Gemeente van Christus, We overdenken vandaag het eerste hoofdstuk van de Galatenbrief. Je zou erboven kunnen zetten: de apostolische verwondering waarmee Paulus direct in dit hoofdstuk begint. Ik wil beginnen met een ervaring die ik pas geleden had in het natuurpark de Hoge Veluwe. Daar kan je keien bewonderen. Als je in het natuurmuseum komt, worden daar in een hoek keien geëtaleerd die ze in dat grote gebied van de Hoge Veluwe gevonden hebben. Die keien, een hele rij van groot naar klein staan op een soort sokkel en als je ze met je hand aanraakt gaat er een licht branden en uit de microfoon hoor je een stem die zegt waar de kei vandaan komt. Bijvoorbeeld: 'ik ben een zwerfkei, meegenomen uit Scandinavië, 40.000 jaar geleden op het ijs van die en die ijstijd enz'. En bij een andere steen: 'ik ben meegevoerd door de rivier vanuit Zwitserland en lig hier al 10.000 jaar in wind en storm'. Dat was heel boeiend dus ik legde mijn hand op de ene steen na de andere. Er was ook een steen bij die zei: 'ik ben een meteoriet, ik kom van buiten. Van buitenaf ben ik de ruimte van deze wereld binnengedrongen. Door de dampkring heen geslepen en hier ben ik.
Je kan van buiten niet zien dat ik anders ben. Hoe speciaal ik ben kan je alleen zien als je me splijt.' En dat is waar, meteorieten zijn altijd heel mooi van binnen, van buiten kan je het verschil niet zien. U vraagt zich natuurlijk af waarom ik dit vertel. Dat is omdat we vandaag een begin maken met het lezen van de Galatenbrief en omdat dit het allereerste is wat de apostel Paulus ons in hoofdstuk 1 wil voorhouden. Lees maar direct in vers 1: 'de hartelijke groeten van Paulus', zo zou je de brief kunnen beginnen. Natuurlijk zegt hij het veel geladener: ik, Paulus, genade en vrede zij u.' Maar hij voegt daaraan toe: 'ik, Paulus, een apostel, maar niet vanwege mensen, niet door een mens maar door Jezus Christus'. In vers 11 zegt hij later letterlijk dezelfde woorden: "Het evangelie dat ik verkondig is niet naar de mens, -het komt niet van onderop- noch van een mens ontvangen" Later in het hoofdstuk zegt hij dit nog een keer.
Daarom heb ik als welkomsttekst op het informatieblad van vandaag die tekst uit 1 Corinthiërs 2: 9 geschreven: 'Maar gelijk geschreven staat: Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenene, die Hem liefhebben' Het evangelie van wat God voor u en voor mij gedaan heeft komt van buiten! Jezus Christus is -met eerbied gesproken- niet een zwerfkei van onderop uit de Alpen, of een rotsblok uit de ijstijd, nee Hij is de door God gezondene, Hij is de Zoon, de Messias. Inderdaad, je mag Hem veel meer vergelijken met een meteoriet: van Boven af binnengekomen en Hij gaf zijn geheim pas prijs toen Hij verbroken werd. Dat vieren we bij het Avondmaal: het brood dat verbroken is, de wijn die vergoten is. Dat laat ons zien wat het geheim is van deze -met eerbied gesproken- Steen. Paulus was daar zo vol van dat hij daar direct aan het begin van de brief breed bij stilstaat. We volgen de tekst: Paulus zegt wie hij is, hij zegt met wie hij de brief schrijft, namelijk met alle broeders die bij hem zijn, het is dus eigenlijk een brief van de gemeenschap rond Paulus aan de Galaten.
