Bijbeltekst: Lucas 14: 25-35 — Uit de serie: Het Koninkrijk, deel 2

Gemeente van Christus, Het gaat vanmorgen over radicaal zijn. Radicaal zijn, dat betekent: alles op één kaart zetten. Wij als gereformeerden, denk ik dan, wij hebben wat met radicaliteit. Deze week was ik in een streng-christelijk milieu, en dat heeft hier in Nederland altijd de klank van: die zijn fanatiek. Die naam hebben wij. Radicaliteit, misschien zijn er sommigen onder gereformeerden die zich er ook wel graag mee willen sieren. Maar daar is wat mee, met dat radicale. Want vaak glijden we weg tot fanatisme, dat is de verzieking van radicaliteit naar de ene kant. En aan de andere kant vindt er opeens een omslag plaats naar het andere, zo'n slap liberale houding, dan gaat de pendel helemaal de andere kant op: alles is goed en alles mag en alles kan. Het is dus de moeite waard om eens te luisteren naar wat Jezus nu leert wat het betekent om radicaal christen te zijn, radicale navolger van Jezus. Wat is dat? Als je radicaal bent wil je maar één ding bereiken, en daar heb je alles voor over. Bijvoorbeeld: je wilt de elfstedentocht winnen. Je moet eens nagaan hoe de mannen in de kopgroep getraind hebben!

Die hebben dagen, weken, maanden getraind, alle tijd en alle geld hebben ze er voor over, om dan tenslotte dat ene doel te bereiken, en dat is dan natuurlijk winnen! Dat is een voorbeeld van radicaliteit. En inderdaad, in dit gedeelte wat we uit het Lucasevangelie hebben gelezen wordt het overduidelijk: Jezus wil dat we radicaal zijn. Daar gaat het eigenlijk om. Hij wil dat we radicaal zijn, en Hij noemt dat zelfs de pit van het christen-zijn. Jezus zegt aan het slot van dit gedeelte: "Als we niet radicaal zijn dan heeft het zout dat we zijn de zoutende kracht verloren." En wat heb je nu aan zout dat geen bederfwerende en geen smaakmakende kracht meer heeft? Je gooit het weg, je spuugt het uit. Dat was de laatste zin van de tekst. Maar direct aan het begin van de tekst, vers 25 en 26, heeft Jezus heel duidelijk aangegeven wat Hij onder radicaliteit verstaat. En Hij geeft er twee voorbeelden van, twee mini-gelijkenissen: de torenbouwer en de veldheer. En bovendien heb ik er nog twee voorbeelden uit het oude testament, uit het oude verbond bij gelezen: Jonathan en Jehu.

Dat alles, deze beelden, deze woorden, die verhalen uit het oude testament helpen ons te begrijpen waar de kern ligt, hoe makkelijk radicaliteit om kan slaan in fanatisme, vandaag fundamentalisme. Wat zei Jehu ook al weer tegen Jonadab, die andere stoere figuur uit het oude testament? Hij zei: "Zie en aanschouw mijn ijver voor de Here." Daar heb je het. Die radicaliteit die omsloeg, bij Jehu al, in fanatisme. Wij kennen die -ismen- in de twintigste eeuw, ze is er door in bloed gedompeld. Communisme, fascisme. Maar we kennen ze ook in de kerk. Ineens wordt mijn zaak de zaak van God: fanatisme. En kerkscheuringen waren het gevolg. Maar aan de andere kant: let dan eens even op Jonathan. Wel wonderlijk: hij stelde zijn leven in de waagschaal en hij versloeg samen met zijn wapendrager een bataljon Filistijnen. Maar in alles wat hij deed vertrouwde hij geen seconde op zijn eigen kracht. Heel bijzonder. Hij zegt: "Zou de Here niet even goed kunnen verlossen door weinigen als door velen?" Daar wil ik eigenlijk wel beginnen, bij wat Jonathan ons als voorbeeld voorhoudt, want dat is Jezus ten voeten uit. Je begrijpt niets van Jezus als je niet begrijpt dat dat heel Jezus' leven kenmerkt.

