Gemeente van Christus, Vanmorgen opnieuw een uitleg van het Koninkrijk. De eerste uitleg begon ik over het geheim van het Koninkrijk, toen over de radicaliteit van het Koninkrijk, en de laatste twee keer over de vreugde van het Koninkrijk. En nu over deze gelijkenis, die ons ook een aspect van dat Koninkrijk der hemelen laat zien. Waarom werd ik hier nu door aangesproken? Er staan zo veel teksten over het Koninkrijk, dat was tenslotte Jezus' boodschap. Ik koos voor deze gelijkenis omdat ik vermoed dat Jezus dit met name heeft verteld omdat Hij voorzag dat er tijden zouden komen dat de discipelen vol met vragen zouden zitten over dat Koninkrijk, dat ze zouden zeggen: "Ja, nu hebben we de krachten ervan gezien, van het geheim ervan gehoord, de vreugde ervan meegemaakt, maar nu? Wat is er hier en nu van te zien?" En dat sloot op de een of andere manier aan bij waar ik zelf zat, en misschien waar u ook wel zit. Want er zijn van die momenten dat we, wanneer we zulke teksten lezen, hooggestemde teksten over het Koninkrijk van God, daarna terug vallen in ons eigen leven, en denken aan waar we zelf staan of aan de ziekte die ons nu overvalt, aan alle vragen die bij ons opkomen.
Vragen als: waar zien we dat Koninkrijk? En wat wordt er van ons verwacht? Ik denk dat dat ook een klein beetje de signatuur is van deze tijd. Als ik denk aan de negentiger jaren en aan onze samenleving die wel post-christelijk genoemd wordt met een wat dan heet 'paars' kabinet, wat toch betekent dat er geen christelijke partij in de regering betrokken is, dan denk ik dat het ook een beetje het gevoel is wat in onze samenleving bestaat. De helft van de Nederlanders wil met het christendom niet veel te maken hebben. Dat roept vragen op als: "Wat heeft het ons nu eigenlijk opgeleverd? Zoveel eeuwen christendom, en hoe staat het nu met het Koninkrijk?" Echte basisvragen, en die werpen ons weer terug op de eerste grondbeginselen, en ik vind dat de Here Jezus met name in deze gelijkenis die vragen aanraakt en ons daarop wil aanspreken. Je zou haast zeggen: Als de Here Jezus vandaag geleefd zou hebben en hier zou zijn -we weten dat Hij leeft, maar ook dat Hij niet hier is-, wat zou Hij gezegd hebben als Hij nu hier zou staan en de discipelen in zo'n twijfelstemming had aangetroffen?Ik denk deze gelijkenis. Want in een notendop bevat het alle antwoorden op de vragen van nu.
Ik heb drie punten. In de eerste plaats: Misschien is het bij ons weggezonken, maar we moeten niet vergeten dat de Here Jezus overal waar Hij kwam en wat Hij ook deed, toch altijd weer opnieuw Zijn boodschap liet cirkelen rondom dat waar Hij mee begon: Het Koninkrijk is nabij gekomen! Ik wil dat weer even sterk naar voren brengen. Jezus gaf de discipelen geen les in vaderlandse geschiedenis, Hij filosofeerde ook niet over de voorzienigheid van God, Hij was ook geen politiek activist, Hij had ze onder Zijn discipelen, maar was er zelf geen, maar altijd als Hij mensen aantrof in hun nood dan kwam Hij met de boodschap van het Koninkrijk. Dan zei Hij tot hen: Het Koninkrijk van God, de Here God in Zijn ontferming is je eindeloos nabij. Ik heb eerder uitgelegd wat dat geheim is van het Koninkrijk. Het is als de presentie van de zomer in de winter. Zo zit het met het Koninkrijk. Ga je naar buiten in de winter, dan zie je niks van de zomer. Of toch? Wie echt goed kijkt ziet de knoppen al zwellen en voelt bij wijze van spreken onder zijn voeten al dat het groeit en de krokussen zijn al boven. Jezus zegt: "Zo is het met het Koninkrijk.
