Bijbeltekst: Galaten 5: 1b, 13b en 16a — Uit de serie: De Galatenbrief, deel 6

Gemeente van Christus, Galaten 5 vers 1b: Sta in de vrijheid; vers 13b: Gebruikt die vrijheid en vers 16a: Wandelt in de Geest. Dat zijn zo de drie keren dat de tekst een appél op ons doet. De eerste keer is triomfantelijk. Bij Paulus klinkt er altijd iets triomfantelijks, iets van grote vreugde door als hij het heeft over het staan in de vrijheid -je zou de Galatenbrief de brief van de vrijheid kunnen noemen-, een juichkreet. Het tweede is: gebruik die vrijheid echter niet als een aanleiding door het vlees, maar dient elkaar door de liefde! Ineens komt er een rode vlag, een waarschuwing: gevaar! Maar aan het eind vindt het betoog van Paulus zijn rust in het derde punt als hij het heeft over: maar wandelt door de Geest. Dat gedeelte vertelt ons wat leven als christen nu eigenlijk betekent, in zijn evenwicht gekomen. Evenwicht, vrede. Tot zover de hoofdinhoud van dit hoofdstuk. Dan begin ik weer bij het begin. We zien het centrale en steeds terugkerende woord in dit hoofdstuk: vrijheid. Houdt stand, laat je niet eer een slavenjuk opleggen. Paulus zegt het steeds weer tegen die gemeente van de Galaten: "Sta in de vrijheid!" Daar was ook alle reden voor.

We zagen dat in de bespreking van de vorige hoofdstukken. Deze nog maar net gestichte christelijke kerk in het oude rijk van de Kelten midden in Klein-Azië, die jonge gemeente was misleid door joodse wetsleraren. Er waren joodse christenen binnengekomen toen Paulus weg was, en die hadden gezegd: "Ja zeker, Jezus Christus is de beloofde Messias, maar de wetten moet je onderhouden!" Ze waren al begonnen de heidenchristenen ijverig te besnijden. Die besnijdenis waar Paulus het hier over heeft staat niet op zichzelf maar is een onderdeel van de onderhouding van de hele mozaïsche wetgeving. Ik weet niet of u wel eens gebladerd heeft in de eerste vijf boeken van Mozes, tot en met Leviticus, Numeri, Deuteronomium, maar dat is een enorme hoeveelheid wetten en voorschriften die het hele leven raken. Er valt uit die wetten zeker heel veel te leren, maar toch valt Paulus hier heel woedend tegen uit. Hij zegt: "Laat je geen slavenjuk opleggen!" Dat komt omdat hij in die nadruk: 'je moet toch ook de mozaïsche wetten onderhouden' ineens de overgang proeft naar een andere heilsweg.

Niet langer de heilsweg van open handen en van God die mij liefheeft, -niet dat wij God kennen maar dat wij door Hem gekend zijn, dat is het wonder, dat Hij ons heeft opgezocht, ons heeft liefgehad, ons zijn Zoon gezonden heeft. Dat is het wonder. Paulus zegt: "Als je nu overstapt op die andere weg, die weg van de mens die van onder op moet gaan reiken naar God om met zijn prestaties de genade van God te moeten verdienen, weet wel dat je dan op een andere weg gaat!" Daar is hij zo fel op, zo bewogen. Hij zegt: "Dan stap je op een andere heilsweg over waarlangs toch weer de mens zelf moet uitreiken naar God en naar zijn eigenlijke levensbestemming die hij zelf moet realiseren. Jullie deden dat in je heidense godsdiensten en de joden in hun wettische godsdienst. Als je die weg weer opgaat dan ook consequent. Denk niet dat je dan klaar bent met je te laten besnijden, dan moet je ook de hele wet vervullen. En wie één keer op die weg gaat zal merken dat hij het nooit haalt, als hij eerlijk is." Misschien is de eerlijkste mens in onze kerkgeschiedenis wel Maarten Luther geweest voor hij tot bekering kwam.

