Bijbeltekst: Markus 15:21

Gemeente van Christus, Het licht valt vanavond op de figuur van Simon van Cyrene. We hebben gelezen hoe hij zomaar per ongeluk voorbij liep, daar op de morgen van Goede Vrijdag in het jaar 33 in Jeruzalem, en hoe hij toen gedrongen werd om de kruisbalk van Jezus over te nemen en voor hem uit naar de kruisheuvel buiten de muren van de stad te sjouwen. Simon duikt zomaar even op in die verschrikkelijke geschiedenis van Jezus' lijden, en hij is er straks ook zo maar weer uit verdwenen. Maar intussen is hij wel de enige die iets goeds gedaan heeft op die verschrikkelijke lijdensweg aan Jezus. En dat is dan ook de reden waarom deze Simon van Cyrene hoog staat aangeschreven in de vroegchristelijke traditie van de kerk: hij is dan toch maar de enige die iets voor Jezus deed toen allen Hem verlieten, zelfs Petrus Hem verloochende en de vrouwen van verre stonden. Alleen Simon verlichtte voor één moment de last van Jezus' lijden. Hij mag Zijn kruisbalk dragen op het moment dat Jezus er onder bezwijkt. En zo komt het dat bijvoorbeeld Guido Gezelle over Simon van Cyrene gedicht heeft: Simon van Cyrene, nooit en zal het verdwenen, nooit en zal het verloren gaan, hetgeen gij hebt voor God gedaan.

Zo is deze Simon van Cyrene in de traditie van de kerk op een voetstuk gezet. De vraag is of de bijbel daar zelf aanleiding toe geeft. Daarvoor gaan we vanavond nog een keer terug naar dit kleine onderdeel van Jezus' lijdensweg. We voegen ons even onder de toeschouwers langs die weg de Via Dolorosa, de weg van het gerechtsgebouw van Pilatus, wat in Jeruzalem dicht bij de Stefanuspoort ligt, en dan dwars door de stad heen naar de gerechtsheuvel aan de andere kant buiten de muur. Een tocht van misschien twintig minuten, een half uur lopen. En die tocht, met Jezus in het midden, gaat de stad uit, terwijl intussen Simon de stad ingaat. Het is morgen, maar er zijn al veel mensen op de been om dit schouwspel mee te maken. En dan struikelt daar midden in die stoet Jezus. Hij kan niet meer, na de nacht van geseling en bespotting. En Hij is uitgeput tot op de bodem. En de Romeinse soldaten die snappen wat er hier aan de hand is, die grijpen de eerste de beste toevallige voorbijganger. Zo wordt Simon hier genoemd: een toevallige voorbijganger. En ze pressen hem het kruis te dragen. Er zijn twee dingen die de bijbel dan bovendien nog van Simon vertelt.

In de eerste plaats: hij is afkomstig uit Cyrene, en in de tweede plaats: hij komt van het land. Die twee gegevens helpen ons om te begrijpen wie Simon geweest is. Want Cyrene was een joodse kolonie in Noord-Afrika, en daar heeft blijkbaar deze Simon zijn hele leven gewoond. Je kunt je afvragen wat hij dan hier in Jeruzalem doet, nu, het gebeurde wel vaker dat joden hun hele leven buiten Jeruzalem doorbrachten in een joodse nederzetting, daar goed geld verdienden, en dan bij het ouder worden weer terugkeerden naar Israël, naar Jeruzalem om daar dan verder van hun pensioen -zouden wij zeggen- te genieten. En zo is het ook bij deze Simon. Wie weet heeft ook hij in gedachten gehad wat nog steeds veel joden vervuld: Als mijn graf daar dan ligt op de Olijfberg en de Messias verschijnt, dan zit ik op de eerste rang! Dan ben ik de eerste die delen zal in de opstanding! En bij dit beeld van iemand die van zijn pensioen geniet past ook wel het tweede wat Marcus hier met een enkele pennenstreek neer zet: Simon komt van het land en hij gaat de stad in, terwijl de stoet het land uit komt.

