Gemeente van Christus, Ik heb vanmorgen deze tekst gekozen omdat in deze dienst de bevestiging plaatsvond van een ouderling en een pastoraal medewerkster. Het is eigenlijk de mooiste omschrijving van alle werk, het doel van alle arbeid in de gemeente. Toerusting, dat is het kernwoord. In het midden van deze tekst staat: Ten einde u een weltoegerust volk te bereiden. Toerusting, dat woord gebruiken wij, en werd in die tijd ook gebruikt, voor een leger bijvoorbeeld dat werd voorbereid voor een expeditie. Let u maar eens op hoe piekfijn de soldaten erbij lopen die naar Bosnië vertrekken. Van te voren worden ze geïnspecteerd, hun kleding, schoenen, rugzak, geweer en ander materieel, alles wordt in orde gemaakt om goed toegerust hun taak te kunnen volvoeren. Niet alleen voor zo'n expeditie wordt dat woord gebruikt, ook voor iets feestelijks, het meubileren van een huis dat bewoond gaat worden en waar bruid en bruidegom na hun huwelijk in gaan trekken en waar ze met hun vrienden tot in de laatste uurtjes hard aan hebben gewerkt, zodat -en dan komt dat woord- alles wel toebereid is als de huwelijksdag daar is. Toegerust, toebereid, klaar voor wat komen gaat.
Dat moest de taak zijn van Johannes de Doper. Zo bereidde hij de komst van Jezus voor, en dat is natuurlijk de tweede reden waarom ik op deze zondag, de vierde zondag van advent, deze tekst koos. Johannes bereidde Israël voor op weg naar de eerste komst van Jezus, wij zijn op weg naar de tweede komst, de wederkomst. Maar wij komen daar niet of we zullen door Johannes de Doper heen moeten, die wondere gestalte die daar bij alle evangeliën eerst verschijnt. Het volk Israël moet daar eerst doorheen, willen ze in een goede staat zijn om Jezus te kunnen ontvangen. En zo hebben wij Johannes de Doper nodig bij onze voorbereiding op Jezus' wederkomst. Dat is een vreugdevol werk, daarom lazen wij uit het troostboek van Jesaja dan ook hoofdstuk 52, waarin staat dat het iets heel feestelijks heeft om je voor te bereiden op de komst van de koning, zoals een bruid die zich voorbereid op de bruiloft. Jesaja zegt: "Trek uw pronkgewaad aan." En tegelijk kost het ook zweetdruppels, want alle rommel moet worden opgeruimd. En wat er niet in ons levenshuis thuishoort moet worden verbrand.
Johannes de Doper is als het ware ons model, zoals hij het deed bij de eerste komst, zo doen wij het bij de wederkomst. We zien vanmorgen het werk van Johannes de Doper in drie concentrische cirkels. De eerste schriftlezing vertelt over zijn taak, zijn woorden aan de schare, zijn boodschap aan heel het volk, dat is de buitenste, de wijdste cirkel. In de tweede schriftlezing zien we de beschrijving van de grondhouding die hij als het ware leert aan zijn discipelen, dat is de tweede, een engere cirkel. En dan de derde schriftlezen, daar lazen we wat hij moet leren in zijn eigen persoonlijk levensdrama. Dat is de kleinste cirkel. Drie teksten over die grote gestalte van Johannes de Doper. "In heel het oude verbond", zei Jezus, "is er niet een groter dan hij." Hij zei er nog iets bij, daar kom ik later op terug. Wat die reuze-gestalte ons leert en geleerd heeft is nog nauwelijks in kaart gebracht, maar we zullen vanmorgen een poging doen. Wat was nu het eerste als we denken aan de breedte van het werk van Johannes de Doper?
