gemeente van Christus, Na alles wat er deze week gebeurd is luisteren wij vanmorgen naar de profeten en een profetisch hoofdstuk. De historische achtergrond van dit hoofdstuk staat niet vast; ik houd het erop, samen met vele commentators, dat het een profetische liturgie is bij de onverhoedse aanval van Sanherib op Jeruzalem. U kunt daar drie hoofdstukken verder (hfst. 36-39) alles over lezen. Onverhoeds valt de Assyrische koning Sanherib Jeruzalem aan en heel het volk beeft. Koning Hizkia krijgt een verschrikkelijke dreigbrief en legt die neer voor de Here in de tempel met een gebed. En God gaat spreken, zoals o.a. in Jesaja 33. In dit hoofdstuk lezen wij een afwisseling vna profetische woorden (vs.1), gebeden van het volk (vs.2) en heilstoezeggingen (vs.5). Op het eerste oog wat rommelig, maar daardoor misschien juist zo suggestief. Wat achterblijft (na (her-)lezing) is het 'katastrofe-gevoel', treffend in vs.1,4,7 en 8. Daarna is er de hartsverheffing: "Heer weest ons genadig, u bent onze arm"; en dan "waar rust ons laatste vertrouwen - ?". Deze drie elementen komen direct al voor in de eerste drie zinnen.
Ze weven zich verder als drie draden in een koord door heel dit hoofdstuk heen. Het laatste punt mag ons ook bemoedigen voor het komende seizoen, als alle activiteiten weer beginnen: naast een rampzondag - en boetedag- is dit ook een startzondag. Al deze drie momenten vinden wij de éen na de ander terug in Jes.33:1 en 2. Wee-roep Eerst is er een "wee-roep"! "Wee, u Verwoester, die zelf niet verwoest zijt". De terroristen die deze week in vliegtuigen te pletter vlogen, met alle verschrikkelijke gevolgen van dien, zijn zelf ook dood. Maar wie zit daar achter ? Daar zijn wij allemaal mee bezig. Welk brein heeft dit bedacht ? Wie is in staat tot zulke wrede terreur ? "Steden zijn veracht, mensen niet geteld" (vs.8). Zo is het. Zo was het toen en zo is het nu. Wie zit daarachter ? De profeet zegt: de Verwoester - even hebben wij de Verwoester in de ogen gekeken. Dat was de eigenlijk shock deze week. Zoals ds. Plaisier gisteravond ook in de Domkerk zei: het was het absolute Kwaad. Hij dacht dat hij er niet meer was: de boze - maar hier keek hij ons recht in het gezicht. Natuurlijk, hij heeft gedacht aan Sanherib - maar ook Sanherib is een instrument.
Uiteindelijk hebben wij deze week even de kille grijns gezien van de grote Vijand van God, die "Verwoester, die nog niet verwoest is". Maar de profeet zegt: hij gaat het niet winnen. Richt al je woede maar op hem - maar als hij de tijd hem toegemeten gekregen heeft, wordt hij zelf verwoest: "als gij gereed zijt", dus als hij klaar is met verraad en terreur, "wordt gij zelf verraden". Wrede terreur wordt uiteindelijk nooit beloond. Is het niet opvallend dat er in de geschiedenis nog nooit een misdadiger demonischer machthebber is geweest of hij is weer ondergegaan ? Van Nero tot Hitler. Maar de Verwoester blijft komen, hij blijft het proberen. Ineens is deze week onze droomwereld ingestort. De welvaartswereld van na de val van de muur, de negentiger jaren toen alles kon. Wij hebben de boze weer in de ogen gekeken. Een kille moordenaar, hard voor de slachtoffers, hard ook voor de moordenaars. De profeet begint met een wee-roep. Er is ruimte voor woede en wraak en er is alle reden voor. Welke ongelofelijke gemene, mensen en en kinderen minachtende wreedaard kan zoiets bedenken ? De koker waar dit uit op kwam is uiteindelijk tegen God gericht en tegen zijn volk, tegen Jeruzalem.
En God richt hem te gronde. "Wee de Verwoester, die zelf niet verwoest is" - als je klaar bent met je gruwelijke werk wordt je zelf verwoest. Zo is het altijd gegaan in de geschiedenis en daar mondt ook dit straks in uit. Wees ons genadig Maar dan het tweede - de reactie van het volk ! Dat is niet: "Heer, geef mij een wapen, dan zal ik erop slaan en als ik niet weet wie het is zoek ik een zondebok"; zelfs niet: "Heer, waarom, wij hebben dit niet verdiend". Nee, het is inkeer, het is verootmoediging: "Heer", bidden zij, "wees ons genadig". Bijzonder is dat. Ook zeggen zij: "Wees òns genadig". Zeker is dat een gebed omhulp, troost en bijstand voor alle slachtoffers, zoals er ook deze dagen al veel gebeden is. Maar het is meer, het is ook verootmoediging. Wat hebben wij Westerse mensen met onze techniek en welvaart opgebouwd en uitgehaald dat anderen ons zò haten ? De twee torenflats en het Pentagon die brandend instortten waren wel symbolen van onze macht en ons geld. Waren en zijn dat niet onze goden ? Hebben wij afstammelingen van het christelijk Europa en van het Joodse volk echt ons hart vrijgehouden voor Hem ?
Voelden en voelen wij ons niet onaantastbaar machtig rijk, "wie kan ons iets doen" ?. De wereldkandel rust in onze hand, de wereldmacht waakt over ons. Waarom zouden zij, de macht en het geld, dus niet onze "goden" zijn ? "Here wees genadig over ons". De wrede aanslag van de Verwoester brengt het geslagen volk op de knieën. Dat moet het ook doen. Hoezeer het ook een vijand van God is, dit is wat Sanherib uitwerkt bij het volk: hartverheffing en verootmoediging. Wij weten dat koning Hizkia zelfs letterlijk de brief van Sanherib met al zijn terreur voor de Heer in de tempel heeft uitgespreid. "Here, wees ons genadig". Ergens hebben wij allemaal dit verdiend. Ons hart was u niet echt voor 100% toegedaan. Europa en zijn dochters was wel christelijk geworden, maar het bleef goden nalopen. "Heer, vergeef het ons, op u staat onze hoop". Dit is de tweede reactie op wrede terreur. Wel bijzonder dat dit al de tweede zware slag is in éen jaar op gevoelige delen van onze welvaartssamenleving: eerst was het de bio-industrie, wij zijn het haast al weer vergeten. Miljoenen dieren vonden de dood en wij zeiden: er moet iets grondig veranderen. Nu is het een aanslag op de geldmachten.
"Heer, wees ons genadig" bidden wij, "vergeef ons waar wij met onze geld en macht volken vernederd hebben of uitgebuit. En vergeef het ons waar wij ons onaanastbaar waanden en arrogant gedroegen". En dan: "weest u onze hoop" ! Wees onze arm Dat leidt mij tot het derde: het wijst de weg. "Weest u onze arm iedere morgen, ja ons heil in tijd van benauwdheid" ! Dat loopt als een sort van derde draad door heel dit hoofdstuk heen. Let eens op die woorden: arm en heil. "Mijn arm" is beeldspraak voor mijn macht. Met mijn arm verdedig ik mij, met mijn arm haal ik uit. Zonder arm kan ik niet zaaien en niet oogsten, niet schieten en niet troosten. "Wees gij mijn arm", bid Israël, "in deze morgen". Dat is: weest gij mijn macht, laat mij niets doen wat ik niet in u en uw naam doe. Zoals Jeremia dat zegt (hfst. 17:5) en: "vlees tot mijn arm stel", maar alles in uw hand leg, dan wordt u mijn arm. Het tweede gebed is "wees gij mijn redding en mijn schat". "De Here is verheven" zegt Jesaja in een uitleg in vers 5. "De Here is verheven, Hij woont in de hoge. Hij heeft Sion met recht en gerechtigheid vervuld. En uw tijden zullen bestendig zijn" - dat wil zeggen Hij geeft zekerheid in je bestaan.
"Hij is je heil" - dat wil zeggen Hij brengt steeds weer redding en rijkdom, een schat van heil, wijsheid en kennis. Apart is dat gebed: "wees u mijn arm en mijn heil". Nu, daar wordt dus in de derde plaats de blik naar toegekeerd. Waar ligt onze eigenlijke rijkdom ?! Ik zie Israel hier iets doen wat je heel kinderlijk bij een jongetje van zes ziet als hij op zijn verjaardag een nieuwe fiets gekregen heeft. Stiekem gaat hij zo nu en dan even naar de bijkeuken waar de nieuwe fiet staat - even weer kijken hoe mooi hij is en dan gaat hij weer terug naar de kamer of naar school. Dat is de kern van al ons bezig zijn in de kerk. Zoiets gebeurt nu ook als wij op een goede manier bijbelstudie doen, huisbezoek, of catechese, of kindernevendienst. Even samen kijken naar onze schat, er meer van horen en nog meer blij van worden. Het is ook het geheim van iedere kerkdienst. Hier in Jesaja 33 wordt het het mooiste beschreven in vers 17: "Uw ogen zullen de Koning in zijn schoonheid aanschouwen".