Buiten de stad liggen de volkstuintjes -zouden wij nu zeggen- van mensen die hun eigen groenten teelden, en die dat deden in het vroege morgenuur. Simon komt van zijn tuin terug, hij zal daar hebben gezaaid en gespit, wie weet is hij vroeg teruggegaan omdat het paasfeest begon, en hij loopt die morgen huiswaarts en dan overkomt hem dat wat de tekst hier vertelt. Romeinse soldaten grijpen hem ruw bij de schouder, en pressen hem het kruis te dragen van één van de drie misdadigers die daar naar de plaats van executie gaan. Nee, Simon is dus geen heilige, integendeel. Marcus zegt: 'zomaar een voorbijganger'. Hij leeft zijn eigen leventje en terwijl de stad gonsde van geruchten heeft hij buiten zijn tuin gedaan. Je zou het nog sterker kunnen zeggen: terwijl hier het grootste gebeurt, staat te gebeuren in Israëls heilsgeschiedenis, is Simon hier eigenlijk symbool van burgerlijkheid, met zijn volkstuintje en zijn vroege wandelingen. Nee, geen discipel van Jezus, maar ook geen tegenstander. Hij hield zich er verre van. Natuurlijk heeft hij gehoord van de persoon van Jezus, maar zelf was hij noch pro, noch contra. Voorbijganger, toonbeeld van burgerzin en neutraliteit. Zo is Simon.

En nu maak ik even een sprong naar vanavond, naar deze Goede Vrijdagavond-dienst. Eigenlijk zit in Simon iets van een spiegel voor ons allemaal. Een spiegel waarin we allemaal toch wel ons eigen gezicht herkennen. Wij, die eigenlijk allemaal, ieder van ons, ook helemaal opgaan in ons eigen leventje. Denk aan de drukte van ons werk, van deze week, de één heeft hard gewerkt om alles klaar te krijgen voor de feestdagen, de ander heeft misschien de laatste tentamens gedaan, en nu zijn we vanavond hier in de Jeruzalemkerk gekomen. Ineens verplaatst door de lezing en de liederen naar de Via Dolorosa. Het is alsof we met Simon tegen de kruistochtstoet opbotsen, en we hebben net als hij de neiging om ons maar even tegen de voorgevel van de huizen aan te drukken en het voorbij te laten gaan. Het is tenslotte vaak gewoonte, traditie die ons voert. We zouden eigenlijk maar liever neutraal blijven, zoals Simon van Cyrene dat wilde. In ieder geval niet zo fanatiek worden als de discipelen, evenmin schreeuwen als de massa. Het beste ligt ons toch eigenlijk nog die positie van Simon van Cyrene, noch voor, noch tegen. Laat maar langs je heengaan, denkt Simon.

En hij denkt vast aan wat hij gaat planten, overmorgen in zijn tuin. En dan gebeurt daar dat totaal onverwachte: hij wordt gepakt. Ruwe soldatenhanden grijpen hem bij zijn schouder en een Romeinse stem roept bars: "Hé, jij daar, hier komen en dat kruis dragen!" En daar loopt Simon, gedwongen door overmacht, met de ruwe kruisbalk op zijn schouders, de splinters van het hout prikken in zijn huid. Daar loopt hij, en waar loopt het op uit? Ook dat wordt in enkele verzen verteld. Natuurlijk loopt het uit op de heuvel van Golgotha. Tot daartoe hebben de soldaten Simon gedwongen om de balk te dragen, en daar legt hij hem neer en hij verdwijnt uit onze horizont. Is Simon bij de executie gebleven? Heeft hij daar gestaan, toen aan diezelfde balk Jezus met grote nagels werd vastgeslagen, om daarna op de balk die er al stond te worden opgehangen? Heeft hij daarbij gestaan, in die drie uur diepe duisternis? Heeft hij die roep gehoord en tenslotte dat woord: het is volbracht!? Heeft hij daarna gehoord van dat tempelgordijn wat van boven naar beneden scheurde zodat het heiligdom open lag voor iedereen? Heeft Simon dat allemaal gezien, gehoord?

