke is dat Daniël 7 daar niet over moraliseert. We worden niet bepreekt, het wordt gewoon gesteld: dit is die bittere onderkant van die wereldrijken die zich verheffen. En wie dat beseft, om met Ellen Warmond te spreken: "Leg je hoofd in je hand en probeer je dat voor te stellen, hoe erg dat is." Gelukkig blijft het visioen daar niet bij staan.

In het tweede deel van het visioen gaat het verder over de geitebok, en wordt het verdiept en komen we toe aan hoe daar uit dat vierde rijk een kleine venijnige horen groeit, klein beginnend maar groot uitgroeiend. Ineens lijkt het of die kleine horen laat zien waar het allemaal in uitmondt. Aan het eind komt er uit wat er goed in zat, dat blijkt. Want als Daniël nader toeziet op die bok met die ene lange horen, en dan vier, en ten slotte nog maar één, als hij dat ziet, dan ineens lijkt het wel of in die ene kleine horen alle agressie ligt samengebald die die andere horens ook al voortstuwden. En wat doet die ene horen? Hij komt, hij grijpt naar het 'sieraad-land', dat is het land Israël, stoot door naar Jeruzalem, en dan naar de tempel en dan naar de 'vorst van de Heer des hemels'. En in het visioen vallen de sterren van de hemel. Hij stoot door naar waar al die agressie ten laatste op gericht was: de vorst van de Heer des hemels. Het is waarschijnlijk letterlijk de hogepriester geweest.

De hogepriester die tegelijk staatsmacht had, kerk en staat waren daar bij wijze an spreken één, en inderdaad heeft later die Antiochus Epifanes die hogepriester getroffen, hem afgezet en de zijne ervoor in de plaats gesteld. Antiochus Epifanes is het, deze kleine horen. Epifanes betekent: Antiochus, de god die verschijnt. Het is een bijnaam die hem een goddelijk aureool geeft. Hij is Jeruzalem binnengedrongen en dat is gebeurd met medewerking van talloos vele Joden die modern mee wilden doen met het proces van 'hellenisering', maar hij heeft daar verschrikkelijk huisgehouden onder de wetsgetrouwe Joden. De besnijdenis afgeschaft, de feestdagen afgeschaft, op het brandofferaltaar een altaar voor Zeus opgericht, waar varkens werden geofferd: gruwelijkheden gebeurden daar. De datum is het jaar 168 voor Christus: De gruwel der verwoesting werd opgericht. Wat leren we nu uit het tweede deel van dit visioen? Het laat ons onbarmhartig zien waar uiteindelijk die agressie van de volkerenwereld op uitloopt. Hier komt er uit wat er in zat, zei ik. Ten slotte stootte die horen als de speer van de romeinse soldaat op Golgotha naar het hart van God.

En daar ligt volgens de bijbel de diepste bron en het laatste altijd verzwegen doel van de agressie. "Komt, laat ons hun banden verscheuren en hun touwen van ons werpen", zoals we zongen uit Psalm 2. "Ik laat me zelfs door Hem niets gezeggen": dat is de diepste agressie. God niet de Heer laten zijn in je leven, dat niet willen. En of dat nu Antiochus Epifanes is die dat zegt of het is Hitler, en of je vandaag nu wijst naar Janmaat, of je bent eindelijk zo ver dat je in die spiegel van dat woord ook je eigen gelaat herkent: in alle gevallen is dit het kernpunt, het scharnier waar alles om draait is: God echt de Heer willen laten zijn van je leven. Daar draait het om, en dat komt nog duidelijker naar voren in dat derde deel van het visioen. Want als die kleine venijnige horen op de kop van die griekse bok uitgroeit tot die grote machtige horen, dan stoot hij door naar Jeruzalem, en dan naar de tempel. Maar dan staat daar iets heel opvallends bij wat tot drie keer toe wordt herhaald, in vers 11, 12 en 13, dan komt hij daar en ontneemt hen het dagelijks offer. Daarop richt zich dus frontaal zijn aanval: het dagelijks offer.

