Bijbeltekst: 2 Timotheüs 2: 1 — Uit de serie: Groeien in genade, deel 1

gemeente van Christus, Het is vandaag de startzondag. Dan is het meestal zo dat oude kerkenraadsleden afzwaaien, nieuwe aantreden, en straks zullen verschillende mensen uit ons midden vertellen wat er dit seizoen staat te gebeuren. Dat wil zeggen: vandaag gaat alles weer beginnen na de vakantie. Maar hoe? Hoe gaan we aan de slag? En waar moeten we bij het werk in de gemeente voor alles op letten? Dat geldt voor de nieuwe ambtsdragers, het geldt voor ons allemaal. Daarvoor heb ik vanmorgen deze brief van Paulus aan Timotheüs opgeslagen. Het is in zeker opzicht zijn zwanenzang. Hij heeft het over boeien die hij draagt, en als u doorbladert dan staat er in hoofdstuk 4: 'het tijdstip van mijn verscheiden staat voor de deur, ik heb mijn loop gelopen, ik heb mijn strijd volbracht'. Dus hij zegt daar heel duidelijk: "Dit is eigenlijk wel het laatste stukje van de race". Dat maakt ons des te meer benieuwd naar wat Paulus dan, op zo'n moment terugblikkend, aan Timotheüs wil meegeven. Timotheüs, die daar ook aan het werk is in een gemeente in Klein- Azië, en die van Paulus hier in dit hoofdstuk een paar aanwijzingen meekrijgt.

Dit gedeelte heeft me zeer aangesproken, wel het meest dat opvallende begin. We lezen daar makkelijk overheen, zeker als de bijbel ons vertrouwd is, maar het is een heel wonderlijk begin, dat wat je als een opschrift mag lezen: Wees krachtig in de genade van Jezus Christus. Al de andere adviezen die later volgen zijn daaraan ondergeschikt, die werken dat als het ware verder uit. Maar wat Paulus hem vooral mee wil geven is: wees sterk in de genade. Wees sterk in de genade Wat bedoelt hij daarmee? Het is eigenlijk een vreemde uitdrukking die zichzelf een beetje tegenspreekt. Want genade is dit dat God de zwakke heeft aangenomen. Genade is dus iets wat met zwakte te maken heeft. Maar dan dat grote wonder, dat God de verliezer tot winnaar heeft gemaakt, en dat Hij de schuldige vergeving gaf. Dat Hij de gekruisigde uit de dood heeft opgewekt. Daar zit alles aan vast, en daar moeten we nu sterk in zijn, zegt Paulus. Genade is hier dus het kernwoord. Het is het kernwoord van het hele Nieuwe Testament. Jezus is gekomen om die genade te laten zien. Hoe groot die genade van God is. Dat heeft Hij laten zien in zijn woorden, in zijn daden en in zijn leven.

Denk maar terug aan wat we lezen in Lucas 15, over het verloren schaap, de verloren penning en de verloren zoon. Daar zie je drie kleuren van de genade van God. Hij geeft genade door het verlorene te zoeken, het verdwaalde er weer bij te halen en door de schuldige te vergeven. Dat is wat Jezus ons heeft laten zien van God, dat heeft Hij ook in zijn daden laten zien. Hij zat in de kroeg met junks en prostituees en Hij schoof ook in de kerkenraadbanken in, bij Nicodemus. Tenslotte was dat wat Jezus de moed gaf om te sterven voor ons allen, voor verloren zondaren, om ze met God te verzoenen. Dus zo ver reikt de genade van God, zo ver als Jezus ging toen Hij aan het kruis zijn leven gaf, voor een leven verloren in schuld. Paulus schrijft aan Timotheüs: 'daar moet je nu sterk in zijn, daar moet je in groeien.' Wist u dat Luther, vlak voor hij stierf zei: "Bettler sind wir". Uiteindelijk zijn we toch bedelaars. Dat is in onmacht sterk zijn, en dat is onze schat. Die reiken we ook aan anderen uit: God geeft je altijd weer een nieuwe begin, Hij staat aan de kant van degenen die schuldig zijn, die verliezers zijn en die verdwaald zijn, Hij bewijst ze in Jezus genade, vergeving en genezing.