Eigenlijk zou het zo uit Zijn mond genomen kunnen zijn: "Mijn Vader kan even goed verlossen door weinigen dan door velen." En uiteindelijk redt Hij de hele wereld door Een. En die Ene vertrouwde Zich zo blindelings toe aan Zijn Vader dat Hij zelfs het kruis, die uitzichtloze weg, vrijwillig op Zich nam. En toen heeft God Hem niet beschaamd. Miljoenen, miljarden zijn daardoor gezegend. Je zou kunnen zeggen: hoe dieper dat basisvertrouwen op God als de Vader, hoe radicaler ook de overgave. En dat keert Jezus nu in de tekst hier eens even om. Jezus zegt: "Hoe radicaler je overgave, hoe dieper ook dat niet te beschamen vertrouwen van God zich over je zal uitstrekken." En daar roept Jezus toe op. Eigenlijk, wat ik zo aangaf aan de hand van Jonathan, en wat het hart is van Jezus, dat is mijn uitgangspunt als ik vanmorgen uit het evangelie met u mag spreken over Jezus' oproep tot radicaliteit. Want hoe diep de liefde van God reikt en hoe absoluut je Hem kunt vertrouwen, dat ontdek je alleen langs de weg van de overgave. Alles loslaten, op Hem alleen hopen. En daarom heeft Jezus Zijn prediking van het Koninkrijk der hemelen ook altijd verbonden met deze oproep tot radicaliteit.

Die radicaliteit heeft een basis, en daar stelden we ons vanmorgen eerst op. En het blijkt in wezen therapie te zijn. Maar het is waar, het kost een prijs. En dat zullen we zien in dit kernhoofdstuk uit het evangelie, Lucas 14. Ik kan mij best voorstellen dat velen van u, toen ze mij dat woord uit Lucas 14 hoorden voorlezen, dat woord eigenlijk met gemengde gevoelens hebben aangehoord. Misschien zelfs met een beetje tegenzin. Die oproep om alles op te geven, gericht aan de scharen, niet alleen aan de discipelen, maar aan allen die Hem volgden. Jezus zegt: "Indien iemand tot Mij komt en niet haat zijn vader en moeder, kinderen, broers en zusters, ja, zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn!" Dat klinkt ongelooflijk zwaar. Haten, je eigen vader, je eigen moeder, wat is daar nu mee bedoeld? Er zijn fanatici die dit letterlijk hebben genomen en zelfs hun eigen ouders aan de inquisitie overleverden, of op een andere manier slecht behandelden, bijvoorbeeld bij een kerkscheuring. Maar Jezus leefde uit het vijfde gebod, de geboden waren Hem in Zijn hart gelegd: Gij zult uw vader en uw moeder eren, respecteren, liefhebben als degenen die God aan je heeft toevertrouwd.

En God spreekt zichzelf heus niet tegen. Haten betekent hier -en op veel andere plaatsen in de bijbel trouwens- niet: gevoelsmatig verafschuwen of slecht behandelen, nee, het betekent in de bijbel heel vaak: op de tweede plaats zetten. Denk maar aan dat oudtestamentische woord over Jacob en Ezau, waar staat: "Jacob heb Ik liefgehad, maar Ezau heb Ik gehaat." Zou God lievelingen hebben die Hij liefheeft, en anderen per definitie afwijzen? Nee, ook Ezau heeft Hij liefgehad, maar Hij heeft die sterke Ezau, die als eerste uit de moederschoot kwam en die altijd de man was die voorop liep, op de tweede plaats gezet. En dat bedoelt de bijbel met: Hij heeft Ezau gehaat. Zo ook hier. Jezus neemt de scharen die Hem volgen serieus. Dat is wel heel bijzonder, Hij zwaait niet wat met de wijwaterkwast over de menigte, van: jullie komen straks allemaal wel in de hemel. Nee, Hij neemt ze heel serieus, Hij spreekt ze ook persoonlijk toe, ieder van hen en Hij zegt: "Echt vrede vind je nooit zolang je op twee sporen rijdt.

Zolang je je door duizend-en-een dingen laat verstrooien." Daarom las ik Mattheüs 9 erbij, daar staat hoe Jezus de schare aanzag, Hij zag hen voortgejaagd en afgemat als schapen die geen herder hebben. En hier in Lucas 14 geeft Hij de therapie! Hij verteld hen wat ze doen moeten om die diepe onrust en dat gestreste kwijt te raken. Ik denk dat dat nog veel sterker geldt voor onze tijd dan voor die tijd toen. Voortgejaagd en afgemat, we leven in een tijd, in onze negentiger jaren waarin we zeggen: "Het grote verhaal is verdacht, we leven in tijden zonder helden en we zijn allemaal bang voor radicale mensen." Wij lopen niet meer achter één führer aan. Het gevolg is wel dat we ook niet weten waar we überhaupt achteraan lopen. Wij verstrooien onze aandacht over vele dingen. Zoveel uur televisie, zoveel uur een drukke baan, 'quality- time for the family' (verantwoord tijd besteden aan je gezin) en dan uitgaan op je vrije zaterdag. Een beetje God, een beetje wereld, een beetje kerk, een beetje film, van alles wat. En intussen knaagt daar wat, dan komt daar dat lege gevoel: waar doe ik dit allemaal voor? En nog een stap verder: de zwaarmoedigheid, depressie.

