Bijbeltekst: Galaten 1: 15 — Uit de serie: De Galatenbrief, deel 2

Gemeente van Christus, Hoofdstuk 1, het tweede deel, van de Galatenbrief is autobiografisch. Je zou hier boven kunnen zetten: de bekering van een fundamentalist. Paulus vertelt heel eerlijk over zijn vroegere -zoals hij dat noemt- wandel in het Jodendom (vers 13 en 14). Dan daarna, in vers 15-17, wat hem daar uit heeft weggetrokken. Tenslotte in vers 18 - 24 komt hij met zijn punt, namelijk welk gezag daarom zijn boodschap uitstraalt. Daar gaat het hem vooral om, aan het slot. De Galaten werden belaagd door valse apostelen die zijn gezag ondermijnden, en het hele hoofdstuk loopt er dus in uit dat hij dat gezag stelt. Maar het kernwoord in dit gedeelte, wat ons zal heenleiden naar de viering van het Avondmaal, lazen we in vers 15: 'Maar toen het Hem, die me van de schoot van mijn moeder aan afgezonderd en door zijn genade geroepen heeft, behaagd had zijn Zoon in mij te openbaren.' Daar staat in mij, niet aan mij. Dat is het grote werk dat God doet, en gelukkig niet alleen aan de apostelen, maar wel bij hen beginnend. Door hun woord en in hun voetspoor ook aan ieder van ons. Dat veranderde de apostel Paulus radicaal. Ik ga even terug. Ik noemde hem een fundamentalist.

Dat is een modern scheldwoord voor iedereen die nog in waarheid gelooft. Maar zo bedoel ik het niet. Voor mij is een fundamentalist iedereen die zijn eigen waarheid opkrikt, verabsoluteert op de waarheid van God en dan zelfs bereid is om er mensen die anders denken voor te vermoorden. Die omschrijving past precies op Paulus vóór zijn bekering. Even terug naar vers 13 en 14 waar hij zegt: "Iedereen heeft gehoord van mijn vroegere wandel in het Jodendom, hoe ik vroeger toen ik nog tot de Joodse gemeenschap behoorde me heb gedragen. Ik heb de gemeente van God bovenmate vervolgd (vs 14) en getracht haar uit te roeien." We lezen in Handelingen 8 dat hij, met het gezag van het Sanhedrin achter zich, huis na huis naging en de gemeente Gods verwoestte. Hij sleepte de mensen voor het gerecht waar velen de doodsstraf kregen.

Paulus zegt in vers 14:"Ik heb het daarin inderdaad verder gebracht dan velen van mijn tijdgenoten als een hartstochtelijk ijveraar voor mijn voorvaderlijke overleving." Zo kijkt hij daar zelf op terug, als iemand die zijn eigen voorvaderlijke overleveringen, een menging -mag je aannemen- van bijbel, het oude testament, en traditie, totaal verabsoluteerde en fanatiek verdedigde. Hij zegt het zelf: "Hartstochtelijk." Tenslotte heeft hij om die waarheid medemensen omgebracht, dramatische slachtoffers gemaakt. Erg is dat. Ik dacht toen ik dat las: 'wat zit dat ook vaak dicht bij ons, dat ik een menging van bijbel en traditie fanatiek ga verdedigen als de waarheid van God en daar dan slachtoffers mee maak omdat ik anderen daardoor radicaal afwijs, en dan later ontdek, dat wat er verder ook voor goeds aan vaderlijke overleveringen was, dat toch niet de waarheid van God was.' Dat is bij Paulus gebeurd.

We kunnen ons afvragen: "Wat heeft hem, zo'n fanatieke ijveraar, dan tot veranderd inzicht gebracht?" Daar vertelt Paulus van in vers 15: Toen heeft het Hem -opvallend dat hij dat zo zegt: God heeft mij dwars door die tijd heen, al vanaf de moederschoot geroepen-, Hem, die mij al vanaf de moederschoot geroepen had en op het oog had, toen het Hem behaagde -dat is inderdaad een genade van God dat Hij dat gedaan heeft- om zijn Zoon in mij te openbaren, toen is daar de grote wending gekomen. Niet langer stond Paulus in het middelpunt, we zien dat in die kleine woordjes ik en mijn, vers 13 en 14, alles draaide in die tijd om Paulus, zelfs God moest Paulus wel heel geweldig vinden en gehoorzaam zijn, toen heeft diezelfde God hem uit de ring geslagen, een halt toegeroepen, hem met een sterke hand uit dat fundamentalisme weggetrokken. Paulus zegt: Nu leef ik alleen nog voor Hem die mij geroepen heeft vanaf de moederschoot aan en Christus is mijn kracht. En dan komt daar dat grote kernwoord wat je in de Galatenbrief steeds weer tegen komt -Galaten 2: 20 bijvoorbeeld- 'en nu leef niet ik, maar Christus leeft in mij'. Dat heeft me getroffen. Daar raken we toch de kern van de zaak.