Dat moet het werk in de gemeente bepalen, het is een uitstraling naar anderen toe. Paulus zegt: "Concentreer je maar op één ding, en dat is: wees sterk in die genade. Troost er mensen mee, zegen ze ermee, rust ze ermee toe." Daar voegt hij dan een hele reeks nuchtere adviezen aan toe: Doe alles altijd in teamverband. Na wat je gehoord en gezien hebt: schakel er anderen bij in. Vertrouw het toe aan anderen die op hun beurt weer bekwaam zijn om anderen te onderrichten. Het moet een soort van estafetteloop worden. De gemeente moet daar in samenwerken. Concreet: we hebben groepsleiders nodig, kringleiders, clubmedewerkers, mensen die bekwaam zijn om anderen van alle leeftijden weer in die genade te onderrichten, Daar helpen de ouderlingen bij. Als hij dat gezegd heeft houdt Paulus in vers 3 - 7 aan Timotheüs drie voorbeelden voor. Soldaat Hij zegt: let eens op de soldaat. Lijdt mee als een goed soldaat. Dan als tweede voorbeeld geeft hij de sportsman, als derde de boer. Alle drie vallen ze op door de keuzes die ze maken. Ze laten zich niet maar zo meedrijven met de stroom. Dan zouden ze niets presteren. Nee, ze concentreren zich heel intens op hun hoofdtaak.

Om even eerst bij die soldaat stil te staan: Typisch dat Paulus dat bij die soldaat vooral ziet in het meelijden met anderen. Het lijkt of hij alleen Unifil- militairen op het oog had. Het agressieve van een soldaat, winnen, de ander neerslaan, veroveren, triomfantelijk de vlag plaatsen, daar horen we allemaal niets over, dat wijkt weg. Hier horen we alleen: lijdt mee met anderen als een goed soldaat -dat is een ander soort- van Christus Jezus. Dit is weer een illustratie van sterk zijn in de genade, hoe je iets van die ontferming van Jezus Christus laten zien als je nooit met een ander meelijdt in hun zwakte? Als je eerst gehuild hebt met de wenenden en de onmacht hebt gevoeld van diegenen die lijden aan ouderdomsziekten, aan depressies. Als je nooit mee hebt gevoeld met iemand die zich schuldig weet voor wat hij gedaan heeft, dan kun je toch nooit sterk zijn in de genade? Weer opnieuw valt het op dat het in de bijbel altijd weer gaat om het evangelie van verzoening. Het gaat niet om de moraal, maar om het verhaal. Dat lees je hier ook weer. Ik denk dat Jezus aan die gekneusde Zacheüs niet eerst gezegd heeft wat hij moest doen, Hij heeft eerst gezegd Wie God voor hem wilde zijn.

Dat is het verhaal van de goede herder, en daaruit vloeit al het andere voort. Dat kan alleen als je ook meelijdt met anderen als een goed soldaat van Christus Jezus. We vormen een vredesmacht. En ieder soldaat in die vredesmacht moet zich houden aan die opdracht, en vooral Hem voldoen door wie hij is aangeworven, zegt Paulus. Er ligt ook iets heel bevrijdends in: Voldoe alleen Hem die je heeft aangeworven, dat betekent dat je een helboel andere zaken gewoon langs je heen kunt laten gaan. Een soldaat bemoeit zich niet met de zorg voor zijn onderhoud, geeft Paulus als voorbeeld. Zo zijn er talloos veel dingen die je als ambtdragers in de gemeente gewoon langs je heen mag laten gaan. Dat is bijzaak. Bijzaken van hoofdzaken onderscheiden, hoe belangrijk is dat! Hier staat de zorg voor je onderhoud, je kan denken aan het commentaar van alle voorbijgangers, je kan denken aan alle pietluttigheden die soms veel tijd kosten, maar hou die hoofdzaak voor ogen, zegt de apostel. Je bent er om zijn vredesmissie te volbrengen. Je moet Hem voldoen die je heeft aangeworven, krachtig de genade laten spreken, zonder je af te laten leiden van het doel, zoals de Here dat heeft uitgelegd.