Niets vreet zozeer door de moderne samenleving heen als depressies. Voor mijn vijfentwintigste jaar had ik het woord depressie nog nooit gehoord. En vandaag kun je over depressies wel een bibliotheek vul. Middeleeuwse theologen zeiden al: "Dat is een gevolg van halfslachtigheid." Verdeelde aandacht, op veel paarden tegelijk voortjagen. Op twee sporen rijden en tenslotte raak je uitgeblust achter. Gedeprimeerd. Wie zijn leven verdeeld over tien doelen, heeft in geen een doel echt vrede. Jezus oproep tot radicaliteit is therapie. Als Hij de grote schare ziet die maar achter Hem aan blijft gaan, voortgejaagd en afgemat als een kudde die geen herder heeft, dan zegt Hij tegen hen: "Wil je vrede vinden, dan is er maar één weg, en dat is: je moet er helemaal voor kiezen. Maak alles ondergeschikt aan de navolging van Mij. De band met je ouders: op de tweede plaats. De band met je broers en zusters: op de tweede plaats. De band met je vrienden en vriendinnen: op de tweede plaats. Je ambities: op de tweede plaats. Zelfs je eigen leven: op de tweede plaats." Dat zegt Jezus.

En ook: "Wie niet zijn kruis draagt en achter Mij komt, kan Mijn discipel niet zijn." Dat kruis betekent niet je kwalen en je ongenoegens, je lijdensweg. Je kruis betekende in die tijd: je eigen executiemiddel. Iedere tot de kruisdood veroordeelde misdadiger moest zijn eigen kruis naar de plaats van executie dragen. Dat weten we ook van de Here Jezus, de 'Via Dolorosa'. Hij heeft Zijn eigen kruis op Zijn eigen schouders moeten dragen naar de executieplaats. Weer zo'n aanstootgevend beeld. Jezus neemt dat beeld en zegt: "Zo moet je iedere dag de bereidheid om je eigen leven te executeren op je schouders meedragen". Dat heeft Hij gezegd. Wie Jezus volgt wordt ergens als Jacob, mank aan zijn heup. En dat geldt voor iedere christen. Een christen leeft in die houding: mijn leven, Heer het is voor U, U toegewijd, doe ermee wat U wilt. Dat is de kern van alle radicaliteit, en daar geeft Jezus dan ter verheldering twee op elkaar lijkende gelijkenissen bij. Beide gaan over halfheid. Halfheid en de rampzalige gevolgen als de mens iets doet met een halfslachtig hart. Jezus vertelt: Stel je voor, een rijk en machtig man besluit een toren te bouwen, aan zijn kasteel.

Maar hij doet het zo uit een opwelling en uit de losse pols en hij haalt er werklui bij, ze gaan aan de slag maar halverwege is zijn geld op. Wat achterblijft is een onnozele stomp stenen op zijn erf, die heel het landschap ontsiert. En iedereen die voorbij komt spot ermee en lacht hem uit: "Kijk hem, zo goed begonnen en hij kon het niet eens afmaken!" Zo is iemand die wel goed christelijk werk begon, maar later moet aankloppen bij Sociale Zaken om humanitaire en financiële chaos op te lossen. Jezus wil hiermee zeggen: Je kunt beter niet beginnen dan iets half te doen. Het profijt van zo'n onderneming komt er namelijk pas aan het eind uit. Datzelfde geldt bij het tweede voorbeeld, de tweede gelijkenis. Ik neem het maar als een beeld in onze tijd. Stel je voor, er zijn rellen in Amsterdam, en de burgemeester zendt er overhaast zonder goed overleg honderd ME-ers naartoe. En er staan daar tweeduizend relschoppers. Honderd tegenover tweeduizend, dat wordt niets, dat wordt een bloedbad, daar gaan doden vallen. Hij had goed moeten overleggen en als hij wist dat er tweeduizend relschoppers waren, er vierduizend ME-ers op af moeten sturen. Dan was er heus geen slachtoffer gevallen.