De belijdenis van de hoofdman: "Waarlijk, deze was een Zoon van God."? Het wordt er niet bij verteld, we weten het niet. De bijbel vertelt ons daar niets van. Maar wat de bijbel wel vertelt, aan het slot van de tekst, is dat "deze Simon van Cyrene nu was de vader van Alexander en Rufus." Dat zegt Marcus als een soort van laatste ontknoping, heel nadrukkelijk. En het is toch in de tekst zoiets als een heenwijzing, een klap op de vuurpijl. Want wat zegt dat ons? Nu, het gaat ons iets zeggen als we even op die Alexander en Rufus letten. Het moeten bekende jonge mannen geweest zijn in de vroegchristelijke kerk. Zo bekend dat Marcus helemaal niet hoefde uit te leggen wie dat waren. Ze worden vaker genoemd in het Nieuwe Testament. Iedereen die het evangelie van Marcus las -het was geschreven voor de vroegchristelijke kerk- die kende Alexander en Rufus. Het was alsof je hier in Utrecht zou zeggen: kijk, dat is nu het huis van de vader van dominee Buskes. Dan hoef je ook verder niets uit te leggen. Misschien wel aan de huidige generatie, maar daar zou je als voorbeeld kunnen zeggen: kijk, dat is nu de vader van Henk Binnendijk, of noem maar op. Het vraagt geen verdere uitleg, die kennen we.

Zo bekend waren Alexander en Rufus in die tijd. Maar, en nu kom ik tot mijn eigenlijke punt, dat werpt natuurlijk wel heel bijzonder licht op Simons leven. Het betekent dit, dat we vrijuit mogen aannemen dat daar aan de Via Dolorosa, op die Goede Vrijdag, ongezocht en ongewild de wending plaatsvond in het leven van Simon. Of hij dat nu op dat moment zelf heeft ondergaan en gelovig geworden is, zoals het doorbrak bij die Romeinse hoofdman, of dat het pas later gebeurd is, we weten het niet. Maar er staat wel één ding vast: die Simon heeft het later aan zijn zoons Alexander en Rufus verteld. Hij zal gezegd hebben tegen zijn jongens: "Kijk, daar ben ik bij geweest, en daar is het begonnen. Ik dacht het langs me heen te kunnen laten gaan, maar ze hebben me gedwongen om die ruwe houten balk te dragen, en daar heb ik voor het eerst die man ontmoet, die de soldaten daarna aan die balk vast spijkerden. Dat heb ik wel gezien, er zaten nog splinters van die balk in mijn eigen schouders, dat deed zeer. Maar toen dacht ik: Wat moet Hij niet gevoeld hebben om op die balk te worden vastgespijkerd? En toen bad Hij: Vader vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.

En toen heb ik gedacht: ja, maar die man hangt daar niet voor Zijn eigen misdrijf!" En ik denk dat daar dat proces is begonnen wat is uitgemond bij Jesaja, bij het kennen van de Messias in het licht van de profetieën van Jesaja. Iemand moet het Simon hebben uitgelegd. Hij heeft het uit zijn hoofd geweten: Jesaja 53. Hij zal gedacht hebben: "Ik ging naar Jeruzalem om dichter bij de Messias te kunnen zijn, maar zo had ik me nooit voorgesteld, dat ik Hem zo zou leren kennen, dat Hij zo zou zijn. Om onze overtredingen werd Hij doorboord. En de straf die ons de vrede aanbrengt was op Hem. En door Zijn striemen werd ons genezing gebracht. Nee, niet ik droeg Zijn kruis, maar Hij nam de balk van mij!" Dat is de wending. En Simon van Cyrene zal gezegd hebben: "Maar nu besef ik pas hoe dicht ik gestaan heb bij het grootste geheim wat ons allen ten deel is gevallen. Ik dacht, al lopende met die kruisbalk op mijn nek: blij dat ik nog wat voor die arme man kan doen. Maar nu begrijp ik dat de waarheid precies omgekeerd was! Hij nam de balk van mij over!