Die heeft alles gedaan om heilig te leven, alles wat mensen moesten doen in het geloof heeft hij gedaan. Bidden, vasten, zichzelf kwellen, voor zijn schuld boeten, hij vertelt ervan in zijn boek: "En het gaf me geen vrede. We kunnen onszelf geen heiligheid verschaffen die echt kan bestaan voor het oog van God. Die krijgen we geschonken." Dat is het evangelie. Die heiligheid krijgen we geschonken in Jezus Christus die voor ons alles volbracht heeft. En dat is Hem ontvangen in je leven. Dat is de heilsweg. Paulus zegt: "Jullie zijn wezenlijk op een andere heilsweg overgegaan!" De mens die als Don Quichot zichzelf aan zijn eigen haren uit het moeras moet trekken. "Terwijl je nu toch zo goed liep!". Daar bedoelt hij mee: "Terwijl jullie toch met zoveel vreugde zijn begonnen! Je hebt het je laten geven en nu val je weg." Twee dingen heeft Paulus daar tegenin te brengen. Hij zegt: In de eerste plaats: je valt terug in slavernij. Wie die weg bewandelt neemt het aanstotelijke weg van het kruis." Alsof Paulus wil zeggen: "dat wat ten diepste die judaïstische dwaalleraren drijft en waar jullie nu toe zijn overgegaan, dat is eigenlijk dat ze aanstoot nemen aan het kruis".

Dat is eigenlijk ook zo want dat met lege handen komen voor God en zelf niets aan je redding kunnen bijdragen, daar zit iets in van vernedering, van je failliet toegeven. Als je nog een hoge dunk hebt van jezelf en hoog van je eigen prestaties opgeeft en denkt: ik kan het zelf wel maken, dan is dat kruis een aanstoot! Paulus zegt: "We moeten dat aanstotelijke van het kruis nooit wegnemen. Als mensen op grond daarvan aanstoot nemen aan het evangelie van Jezus Christus, laten ze zich er maar flink aan stoten!" Dan wordt hij heel fel. Want wij moeten inderdaad door die weg heen van voor God komen staan met lege handen. Genade leren ontvangen. Daar hoef je niets voor te doen dan alleen te ontvangen. Maar dat is toch tegelijkertijd iets waar het kruis aanstotelijk voor is, voor de zelfverzekerde mens die rust in zichzelf en denkt: ik kan het zelf wel maken. Je wordt door het evangelie wel in de vrijheid gezet want dat hele pakket van geboden en wetten en wat je niet allemaal moet, valt van je schouders af.

Paulus zegt dan: "Sta dan ook in die vrijheid!" Christen zijn betekent leven uit de vreugde dat ik vrij ben van alle wetten en geboden, regels en rituelen, vrij ook van alle macht van mensen die me dat opleggen of voorhouden. Ik mag er zijn als een vrij en geliefd kind van God. Dat wil de doop ons leren vanaf de aanvang af. Dat moeten wij telkens weer iedere dag tegen onszelf zeggen: Ik mag er zijn als een vrij en geliefd kind van God. En dat omdat wat Jezus Christus voor mij gedaan heeft. Dat is vreugde en dat is vrijheid van geweten. Sta in die vrijheid en laat u die niet ontnemen, niet door kerkelijke tradities, welke naam ze ook hebben, niet door psychische angsten, niet door politieke of economische machten: sta in de vrijheid. Dat is een heerlijke vrijheid. Er is niets zo vreugdevol als op een gegeven moment die vrijheid te ervaren dat grote druk van je afvalt. Een moeder ervaart dat als haar kind geboren is. Dat moment, dat dan de pijn wegvalt, dan heb je dat gevoel van bevrijding, een enorm diep en blij gevoel. Dat is de kern van het christelijk leven. Daar moet je altijd weer naar terug: ik mag er zijn! Nu het tweede punt.