Zo los je het probleem op door overmacht en door goed overleg, goed doordenken wat je doet, weten waar je mee bezig bent. Opnieuw een voorbeeld van hoe een christen niet halfslachtig te werk moet gaan. "Je moet goed van te voren overwegen wat je doet", zegt Jezus. Niet zo maar gauw even een opvlieging, honderd gulden in de collectezak om je geweten weer even te sussen, dat is niet waar het om gaat. Zoiets laat je zelf ook altijd in onvrede achter. Maar wie zegt, weloverwogen: "Ik geef me aan Zijn doelen geheel, en ik laat alles los en ik vertrouw op God in deze zaak", die gaat iets beleven, die ziet zijn toren voltooit! En die ziet de vijand verslagen. Jezus eindigt die twee gelijkenissen dan ook met de uitspraak: "Zo zal niemand die niet afstand doet van alles wat hij bezit, mijn discipel kunnen zijn." Het gaat dus om alles of niets, dat is radicaliteit. Ik zei al dat ik me best voor kan stellen dat u, als u dat zo aan hoort, dat doet met dubbele gevoelens. Wat wil Jezus nu, wil Hij echt dat we onze bankrekeningen maar opheffen, zendeling worden in Nieuw-Guinea, in het klooster gaan of naar Jeugd met een Opdracht?

Is het fout om gewoon een normale burger te zijn, een mooi huis te hebben waar je hard voor gewerkt hebt, te genieten van iets wat je veel geld gekost heeft, is dat fout? Genieten van wat je in je huwelijk, in je gezin, in je vriendenkring hebt? Wie dit denkt heeft er niets van begrepen. Die uitspraak: Wie zijn leven verliest zal het vinden, komt namelijk niet uit de sfeer van het klooster of de religiositeit of uit het geestelijk leven. Dat heeft me deze week nog het meest de ogen geopend. Want die uitdrukking komt uit het leger. Het is een uitdrukking die een commandant hanteert als hij 'peptalk' geeft aan zijn soldaten vlak voor het gevecht. Het is eigenlijk een heel intelligente bewering. Die commandant gaat met zijn soldaten de vuurlinie in en zegt vooraf: "Jongens, één ding, als je gaat zitten denken -vandaag zouden we zeggen- hoe je die kogel moet ontwijken die straks zeker zal komen, en je begint krampachtig weg te duiken en je denkt alleen aan je eigen leven, dan zal je het zeker verliezen. Maar als je gaat en je vergeet je eigen leven, je verliest je leven, dan zal je het winnen!" Uit die stijl komt deze opmerking. Een hele levenswijze opmerking.

Je hoort hem ook bij het parachutespringen. Als je uit het vliegtuig moet springen, met zo'n pakje op je nek, dan zegt zo'n trainer ook: "Kijk, als je gaat denken: hoe kom ik hier levend doorheen -je probeert je leven te behouden- en als het dan achter je gaat rommelen en je trekt aan het touwtje en je gaat je spastisch vastgrijpen in al die draden, dan ga je en je valt je te pletter. Maar als je geen seconde denkt aan wat er gebeurt, je doet wat je opgedragen is, -je vergeet je leven-, dan zal je het winnen! Je trekt aan je touwtje, de parachute gaat open en je komt keurig op de grond." Uit die sfeer is deze uitspraak an Jezus gekomen. Zo heeft Hij het bedoeld. Eigenlijk, als je erover na gaat denken, is dat een zeer wondere les. Jezus wil zeggen: "Al je verlangens, je doelen, je levensidealen, je wensen: je krijgt ze alleen via de omweg van het ze vergeten". Want dat is natuurlijk een omweg. Hij zegt: "Willen jullie je leven behouden, en dat willen jullie toch, en al die verlangens die je hebt, dan moet je het eigenlijk helemaal loslaten. En dat niet alleen, dan moet je dat toevertrouwen, je overgeven aan de zaak van het Koninkrijk: God liefhebben boven alles".

En dat heeft bij Jezus de kleur van: Zoek het Koninkrijk van God, en al het andere word je bovendien gegeven! Dat is een omweg, eerst het Koninkrijk van God zoeken, en als je dan alles hebt losgelaten krijg je het via de achterdeur weer terug. Een wondere omweg, en het is echt waar: al het andere word je bovendien geschonken, ik kan uit ervaring spreken. We gaan bezitten als niet-bezittende. Om weer naar dat basisvertrouwen terug te keren, ik moet hier denken aan een apart verhaal wat ik gelezen heb van de pas overleden Henri Nouwen. Hij had vrienden bij het circus Boltini, The Flying Rodleys. Het waren trapeze- artiesten die op fabelachtige wijze rondbuitelden tussen de masten van een circustent. Henri vroeg aan de hoofdpersoon, Rodley, die een val maakte en dan in een slingerbeweging wegschoot en dan de ander, Joe, vastpakte hoe hij dat toch in de wereld voor elkaar kreeg. Toen zei Rodley: "Eigenlijk doe ik niets. Ik ben niet de eigenlijke ster. Nee, de ster is niet degene die valt, het is degene die vastpakt.