Het is als een ondergronds geheim." De God van de natuur is dezelfde God als de God van de genade: onze Schepper is ook onze Redder. Dat wil zeggen dat wij de stijl van hoe Hij redt kunnen aflezen uit de schepping! Hij doet Zijn Koninkrijk komen in een stijl, een manier van doen zoals wij Hem ook leren kennen uit de natuur, uit de schepping. Aan bloeien gaat altijd groeien vooraf. Voor de oogst is er eerst een hele lange aanlooptijd, en zo moeten wij het Koninkrijk zien. Dat betekent dat we bij al die twijfelvragen waarmee ik begon, en waar ook niet-christenen ons mee confronteren: wat heeft dat christendom ons opgeleverd, waar zien we nu iets van God in deze tijd?, dan leren we van de Here Jezus dat we niet direct een discussie aan hoeven te gaan over de voorzienigheid van God en waar Hij niet allemaal ingrijpt van boven, en waar je dat wel en niet kan zien, maar eigenlijk worden we door de Here Jezus altijd gedrongen om dan het goede nieuws maar weer door te geven, om te zeggen: "En toch is daar het Koninkrijk! En straks komt het, en daar gaat een onderstroom aan vooraf." Ik zie hier ook het grote verschil tussen het evangelie, en bijvoorbeeld de catechismus.
De catechismus begint, als Gods Vaderschap wordt ondervraagt in zondag 10 direct met over de voorzienigheid te spreken: God Die vanuit de hoge ingrijpt. De heilsgeschiedenis als een serie inslagen van boven in de menselijke geschiedenis, zoals een ouderwetse naaimachine die steeds weer draden inslaat in het daaronder liggende doek. Maar als naar het evangelie luister, dan zegt Jezus dat Gods handelen juist veel meer te vergelijken valt met een onderstroom, een altijd aanwezige onderstroom onder alles wat gebeurt. Nu eens hier, dan weer daar, en daar komt dat boven. Overal wordt dat gelaat zichtbaar van die God Die een plan heeft met de schepping, en Die de schepping niet loslaat. Je zou kunnen zeggen: het Koninkrijk is een subversief gebeuren, een ondergronds gebeuren, een werk in het verborgene. Zoals de zomer al aanwezig is in de winter. Zo is het Koninkrijk. En dat is het eerste wat de Here Jezus overal verkondigt. En in die stroom bewegen we ons als we dan gaan luisteren naar deze gelijkenis. Dat is mijn tweede punt.
Want als dan de mensen vroegen: Hoe werkt dat dan, en hoe komt dat Koninkrijk en waar is het zichtbaar?, dan geeft de Here Jezus op die vragen in deze gelijkenis het antwoord. Heel opvallend dat de gelijkenis zo sterk met het woordje zo begint. Zo gaat het in het Koninkrijk. Overal elders beginnen gelijkenis heel rustig: het is in het Koninkrijk der hemelen als, maar hier is het: zo gaat het met het Koninkrijk. De gelijkenis zal ons niet vertellen wat het Koninkrijk precies is, maar hoe het er mee staat, hoe het werkt, en -wat straks mijn derde punt is- hoe wij daar dan mee moeten omgaan. En dan vertelt de Here Jezus dat verhaal van het vanzelf groeiende zaad. Hij zegt: "Let nu eens op een boer, hoe hij zich gedraagt. Hij werpt het zaad op de grond". Zo staat het er: hij werpt het op de grond. Die woordkeus laat zien: hij is royaal, en hij heeft er vaardigheid in. Het is wel een kwestie van een goed doordachte beweging: Hij werpt het zaad op de grond. En dan? Dan staat er: Hij gaat slapen. Hij slaapt en hij staat op. Nacht en dag. Echt oosters, eerst de nacht, dan de dag. En het zaad komt op en groeit, zonder dat de boer weet hoe.