Het misbruik van het mooiste leidt tot het allerlelijkste. Ook dat is een diepe zorg voor de apostel, want dat is gebeurd en het gebeurt nóg dat mensen deze vrijheid kennen en daarna misbuiken. Daarom zegt Paulus: let op en gebruik ze niet als aanleiding voor het vlees. Eigenlijk staat er uitvalsbasis -Paulus gebruikt hier een militaire term-. Militairen die op operatie zijn leggen een soort bruggenhoofd in het vijandige land. Dat woord 'bruggenhoofd' dat staat hier. Gebruik die vrijheid nu niet als een bruggenhoofd voor het vlees. Daar bedoelt hij mee: om ermee aan je eigen nog steeds aanwezige oude zelfzuchtige natuur toe te geven. Hier raakt de apostel de kern van een heel groot gevaar. Want precies dat zijn we steeds weer geneigd te doen. Zijn we vrij? Prachtig! Dan kan ik dus helemaal zelf bepalen wat goed is voor mij. Daar is de lucht vol van vandaag. Je zou het haast het 'nieuwe evangelie' kunnen noemen, het evangelie van zelf dingen moeten kiezen. Heil, eer en zegen voor iedereen, als hij het maar zelf gekozen heeft. Dat zeggen mensen ook tegen je: heb je er zelf voor gekozen?, alsof ze willen zeggen: dan is het oké, als je het maar zelf in vrijheid gekozen hebt.

Maar dat is op zich nog helemaal geen criterium! Natuurlijk, laten we blij zijn dat we zelf mondige mensen mogen zijn, maar tegelijkertijd het grote gevaar loert hier om de hoek en dat is dat ik die vrijheid gebruik om er mezelf mee te dienen. Ik, ik, ik sta in het centrum van het universum en alles draait om mij. Zelfbevestiging, zelfbeschikking, dat worden dan ineens woorden die grondslaggevend worden voor de moraal van de westerse christenheid. Precies waar Paulus hier tegen waarschuwt! "Misbruik die vrijheid niet als een platform voor het vlees, voor die oude hebzuchtige natuur die altijd weer onder de oppervlakte schuilt. Als je daar aan toe geeft en het zo misbruikt, dan wordt iets wat prachtig en fantastisch is, en waarvan je mag genieten, -vrijheid-, dat wordt een nachtmerrie. Voor sommige mensen is het feit dat die vrijheid er is een nachtmerrie, natuurlijk, er zijn enorme vrijheden in onze samenleving, wat denk je van de vrijheid van mensen die 's avonds uit kunnen gaan, van de ene bar naar de andere, en waar kan het eindigen? In zinloos geweld, we weten het allemaal, opeens worden er voorbijgangers zinloos neergestoken.

Dat is een illustratie, de vrijheid misbruikt voor hun oude gewelddadige, hebzuchtige natuur. Ook in het klein kan dat gebeuren. Vaders kunnen hun vrijheid misbruiken, bijvoorbeeld als ze hun kind zo opvoeden dat er altijd een ondertoon van vernedering meeklinkt. Dan misbruik je je vrijheid. Zo misbruiken wij onze vrijheid eigenlijk door heel de samenleving heen. Wat gebeurt er op internet tegenwoordig? We zetten erop wat wij willen, ongeacht wat er mee gebeurt. En liefst ook nog dat we er geld mee kunnen verdienen, tot de grofste kinderporno toe. Je hoeft maar even op de knop te drukken. En denk eens aan het economische leven! Wij zeggen: na de val van de muur heeft de vrije markt het gewonnen. Is dat echt de beste economische structuur, de vrije markt, waar aanbod en prijs de markt bepalen? Wat voor krachten spelen daar ondergronds een rol, vrijheid, wordt die echt gebruikt om de medemens te dienen, waar Paulus hier een oproep toe doet? Totale vrijheid, weet je wat dat is? Totale chaos. Totaal verderf. Het is hebzucht, wellust, de werken van het vlees zijn ons voorgelezen in Galaten 5. Werken van het vlees, daar eindigt het mee.