Dat eerste punt: hij predikte tot heel het volk, priester en tollenaar, ruwe soldaten, nette verpleegsters, vrome gelovigen, koppige ongelovigen, hij riep ze allemaal op, nee, niet tot navolging, Johannes was een unieke figuur, maar tot bekering! Precies zoals Elia dat deed. "In de geest en de kracht van Elia", staat er. En wat deed Elia? Hij leerde Israël dat God een levende God is. Dat was het punt, dat moest Achab leren, en dat moest ook de vrome Obadja leren. Bekeerden en onbekeerden, hij spreekt ze allemaal aan en hij laat hen zien wat het betekent dat we een God hebben die leeft! Dat is het punt, we hebben een God Die leeft, Hij komt eraan! Denk maar aan de Karmel, waar Elia dat liet zien. Johannes de doper zegt: "De bijl ligt aan de wortel van de boom, zijn jullie er wel klaar voor als de Koning straks binnenkomt? En als Hij met röntgenstralen dwars door je hele bestaan heen kijkt? Dan wil Hij goede vruchten zien. En zijn die er niet, dan velt Hij de boom." En toen hij dat zei, schrokken de soldaten zich dood. Want ze wisten dat geweld en drank en vrouwen hun leven in de greep hadden.
En toen kwamen de bankdirecteuren van die tijd en de calculerende burgers en de luxe vakantiezoekers, en de frauderende uitkeringtrekkers, en ze krijgen allemaal last van hun geweten. En Johannes zegt: "Doe er wel wat aan voor het te laat is!" Als je twee sets kleren hebt, geef dan die ene die je niet gebruikt aan hem die niets heeft. En doe met je geld en je eten precies zo. En zo ben je er voor klaar als de Here komt. Doe weg wat niet deugt bij Zijn komst, en maak je mooi. Een bruid die haar bruidegom verwacht maakt zich mooi, die trekt feestkleding aan. Je siert je met gaven die je God aan je laat geven en die je in Zijn dienst ontplooit. Zo krijgt levensreiniging en levensgenieting beide een plaats. Wat opvalt bij Johannes' optreden is die wondere uitwerking, van wat er gezegd wordt in het allerlaatste woord uit het oude testament, Maleachi 4: 6: "Hij zal de harten van de vaderen doen terugkeren naar de kinderen", waar nog bij staat: "En de harten van de kinderen naar de vaders." In Lucas valt dit laatste weg. Waarom eigenlijk? Je krijgt de indruk dat wanneer de Here echt verschijnt, de kinderen voorop gaan en de ouderen volgen.
Vandaag de dag lijkt het precies omgekeerd: de ouderen blijven, de jongeren haken af. Maar in de eindtijd, en dat is de gedachte die hier achter zit, in de eindtijd voor Jezus' komst, zal dat veranderen. Dan vindt er een opwekking plaats, juist onder de jongeren. En die zullen op hun beurt de ouderen meeslepen. Dat heb ik toch wel hier en daar zien gebeuren, ook in onze tijd. En het is waar: terugkerende verloren jongste zonen brengen de oudste zonen weer tot nieuw leven. Dat is een follow-up van de gelijkenis. Zo zal het werk zijn van Johannes de Doper. Hij zal de harten van de oudste zonen even blij maken met de ontferming en het bewogen hart van de Vader als de verloren zoon het vindt. Dat is de breedste taak van Johannes de Doper. Zijn werk is dus: voorbereiden, ijsbreker zijn, sneeuwruimer. Mensen duidelijk maken door zijn woord en door zijn optreden dat ze God nodig hebben en dat ze zich daarop moeten voorbereiden, toebereiden, toerusten, klaarmaken als een leger voor de expeditie, als een huis dat gemeubileerd wordt voor het bruiloftsfeest. Dat kan alleen met succes gebeuren als we in het werk in de gemeente ook de gestalte dragen van Johannes de Doper.
Ik stap nu over van Lucas 3 naar Johannes 3. Daar heeft Johannes een gesprek met zijn discipelen. het is de wat meer gesloten cirkel van zijn eigen discipelen, de kring van hem toegewijde mensen, die naar hem toekomen en die tegen hem zeggen: "Maar heb je niet door dat je je aanhang verliest? Daar aan de overkant van de Jordaan is iemand bezig die u gedoopt hebt, en iedereen gaat naar hem toe!" En dan toont Johannes aan de discipelen zijn diepste drijfveer. Hij zegt dan: "Ik ben niet uit op mijn eer en mijn aanhang, het hoort juist tot mijn wezen dat ik van mijzelf afwijs!" Daar komt die enorme vinger, die op het schilderij van Matthias Grunewald getekend staat, op dat drieluik. Op het middenstuk staat Jezus afgebeeld, gekruisigd, en die vinger van Johannes is daarop gericht. Hij wijst van zichzelf af. Bij dit schilderij staat, in het Latijn: "Hij moet groeien, en ik moet minder worden." Dat zegt Johannes tegen zijn discipelen. "Want", zegt hij, "ik ben alleen maar de vriend van de bruidegom." The best man, zeggen de Engelsen. Die staat er bij als bruid en bruidegom trouwen, en hij kan daarin een dienst vervullen, en hij geniet van de stem van de bruidegom.