Ik laat me los en ik zweef in een slingerbeweging naar Joe toe, maar hij moet mijn polsen pakken, en hij doet het prima, hij doet het altijd goed." En Henri Nouwen vraagt verder: "Dus jij doet eigenlijk niks?" "Nee", zei Rodley, "ik doe niks. Het ergste wat een springer kan doen is als hij probeert de vanger te vangen. Het is niet de bedoeling dat ik Joe vang, maar Joe mij! Een springer moet springen en een vanger vangen. En Joe is fabelachtig goed, dus ik val gewoon." Ik vond dat een schitterend voorbeeld van wat basisvertrouwen is waar Jezus van spreekt, waarom Hij al deze dingen zo kan zeggen. Daar moest ik aan denken bij Jezus' oproep tot radicale overgave. Want dat is natuurlijk de kern van radicaliteit: overgave. Evangelische radicaliteit bestaat uit echte overgave. En dan zegt Jezus erbij: "Met het verstand voorbereid!" Geen wilde sprong, maar met het verstand voorbereid en dan... hartgrondig los te laten, vooraf goed getraind, en tenslotte zelf vergeten. "En dan is het Joe die mij vangt", zei Rodley. Nu, zo kent Jezus Zijn Vader, in restloos vertrouwen. Zo gaf Hij zich aan Zijn Vader over en Hij wist dat Die ving. En Hij heeft het gedaan.

Want God maakt het vertrouwen op Hem nooit beschaamd. Ik ga aan het eind samenvatten. Radicaliteit, daar hadden we het over, de radicaliteit die hoort bij het Koninkrijk der hemelen. Ik begon met te zeggen: "Dat is vandaag niet populair." Het is een weggezonken deugd. Iedereen denkt bij radicaliteit aan een ijver als van Jehu, radicaliteit als fanatisme, zelotisme, fundamentalisme, en we hebben de ellende ervan gezien. "Zie mijn ijver voor de Here", zei Jehu, en alles is bedorven. Maar intussen zijn wij in een pendelbeweging wel bij de brokstukken achtergebleven. Die alles ziekmakende tolerantie, zou je daar niet eens driftig over worden als je de kranten leest? Hoe verschrikkelijk dat is, je kunt je kind laten aborteren omdat het buiten regent, heb ik deze week gehoord. Alles kan, alles mag, alles is goed, we moeten ieder in zijn waarde laten.... totdat Kaïn weer opstaat: ben ik mijn broeders hoeder? En zo zag Jezus de schare ook: schapen zonder herder, afgemat, zwaarmoedig. Hoor dan naar Jezus' oproep om radicaal te zijn, niet als Jehu, maar zo als Jonathan. Dat is de radicaliteit van de omweg. Gewoon je eigen leven vergeten en God liefhebben boven alles.

Vader en moeder, broer en zus, zelfs je eigen leven een tweede plaats geven, dat is het. Dat betekent: loslaten, vertrouwen. Daarom begon ik met die woorden van de apostel Paulus, die zijn daar een uiting van, want dan zeg je tenslotte: Ik vermag alle dingen in Hem die mij kracht geeft. "De Here kan evengoed door weinigen verlossen als door velen", zei Jonathan. Dat is hetzelfde. En daarbij hoort: met verstand overleggen. Dat staat er ook bij. Van te voren uitrekenen wat het je kost en er dan helemaal voor gaan. Met de kruisbalk op je schouder, iedere dag de oude mens afleggen en de nieuwe mens aandoen. Dat alles hoort tot de radicaliteit van de navolging. Alleen dat belooft genezing van een verdeeld hart. Alleen dat belooft wat we lezen in de Schrift: vrede die alles te boven zal gaan. Amen. Reageren op de inhoud? Email naar Wim Rietkerk! Direct reageren? Schrijf je opmerkingen in het gastenboek! Reaktie op de redactionele en/of technische kant van deze site? Email de Webmaster Doorpraten? Bezoek een dienst of meld je aan voor de eerste virtuele preekbespreking, binnenkort live op deze site! ©1997 Nederlands Gereformeerde Kerk - Utrecht