Het heeft niets te maken met Jezus Christus, die ons de echte vrijheid heeft geleerd. Paulus zegt: "Opdat je waarlijk vrij zou zijn heeft Christus u vrij gemaakt." Zo'n klein woordje is heel belangrijk. Hier vind je de echte vrijheid. Op de een of andere manier komt daar toch die wet weer om de hoek kijken. De wet drukt uit wat de bedoeling was van God met het leven. Zoals wanneer wij een magnetron kopen, dan krijg je daar een gebruiksaanwijzing bij. Daar moet je je wel aan houden, want doe je dat niet, dan gebruik je hem verkeerd. Wat is nu de echte vrijheid? In vrijheid leven met de dingen, met je zelf, in je relaties, zoals de Here God het bedoeld heeft. Hij heeft er de gebruiksaanwijzing bij gegeven! Dat is ons element. Voor een vis is het water, de structuur waarin God hem geplaatst heeft. Maak je zo'n vis totaal vrij dan gaat hij dood, je moet hem in zijn element laten, daar beweegt hij zich heerlijk vrij als een vis in het water. Zo zijn wij in ons element als we steeds weer opnieuw leven naar die gebruiksaanwijzingen van God. Neem en trein. De enige plaats waar een trein vrij is, zoemend en snorrend, is op de rails. Maak hem los van de rails en hij verongelukt.

Zo is het ook met een mens. Paulus zegt: "Wij doen maar niet wat wij wensen! Dat denken we wel, maar we zijn zelf geplaatst in een wereld die gekleurd is en die onder de machten staat, waar zowel de boze als God met ons bezig is. We doen maar niet wat wij wensen! Wij moeten eerst, als een trein, op de goede rails zijn gezet. Als we weer in die goede rails zijn gezet, dat zijn de gebruiksvoorschriften van God, dan kan de trein voluit gaan. God heeft u en mij en de wereld om ons heen gemaakt en Hij wil dat we die gebruiken naar zijn bedoeling. Dan alleen zijn we echt vrij. Je doet geen metalen lepel in de magnetron, dat kan je weten, dat lees je in de gebruiksaanwijzing. Laat staan een verregend hondje, zoals een mevrouw in Californië deed om hem even op te warmen. Dat loopt natuurlijk fout af. Een mens is niet vrij om zelf te bepalen hoe relaties in elkaar zitten. Ik geef twee voorbeelden, over de omgang met relaties en de omgang met geld. Dan heb ik de helft van al uw levens al bestreken. Want daar zitten we allemaal mee. Wij bepalen niet zelf de aard en de kleur van relaties. Huwelijk, samenwonen, verliefd verloofd getrouwd, daar zijn allemaal bijbelse voorschriften voor.

Die moet je lezen. Je moet je afvragen: wat voor bedoeling heeft God ermee? Hoe volg ik dat na: 'hou het huwelijk in ere', Hebreeën 13. Hoe doe je dat? Daar moet je maar eens over nadenken. Dat is nadenken over de gebruiksaanwijzing van God voor man-vrouw relaties. Gebruik je vrijheid om naar die bedoeling dan ook de ander te dienen. En bezit van geld: de bijbel zegt er heel veel over. Je moet tienden geven, na vijf jaar moet je alle schuld wegstrepen, en nar vijftig jaar moet je al je bezittingen loslaten! Wist u dat dat in de bijbel staat? Na vijf jaar alle schulden vergeven, na vijftig jaar alle bezittingen opgeven. Nee, we zijn niet onder de wet, het is niet zo dat we als kleine kinderen dit en dat moeten doen, en dan gaat het goed. In die zin zijn we niet onder de wet maar we moeten wel die geboden lezen en kijken wat God ermee bedoeld heeft. Dan ga je het op een veel diepere manier navolgen. Dan weet je: zo ga ik het doen. Geld ga ik niet oppotten tot in het oneindige, maar ik ga er anderen mee dienen. "Gebruik dan die onrechtvaardige mammon, maak er vrienden mee", zegt Jezus. Dat is de bijbelse weg.

"Gebruik uw vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees om er je eigen lusten mee bot te vieren, maar dient elkaar, zegen er je medemens mee, maak geen chaos in je liefdesrelaties, -ook niet in je andere relaties-, let op de bijbelse normen en alleen dan gaat het goed. Het derde punt. Is dat moeilijk? Worden we hier nu toch ook niet ongemerkt en stilzwijgend overgezet op die andere heilsweg, waar de apostel het eerder over had, van 'wij, die zelf ons heil moeten bewerken'? In de rechtvaardiging komt alles van God, zeggen sommige mensen, maar in de heiliging moeten we het zelf weer presteren. Dat is niet waar, ook niet hier. Heel nadrukkelijk zegt Paulus hier: "Zo zit het niet!" In vers 16 zegt hij: "Wandelt door de Geest!", dus niet door de wet, maar door de Geest. Je bent niet alleen gelaten in alle verantwoordelijke keuzes waarin je in vrijheid zelf moet kiezen. Inderdaad, maar daar ben je niet alleen in gelaten, je hebt Iemand naast je. Het evangelie noemt dat de Trooster, de Raadsman, het is de Heilige Geest. Die mag je erbij betrekken. In de oude berijming zongen we vroeger: 'Heer, ai, maak mij uwe wegen door uw Woord en Geest bekend'.