Een woord wat me hier in vers 15 wel in het bijzonder getroffen heeft, daardoor is Paulus veranderd: 'toen heeft het God behaagd zijn Zoon in mij te openbaren'. Typisch, dat daar niet staat aan mij. Wij zeggen: 'ik vertelde iets aan een ander, of ik onthul dit aan een ander of ik openbaar of maak het bekend aan een ander'. Daar heb ik over nagedacht, ik denk dat Paulus hier schrijft over zijn bekering in twee stadia. De eerste is op de weg naar Damascus, toen Jezus aan hem verscheen en God zich aan hem openbaarde, dat is het eerste, want we kunnen natuurlijk nooit groeien in geloof en God kennen en naar het beeld van Christus veranderen als het evangelie niet eerst aan ons is verkondigd, en toch zegt Paulus hier: "Toen dat gebeurd was ben ik geen ogenblik te rade gegaan bij vlees en bloed, ik ben niet naar Jeruzalem gereisd, alsjeblieft weer niet vastkomen in de een of andere voorvaderlijke overlevering, nee, ik ben toen helemaal alleen tot Hem gegaan, ik heb de Here in mij laten werken." Hij ging naar Arabië, daar is hij 3 jaar geweest, denkt men. Een tijd waar we niet veel van weten dan alleen wat hier staat in Galaten.

Als Paulus daarover spreekt zegt hij dat in één adem met: "Het heeft God behaagd zijn Zoon in mij te openbaren." Dat is dus daar geschied. Ik zie dus als het ware twee etappes in Paulus' bekering, eerst Damascus en toen Arabië. Damascus, waar Christus aan hem verscheen, Zich aan hem openbaarde, en toen Arabië waar Christus zich in hem openbaarde. Daar is wat uiterlijk ontvangen was als een ontmoeting en informatie, innerlijk bij hem realiteit geworden. Daarin zie ik nu de apostel Paulus als model voor ons. Zo doet God het door alle eeuwen heen. Zeker, eerst is daar de verkondiging van het evangelie aan ons, raakt de Here ons van buiten aan, zoals bij Paulus op de weg naar Damascus wel op een hele bijzonder manier. Maar als ik Christus niet ontvang in mij, dan blijft het uiterlijk. Dan komt er geen beweging, geen verandering, geen groei en bloei. Dat krijg je niet door regeltjes of door dingen steeds beter te leren doen, door maar voort te jagen. Paulus zegt: "Dat heb ik gekregen in Arabië." Arabië staat bij Paulus voor stilheid, voor ontvankelijkheid, voor een tijd van verwerking, meditatie en contemplatie. Ik vind dat de kloosters daar wel wat van hadden.

Eigenlijk moeten we de kloosters die we hebben in ere houden en daarvoor gebruiken. Daar zou het hele volk naar toe moeten gaan voor die momenten van stilheid en ontvankelijkheid voor God. Natuurlijk niet alleen kloosters, dat geldt voor alle plekken waar mensen op adem kunnen komen, waar we tijd nemen voor God. Waar de Geest van God ons, zoals het zo mooi staat in het doopformulier, kan toe-eigenen wat we in Christus hebben. Dat is een prachtige omschrijving van het werk van de Heilige Geest. Dat zien we hier Paulus in één woordje aanduiden: 'zijn Zoon in mij'. Daar kunnen we van lezen in de drie 'zessen', Galaten 6, Romeinen 6 en Efeze 6. Daar kun je het naslaan. In Galaten 6 zegt Paulus: "Besneden te zijn of niet besneden te zijn -dat moet je een Jood horen zeggen!- betekent niets, maar of ik een nieuwe schepping ben." Daar heb je datzelfde, of God in mij mij tot zijn beeld, het beeld van zijn Zoon heeft omgevormd. Dat wordt je niet door de onderhouding van de wet, zoals we later lezen in de Galatenbrief, nee, dat gebeurt alleen als wij ons met Christus bekleden.