En dan, als in een visioen: "Sion waar de koning troont" (vs.20), een veilige woonstede als "een tent die niet verplaatst wordt", aan brede waters (zoals de heilstroom van Ezechiël) waar geen galei of oorlogsschip zich vertoont en waar de volken hun schatten binnendragen. Waar geen inwoner zal zeggen: ik ben ziek. Het volk dat daar woont zal vergeving van ongerechtigheid hebben. Dat is ook onze leidraad bij een nieuw seizoen. Het gaat bij clubs en kringen, bij weekends en catechesatie, huisbezoek en kerkdiensten, bij àlles wat wij doen maar om éen ding. Alle details van deze beschrijving helpen ons om onze aandacht te richten op onze eigenlijke rijkdom: het is de Koning zelf in al zijn schoonheid, Jeschua, de leeuw die een lam werd. Dat woord: Jeschua, staat er voor "heil". Zijn recht en gerechtigheid, zijn wijsheid en zijn kennis zijn onze schat. Onze schat Wij hoeven ons niet nerveus te maken over de vraag of wij wel een wervende gemeente zijn. Doen wij het wel goed.. Kijk eens hoeveel mensen de kerk de rug toekeren.. Wat betekenen wij nu voor de stad.. Zullen wij als wij een jaartje zonder dominee zijn uit elkaar groeien, of erger nog, uit elkaar vallen -?
Dat kleine vorbeeldje van het jongetje van zes houdt Jesaja u voor ogen. Je hoeft niets meer te doen ! Gewoon blij zijn om de Koning in al zijn schoonheid, je schat koesteren. Doe je dat, dan gan de mensen om je heen vanzelf denken: "waar staan zij toch altijd naar te kijken ?" Probeer het maar eens uit op het Domplein. Pas was er een man buiten aan de gevel van de Dom omhoog geklommen. Eén voorbijganger had het het eerst ontdekt. Hij stond stil en keek met zo'n aandacht naar die gevelbestormer, dat hij zich helemaal in dat beeld verloor. In een mum vna tijd stonden er tien, twintig, honderd mensen stil en keken mee: "wat ziet hij daar?", "wat zien zij daar?" - en zij gingen meekijken, verloren in dat spannend gebeuren. Nu, zo eenvoudig is het om als gemeente in het goede spoor te blijven bij alle activiteiten. Verhef je hart iedere morgen bij iedere dienst in ieder uur, in bijbelstudie of weekend, en bekijk je schat. Ga op in je onderwerp en laat Hem tot je arm zijn en je heil: de Koning, in al zijn schoonheid. Dan gaan de voorbijgangers vanzelf wel mee kijken, of meer nog, mee doen !
Programma's voor evangelisatie, een alfa-cursus, inzet voor Hoog-Catharijne, kinderwerk, een "impact world tour", en gewoon éen uur catechesatie - al die dingen zijn prima. Maar als wij niet ergens de jongen van zes blijven en niet allereerst willen groeien in blijdschap over die éne parel die ons is toevertrouwd:groeien in kennis van Hem, liefde voor Hem, verwondering over Hem ! - dan is al ons werk tevergeefs ! Als er rampen over deze wereld komen en onze samenlevingen door terreur geteisterd worden, dan is dit wel de mooiste vrucht. Het voert ons terug naar ons laatste vertrouwen en onze grootste schat. Daarmee gaan wij aan de slag dit jaar. Maar dit was het derde punt ! Het eerste was een wee-roep en het tweede inkeer. De oude theologen zouden spreken van de drie "theologia visionis". Dit waren de eerste reacties op een verschrikkelijke rampspoed. Wij lieten ons vanmorgen door deze woorden uit Jesaja aanspreken na een week vol verschrikking. Samenvatting Als een slotsom, samenvattend aan het eind nog de drie punten: Ja, wij mogen woedend zijn over zo'n kille nietsontziende Verwoester. Wij weten het niet wie hij is of wie zij zijn. Maar wij weten het eigenlijk ook best wel.
Wee die Verwoester - als zijn tijd gekomen is wordt hij verwoest en valt hij zelf onder de bijl, dat staat vast. Laat het maar aan de Heer over. Maar wij verootmoedigen ons: "Heer, wees ons genadig". Wij hopen voortaan niet meer op ons geld en onze macht, maar "onze hoop is op u, Heer". Help ons om in de ontrouw van de tijd een huis te bouwen dat gewaagt van ùw geduld, uw liefde en uw plan dat alles draagt. "Wees gij iedere morgen mijn arm". Ja, ons heil in tijd van benauwdheid. Wij zullen steeds weer even naar achter lopen om ons voor Hem te openen en Hem te zien. "Staat hij er nog ?!" De Koning, in zijn schoonheid ! Amen ©2001 Nederlands Gereformeerde Kerk - Utrecht. Verkondiging van zondagmorgen 1 juli 2001 door W.G. Rietkerk, Nederlands Gereformeerd predikant te Utrecht. Schriftlezing: Jozua 7: 10 en Handelingen 5:1-21 Tekst voor de verkondiging: Handelingen 4:32 - 5:21 uit Het Boek Gemeente van Christus, Even de draad weer oppakken. Handelingen gaat over wat Jezus gedaan heeft en geleerd, ná de Pinksterdag. Het begint met Lucas: "mijn eerste boek heb ik geschreven over wat Jezus begonnen was te doen en te leren.
Maar dít boek schrijf ik over wat Jezus nu doet en leert, vanaf de Pinksterdag." We zien steeds weer dat er eerst iets gebeurt - demonstratie - en dan wordt het uitgelegd - proclamatie -. Dat zagen we in handelingen 2 op de pinksterdag, dat bijzondere fenomeen van die vlammen, vuur op de hoofden van de discipelen. en woorden die iedereen kon begrijpen in zijn eigen taal - dat is een demonstratie van de werk van de Heilige Geest. Petrus hoefde het alleen maar uit te leggen, zo eenvoudig was het: "wat hier gebeurt staat in Joël, het gaat over de uitstorting van de Heilige Geest." Hetzelfde zagen we de vorige keer toen we lazen uit Handelingen 3 en 4. Ook dat begint met de genezing van de lamme, de Heilige Geest geneest hem. "Nee", zegt Petrus, "het is de Here die u aan het kruis hebt geslagen en die door God is opgewekt uit de doden, in Zijn kracht hebben wij dit gedaan." Eerst is er dus weer de demonstratie, door de Geest, en dan daarna de uitleg, de proclamatie. Zo proclameert Petrus het koninkrijk, eerst de daad, dan het woord. Eerst de demonstratie, voor iedereen zichtbaar en als mensen dan vragen gaan stellen, hoeven de apostelen het alleen maar uit te leggen.
Demonstratie en proclamatie Dit is een rode draad die door heel Handelingen heen loopt. Trouwens, niet alleen door Handelingen, maar ook al in het Oude Testament - daarom koos ik om te zingen ook Psalm 66 - zoals bijvoorbeeld in het boek Esther. Maar wat gebeurt hier in Handelingen 5 ? Hier wordt een aanslag gepleegd op de uitstraling en de kracht in de gemeente, op het éerste: de demonstratie. De duivel geeft tegengas. We zagen dat ook in het vorige hoofdstuk. Daar was het een aanslag van buitenaf: door geweld werden Petrus en Johannes gegrepen en vastgezet. Hier in Handelingen 5 is het innerlijke uitholling, van binnenuit. Die uitholling richt zich wonderlijk genoeg niet allereerst op de prediking, maar op de demonstratie. En het is waar dat je preken nog heel makkelijk langs je heen kan laten gaan. Maar het werk van de Heilige Geest, die mensen verandert en die tekenen stelt en iets laat zien, daar kan je niet omheen, dat dwingt tot een keus. Daarom is het ook heel bijzonder dat de boze dat weet en precies daar de aanslag pleegt. Het is nog bijzonderder in dit verhaal dat Petrus het direct door heeft.
Het is heel bijzonder dat Petrus en de andere apostelen direct op die uitholling reageren. De venijnige bedreiging van binnenuit wordt tegengestaan. En om even, ter inleiding, te vertellen hoe ik dat verhaal lees: ik lees dat als een voorbeeld voor ons, een schrikwekkend voorbeeld. Het gaat er om dat de Geest van God verder kan gaan met zijn werk in de demonstratie. Dat zien we dan ook in het tweede deel van deze lezing; dat we steeds weer letten éerst op wat God doet en dan wat Hij uitlegt en oproept. Dat zien we in het tweede deel van Handelingen 5 krachtig voortgaan. Zo zien we vanmorgen dus twee stappen: 1) de demonstratie wordt bedreigd en 2) die demonstratie versterkt en bevestigd. Al het mijne is het uwe Ik begin even weer helemaal bij het begin en neem een klein stukje van de vorige keer er weer bij, omdat je dat toch nodig hebt om het verhaal te kunnen plaatsen. Het gedeelte aan het slot van Handelingen 4 vertelt iets aparts. Dat is dat Gods werk niet alleen zichtbaar wordt in het bijzondere en in bovennatuurlijke tekenen, zoals de genezing van de lamme, die opzienbarende demonstratie.