Door uw Woord en door uw Geest, dat is het. "Wandel door de Geest", zegt de apostel. Dat maakt alles anders. Bij mijn werk, mijn vriendschappen, mijn inkomen, ik vraag altijd: "Heer, kijk over mijn schouder mee, laat me niet mijn oude natuur volgen maar vorm me om naar het beeld van uw Zoon." Wie zo wandelt door de Geest wordt betrokken in een voortdurend veranderingsproces. Dat houdt nooit op. Voortdurend is God met je bezig. Natuurlijk ben ik daar zelf in verantwoordelijk en vrij. De Heilige Geest neemt ons die verantwoordelijkheid en vrijheid nooit uit handen. Hij is een 'gentleman', heeft iemand eens gezegd. Maar Hij wil wel in die vrijheid onze partner zijn, naast ons staan, Hij wil dat wij Hem daarbij betrekken zodat Hij zijn vruchten -heeft u dat gelezen aan het eind van het hoofdstuk- in ons kan voortbrengen. Iemand heeft dat met een moeilijke paradoxale term eens genoemd: passieve activiteit. Dat is de kern. Het is inderdaad zo, in wezen ben ik in al mijn arbeid passief, want ik vraag of de Here door zijn Geest zijn vruchten in mij wil voortbrengen. Zoals een zwangere vrouw weet: een vrucht in je, daar kan je eigenlijk zelf helemaal niets aan doen.

Dat moet je door de Schepper in je laten werken. Geduld, zelfbeheersing, barmhartigheid, vriendelijkheid: vruchten van de Geest. Die worden weer volgens dat schema van bovenaf in mij gewerkt. Maar natuurlijk, en dat is de nadruk die Paulus er in legt, daarin ben ik zelf volledig actief! Niemand krijgt een vrucht in zich of hij moet zich ervoor geopend hebben, anders gaat het niet door. Zo zijn wij ten volle actief in die open houding naar God en zijn liefde. Dat is de navolging, dat is nu wandelen door de Geest. Met het volgende voorbeeld wil ik afsluiten. Een hond die leeft naar de bedoeling, loopt vrij naast zijn baas en kijkt naar hem omhoog. Er zijn maar drie soorten honden, ik kan geen vierde bedenken. Eén soort, die ontmoet je als je een boerenerf oploopt en er ligt een hond aan de ketting, een slavenjuk waaraan hij zielig ligt te janken. Dan is er nog een soort honden, de hele vrije honden, de straathonden. Ze jagen van vuilnisbak naar vuilnisbak en vallen soms onverhoeds de argeloze voorbijganger aan. Ze zijn vrij, totaal vrij. Denk je dat die honden gelukkig zijn? Dan zie je die derde soort, vrij lopend naast zijn baas.

Hij hoeft niet aan de lijn, hij heeft geleerd naar de stem van zijn baas te luisteren en dat dan ook te doen, hij let op en doet wat zijn baas zegt. Welke van de drie soorten is gelukkig? Het zelf over mijn leven beschikken, zoals ik het wil, een illusie is het. Het legt je aan de keten. Tussen het aan de ene kant aan de keten gelegen zijn en aan de andere kant die totale vrijheid waarmee we menen dat we het zelf helemaal kunnen doen is daar die ene koninklijke derde weg, de weg van Henoch, waar de bijbel mee begint: hij wandelde met God. Wandel dan door de Geest, voldoe niet aan het begeren van het vlees en je staat onder de belofte van het vrucht dragen, je wordt als een boom die vrucht draagt. Amen