Romeinen 6 spreekt daarvan, als Paulus zegt: "Zo moet het voor u vaststaan dat ge wel in Christus gestorven bent maar ook in Hem bent opgestaan tot een nieuw leven." Heel dat leven wat we hebben in Christus, gestorven met Hem, en ook weer levend gemaakt voor God, door Jezus Christus, dat is een dieptewerking, dat gaat niet buiten ons om, dat is het werk van Christus' opstanding in ons. In Efeze 6 vertelt Paulus over die opstandingskracht: "Wees krachtig in de Here en in de sterkte van zijn macht, doe de wapenrusting van God aan. Als je dat doet groeit Christus in je." Daar is het uiteindelijk allemaal om begonnen. Wist u dat het God daar om in Paulus' werk, in zijn apostolische werk, begonnen was? Dat zegt Paulus later in deze zelfde brief, in Galaten 3: "Mijn kinderen, ter wille van wie ik opnieuw weeën doorsta totdat Christus in u gestalte gekregen heeft." Daar is het hem om begonnen. Ook in dat grote woord aan het slot van de Corinthenbrief, 2 Corinthen 13: 5 waar de apostel zegt: "Richt je daar op, of bent u er niet zo zeker van dat Christus in u is?" Daar richt hij zich speciaal op, want daar is het hem allemaal om begonnen.

Het avondmaal is één van de wegen waarlangs het grote werk van God zich tot vandaag toe verwerkelijkt. Zolang het bij woorden blijft is ons hart wel brandende in ons, maar breekt Hij voor ons het brood en deelt Hij dat uit, dan komt Hij ook bij ons binnen. Dan mogen we dat persoonlijk toepassen: ook ik mag bij Hem zijn, ook ik weet mij persoonlijk vergeven. Ook mijn fout die ik deze week begaan heb, in brood en wijn komt de Here tot ons met de persoonlijke verzekering van zijn liefde, Hij zegt dan als het ware heel persoonlijk tegen ons: "U, jij, je bent mijn geliefd kind. Ik klop bij je aan en Ik wil bij je wonen en Ik wil bij je binnenkomen en zo van binnenuit jouw leven vervullen met mijn opstandingskracht." En of je dat straks nu bij d e viering van het avondmaal heel diep ervaart of niet, dat is allemaal van zoveel omstandigheden afhankelijk, dat is ook niet de maatstaf, maar ontvang het teken van brood en wijn en geloof dat de Here zijn werk in je zal doen. Het is zijn werk in ons. Daarop zinspeelt Paulus als hij het heeft over het bijzondere van zijn bekering. Ik denk dat het daarom in zijn leven ook zo'n grote en diepe uitwerking heeft gehad.

Drie jaar Arabië, en toen was hij door God geleerd. Bij Jezus Christus zelf in training geweest. Toen kon hij terugkomen en met gezag! Hij kon zeggen: "Ik heb die andere apostelen nauwelijks gesproken, dit evangelie heb ik van Hem zelf gekregen!" Zo kon Paulus de broederschap in Jeruzalem tegemoet treden en Petrus bezoeken en overal in Syrië en Silicië en in Judea het evangelie verkondigen. Precies op die plaatsen waar hij mensen had weggehaald voor de gevangenis. Met gezag, rechtstreeks aan Jezus Christus ontleend. Ze stonden allemaal stomverbaasd en zeiden: "Hij die ons vroeger vervolgde verkondigt nu het geloof dat hij tevoren trachtte uit te roeien!. En -prachtig slot met weer dat in mij- ze verheerlijkten God in mij. De persoon van Paulus is ineens ondergeschikt aan dat grote, dat mensen in hun leven God mogen verheerlijken. Bij de fundamentalist Paulus draaide alles om zijn ijver, zijn inzet, zijn inzicht, alles Paulus zou je kunnen zeggen. Maar als de Here Jezus in ons werkt, aan ons verkondigd wordt en in ons de ruimte krijgt, dan gaan mensen iets van God zien in ons. Dan staat Hij in het centrum, dan wordt Hij verheerlijkt. Dat was Paulus' biografie die we vanmiddag lazen.

Ik noemde het aan het begin: de bekering van een fundamentalist. Ik trek me dat persoonlijk sterk aan. Er zit in onze gereformeerde traditie en in mijn gereformeerde hart nog veel 'ik-centraal' fundamentalisme. Ineens vallen we daarin terug. We moeten naar 'Arabië' God in stilheid in ons laten werken, dat door zijn Heilige Geest, avondmaal vieren. Mogen deze woorden en de viering van het Avondmaal ons allemaal helpen om Christus in mij persoonlijk, in ieder van u persoonlijk, toe te laten. Overwinnend en genezend en vergevend. Alleen dan is er hoop op vernieuwing. Daar ligt ook ten diepste ons gezag, Pauslus' gezag, natuurlijk afgeleid van Paulus het onze. Het is alleen echt gezag als het Christus is die in ons spreekt, als het Christus is die in ons werkt, als het Christus is die door ons zegen geeft. Dan alleen wordt God verheerlijkt, Wie de eer is en de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid. Amen