Niet alleen dáar, zegt het slot van het hoofdstuk, wordt het zichtbaar; nee, ook in het nieuwe leven, in de verandering die in die gemeente doorgaat. Er wordt een gemeente zichtbaar in kracht en vrijheid. Ze hadden alles gemeenschappelijk, dat betekent ze stelden hun welzijn beschikbaar aan wie er behoefte aan had. Zo kon het gebeuren, staat er, dat er niemand onder hen was met een behoefte - ze waren éen van hart en ziel. Wij denken bij demonstratie waarschijnlijk eerst aan het buitengewone, het exceptionele - een lamme van boven de 40 wordt genezen, de Heilige Geest blijft dat ook doen. Soms denk ik dat dat vandaag weer zo nodig is, dat de muur van het ongeloof zó dicht is dat alleen dát er doorheen komt breken. Maar het feit is dat het boek Handelingen net zo hoog opgeeft over de veranderingen van het hele gewone. Een gemeenschap van mensen die niet langer vast zitten aan hun geld en bezit. Er was wel privébezit, dit even ter verheldering. Petrus zegt tegen Ananias: "Je had dit bezit helemaal niet hoeven te verkopen, het was van jou". Hij erkent dus volledig het privébezit. Het was geen zonde geweest als je het gewoon voor jezelf had gehouden, dat was je goed recht.
Handelingen 4 beschrijft geen communisme - dat dwingt tot "al het uwe is het mijne". Het christendom dwingt niet, maar zegt: "Al het mijne is het uwe". Dat laatste geldt natuurlijk in de eerste plaats naar God toe: "Al het mijne is van U, Here. Help me, laat me zien hoe ik mijn naaste ermee dienen kan". Dat noemt de bijbel nu óok demonstratie; demonstratie van de Heilige Geest. Waar zien we dat God echt leeft ? Dat zien we in de levens van veranderde mensen. Dat zien we in het slot van Handelingen 4, over mensen die anders omgaan met hun bezit, losser, niet langer bezeten door hun bezit, maar ervan bevrijd. De keerzijde is liefde: grote liefde om mensen die gebrek hebben te helpen met wat je bezit. "Er was niet éen onder hen die behoeftig was". Nou, dat is een wonder ! Het is ook een manifestatie van innerlijke en uiterlijke vrijheid, gedreven door de hartstocht om de Here te dienen. Dat was zó nieuw dat heel Jeruzalem ervan opkeek. Ze vroegen zich af: wat hébben die mensen ? Dan konden ze vertellen waar het vandaan komt en wie dat in hen had gewerkt. Eerst de demonstratie, dan de proclamatie.
Een schrikwekkend voorbeeld Maar dan is er ineens die schok in Handelingen 5: hoe is het mogelijk dat middenin diezelfde gemeenschap ineens zo'n dramatische gebeurtenis plaatsvindt ? Het is meer een gericht, het wordt eigenlijk afgeroepen, dat zie je bij Safira in het bijzonder. Petrus roept het over haar af: "Ze zullen u dood uitdragen". Hoe kan dat nou - wat moeten we daar nou mee ? Het is een éenmalige gebeurtenis in het hele Nieuwe Testament. We worden dus niet opgeroepen Petrus hier na te volgen. Wat hij doet zet een schrikwekkend voorbeeld. Het is erg genoeg, om van af aan dit nooit meer te doen. Misschien een gek voorbeeld, het komt zomaar in me op: zoals een vader misschien éen keer zijn zoon de hete buitenkant van de kachel laat voelen. Blijf voor altijd van die kachel af, weet die jongen nu. Zoals Ananias en Safira, zo is het éenmalig en als schrikwekkend voorbeeld. Eigenlijk is het ook zoals Achan in het Oude Testament. De band tussen deze twee geschiedenissen die bij de lezing duidelijk gesteld werd staat in vers 3: "Waarom heb je dat achter gehouden?".
Dan staat er een woord dat maar éen keer in het Nieuwe Testament voorkomt, (voor de technici, in het Grieks is het het woord dat in de Septuagint staat voor Jozua 7:10), nl. dat iemand "van het gebannene heeft achtergehouden". Lucas die dit schrijft heeft heel bewust de link gelegd tussen Ananias en Safira en de misdaad van Achan. Daarmee zegt Lucas: "Kijk, zoals Israel bij de intocht in het Beloofde Land, ook een éenmalig moment, te horen krijgt 'Neem nooit van het gebannene' - zo krijgt ook de nieuw-testamentische gemeente een schrikwekkend voorbeeld: doe dit niet weer, neem niets heimelijk voor jezelf weg van iets dat je aan god hebt gegeven. Ik denk dat de eeuwige zaligheid van Ananias en Safira (daar kun je natuurlijk over tobben) heus wel goed gekomen is. Dat heb ik uit 1 Corinthe 3 waar Paulus zegt dat je werk kan verbranden door vuur heen, maar als je eenmaal je hart en leven aan Jezus gegeven hebt blijft dat tot in eeuwigheid. Dan blijft dat als 'door vuur heen'. Het heeft eigenlijk gediend, kun je achteraf zeggen, voor maar éen doel: zij hebben gediend als voorbeeld, "dit kan en mag nooit weer gebeuren". Wat is dat dan, dat "erge" ?
Dat kan ik aan de hand van de hoofdlijn van Handelingen (demonstratie / proclamatie) duidelijk maken. Hier wordt de demonstratie verziekt en dan niet zomaar verzwakt. Kijk, soms is de gemeente als demonstratie van nieuw leven in deze wereld heel zwak. Dat is wel erg, maar het is op zichzelf geen drama. Het drama is als iets wordt voorgewend dat er niet is. Dat het lijkt of de voorgeven een werk van de Heilige Geest is, terwijl daar achter "lucht" zit. Het is 'fake', niets, of het omgekeerde: onecht en vals. Mensen die het zien gaan vertrouwen op god en vallen daarna, als ze er doorheen kijken, in een diep gat. Dan wordt ook de verkondiging krachteloos en heel het werk van de Heilige Geest stopt. Zoals bij Achan stopt het werk van God, na de overwinning op Jericho stopt Gods werk én de overwinning op de 'molshoop' Ai. Dat is ook wat Petrus ziet aankomen; als Ananias komt aanlopen krijgt Petrus een woord van kennis, de Geestesgave is dat. Hij laat hem zien wat Ananias eigenlijk is: hij ziet achter de voorgevel, hij ziet hoe de boze hem heeft opgestookt en hoe daardoor de demonstratie verziekt.
Twee keer bedrogen Het werk van de Heilige Geest wordt hier bedorven.In het allereerste begin weerstaat hij dit en hij zegt: "Hoe heb je kunnen denken dat je zo de Heilige Geest kunt bedriegen ? Notabene Hij die de harten kent en ziet wat in ons hart is. Dacht je dat je Hem ooit kon bedriegen, door een deel van het geld waarvan je zegt dat je het hebt toegewijd aan het geheel, voor jezelf gaat houden ?" "Je had het niet eens hoeven doen", zegt Petrus. "Je doet het dus alleen om mensen te behagen - hoe kon je aan die daad plaats geven in je hart. Uiteindelijk heb je niet tegen mensen gelogen, maar tegen God". Toen hij dat zei viel Ananias dood neer; en een enorme huiver viel over allen die dit zagen. Het ene moment levend, het andere moment dood. Naar oosters gebruik werd hij nog diezelfde dag begraven. Zelfs zijn vrouw was er schijnbaar niet bij. Maar als zij na drie uur onverwacht komt opduiken, lijkt ze totaal van éen geest te zijn geweest met haar man. Als Petrus vraagt: "Heb je die akker nu echt voor dat geld verkocht ?", zegt ze: "Ja, dat klopt". Dan zegt Petrus weer: "Hoe héb je het kunnen doen, de Heilige Geest verzoeken".
Hij gaat verder en zegt: "De voeten van degenen die uw man hebben begraven zijn aan de deur en zij zullen ook u begraven". Dan blaast ook zij haar laatste adem uit. Die jongens halen haar op en er staat dat de gemeente diep en diep onder de indruk was over wat hier in hun eigen midden gebeurd was. De mensen daar omheen waren ook geschokt en wij vandaag ook: zozeer waakt de Geest van God over het zuiver houden van de demonstratie. Nooit iets voordoen wat er niet is, het is heel eenvoudig. Daarom zongen we dat lied over "uw knecht, eenvoudig en echt". Ga niet lichtvaardig om met het werk van de Heilige Geest. Jezus had al gezegd: "Ieder die zondigt tegen de Vader of tegen mij, die zonde zal vergeven worden; maar zonde tegen de Heilige Geest zal u niet vergeven worden". Tot twee keer toe staat het hier: "hoe hebt ge de Heilige Geest kunnen bedriegen". En tegen Safira: "Hoe heb je de Heilige Geest kunnen verzoeken?". Er werd gespeeld met de Heilige Geest. Ze hebben waarschijnlijk gedacht "dat kunnen we best maken, niemand die het door heeft". De winst voor de mensen, eer en aanzien, strijken we op en toch lopen we zelf helemaal geen risico.