Hij zegt wat hij ze toewenst: genade en vrede, en hij geeft het adres: aan de Kelten. Want dat zijn de Galaten, daar kom ik later op terug. Dan zegt hij wat hij hen toewenst: genade en vrede van God en door Jezus Christus die Hij uit de doden heeft opgewekt, en dan wordt daar in één magistrale zin aan toegevoegd wat Jezus bewerkt heeft: Hij is de reddingsboei van God, dat 'trekken uit' is in het Grieks een doodordinair woord voor een reddingsoperatie, Jezus is de reddingsboei van God die ons getrokken heeft uit -en dan staat in onze vertaling- de tegenwoordige boze wereld. Dan denk je: worden we uit deze boze wereld weggetrokken? Wat wordt hier bedoeld? Maar als je in het Grieks leest staat er niet 'kosmos' (= wereld) maar 'eon', eeuw, tijdsbestek, het huidige bestel, vertaalt Groot Nieuw terecht. Dat is heel bijzonder. Jezus Christus is niet gekomen om ons te redden uit de schepping van God, hoe gebroken die ook is, daar is Hij in afgedaald om die te vernieuwen, maar Hij is wel gekomen om het regime van de boze te verbreken. Dat woord staat hier: regime.
We hebben net meegemaakt hoe een dictator zijn macht op het volk verloor, wij kunnen dat ook zo zeggen: het regime van Milosovitz is afgelopen. Dat is het woordgebruik van de apostel Paulus hier: 'zo is deze wereld, deze schepping van God na de zondeval onder het regime van de boze gekomen, toen heeft God zijn Zoon gezonden, de Messias van Israël, en heeft ons gered uit dat regime van de boze en overgezet in dat regime van het Koninkrijk van de Zoon van God. De boze was overmachtig totdat Jezus Christus kwam en door Jezus en zijn werk aan het kruis zijn wij overgezet in het Koninkrijk dat nu is aangebroken. Daar zinspeelt Paulus op, dat zet hij zo in één zin neer. Maar als je het heel nauwkeurig wilt weergeven zou je het eigenlijk zo moeten doen want het zit iets ingewikkelder in elkaar, je zou kunnen zeggen: ja, daar was het regime van de boze totdat Jezus gekomen is die ons daaruit heeft weggetrokken, gered, en toen zijn we overgezet in het regime van Jezus Christus, het Koninkrijk van God, maar intussen is daar de boze die nog steeds rondgaat als een brullende leeuw, zoekende wij hij zal verslinden.
Tussen die twee lijnen van het kruis en de wederkomst leven wij 'tussen de tijden'. Aan de ene kant is er dus nog wel degelijk sprake van het regime van de boze, maar aan de andere kant is daar al het Koninkrijk en de krachten van het Koninkrijk. En wij zijn niet alleen maar wij worden ook, als we Jezus volgen, steeds weer uit dat regime van de boze weggetrokken in het bereik van het Koninkrijk van de Zoon van Gods liefde, in wie we hebben de vergeving der zonden. Dat is nog wel iets anders dan bevrijd worden van een aardse dictator. Met alle vreugde over de val van Milosovitz zijn wij hier in de gemeente met iets nog veel ingrijpenders bezig. Want wij zien achter al de dictators die hier heersen en misleiden de grote misleider, en van hem moeten we verlost worden. Dat is wat Jezus gedaan heeft aan het kruis. Daar heeft Hij de boze als het ware grond onder de voeten weggenomen, het recht van spreken is de boze van toen af ontnomen. Dat is het wonder van onze verlossing. Daarom was het kruis nodig, de boze heeft nu geen claim meer op ons. Als Paulus dit gezegd heeft komt hij -in vers 5- direct daarna komt hij met de deur in huis vallen. Dit is de enige brief waarin hij dit doet.
De andere brieven begint hij heel vriendelijk met: ik ben blij met jullie, ik bid voor jullie- daar neemt hij de tijd voor-, maar niet zo bij de Galaten. Heel abrupt, rechtstreeks komt hij hier met zijn apostolisch vermaan. Eerst met zijn apostolische verwondering, verbazing. Apostolische verwondering richt zich altijd op de aantasting van de grondslagen van het geloof voor heel de kerk. Hij zegt: "Hoe is het mogelijk dat jullie niet doorhebben wat er voor jullie eigen ogen gebeurd is, hoe de orde is omgedraaid. Het verbaast me dat jullie je zo snel van hem, die jullie door de genade van Christus geroepen heeft, hebt laten afbrengen tot een ander evangelie. Dat is helemaal geen evangelie!" Waar heeft Paulus het hier over? Dat weten we iets breder uit de Handelingen van de apostelen. In Handelingen 14 en 15 en 16 lees je hoe zich daar in de vroegchristelijke kerk een conflict afspeelde. Er wordt verteld over Paulus dat hij daar, betrekkelijk kort voor hij deze brief aan de Galaten schreef, het evangelie verkondigd heeft in dat oude Keltische rijk in Klein Azië.