Zo is het ook, al zijn vreugde is vervuld als die twee elkaar vinden, dat is zijn feest. Hij zou geen moment dingen naar de hand van de bruid. En de bruid dat is de gemeente. En de ware voorganger, de ware pastor, de ware ouderling dingt zelf niet naar de hand van de bruid, maar alle blijdschap is vervuld als hij ziet dat de bruid zich uitstrekt naar de bruidegom, dat de gemeente zich uitstrekt naar God. Dat is waar het om gaat. Dat is die innerlijke grondhouding van Johannes de Doper. Niets is voor hem zo'n grote vreugde als wanneer mensen naar Jezus gaan, als ze voor Hem hun leven toebereiden, als ze in Hem hun kracht zoeken. Als ze Hem hun lied toezingen, Hem hun leven wijden. Geen groter vreugde dan dat. En als dat hem zelf buiten spel zet? Dan compenseert hij dat gemis door de vreugde om die groei. Pastors, ouderlingen, jeugdwerkers, evangelisten, alle medearbeiders in het Koninkrijk der hemelen moeten leren loslaten. Ze moeten leren loslaten en leren heenwijzen. Zoek het niet bij mij, zoek het bij Hem! Dat is de innerlijke houding van Johannes de Doper, ons ten voorbeeld. Ten slotte in de derde plaats.
Er kondigt zich hier toch al iets aan dat schrijnt, en dat is de bittere tegenstelling tussen Johannes' vreugdeboodschap aan de ene kant en zijn levenslot aan de andere kant. Voorloper te zijn van de grote koning, vriend van de bruidegom, en dan zo'n levensweg? In Mattheüs 11 wordt ons verteld dat Johannes in de gevangenis belandt en daar in de kerkers van Herodes wordt vastgehouden, en we weten dat daar straks de beulen van Herodias komen, en we weten hoe daar zijn leven is beëindigd, onthoofd. Hoe kan dat? Je ziet dat zo vaak in de kerkgeschiedenis. De vurigste verkondigers van het evangelie worden zelf vaak op de ergste manier in de mangel genomen. Ik denk bijvoorbeeld aan Guido de Bres, de opsteller van onze Nederlandse geloofsbelijdenis, waar we door de eeuwen heen uit hebben geleerd. Hij is zelf in de gevangenis terecht gekomen en er niet meer uit gekomen, op soortgelijke wijze als Johannes de Doper. Hij is in de gevangenis geëxecuteerd. Ik denk ook aan anderen, von Bodelschwing bijvoorbeeld, een pastor, centrum van een Duitse opwekkingsbeweging, en hij verliest al zijn kinderen aan kinkhoest.
In onze gebieden dominee Woelderink, hoogleraar van de kerk, krijgt op een dag bericht dat zijn kinderen verdronken zijn. Hoe kan dat? Dienaren die op de voorste linie staan en dan zelf zo getroffen worden, daar zit iets raadselachtigs in. Hoe kan dat, dat Jezus blinden ziende maakt, lammen doet lopen, armen het evangelie verkondigt, maar intussen Zijn heraut Johannes laat wegsterven in de gevangenis? Ik kan dat niet volgen. En Johannes kon het zelf nog veel minder volgen. En hij stuurt dan ook zijn discipelen erop uit naar de Here Jezus toe, en die zeggen, en dat is een twijfelvraag: "Bent u het nu die komen zou? Of moeten we toch een ander verwachten?" Zo diep kan die twijfel doorvreten, zelfs bij Johannes, de grootste uit het oude verbond. Het is heel bijzonder te zien hoe Jezus dat opvangt. Hij staat erbij, Hij hoort alles, en Hij begrijpt alles, en Hij is er geen seconde bij in paniek. Hij is geen seconde van Zijn stuk gebracht. En ook is er geen moment verwijt naar Johannes toe, Hij vraagt niet: "Hoe zit dat nu?" Het enige wat Jezus doet is wijzen op de tekenen van het Koninkrijk.