In het geheim Zo zien we als in een fotonegatief hier wat het echte werk van de Heilige Geest is. Als je het omkeert zie je dit: een echt werk van de Geest in ons leven doen wij niet voor de eer van mensen. Dan is het een echt werk van God. We doen het allereerst in het geheim, zodat niemand het ooit weet. Lat niemand uw geheimen weten, laat de kurk op uw odeurflesje van uw goede werken gedrukt zitten. Laat de geur niet ongemerkt uitwaaien en doe de werken van de Geest ongemerkt wél: geef je geld, geef je hart aan de Heer, Hij ziet het en hij verheugt Zich erover. Hij gaat er door werken. Tenslotte: loop daarbij risico. Dat is een derde echt kenmerk van de Heilige Geest. Dr. Schaefer heeft mij eens gezegd en dat ben ik nooit vergeten: iedere christen heeft een klein of groot punt in zijn leven waarin hij totaal afhankelijk is van God alléén. Iets waarvan je weet: als Hij er niet was zou ik dát punt in elkaar storten. Ieder krijgt zo'n punt in zijn leven waarin hij totaal afhankelijk is van God alléén. Maar dat is ook het punt in zijn of haar leven waarin Hij kan laten zien dat Hij er echt is.
Daar raken we de zenuw van iedere demonstratie in het boek Handelingen: bij iedere demonstratie even onmiskenbaar dat God er echt is, de Levende. Dat Hij even reëel daar is en hier is als deze preekstoel. Dat laat God zien, in grote tekenen en in heel gewone transformatie van het leven: de vruchten van de Geest. Juist in onze tijd is dat schreeuwend nodig. Als mensenniet eerst beseffen dat God er echt is gaan ze niet vragen en stuiten onze woorden echt af. Dat God er echt is, dat Hij werkt, dat Hij geneest - als dat reëel en echt wordt ervaren, gaan mensen vragen: wat is hier aan de hand ? Het wordt getoond en daar worden onze woorden 'woorden des levens'. Dat gaat door - waarmee ik overschakel naar het tweede deel van het verhaal. Vele tekenen Zodra de bedreiging van de demonstratie de kop is ingedrukt gebeurt het dat God met des te meer kracht doorbreekt. Zo lezen we in vers 12: "door de handen van de apostelen geschieden vele tekenen en de gemeente kwam eendrachtig bijeen". Weer hetzelfde: buitengewone tekenen en de gemeente kwam bijeen éen van zien en hart. Dat vinden we niet zo sensationeel, maar dat is het wel, als mensen veranderd worden.
Dat straalt uit op een manier zoals we haast niet kunnen geloven. Waar de demonstratie gebeurt door middel van tekenen door een veranderde gemeente, daar stromen de mensen van alle kanten bij elkaar: de ellendigen, de zieken, de onreine geesten en gekwelden. Soms was het genoeg dat ze alleen in het voorbij lopen van Petrus zijn schaduw aanraakten - moet je nagaan. Dat was voldoende voor hen om genezen te worden, zó intens werkt de Heilige Geest., niet tegen te houden. Ook niet als ze in de gevangenis terecht komen. Ik ga daar volgende zondag mee verder. Zelfs de gevangenis wordt opgebroken door een engel van God als ze gearresteerd worden. De engel zegt dan: ga naar de tempel, ga in de tempel staan en spreek woorden van leven. Niets is zo levengevend als te vertellen tegen de mensen dat God er écht is, dat Hij zijn tekenen en krachten hier al laat zien. Daar gaat het om: woorden van leven envan het koninkrijk. Dat inspireert de apostelen en het brengt ze woorden van vergeving. Na: "Jullie hebben nagelaten die Heer te volgen, jullie hebben Hem zelf aan het kruis geslagen", volgt genezing. Een nieuwe gemeenschap groeit van mensen die bevrijd zijn omdat de Here in hun leven gekomen is.
Dit is waar het in Handelingen om gaat: het gaat steeds om, tot vandaag toe voor u en voor mij, dat we ons leven openstellen voor die werking van de Heilige Geest. Het gaat erom wat we voorkomen dat we ooit zullen doen 'alsof', zoals Ananias en Safira. Ik denk dan: "Heeft het gewerkt door de eeuwen heen ?" Hoe vaak heeft schijnheiligheid toch niet het getuigenis van de kerk verziekt en bedorven ? Daarom ook zongen we het kinderlied: "wees echt, wees echt". Bid om nieuwe tekenen en wonderen, die zijn nodig in deze goddeloze tijd. Ik moet zeggen: ik zie ze ook kómen. Ik wil met een mooi verhaal eindigen uit deze week. Ik was op bezoek bij iemand uit deze gemeente en die had een heel apart verhaal. "Moet je nagaan", zei hij, "ik was bij mijn dochter die arts is en in Amsterdam woont, in een bovenhuis, en ik kreeg daar een soort van hartaanval. Dus ik lag daar en mijn dochter zei: "door die trappen heen dat kan niet, maar je moet direct naar het ziekenhuis." Dus er kwam zo'n grote hijskraan, alsof het een verhuizing was, door het raam met een bed, er was politie beneden om me naar beneden te laten zakken in de ziekenauto.
Toen snel naar het ziekenhuis, maar geen enkel ziekenhuis is open en ik moet naar Haarlem. Er was file, het duurde lang en mijn dochter dacht 'als 'ie het maar haalt'. Eindelijk kom je in Haarlem - het was een dag vóor kerst. Ik kom op de IC in Haarlem in een kamer met aan twee kanten gordijnen en waar een man naast me ligt. Hij ligt ook aan die instrumenten. De man naast me zegt dan: "Verschrikkelijk zeg, nou mis ik kerst en de kerstmaaltijd, we hadden zo'n mooi diner besteld". Hij zegt: "Ik werd toch zó kwaad". Ik zei tegen die man: "We liggen hier bijna dood te gaan, jij ook, en waar jij het over hebt heeft niets met kerstmis te maken. Waar het met Kerstmis om gaat is dat God Zijn Zoon gezonden heeft". Hij zegt: "Ik had die mand niet eens gezien, hij lag naast me maar het gordijn was dicht en ik heb tegen hem zitten preken. Ik heb gezegd: "Jezus is gekomen" - en toen dacht ik aan die spot op televisie, over 'je bent een rund als je met vuurwerk stunt' - en toen heb ik gezegd "hij is een rund diegene die de uitgestoken hand van God niet aanneemt". Zo heb ik dus die avond met die man zitten praten. Toen later kreeg die mand bericht: hij mocht naar huis, met kerst.
Dus toen ging het gordijn open en praatte hij weer met die man. Die man zei: "Ik ben zo totaal onder de indruk van die woorden. Ik heb nog nooit de bijbel gelezen, het eerste wat ik nu doe is ik koop een bijbel ik ga de bijbel lezen. 's Middags mocht deze man ook naar huis. Hij zei toen tegen mij: "wat moet ik nou met zo'n verhaal?" Toen zei ik tegen hem:"Nou, dat is het nou, dat is nou hoe de Heilige Geest mensen leidt. Omdat er in Amsterdam geen ziekenhuis beschikbaar is en jij naar Haarlem moet en naast die man terecht komt". Dit laat voor mij iets zien van de wondere manier waarop God aan het werk is. Samenvatting De Heilige Geest werkt in tekenen en wonderen en Hij werkt in een gemeente die eendrachtig is, éen van geest en ziel, bevrijd en los van de macht van het geld, bewogen om ieder die behoeftig is te zegenen met wat de Here ons heeft toevertrouwd. Van daaruit doen we een appèl op mensen om te geloven en het hart voor Hem te openen. Dan voegt de Heer nieuwe mensen toe. Kortom, Handelingen der apostelen is eigenlik wat Jezus doet en leert na de pinksterdag door de Geest. Dat is niet afgesloten, het zijn de handelingen van Jezus door de Geest, dat stopt niet.