En waar dat voor staat daar wil ik in dit derde gedeelte even over uitweiden. Ds. Visser heeft daar een heel goede beschouwing over gegeven in zijn commentaar: het dagelijks offer is volgens hem de grondslag van heel de eredienst in het Oude Testament. Dat dagelijks offer: iedere morgen werd er een lam volledig verbrand op het brandofferaltaar, en iedere avond werd daar de eredienst mee afgesloten. Zo spande de dag zich tussen het brandoffer 's morgens, dat eenjarige lam nog zonder horens, zo'n lam werd dan 's morgens geofferd, en 's avonds weer één, en daartussen spande eigenlijk alles. Het was het beeld van Israël van die volkomen toewijding aan God. In plaats van: "Nee, Hem laat ik niet Heer zijn over mijn leven", is daar dat lam dat betekent: "Heer, ik wijd me, ik offer me op, ik verteer voor U". Dat was Israëls eredienst. En alle andere offers die gebracht werden waren eigenlijk, zeiden de rabbijnen, toegevoegde offers, om dit dagelijkse brandoffer draaide alles. En uitgerekend daarop richt zich de agressie. Als Israël maar ophield met iedere morgen en iedere avond zich in dit lam totaal aan de Here God toe te wijden. Als dat maar ophield! Dat moet u voelen.

Want ik denk dat iedere afval van God zich daar inzet. Als we niet meer echt in de morgen en in de avond onszelf Hem tot een brandoffer toewijden, waar dat gaat tanen, daar zet de afval in, ook al blijft er van buiten nog een prachtige voorgevel. Daar begint de afval en daar gaat de wissel om. En ook dat woord 'afval' komt steeds naar voren, het is in onze vertaling wat anders vertaald met afschuwelijke misdaad en boosdoenerij, maar het is de afval, want in Israël had de afval al diep ingevreten. Als de antichrist komt, dan komt hij altijd met medewerking van de helft van het volk van God. Zoals ook hier in Jeruzalem: de helft van de Joden hebben Antiochus Epifanes juichend binnengehaald, erbij geroepen. De kerk was al van binnen uit uitgehold omdat dat dagelijks offer taande en als Antiochus Epifanes dan binnendringt, dan is het eerste wat hij doet: dat dagelijks offer afschaffen! En hij zet daar de eredienst van de mens eigenlijk in het midden. Hij, Antiochus Epifanes glorieert! Dat leidt ons tenslotte tot het laatste. Als we dit zien dan vragen we: Hoe loopt dit alles tenslotte af?

Daniël heeft die bok zien gaan en de ram, en de horens en tenslotte het verschrikkelijke eindtoneel als het dagelijks offer wordt Serie over Daniël afgeschaft en Jeruzalem onder geweld bezwijkt. En als dat allemaal omschreven is, wat gebeurt er dan aan het slot? Dan komt eigenlijk wat ik noem, het evangelie van Gabriël. De enige keer in het Oude Testament dat Gabriël voorkomt, dezelfde Gabriël die de aankondiging doet aan Zacharia en Elizabeth en aan Maria in het Nieuwe Testament. Hij is het inderdaad die altijd zegt: "De heilige dienst wordt hersteld." Ook hier is dat zijn boodschap. En dat is zonder twijfel hier het hoogtepunt van het visioen: het commentaar van Gabriël. Als Gabriël aan Daniël uitlegt dat het onheil van die agressieve bok met uiteindelijk die ene horen, van God een tijd gesteld krijgt. Het is wel sober wat de bijbel zegt, misschien dacht u dat ook, maar het is wel heel erg ingrijpend want het visioen eindigt met te zeggen: "De Here God stelt aan deze agressor z'n tijd." "Hoe lang gaat dit alles nog door?", roept een stem van terzijde.

"Dit verlies van het dagelijks offer, deze ontzettende afval -daar staat dat woord- dit agressieve geweld tegen het heiligdom en tegen het volk van God?", zie vers 13. "En toen zei Gabriël tot mij: 2300 avonden en morgens en dan zal het heiligdom in de rechte staat hersteld worden." Dat betekent dus: "God stelt de agressor z'n tijd". We zouden een half uur kunnen besteden aan wat het betekent, die 2300 avonden en morgens, er zijn vele uitleggingen voor. Degene die mij het meest aanspreekt is dat het 2300 halve dagen zijn, avonden en morgens, en dan kom je op 1150 volle dagen, dat is weer die 3 ½ jaar. En dat is weer gelijk aan 'een tijd': 1 jaar; 'tijden', minimaal 2 jaar; 'en een halve tijd', een half jaar. Het is altijd dat afgeknotte: de antichrist komt nooit tot z'n volle ontplooiing. Hij komt er een tijd; hij komt tot fel aanzien: tijden; maar dan knapt zijn tijd af: een halve tijd. En het is letterlijk zo'n 1150 dagen geweest dat die gruwel der verwoesting daar stond op het altaar van Jeruzalem. Maar de boodschap is: God stelt deze agressors z'n tijden!