Vroeger was dat een Hetitisch rijk, toen hebben de Kelten het overgenomen en daarna is het door de Romeinen tot een Romeinse provincie gevormd. Paulus schrijft aan die gemeente midden in het hart van Klein Azië, aan die oude Kelten. Aan hen is het evangelie verkondigd. Maar toen ze nog maar betrekkelijk kort tot geloof gekomen waren en er overal kleine gemeentes waren toen zijn daar andere leraren binnengedrongen, er waren heel veel Joodse synagogen waar nauwe banden mee waren en van daaruit kwamen leraren die zeiden: "Ja, Jezus is oké, en dat Hij de Messias van God is, aan Israël gegeven, dat is zeker waar, maar je moet niet denken dat je alleen door Hem gered wordt, dat je het alleen met Hem kunt redden en alleen door Hem kind van God wordt, je komt door Hem toch in aanraking met de Thora, met heel de bijbel en met de wetten van Mozes, en zonder die wetten kom je er niet. Jezus is één, de wet is twee." Ze zeiden dat Paulus eigenlijk maar een half evangelie bracht: "Hij heeft altijd maar weer over Jezus gesproken en dat is ook prima, maar je moet dan wel in zijn voetspoor de wetten van Israël volbrengen want anders kom je er niet!" Dat had de Galaten heel waarschijnlijk geleken.
Misschien u ook wel. Het klinkt heel logisch dat je denkt: 'ja, natuurlijk, je moet toch ook de wet van God doen wil je aangenomen worden tot Gods kind? Zou er ooit een mens aangenaam zijn voor God zonder dat hij bewezen heeft ook de wet van God te kunnen onderhouden?" Dat zijn zo de vragen die hier aan de orde kwamen. Dat sprak de Galaten aan. Paulus gaat hier heel fel, je zou haast zeggen woedend, op in. "Hoe hebben jullie je zo snel kunnen laten afbrengen van dat ene evangelie tot een ander evangelie wat geen evangelie is! Keer terug en laat je niet afbrengen van dat ene evangelie. Als iemand jullie van de wijs brengt met een evangelie, afwijkend van wat ik jullie gebracht heb, ik zeg het jullie nog eens, die zij vervloekt." Zo diep is de apostel hier geraakt door de dreigende afval. Apostolische verbazing, met pijn en teleurstelling daaronder, spreekt een radicale veroordeling uit over ieder ander evangelie. Waar zit dat nu op vast? In een enkel beeld wil ik dat duidelijk maken. U ziet twee ladders, de ene heeft een pijl van onder -de mens-, naar boven -God-, waar bij staat: wet en religie.
Rechts een ladder met de pijl van boven naar beneden: God naar de mens toe, waar bij staat: evangelie. Waar het hier in de Galatenbrief om gaat, en waar Paulus zo diep over is bewogen, dat is dat hij voor zijn ogen ziet hoe daar bij de Galaten de orde is omgekeerd. Het grote verschil wat er ligt tussen aan de ene kant wet en religie en aan de andere kant het evangelie. Als we ons even concentreren op dat ene beeld, met de pijl van beneden, dan is dat het wat de Galaten werd voorgehouden. Dat is altijd weer dit, de grondstructuur van de religie: de mens zelf moet via een lange weg opklimmen tot God. Altijd weer hebben mensen God gezocht. Langs duizend wegen. Altijd weer hebben ze gedacht: wij moeten Hem behagen, wij moeten onze schuld voor Hem kwijtraken en zelf verzoenen. Wij van onze kant strekken ons uit naar Hem. De boeddhist noemt dat het achtvoudige pad, die zou een ladder optrekken met acht treden waar op zij van onder af opklimmen tot God. Een mohammedaan spreekt over de vijf plichten, die moet langs een ladder van vijf stappen omhoog naar God. Hij moet die wetten onderhouden en dan komt hij uiteindelijk bij God.