Het gaat door tot Hij er is en tot zijn koninkrijk intrede doet. En wij gaan ons er steeds meer voor openstellen - dat vind ik de beste conclusie die ik kan maken. Amen ©2002 Nederlands Gereformeerde Kerk - Utrecht. Verkondiging van zondagmorgen 8 juli 2001 door W.G. Rietkerk, Nederlands Gereformeerd predikant te Utrecht. Schriftlezing: Efeze 5:1-21 en Handelingen 5:14-42 Tekst voor de verkondiging: Handelingen 5:34 Liederen: Gezang 460:1-3-5 Opwekking 176 Opwekking 452 Kinderlied 41 Psalm 40:3 en 4 Opwekking 550 Opwekking 540 Gezang 399:3 en 6 Gemeente van Christus, Dit is alweer de zesde lezing uit het boek Handelingen. Maar waar lezen we dit eigenlijk voor, wat doet dit boek ons ? Is het alleen maar om verhalen uit de oude doos, om verhalen van heel lang geleden, wel 2000 jaar. Waarom lezen wij nu Handelingen ? Dat wil ik u, van aanvang aan, weer duidelijk maken. Handelingen beschrijft het ongelofelijke verhaal van hoe het evangelie een hele cultúur overwint. Het begint bij Jeruzalem en eindigt in Rome, daarover gaat dit boek; hoe het evangelie de hele toenmalige wereld bereikt, tot in de Rome, de hoofdstad van dat wereldrijk. Het is dus eigenlijk een overwinningstocht.
Dat lees ik niet alleen maar historisch, zo: 'dat was toen en daar het geval'. Nee, ik denk dat geen boek zo actueel is, voor deze tijd, als dit boek Handelingen. Want wij staan, net als de vroege christenen, in het midden van een samenleving en een westerse maatschappij waar de deuren voor het evangelie net zo gesloten zijn als in de Grieks-Romeinse wereld in de tijd van Paulus. Zo lees ik Handelingen als een boek dat mij duidelijk maakt: Kijk, op deze wijze kan God zelfs de muren en gesloten deuren van een hele cultuur doorbreken. Het beschrijft hoe het evangelie doorbreekt in een cultuur - hoe kan dat ? Dat leren we in het begin van Handelingen: doordat de apostelen bijeen kwamen, doordat ze wachtten op de Heilige Geest. Toen de Heilige Geest werd uitgestort deden zij eigenlijk nog opvallend weinig. Het ging als een vuur voor hen uit: overal gingen dingen gebeuren vanaf de pinksterdag. Er waren tekens en sonderen, een veranderde gemeenschap, andere mensen. We zagen de vorige keer dat de demonstratie (het werk van de Heilige Geest) en proclamatie twee kanten heeft: aan de ene kant bovennatuurlijke tekenen en wonderen, maar daarnaast ook een hele natuurlijke verandering van mensen.
Mensen die niet meer vast zaten aan het geld en die éen van zin waren. Er was niemand behoeftig onder hen, dat was een getuigenis. De discipelen steeds aan bij dat wat de Heilige Geest doet en verkondigen dat als het evangelie. Dat is een patroon dat we zien in Handelingen. Door heel Handelingen lezen we dat eerst alle mensen worden aangeraak en dán is er openheid voor het woord. Eerst is daar die werking van de Geest die harten open maakt, die mensen de ogen opent voor het besef: 'hier is iets aan de hand'. Dan krijgen de discipelen de gelegenheid om het evangelie uit te dragen. Maar dan komt er ook verzet. We zagen dat ook de vorige keer: er komt verzet van buitenaf en er komt verzet van binnenuit. Van buitenaf komt geweld, van binnenuit komt uitholling van het getuigenis en de 'demonstratie', zoals in het verhaal van Ananias en Safira. In plaats van echte heiligheid ging het daar om schijnheiligheid. De schaduw van Petrus geneest Dit keer zien we schijnbare openheid - die eigenlijk vroom verzet is tegen het werk van de Heilige Geest. We concentreren ons vanmorgen op deze man Gamaliël en zijn raad. Niet voor niets wordt daarover in Handelingen breed uitgemeten.
Er wordt uitgebreid over verteld omdat dit zo typisch is voor de manier waarop de traditionele gemeente reageert op het vernieuwende werk van de Heilige Geest. De Geest knoopt aan bij het oude gebod van het verbond, het is eigenlijk een opwekking binnen Israel. Dat is ook de christenheid: een opwekking, een vernieuwend werk van de Heilige Geest. Mensen moeten dan reageren, ze moeten een standpunt innemen. Hier, in de persoon van Gamaliël zien we een opvallende manier van reageren. Als ik helemaal eerlijk ben herken ik mijzelf wel in hem. Ergens kan ik met die man helemaal meevoelen. Maar misschien ook dat het daarom is dat ik bij lezing en herlezing van dit gedeelte ook zo diep getroffen dat zo'n 'grote' in Israel er radicaal naast zat. Maar dat zien we als we het verhaal zo op de voet volgen en dat willen we weer met elkaar doen. Om het nog weer even voor de geest te roepen: het begint eerst met tekenen en wonderen, zó bijzonder dat mensen zieken halen, op matrassen leggen zó dat alleen maar de schaduw van Petrus over hen valt en ze genezing krijgen. "Nou ja, dat is magisch bijgeloof !" - maar zulke gekke dingen gebeuren er soms waar de Heilige Geest werkt.
Hij gebruikt het, Hij ziet het geloof waarmee die mensen zich uitstrekken naar Petrus en ten diepste toch naar God, en Hij honoreert het. Mensen worden rondom de discipelen gebracht en er vinden tekenen en wonderen plaats. Dat irriteert de leiding van Israel. Het werkt op hun zenuwen, ze zien dat er een beweging aan de gang is die zich aan hun greep onttrekt. Mensen worden weggetrokken van -laten we zeggen- het orthodox-joodse geloof, naar iets nieuws. Die Jezus, nou, daar hadden ze al een keus over gemaakt op Goede Vrijdag en met Pasen. Ze grijpen de discipelen woedend vast en zetten hen gevangen. Dan gebeurt er opnieuw iets heel bijzonders. De Heilige Geest is heel veelkleurig: midden in de nacht komt daar een engel, hij opent de deur en brengt de discipelen uit de gevangenis. De bewakers merken niéts. Als op de volgende dag de Hoge Raad bijeenkomt en de discipelen daar moeten worden voorgeleid, dan komen de bewakers die ze gaan halen terug met het bericht: "ja, wij kwamen daar en ze waren weg !". Degenen die de gevangenen moesten bewaken stonden voor de deur en zeiden: "we hebben niets gezien". Intussen staan de discipelen te preken op het tempelplein.
Ze worden daar opgehaald, zonder geweld "om het volk niet tegen zich te krijgen" (vers 26) - en de discipelen laten zich rustig meevoeren. Dan vertellen ze aan de leiders van het volk, de Hoge Raad, wat er hier nu eigenlijk aan de orde is. Ze zeggen hen, ook letterlijk met dat woord 'gehoorzaamheid': "Jullie staan hier voor een keus - eerst hebben jullie Jezus afgewezen en eigenlijk hebben jullie daarmee de uitgestoken hand van God weggeslagen. Nu krijgen jullie een nieuwe kans. Want zien jullie nu niet dat Híj het is die aan het werk is ? " De Geest verwijst naar Jezus Het is opvallend dat ze zo naar Jezus wijzen. Ze spreken nauwelijks over de Heilige Geest, maar ze spreken wel over Jezus. Ze zeggen: "Zie je niet dat Jezus aan het werk is ?" Hijs is het die dit doet, Hij is het die de tekenen werkt van genezing en bevrijding. De Heilige Geest wijst altijd van zich af naar Jezus toe. Zo verkondigen de discipelen aan de Hoge Raad: "Jezus wil dat jullie je ook aan Hem gewonnen geven, als jullie Messias, als de leider. Neem Hem aan en Hij geeft jullie vergeving en bekering". Alles draait dus om Jezus: Israel moet kiezen en daarna moeten de volkeren voor Jezus kiezen.
Want alleen van Hem komt redding. Als je dat van afstand beziet is dat ook een ongelofelijke boodschap. De dwaasheid van het evangelie: dat heel de redding en genezing van deze wereld van die ene man afhankelijk is - dat is toch onzin ? En dan nog wel een gekruisigde ? De mensen uit die tijd verwachtten het veel meer, in met name de brieven van Paulus; of van een politiek program, of van de wetenschap. Eigenlijk is er niet zoveel veranderd. De filosofie, dat zijn de dingen waarvan ze het verwachten. Maar Paulus zegt: "Het geeft God behaagd door de dwaasheid van Jezus Christus, en die gekruisigd" - door de dwaasheid van de prediking van het evangelie. Wij preken een gekruisigde Christus, die is voor Joden een aanstoot, voor Grieken een dwaasheid, maar voor ons de wijsheid en de kracht van God. Zo hebben de discipelen daar gestaan en het evangelie verkondigd. En toen, toen stond daar de Hoge Raad, de leiding, voor een keuze: wat moesten ze ? De raad van Gamaliël In eerste instantie lezen we dat daar grote consternatie is. "Zij ontstaken in woede", staat er. Voor het eerst wordt er openlijk gedreigd met de dood. En dán komt Gamaliël, de befaamde raad van Gamaliël.