Hij zegt: "Kijk maar, lammen wandelen, blinden zien, aan armen wordt het evangelie gebracht", en dan voegt Hij er maar een ding aan toe en dat is: "Zalig wie aan Mij geen aanstoot neemt!" Dat zijn de twee troostpunten waaraan Johannes de Doper zich moet vastklemmen als zijn levensschip zinkt. Het eerste is: God gaat verder met Zijn werk, en dat is een werk van totaal levensherstel. Blinden worden ziende, lammen wandelen, aan armen wordt het evangelie gebracht, zelfs doden worden opgewekt. Dat is het programma van Gods Koninkrijk en het gaat door! Kijk maar, je discipelen kunnen het zien. Er zit iets in van: dit moet eerst gebeuren, het evangelie moet verkondigd worden tot aan het einde der aarde, tekenen moeten aan de komst vooraf gaan, dingen moeten rijpen, kunnen groeien. Er is ook best wel reden om je te laten troosten door grote dichters, zoals William Cowper, een man die zijn hele leven gedeprimeerd was, die enkele liederen uit het liedboek dichtte, bijvoorbeeld uit lied 447: God gaat Zijn ongekende gang, wat Hij bedoelt dat rijpt tot zin, wordt klaar van uur tot uur. De knop is bitter, is begin, de bloem wordt licht en puur.
En het tweede wat Jezus dan zegt is: "Zalig is wie aan Mij geen aanstoot neemt." Dat is heel bijzonder. Daar hoor ik in: "Laat het voor u niet tot een struikelblok worden". Dat woord staat er ook letterlijk. Iedereen kent in zijn of haar leven van die donkere tunnels, en van die dieptepunten waarop het even lijkt alsof alle licht verdwenen is. En wat de Here Jezus aan Johannes leert is eigenlijk heel bescheiden. "Laat zo'n moment niet tot een struikelblok worden", zegt Hij. "Ik vraag geen groot geloof", dat vraagt Hij hier ook niet van Johannes, "en ook geen tandenknarsend gezongen loflied, en ook geen te vroeg gegrepen triomf." Er is soms alle reden tot treurigheid en verdriet, of felle twijfelvragen. Er is bij Jezus geen verwijt, het enige wat Hij zegt is: "Zalig wie aan Mij geen aanstoot neemt." Met dit minimum ben je al een held. Dat wil zeggen: "Johannes, laat dit je niet doen struikelen." Aanstoot nemen is: je verdriet laten omslaan in verbittering, en je twijfel in ongeloof, en je uitzichtsloosheid in wanhoop. "Nee," zegt Jezus, "Hou vol!" Dat is eigenlijk Zijn boodschap aan Johannes.
"Hou vol, ook dit hoort bij de weeën van Mijn Koninkrijk." Wij begrijpen dat niet, maar blijkbaar moeten we -dat heeft Paulus al verteld toen hij zijn ouderlingen aanstelde in Listra en in Antiochië (Handelingen 14)- blijkbaar moeten wij door veel verdrukkingen heen het Koninkrijk van God binnengaan. Ook dat hoort bij de gestalte van Johannes de Doper. De grootste in het oude verbond, maar de kleinste in het nieuwe is groter dan hij. Want wij hebben zoveel meer gezien dan hij. De diepte van het lijden van jezus Christus, maar ook Zijn opstanding, Zijn hemelvaart, de gaven van de Geest, de belofte van het Rijk. Intussen, als we het licht missen, dan trekken we ons toch weer op aan Johannes de Doper en dan beseffen we dat dat te verwerken ook hoort tot de diepste geheimen van het christenzijn. Ik vat samen: We zagen vanmorgen de bediening van Johannes de Doper waar wij allemaal doorheen moeten willen we aankomen bij het Koninkrijk. Drie cirkels. De wijdste daar raakt de boodschap heel het volk, en werkt hij, ten einde de Here een weltoegerust volk toe te bereiden. Gemeente-opbouw, gemeente-toerusting. Het eerste punt voor de gemeente in de eindtijd. Dat leren we.
Ten tweede: Hij moet groeien, en ik moet minder worden. Dat is de enige passende grondhouding voor alle werk in de gemeente. En in de derde plaats: bij onbegrepen tegenslag: Het Rijk gaat door! En zalig wie aan Mij geen aanstoot neemt! Amen.