Een joods wettisch geloof heeft de tien geboden, die volg je en vervul je, dat is een weg van tien schreden en uiteindelijk kom je bij God. De Rooms Katholieke kerk heeft in de Middeleeuwen een tijd gehad dat men zei: "Je wordt alleen behouden als je goede werken doet. Geloven in Jezus plus… Altijd iets extra's. Ze zullen nooit zeggen: "Je moet totaal niet geloven in Jezus", maar altijd: "Geloof in Jezus plus… en dan komen die extra's, en dat waren de goede werken in die tijd. Denk niet dat de gereformeerde traditie daarvan vrij is. Bij ons sijpelt dat precies zo door. Ineens bestaat dat gevoel weer: 'ach, als wij toch nette burgers zijn en we doen wat van ons verwacht wordt, we houden onze religieuze plichten', dan komt daar ineens een vals gevoel van veiligheid bij, we denken: 'eigenlijk zitten we dus wel goed'. Dan zijn we vervallen in dit systeem, een andere heilsweg. We worden niet door God aangenomen op grond van ons burgerlijke nette leventje, of onze vrome religieuze daad. Dat is de kern van de zaak. Waar Paulus dat ziet gebeuren, waar dat binnensijpelt, daar staat hij op met apostolische kracht. Dat zien we hier gebeuren.
Dan zegt hij: "Het lijkt wel een evangelie, want soms kan het je best bevrijden, als je dit doet, en dat en dat, soms lijkt dat makkelijker dan echt je hart en je vertrouwen op Jezus stellen. Maar dan volg je die ladder van beneden naar boven, dan ga je de weg van wet en religie en niet de wet van het evangelie, die loopt van God naar de mens. Altijd weer treft het ons, we zongen de liederen: zo lief had God de wereld dat Hij zijn Zoon gezonden heeft. Altijd weer is er in de bijbel die weg van boven naar beneden. Het is altijd God die ons gemaakt heeft, God die ons zoekt, God die -ook een lange weg, laten we dat wel zeggen, het hele oude verbond, de geschiedenis van Israël- naar ons is afgedaald, zo diep, zelfs dieper dan een mens ooit kan vallen is God tot ons afgedaald. Dat is het evangelie van Jezus Christus. Hij is door God gezonden om nu het regime uit de hand van de boze te redden. Zo komt God naar ons toe. Hij buigt zich over ons neer, Hij daalt tot onze diepste noden af, komt naast ons staan om van daaruit ons weer langs de weg van vergeving en verzoening tot zich te trekken. Dat is in één beeld gezegd het evangelie.
Wat Paulus dus hier zegt is: "Grijp die reddingsboei aan en je bent voor eeuwig gered." Daar komt van onze kant ook niets bij, geen ademtocht. Het is zelfs zo dat een drenkeling die zich niet totaal laat redden en in paniek zelf om zich heen slaat, het de redder heel moeilijk maakt. Dus probeer niet zelf de heilige uit te hangen of iets goeds toe te voegen aan je zaligheid. Zeg liever: "Heer, hier ben ik, ik heb niets dat U heilige liefde verdient, maar ik heb Hem, ik heb Jezus, en dat is mijn alles. Wie dat doet laat zich rijk geven. Dat is het evangelie. Dat komt van boven en verdraagt geen vermenging met religie, die andere weg. Het laatste wat het verdraagt is de omkering van die orde. Nu begrijpt u waarom Paulus hier met apostolisch gezag een 'anathema' laat horen, want hier staat in de bijbel het anathema: vervloekt een ieder die deze orde omkeert. Als je dat woord leest, hoe vaak is daar geen misbruik van gemaakt? Het concilie van Trente eindigde iedere paragraaf waar reformatorische leerstellingen werden afgewezen met: vervloekt is wie dat leert. Maar wij hebben als reformatorische kerken ook zo het een en ander op onze kerfstok.