Hij heeft Nero z'n tijd gesteld, en Hij heeft Alva z'n tijd gesteld en Stalin en Hitler, nooit is één van deze figuren blijvend aan de macht geweest! Wij denken: dat is vanzelfsprekend, maar dat is het niet! Uiteindelijk is iedere bok geveld, en dat danken we aan God die het zijn tijden stelt en dat is reden om te vieren. Reden om te vieren dat die kleine venijnige horen die wij hebben zien uitgroeien in deze eeuw, en meer dan één, ze hebben moet sneven en dat is het gevolg van God die het zijn tijden stelt. Iedere bok moet uiteindelijk sneven, de horen wordt afgezaagd, de bok geveld. En waarom? Nou, omdat God het zijn tijd stelt. Maar wat zit daar dan weer achter, waar loopt dan dat alles op uit? Dat wordt in dat ene zinnetje verduidelijkt. Als we die vraag stellen dan vinden we dat antwoord opgesloten in vers 14b: "Omdat God er op uit is om uiteindelijk die dienst weer in de rechte orde te herstellen." Dat lam dat nog geen horens had, dat zal uiteindelijk de overhand krijgen. Het offer in de morgen en het lam dat zich offert in de avond, dat wijst ons mensen de weg.

Het is verschenen op Golgotha, en het is weerloos zonder horens en het heeft Zich gegeven met lege, en later met gekruisigde handen aan God, en zo de weg gebaand voor ons, naar God. Die heilige dienst, daar gaat God voor. Die gaat Hij herstellen en die zal duren, tot de eeuwen der eeuwen. Dat noem ik tenslotte toch een adembenemend perspectief. Gabriël legt aan Daniël uit: "Straks komt de eindtijd. De tijd van de laatste agressor tegen God, een tijd van 2300 halve dagen lang. En als die eindtijd er is, zegt Jezus later in Mattheüs 24, en we lezen ervan in 2 Thessalonicenzen 2: "Als die eindtijd komt, hef dan uw hoofden omhoog, want uw verlossing genaakt!" "Als die tijd, en tijden en een halve tijd zijn aangebroken, die laatste 3 ½ jaar", de Here Jezus zegt het zelf, "Weet dan, dan is uw verlossing nabij". Dan zal vanuit de hoge God ingrijpen en zijn dienst totaal herstellen. Dus wat Israël hier, en dat leidt tot een uitleg tot ver in het Nieuwe Testament, en tot aan vandaag toe, wat Israël onder Antiochus Epifanes heeft meegemaakt, een tijd van grote verdrukking, 3 ½ jaar, dat maakt de Here Jezus in Mattheüs 24 - 25 tot een zinnebeeld van onze tijd.

En Hij zegt tegen de discipelen: "Jullie leven in die tijd van oorlogen, geruchten van oorlogen, verkilling van de liefde, toename van de afval, en ook de verkondiging van het evangelie aan alle volkeren". En Hij zegt tegen hen: "Houdt vol, want als die gruwel der verwoesting er is, -die wetteloosheid waarvan Paulus spreekt in 1 Thessalonicenzen 2-, "Als die eindelijk tot volle ontplooiing komt dan krijgt hij maar kort de tijd: hem wordt een tijd gesteld". En dan zal de Here Jezus komen en hem verwijderen van het toneel door de adem van zijn mond. En zo zegt de Here Jezus tegen de discipelen: "Houdt vol, straks kom ik terug, en dan herstel ik compleet de heilige dienst aan de Vader, want uiteindelijk zal niet de ram, en ook niet de bok, maar het lam overwinnen. Dat is het adembenemende perspectief van Daniël 8. Met een appèl aan ons om ons dat dagelijks offer nooit te laten ontnemen. Dat geldt voor het hele kleine van iedere dag: zo begin je je dag, en zo eindig je je dag, met die totale toewijding: totaal opbranden, er wordt geen deeltje van gespaard, totaal verteren in de dienst van God. Zo wijden we ons toe in de navolging van het lam.

Dit hoofdstuk, Daniël 8, "het liet Daniël niet onberoerd", staat er tenslotte, en het laat ons ook niet onberoerd als we zo diepgaand de geschiedenis onthuld zien. We zagen dat achter al de rijken die wij gedenken dat daar die verholen Serie over Daniël agressie zit. We begrepen: afval, daarop is het gericht: "laat ons Zijn banden verscheuren", dat dagelijks offer verwijderen. Maar ook hoorden we een adembenemend perspectief. Dat waren de momenten die we na elkaar zagen. We werden ontmaskerd tot op onze eigen agressie, we werden gewaarschuwd voor het gevaar van de afval en we zijn bemoedigd door dit adembenemende perspectief. En zo gaan we verder, ziende op het LAM, en niet op de ram. Amen.