Het wordt diplomatiek - diplomatie werkt altijd in de achterkamertjes: 'zet die mensen er even buiten'. Dan begint hij heel academisch met een historische terugblik, zoals 'je moet de dingen altijd in een breder perspectief zien'. Je moet historisch denken, je moet niet zomaar een ad hoc beslissing nemen, want - en dan geeft hij een stukje eigentijdse geschiedenis en welke lessen je daaruit kunt trekken. Hij zegt: "Er was al eerder zo'n opwekkingsbeweging. Judas, die had wel 400 aanhangers, maar het hing allemaal aan die ene persoon. Toen de man dood was verliep de beweging. Toen kwam er nóg éen, Judas de Galileër, met hem precies hetzelfde. Wat zie je dus: het loopt altijd weer dood. Waar het mensenwerk is loopt het altijd weer dood". En dan komt het typische advies van Gamaliël: Ïs iets uit de mensen dan gaat het vanzelf wel dood - is iets echt uit God, pas dan op. Pas dan op, want je wint het nooit. Je mocht eens tegen God vechten. Dus, daarom: niets doen, laat het erbij". Dat advies viel in de smaak. De apostelen werden opnieuw naar voren geroepen en, alsof het niks was even gegeseld, 40 slagen min éen, een opnieuw een spreekverbod gegeven.
Zo werden ze vrijgelaten en hier eindigt hoofdstuk 5: ze gingen vrolijk door met het verkondigen van het evangelie. Wat moeten we met deze raad van Gamaliël en wat moeten we er voor óns mee ? Het eerste wat eigenlijk opvalt als je dit leest, na het appèl van de discipelen "jullie moeten kiezen" - is dat er gehoorzaamheid wordt gevraagd (zie ook psalm 40). Het eerste wat opvalt is dat die gehoorzaamheid ontweken wordt. Niemand kan natuurlijk ontkennen dat Gamaliël een wijs man was. Hij was een kenner van de schrift, hij was geëerd bij het hele volk, hij kende zijn tijd - hij was éen van de rabbijnen, dat is een hele hoge positie in Israel. Paulus was zijn leerling, wie weet heeft Paulus daar ook gezeten bij die vergadering. Zijn advies is afgewogen, het is voorzichtig en diplomatiek, iedereen kan er wat mee, er worden geen brokken gemaakt, en ook: het klinkt vroom. "Laat het maar aan God over" - wat kun je béter zeggen tegen vrome mensen ? Intussen gebeurt hier wèl ietts, maar erwordt geen keuze gemaakt, die wordt ontweken. Ik moest denken aan het allereerste begin van de geschiedenis van Israel, aan koning Saul.
Koning Saul werd het koningschap ontnomen omdat hij wel offerde, maar niet gehoorzaam was. In het begin van het boek Samuel zegt Samuel tegen hem: "Gehoorzaamheid is beter dan offerande". Ik ben erdoor getroffen dat je dat ook aan het eind van de bijbel weer terugvindt, als Jezus de zeven brieven schrijft aan de zeven gemeenten. Hij schrijft er ook éen aan Laodicea en Hij zegt daarin: "wás je maar koud of heet". Kijk, Paulus was koud óf heet, mensen als Paulus zijn te bekeren. Mensen als Gamaliël zijn niet te bekeren. Paulus was koud of heet: eerst was hij volop tegen, maar God kon hem gebruiken. Ná Damascus was vurig vóor. Gamaliël is een man die noch koud, noch heet is, waarvan Jezus zegt: "Ik zal je uit mijn mond spuwen". In zijn wijsheid weigert hij gehoorzaamheid. Want laten we wel wezen: hier was niet zomaar even een revolutionairee beweging aan de gang. Als je toch de vorige hoofdstukken leest zie je hoe daar de schriften opengaan. Petrus heeft verteld "dat staat al in Joël", in Handelingen 2; hij heeft er ook de psalmen bijgehaald en in Handelingen 3 heeft hij de heilsbeloften aan Abraham erbij gehaald: door Abraham zal het nazaat tot zegen zijn voor heel de wereld.
Hij heeft laten zien hoe dit zo moest gebeuren; dat de Messias moest gekruisigd worden en opstaan. Het is een brede verkondiging geweest van de schrift, bevestigd door tekenen en wonderen. Drie zwakke punten En Gamaliël, wat doet hij - hij ontwijkt. Let op hoe, er zijn drie punten. In de eerste plaats als Gamaliël het appèlwoord hoort van de apostelen, doet hij een stap terug en hij bestudeert het als een verschijnsel. Hij ontwijkt het appèl. Hij maakt het tot iets wat hij onder de loep legt en daarmee objectiveert hij het. Hij filosofeert erover in plaats van het hem te laten raken en te kiezen. Dat is de eerste zwakte van Gamaliël. In de tweede plaats: hij zet wèl mooi de theologie naar zijn hand. Het lijkt heel vroom wat hij zegt. Hij doet een beroep op de voorzienigheid van God. Hij zegt in feite: God's hand leidt de geschiedenis. Dat is natuurlijk waar, maar er is in de bijbel ook vrijwel altijd die andere lijn van de menselijke verantwoordelijkheid. Er zijn heel wat bewegingen geweest die waarlijk uit God waren en die mensen hebben gesmoord. Ik denk aan de Hugenoten in Frankrijk, zij zijn vervolgd en uitgeroeid en uit heel Frankrijk verdreven.
Er is een lijn van menselijke verantwoordelijkheid - er is niet alleen de lijn van Gods voorzienigheid en soevereiniteit, maar er is ook de lijn van menselijke verantwoordelijkheid. Die twee mag je nooit tegen elkaar uitspelen. Ook al leidt God de geschiedenis, we blijven wel zelf voor honderd procent verantwoordelijk en aanspreekbaar. Wij moeten wel kiezen. De derde zwakte van Gamaliël is zijn gehechtheid aan de gegroeide posities. Als Christus aan het werk is gaan er altijd dingen veranderen. Dat zie je ook hier, na Handelingen en na Pinksteren, als de Heilige Geest werkt gaan er altijd dingen veranderen. Moeizaam opgebouwde posities moeten worden losgelaten. Je zou kunnen zeggen met de woorden van Maria: "machtigen worden van hun troon gestoten, armen worden opgericht". Ik vind het altijd opvallen: als zij werkelijk gehoorzaamd hadden, wie waren dan de leiders van Israel geworden ? Een handjevol vissers. En wie waren leerlingen geworden ? Die professoren en leiders van de Hoge Raad. Zo gaat dat. Ik denk dat daar ook die oorzaak is van de woede bij de leiders van de Hoge Raad. Dat is het laatste wat ze willen.
Gamaliël bevestigt dat, hij bevestigt ze en blijft zo dus een man van de gevestigde orde. Hij geeft geen ruimte voor de dynamiek van de Heilige Geest. Je zou kunnen zeggen, concluderend: uiteindelijk is die raad van Gamaliël vroom verzet. Het is vroom verzet in plaats van gelovige overgave, zelfbehoud in plaats van gehoorzaamheid. Het is de veilige weg in plaats van de radicale keus. Het is de weg van de wereldse wijsheid versus die van het volgen van de weg van de gekruisigde. Alleen wie zijn leven zal willen verliezen, heeft Jezus gezegd, zal het ook behouden. Samenvatting Ik zei al: waar raakt dit nu ons en wat doen we ermee ? Dat is het slot. Als ik zo Handelingen lees heb ik een aantal conclusies. Handelingen is geen interessant historisch naslagwerk voor mensen die van geschiedenis houden. Nee, dit boek Handelingen is wel het woord van God. We leren hier hoe de Heilige Geest werkt. at Hij werkt met bemoediging. Ik lees dit boek en ik denk: "als de Geest van God in die tijd een cultuur kon overwinnen, daarin kon binnendringen en kon omturnen, zou het vandaag dan níet kunnen met het westerse humanisme ?
Punt twee: daarvoor zijn wel bijzondere werkingen van de Heilige Geest nodig. Dat zijn die tekenen en wonderen. Wij oeten, willen we werkelijk met het evangelie doordringen tot het hart van deze cultuur, God weer bidden dat Hij die tekenen geeft. Ik zie ze ook gebeuren, ik zie ook een beweging van de Geest van God. Het treft me altijd als ik mensen spreek die van buitenaf tot geloof gekomen zijn, dat ze een verhaal te vertellen hebben. Moet u maar eens vragen aan iemand die tot geloof komt: "Wat heeft je nou eigenlik tot geloven gebracht ? " Dan komen ze altijd met een verhaal, een voorval, een bijzondere leiding, een genezing, een herkenning, ergens is de vlam bij hen overgesprongen. Ze zijn aangeraakt doordat God er werkelijk is en zich met hen bezighoudt. Waar dat gebeurt, die manifestatie, daar komt ook openheid. Dat staat ook zo in het evangelie van Marcus: "verkondig het evangelie aan de hele schepping en deze tekenen en wonderen zullen de verkondiging van evangelie begeleiden". Dat hebben we nodig - en daar ligt ook het gevecht, het vrome verzet, maar ook de oproep tot radicale gehoorzaamheid.