Waar ik voor God had moeten hangen en waar ik vrij naar huis mocht gaan, daar is Hij voor mij gestorven." Zo vertelt Marcus ons in die kleine zinnetjes, zo even in een klein detail in de tekst, heel sober het verhaal van Simon van Cyrene. Ik had graag eens met hem gepraat. Hij die er zo dicht bij stond, en zo diep in zijn eigen ervaring die ommekeer heeft meegemaakt: Nee Heer, niet wat ik deed voor U, maar wat telt was wat U deed voor mij. En hier ligt dan ook de boodschap van deze Goede Vrijdagavond. Eigenlijk komen wij in het verhaal voor. Wij, die net als Simon van Cyrene zijn. We zitten net zo vast in de loopgang van ons burgerlijk bestaan. Wij komen voor in dit verhaal. En door Simon kijkt eigenlijk God naar ons. Simon met zijn volkstuintje en zijn schaapjes op het droge, zijn burgerlijke leven, ineens heeft God hem losgerukt en hem daar neergesteld, en ineens is daar die wondere wending gebeurd. Hij is beetgepakt en erbij gesleept, en hij heeft dat grote punt beseft: niet wij dragen Hem, maar Hij draagt ons! En dat is het eerste van de drie dingen die ik uit deze korte tekst vanavond wil doorgeven.

Dat eerste punt is: Psalm 68: 10: geprezen is de Here, dag aan dag draagt Hij ons. Die God is ons heil. Op Goede Vrijdagavond voel ik iets van de opluchting die er door Simon van Cyrene moet zijn heengegaan toen hij die balk van zijn schouders mocht trekken, de splinters nog in zijn rug, en dacht: Goddank, daar ben ik van af. Stel je even voor dat ze mij daaraan hadden genageld! En toen keek hij naar die weerloze man, en ineens kwam hem Jesaja voor ogen: zo is de weg van de Messias. Door Zijn striemen werd ons genezing. Het tweede wat ons raakt in Simon van Cyrene is de manier waarop God zelfs de meest verburgerlijkte mens, de rentenier Simon van Cyrene met zijn volkstuintje, op de knieën krijgt. God breekt door al onze verburgerlijking heen, en Hij brengt Simon tot het inzicht in die wondere wending. En het derde is: Ja, zo werd Simon van Cyrene tot een grote in de vroegchristelijke kerk. Niet om wat hij voor Jezus gedaan heeft, maar omdat hij dat evangelie heeft doorgegeven. Zo heeft hij het doorgegeven en is hij vader geworden van twee grote voormannen van de kerk: Rufus en Alexander. Rufus in Rome, Alexanders graf ligt tot vandaag toe in Jeruzalem.

Je mag het ook zo zeggen: Wat plicht en traditie zelfs met de grootste inspanning niet vermag, dat gebeurt zomaar zonder moeite waar iemand de liefde van Christus leert kennen en waar hij die doorgeeft. Simon en zijn zoons, ze zijn erbij betrokken. En hij zelf, hij werd zelfs op hoge leeftijd ingeschakeld bij de voortgang van het werk van God, als een motiverend voorbeeld voor ons. Ik ga aan het eind nog een keer terug naar het begin. Simon van Cyrene werd met ere genoemd door Guido Gezelle: Simon van Cyrene, nooit en zal het verdwenen, nooit en zal het verloren gaan, hetgeen gij hebt voor God gedaan. De Schrift zelf keert het om: Simon van Cyrene, je bent voor ons verschenen, God voerde je hier henen om ons te doen beseffen: de zaak ligt omgekeerd! De splinters in jouw schouder, ze waren flinters van het immense lijden wat Hij voor ons volbracht. Je hebt gevoeld wat wij nu allen voelen: een Ander droeg voor ons die balk! Amen.