Wat hebben we vaak de banvloek naar elkaar toegespeeld waar het totaal misplaatst was. Zo erg, dat we nu in onze postmoderne tijd menen dat iedere banvloek uit de boze is, want wij leven in een radarcultuur. Er is onder postmoderne mensen absoluut niet m eer enig besef van een absolute waarheid, zelfs het woord mag je niet gebruiken. Dus stemmen wij onze waarheden en idealen maar af op mensen, dat is een radarcultuur. Met radar zie je waar de andere schepen varen en daar stem je je op af en manoeuvreer je tussendoor. De apostel Paulus geeft ons hier een kompas. Het unieke van een kompas is: het wijst eeuwig naar hetzelfde punt. Waar je ook bent. Dat kompas is geen leer of dogma, nee, het is de waarheid van dit evangelie wat we nu hebben gehoord en gezien. Voor alle tijden en alle plaatsen hetzelfde. Het is deze heilsorde, God die van Hem uit zijn Zoon zendt en ons redt, zonder dat wij daar ook maar iets aan toe kunnen voegen. Dat is het evangelie. Hij neemt ons aan in plaats van wij Hem. Hij heiligt ons in plaats dat wij Hem heiligen. Hij kent ons in plaats dat wij Hem kennen. Daar is alles op gebaseerd. Alles is ook te danken aan de komst van de Zoon des Mensen.
Ja, geboren uit de maagd Maria, maar door de werking van de Heilige Geest. Dat is God uit God, Licht uit Licht. Als een meteoriet is Hij ingeslagen en wat heeft Hij een zegen gebracht. Redding van het regime van Gods vijand door vergeving van de zonde en daardoor genade en vrede. Waar dat evangelie vandaag nog opnieuw of weer opnieuw wordt omgekeerd of verdraaid, daar worden wij weer opnieuw onder een juk gebracht. Daar gaat deze hele brief over. De 'brief van de vrijheid' wordt hij wel genoemd, of de 'brief over wet tegenover evangelie', dat zagen we. Of de brief waar staat: 'hoe en waarom God mij aanvaardt'. Dat is ook een goede omschrijving. Daar draait het om. Het evangelie van de apostel is niet naar de mens, zegt hij, het is geen radarwaarheid, het is niet door mensen bedacht, maar het komt van Hem die ons redt. Wij verkondigen zonder de mensen te behagen of naar de ogen te zien. Daarom heeft het die scherpte. Het is in dienst aan God die dit gegeven heeft. Met de apostel Paulus zijn wij verwonderd en verbaasd dat mensen zich zo snel van dit evangelie hebben laten afbrengen tot wat geen evangelie is. Kijk om je heen, het kompas is weg.
Nu ik weet waar het Paulus om gaat durf ik het hem na te zeggen: Ja, anathema, vervloekt is een ieder die die omgekeerde heilsweg predikt. Of het nu een ideologie is of een vrome kerk, ieder die een heilsweg predikt van onderaf: hij drage het oordeel. 'Zo'n man of vrouw moet het oordeel zelf dragen', zegt Paulus, zoals Jezus zelf ook gedreigd heeft. Het zijn eigenlijk Jezus eigen woorden. Jezus zegt: Voor zo'n verleider zou het beter zijn dat een molensteen om zijn hals zou zijn gehangen dan dat hij het leven zou krijgen. Zo'n zwaar oordeel spreekt Jezus uit over die misleiders. Alle ideologieën die mensen achter zich aantrekken en alle kerkelijke dwaalleer die mensen onder een juk brengt en niet in de bevrijding van Jezus Christus, onze Redder. Paulus eindigt met: Probeer ik thans mensen te behagen? Nee, ik ben dienstknecht van Christus en van Hem alleen, ongeacht wat mensen zeggen. Zo kom ik aan het eind weer terug bij die keien waar ik mee begon. Een ding weet ik zeker: Deze Rotssteen -is dat ook geen bijbels taalgebruik?- komt van boven. Wie op Hem zijn vertrouwen stelt: hij zal niet beschaamd uitkomen. Er is een kompas wat we hebben: deze heilsorde is absolute waarheid.
Een apostolische boodschap voor een postmoderne tijd. Amen