Als de Heilige Geest werkt, en dat is mijn derde punt en de concreetste toepassing: dat de Heilige Geest werkt en u of jij komt daarmee in aanraking (en velen van ons zijn dat vaak geweest, bijvoorbeeld in een gebedsverhoring, of je hebt onvrede met je baan en je weet dat het niet egoïsme is maar dat het van God komt, of het is een droom of een woord van kennis, of een genezing vlak bij je -) kortom, als de Here je aanraakt door een woord, een droom, een gebeurtenis of wat anders ook., het gebeurt meer dan we beseffen. Laat me éen ding zeggen: val dan niet in dat vrome verzet van Gamaliël die afstand neemt en objectiveert, de theologie naar zijn had zet en heel vroom lijkt, die zijn eigen positie liever heeft dan de dynamiek van de Heilige Geest. Vlucht niet in het vrome verzet en de wereldse vrijheid van Gamaliël, maar durf het aan om een beetje dwaas te worden voor Christus. We hebben in onze tijd mensen nodig die een beetje dwaas durven zijn om Christus' wil. Doe de goede keuze, de radicale keuze in gehoorzaamheid, dát vraagt de Heer. Dat wil Hij zien in het oude verbondsvolk en in het nieuwe, wat wij zien.
Het gaat niet om wettische gehoorzaamheid, maar wel om radicale navolging. Gewoon je leven leggen in de hand van de levende Heer en het Hem zeggen: "Heer, k wil U volgen waarheen U mij leidt". Dat is een heel woord: zeggen en dan ook doen. "Neem mijn leven, laat het toegewijd zijn tot uw eer, vul me met de vruchten allereerst van uw Geest". Zo willen we bidden en voortgaan. Amen ©2002 Nederlands Gereformeerde Kerk - Utrecht. Verkondiging van zondagmorgen 29 juli 2001 door W.G. Rietkerk, Nederlands Gereformeerd predikant te Utrecht. Welkomsttekst: "Als je boos wordt, zondig dan niet: de zon mag niet over een opwelling van uw toorn ondergaan" (Efeziërs 4:26). Schriftlezing: Markus 3:1-6; Johannes 11:33-44 Liederen: gezang 91:1 psalm 4:2 kinderlied 3 gezang 78:1 en 2 gezang 423 gezang 254:2,3,4 gezang 456:3 Inleiding Het boekenweekgeschenk was dit jaar geen éendagsvlieg. Het raakt een diep probleem in onze (wereld)samenleving: verholen woede, die zo maar kan uitbreken in zinlos geweld. Salman Rushdie, die het schreef met de titel van het hierboven geschreven opschrift, heeft geen oplossing. Wij ook niet zolang wij denken, dat boosheid niet mag.
Dat lezen wij in de bijbel (zie de schriftlezingen vandaag) wel anders. Op sommige momenten is het het enig passend antwoord op een abnormale wereld. En toch: hoe gaan wij ermee om ? Daar richten wij ons op als wij ons ook vanmorgen weer openstellen voor Hem die gekomen is om ons van onze onredelijke egoïstische toornuitbarstingen te redden. In Jezus Christus ligt de kracht en de bron van genezing. Dat zien wij vanmorgen in de drie verhalen waar wij Hem woedend aantreffen. Zelf willen wij niets liever dan dat wij door Zijn heilige toorn worden aangeraakt. Zij is bij Hem een diepe drijfveer tot genezende daden. Verkondiging: gemeente van Christus, Zoals u weet was het boekenweekgeschenk dit jaar van Salman Rushdie, "Woede". Verrassend eigenlijk, die titel en dat thema. Want onze maatschappij is een welvaartsmaatschappij waar iedereen het goed heeft, meer zoals een "Brave New World" van Aldus Huxley.
Dan ineens komen er uitbarstingen van "zinloos geweld" en opwellingen van woede: zomaar op koninginnedag rond het centraal station in Amsterdam; deze week in Gotheborg rond een Eurotop; in een winkelstraat in Leeuwarden, op een perron in Rotterdam; zes taxichauffeurs in de Lange Nieuwstraat in Utrecht. Er verscheen een rapport waarin stond dat in het aantal gewelddelicten een toename van 25% telde onder jongeren tot twintig jaar. Daar gaat dit boek van Salman Rushdie over. Er is een professor die zich een fortuin schept met poppen maken. Later worden het virtuele poppen in een alternatieve wereld, want deze wereld deugt niet. Deze man wordt namelijk zelf gekweld door onbegrijpelijke opwellingen van woede. Zo maar staat de woede in hem op. Het brengt hem in een crisis. Hij treft zichzelf aan in een nachtelijk uur met een slagersmes in de hand, dreigend geheven boven het slapende lichaam van zijn lieve vrouw en zijn zoontje. Dan weet hij niet meer wat hij doen moet, wordt bang van zichzelf en vlucht naar New York waar hij een eenzaam bestaan leidt. Totdat nieuwe vrouwen zijn leven een wending komen geven. Woede, noemt Salman Rushdie zijn boek.
Verborgen als vurige lava onder de oppervlakte schuilt er woede in ons hart. Zijn vriend Jack is er ook zo éen. Van buiten een showboy, een charmante veroveraar van vrouwen, van binnen en daaronder woede. Deze woede bij zijn vriend Jack begrijpt, want hij is een zwarte. Heel zijn leven is een groot gevecht om erkenning:"Mag ik er zijn?", "Vinden jullie mij goed, mooi, sterk ? ". Daaronder zit eigenlijk woede, omdat simpel huidskleur en ras hem in de ogen van zijn blanke omgeving onacceptabel maken. De hoofdpersoon herkent zichzelf in Jack, want bij hem heeft het ook persoonlijke achtergronden. Bij hem is het zijn tweede vader die hem als klein jongetje afwees en misbruikte. Langzaamaan ontraadselt zich zo zijn woede, maar echt verdwijnen doet zij niet. Want zelfs bij herkenning is daar altijd in het eigen persoonlijk leven nog de bitterheid, die blijft, over dat de wereld zó in elkaar zit. Wat is dat voor een wereld waarin vaders het kind verkrachten en gevoelige menen om huidskleur worden afgewezen ? "Ik geef mijn toegangsbewijs terug" , zegt Dostovjevski bij monde van Iwan Karamazov. Woede is het enige passende antwoord.
Dat is het wat vandaag speelt onder en achter en in alle schone welvaartsverschijningen. Let op - hoe ineens de brandbommen zullen ontploffen en de straatklinkers door de ramen gaan ! Wat stellen wij daar tegenover ? Ontkenning van de woede, of afwijzing ? Neen. Het is éen van de meest opvallende dingen in de bijbel dat woede daar niet wordt ontkend of afgewezen. Laten we even kijken naar de tekst uit Efeze - "Laat de zon niet over de opwelling van uw toorn ondergaan". Dat wil zeggen dat als je kwaad wordt dit niet fout is op zich, maar eigenlijk zelfs goed. Maar laat het niet lang duren. Of, als je kwaad wordt, zondig dan niet, maar ga er goed mee om, geef er een passende uitdrukking aan. (Zie Spreuken 1-6) . Geef de toorn een plaats ! Ga na waar ze vandaan komt en denk niet dat het niet mág, dat kwaad worden. Allemaal dingen die wij bij de wetslezing lazen. Maar nu het allerbelangrijkste. Als er iets is wat mij na lezing van Salman Rushdie getroffen heeft is het dat wij hebben een medicijn nodig hebben tegen woede. Dat medicijn is uiteindelijk niet een voorschrift, het is een persoon. Het is de opgestane heer die door Zijn Geest in ons komt wonen na de pinksterdag.
Dat is Paulus' boodschap: "Gij geheel anders, gij hebt Christus leren kennen" . Alleen als Christus in mij woont durf ik mijn gevoelens van woede aan te zien, toe te laten en te hanteren, gaan ze versmelten of worden ze getransformeerd. Dat is het wat ik vanmorgen mag meegeven aan ieder van u: Jezus Christus de Genezer, de Heelmeester, de Redder, die ons zegent, die u in uzelf moet toelaten - als wij na elkaar de drie passages bespreken in de Evangeliën waar wij Jezus zien in zijn toorn - Om aan Zijn toorn en woede onze toorn en woede af te meten. Genezing In dit bijbelgedeelte gaat eigenlijk heel het leven voor ons open, zoals Salman Rushdie dat op zijn manier beschrijft: een gemeenschap van vrome mensen die geen enkel hart heeft voor de pijn en de psychische pijn van een gehandicapt mens. "Hij ging een synagoge binnen en daar was een mens met een verschrompelde hand". Wij leven niet in een gave wereld, dat zegt deze tekst. Er zijn mensen die verminkt zijn; wij doen alsof het normaal is maar als het jezelf betreft, weet je dat het een voortdurende pijn is.