Sportman Dat doet een sportman ook, zegt Paulus in het tweede voorbeeld. Als je een atleet neemt, een voetballer, tennisser of worstelaar -ik denk dat hij hier een worstelaar op het oog had-, een hardloper, het doet er niet toe, ze worden allemaal gediskwalificeerd als ze zich niet aan de regels houden. Een sportman houdt zich heel specifiek aan de regels. Dat vraagt concentratie, weer op de hoofdzaak, en oefening. Zo moet Timotheüs het ook doen, zo moeten wij het ook doen, ons precies houden aan de regels van de vredesmissie, letten op Hem. Die regels staan hier, daar heeft u ja op gezegd. Je houden aan deze regels die in de Schrift staan, daar werken we mee en met niets anders. Het is ook vaak zwaar werk. Je bent niet altijd 'in the mood' (stemming), het kost je je vrije tijd, niet alle mensen zitten op je te wachten, dat laat dat derde voorbeeld van een boer goed zien. Boer De boer moet gewoon doorploegen, daar zit iets in van maar doorgaan. Je moet ploegen, zaaien, wieden en driekwart van het jaar zie je niks. Dat vraagt doorzettingsvermogen. Paulus zegt er met een knipoog bij: "Maar vergeet niet, het is ook genieten." Dat is ook zo.

Een boer heeft zwaar werk, maar hij weet ook zelf als eerste van de opbrengst van zijn werk te genieten. Dat heb ik vaak gehoord dat iemand bij het werk in de gemeente zei: "Eigenlijk heb je zelf best vaak momenten waarop je niet meer weet hoe het moet, maar dan is daar toch de Heer zelf. Ga dan naar de Heer zelf, en Hij zal je in alles inzicht geven." Want je staat niet alleen in dit werk. Dat is wel het meest bemoedigende waar Paulus -als in een climax aan het slot van deze reisopdracht aan Timotheüs- hem bij bepaald. Hij zegt: "Gedenk voortdurend dat Jezus Christus ook uit de dood is opgestaan. Dat Hij als de Levende in ons midden is. Hij is erbij, Hij staat naast je, Hij laat je niet vallen. Dat is aan het slot, zonder beelden, de bemoediging waarmee Paulus Timotheüs er op uitzendt. Gedenk dat Jezus Christus is opgestaan. Gedenken is niet zomaar aan iets terugdenken aan iets dat in het verleden was. Nee, gedenken is in de bijbel altijd: in het heden je voor ogen houden. Mediterend je steeds weer dát voor ogen stellen, in het heden. Dat de Heer is opgestaan en -dat staat er bij- in het heden overwinnend als de Zoon van David met zijn werk verder gaat.

Daar gaat Hij mee door, dwars door alles heen. "Zijn Woord laat zich niet boeien, ik wel", zegt Paulus. Hij heeft boeien aan op dat moment, maar dat Woord niet. "En laat ik je dan tenslotte nog met één woord mogen troosten aan het slot -het lijkt wel een gezang, en misschien is het ook wel een hymne geweest-, als we volhouden zullen we met Hem regeren. Als wij voor Christus lijden en sterven betekent dat ook dat we met Hem zullen leven. Maar als wij het opgeven en ons tegen Christus keren, dan kan Hij ook niets met ons." Dat is een vlijmscherp vermaan. Als wij het opgeven dan kan Hij ook niets met ons. Onze keuzes zijn belangrijk. Wie de band met Hem verbreekt moet ook weten wat hij doet. C.S. Lewis zegt in zijn kinderverhalen bij herhaling: "Aslan is een leeuw, maar het is geen tamme leeuw". "Maar", zegt de apostel er direct bij: "waar we zwak zijn en waar we falen, waar wij fouten maken, waar wij tekort schieten, wees niet ontmoedigd, want Hij blijft je trouw. Hij blijft u, ieder op zijn eigen plek, met zijn eigen taak, trouw. Zo kennen we Hem. Dat is de kern van zijn Persoon, Hij verloochent zich niet.

Samenvatting Zo kom ik tot een samenvatting van deze woorden van Paulus als reisopdracht aan Timotheüs. Hij zegt: "Hou je bij alles wat je doet in het nieuwe seizoen, met alle werk wat gebeuren moet, bij alles het oog op Hem gericht. Alleen Hem voldoen die je geroepen heeft. Want het is ten diepste Zijn werk waar wij een beetje in mogen meedoen. Dat is al een heel hoge eer. Maar het moet dan ook helemaal in zíjn stijl, naar zíjn regels, tot zíjn eer. Naar dat wonderlijke paradoxale woord uit 2 Timotheüs 1: Wees vooral sterk in dat zwakke. En wat is dat zwakke? In woord en daad doorgeven hoe groot de ontferming van God is voor verliezers, voor zondaars, voor treurige mensen en zwakken. Dat kan natuurlijk alleen als je je één met hen voelt, meelijdt, en mee zegeviert! Amen ©1999 Nederlands Gereformeerde Kerk - Utrecht.