Wat gebeurt als Jezus hier tegenaan loopt: meteen merkt hij hoe alle vrome omstanders, de Farizeeërs, niet bewogen zijn om de pijn. Zij zijn alleen nog maar geïnteresseerd zijn in de vraag hoe hun eigen leven fijn en intact blijft, hoe Jezus met dit geval zal omgaan. Zal hij met een daad van genezing de sabbatswetten overtreden, of niet ? Dat is het waar zij op letten. Wat hen vervult is niet gebrokenheid en genezing, pijn en tranen - Jezus noemt het verlorenheid en redding - en hoe je daarin zegen kunt brengen uit de kracht van God. Nee, er is alleen intresse in het zuiver houden van hun eigen kerkelijke wereldje, of alles naar de regels verloopt, dat is alles. Wie dat verstoort is een gevaar, zo kijken ze. Dan zien wij de Heer Jezus in het hart. Hij is alleen bewogen met de lichamelijke en psychische en geestelijke nood van deze man. Hij zegt: is het geoorloofd op de sabbath goed te doen of kwaad te doen ? Te redden of te doden ? Dat is het waar het om gaat in het leven, er liggen twee wegen open. Pijn, wonden, zonden kunnen je tot de dood meevoeren. Maar je kunt er ook mee tot God gaan en genezing krijgen. Daarvoor komt Jezus en Hij geneest.
Hij zegt: "Strek uw hand uit en hij strekte haar uit en zij werd weer gezond" ! Maar nu het punt: Hij zei dit zeer bedroefd over de verharding van hun hart en nadat hij hen rondom zich met toorn had aangezien. Bijzonder is dat: treurnis en toorn ineen. Nu niet een toorn omdat hij Hém niet goed behandelden, nee, het is woede om de onverschilligheid en de manier waarop zij de ànder behandelen. Het is om hun onbewogenheid, om hun vrome maskers dat zij geen enkel meegevoel hadden met deze gewonde medemens. Wie Jezus in zijn leven toelaat ziet dat zijn toorn en woede gaat veranderen. Weg van onheilige woede naar heilige toorn. Ik zie dit als eerste voorbeeld van heilige toorn, die ons aanzet tot genezende daden. Want deze toorn bij Jezus is heel productief. Ze leidt hem er toe om de man met de verschrompelde had te genezen. Intussen is ze er wel ! Er is plaats voor toorn en "Heer, geef me zo'n soort toorn, niet langer woede om wat mensen mij hebben aangedaan, maar woede om kille onverschilligheid van mensen, het gebrek aan liefde tussen mensen - woede die uitbreekt in bewogen daden van heil en zegen". Het tempelplein Het tweede verhaal van Jezus in toorn zien wij in Johannes 2.
Het is in de week voor het Paasfest en het gaat daar eigenlijk om wat er gebeurt op het tempelplein. Jezus gaat daar naar toe, misschien wel voor het eerst na zijn jeugd op 12-jarige leeftijd ? - en wat treft hij er aan ? Is er een atmosfeer van aanbidding, van rust, stilheid, heiligheid, gastvrijheid ? Niets van dat alles ! Alleen maar herrie, drukte rond winkeltjes, mensen die op je geld uit zijn, totaal vercommercialiceert - de tempel als een grote toeristische trekpleister. Hij vindt het verschrikkelijk. En dan staat er heel mooi niet: hij werd woedend en sloeg om zich heen. Nee, hij gaat zitten knoopt daar uit touw een zweep. Heeft hij die gemaakt, zwiept hij in volkomen innerlijke kracht en rust die hele koehandel af van het tempelplein. De tafels van geldwisselaars gaan om en de duiven van duivenverkopers fladderen in het rond. Over woede gesproken ! En toch heet het hier anders. Als de discipelen terug denken aan dit incident herinneren zij zich de heiligheid en de ernst waarop zelfs de meest gewiekste marktkooplui uit de weg gingen. "De ijver voor uw huis zal mij verteren". De woede heet hier niet woede maar ijver.
Echt brandende ijver die hem de moed, je mag wel zeggen het lef geeft om die hele santekraam van commercie het plein uit te drijven. Ongelooflijk wat die ijver je kan geven: uitstraling, majesteit, kracht ,durf, moed. Nee, zeg niet dat Jezus een lieve man was die altijd smile-de ! Hier fonkelen zijn ogen en striemt zijn zweep. Waarom ? Omdat de hoogheid en heiligheid van God wordt neergehaald, niet door buitenkerkelijken, maar op het tempelplein zelf, met blijkbaar toestemming van de kerkelijk leiders. Er is geen heiligheid, geen kracht, geen stilte, geen aanbidding - het is alles plat en troebel, op winstbejag gericht - niet uit te staan. Woede die doortrokken is van ijver voor de Heer. Dat is Jezus. Dat is ook Jezus in ons. Zet je woede om in ijver voor de Heer en je wordt een machtig instrument voor het Koninkrijk. Dat kan alleen als wij Jezus in ons hart toelaten en naar de kerk en het kerkplein zien door Zijn ogen. Alleen de Heer Jezus in ons transformeert onze woede als ijver tot een instrument ter reiniging. "Heer, kom in mij, reinig eerst mij en dan door mij en ons samen als kerk, tot een huis van aanbidding!
Lazarus Het derde deel over Jezus' woede lezen wij in Johannes 11:33. Het kortste vers van de bijbel (vers 35) en Jezus weende. Het was bij het graf van Lazarus. Hij weent als hij ziet wat de dood uitwerkt, zijn liefste vriend weggemaaid door de dood, maar vooral ook als hij Maria ziet wenen. Toen Jezus haar zag wenen en ook de Joden die meegekomen waren, werd hij "verbolgen in de Geest en diep ontroerd" en hij zei: "Waar hebt gij hem neergelegd?" Daar staan de woorden die ik als derde voorbeeld toon van Jezus' woede. Er staat: "Hij werd verbolgen in de Geest" - en: "Vertoornde zich innerlijk", wat in vertaling is: innerlijke ergernis en ontroering, zelfs letterlijk "snuiven als uiting van toorn", "innerlich ergrimmen". Bijzonder is dat. Dat er sprake is van tranen, ontroering en innerlijke toorn, ineens opwellende woede. En wanneer ? Als Jezus aanloopt tegen de abnormaliteit in deze wereld: ziekte en dood en het verdriet dat dat bewerkt bij mensen die hij liefheeft. Dan balt zich bij Hem samen een soort innerlijke toorn en verbolgenheid. Stop ! Of woede, die dus een plaats heeft. Maar hoe doortrokken van bewogenheid, ontroering en daadkracht. Zijn woede heeft een adres.
De dood en destructie zijn het werk van de Boze, de vijand van god. Zijn woede is niet gericht tot God, maar komt voort uit God en zij leidt Hem tot de tegenaanval: "Waar hebben zij hem gelegd ? En zij zeiden Hem, "Here, kom en zie". En Jezus weende". En dan gaat hij naar de spelonk, wentelt de steen af en roept Lazarus uit de dood! Samenvatting Wat ik leer uit deze drie voorbeelden van woede van Jezus is dat zij een kosmisch karakter heeft, net als bij Salman Rushdie. Maar ook dat het toch lijnrecht tegenover Rushdie's woede staat. Het is geen woede tegen God, maar tegen de vijand van God. Of met andere woorden, het heeft een ander adres. Ten derde, waar de woede uit deze wereld (1 Cor. 7) leidt tot destructie - het geheven slagersmes - daar leidt de woede van Jezus tot redding, genezing en opwekking uit de dood. Zo komen wij tot een samenvatting en een oproep . Wat wij zien in de evangeliën is Jezus' grote bewogenheid met het gekortwiekte, geschonden leven. Een zo diepe bewogenheid (zie Marcus 3) dat hij met toorn vervuld is tegenover alle kilheid of onverschilligheid. Juist van de vrome wetsonderhouding. En ook dat die toorn is uit God; er is heilige toorn en woede uit God.
Ten tweede (Joh.2): de woede wordt "ijver" genoemd. Woede, omdat de Here hier omlaag gehaald wordt. In plaats van commercie en winst wil hij aanbidding en kracht; dat is Jezus. Ten derde: die toorn gaat diep. Ze richt zich tegen de Boze, heeft kosmische omvang, is een treurnis uit God die omslaat in verbolgenheid. Maar deze is niet contraproductief, wél een aanzet tot heling en heelwording. Dat alles krijgen wij uit Jezus. Nu mijn appèl: Ga je voor de inwoning van Jezus in je leven en reik je Hem aan als het Medicijn. Laat je woede, ontvang genade, leer vergeven en vooral: mag je woede in Hem omslaan tot heilige woede, heilige woede voor de zaak van God in deze wereld. Amen ©2001 Nederlands Gereformeerde Kerk - Utrecht.