Die boer komt naar voren als een bijzonder ontspannen mens. Hij heeft zijn werk gedaan, gezaaid, en daarna gaat hij naar bed en hij staat op. Nacht en dag, nacht en dag, en verder doet hij niks. Want, staat er, de grond brengt vanzelf vrucht voort. In fasen, eerst een halmpje, dan een aar, en daarna het volle koren in de aar. En dan ineens is er weer actie, zodra het rijp is. Dan breekt ineens de drukte los, dan komen de knechts en gaat de sikkel erin en daarna wordt het oogstfeest gevierd. Maar wat Jezus wil zeggen is: Tussen zaaien en oogsten gebeurt er ogenschijnlijk niets! Dat is natuurlijk in eerste instantie niet zo'n leuk antwoord. Het zou veel fijner geweest zijn als de Here Jezus eens even precies had uitgelegd waar God nu wel werkt, en wat Hij dan doet, en langs welke wetten, zodat je het een beetje kan narekenen en mee kan helpen, en als Hij ons had gezegd wat wij in ieder stadium van dat proces zelf moeten doen. Maar Jezus vertelt daar niets van.
Integendeel, Hij zegt: "Als een boer gezaaid heeft weet hij ook niet hoe dat zaad nu uitkiemt tot een halm." En laten we eerlijk zijn, wij met al onze moderne deskundigheid over cellen, en chromosomen of genetische aanleg, wij snappen vandaag nog evenmin iets van het wonder van het leven. Waarom deelt een cel zich? Wat drijft hem? En hoe komt het dat een tarwekorrel als hij in de grond gezaaid wordt, feilloos kleine worteltjes vormt die naar beneden gaan, en feilloos een halmpje dat naar boven gaat? Het is daar overal even donker! Daar begrijpen we niets van en dat kunnen we ook niet nadoen. Daar kunnen we eigenlijk niets aan bijdragen, dat moeten we gewoon zijn gang laten gaan. En dat past Jezus nu regelrecht toe op het geheim van het Koninkrijk. Hij begint dus eigenlijk met verwondering. Hij zegt: "Wanhoop niet, verwonder je! Het gaat heus wel verder en het gebeurt zonder dat u zelf weet hoe." Weet u waar Jezus hier eigenlijk mee bezig is? Hij is eigenlijk iets aan het uitleggen wat voor ons mensen blijkbaar het moeilijkste is om aan te pakken.
Dat noemde ik al 'de genade van het Koninkrijk' Het beste voorbeeld daarvan lezen we in het oude testament, in die droom van Nebukadnessar als daar dat beeld staat opgericht, dan wordt aan het eind verteld dat er een steentje losraakt, en dan staat daar zo schitterend bij: zonder toedoen van mensenhanden. En dat is een woord dat hier door de Here Jezus letterlijk had kunnen worden geciteerd bij dat vanzelfsprekend groeiende zaad. Het beslissende gebeurt zonder toedoen van mensenhanden. En dat heeft de Here God Israël al wel honderd keer willen inprenten. Het begon al bij de intocht, als ze daar de sleutel tot het beloofde land, de stad Jericho voor hun voeten vinden, dan geeft God hen de overwinning op die stad, maar zonder toedoen van mensenhanden. Ze moeten er zeven keer omheen lopen, en op de zevende dag zeven keer, en dan vallen de muren. God doet het zonder toedoen van mensenhanden. En dat noemt de bijbel genade. Genade is de barmhartige daad van God waarmee Hij zonder enig toedoen van mensenhanden ons redt. En u weet, dat is de kern van het evangelie. God neemt ons aan als Zijn geliefde kinderen op grond van wat Jezus aan het kruis heeft gedaan.
En Paulus noemt dat zelfs de dwaasheid van het kruis, dat God zondaren vrijspreekt. Zonder dat u er ook maar iets voor hebt hoeven doen, of ooit voor gedaan hebt, zegt God tot u: "Om wat Jezus gedaan heeft, zonder dat jij er iets aan gedaan hebt, ben jij Mijn geliefde kind." Aan de voet van het kruis zijn we toeschouwers en geen medewerkers. Dat leert ons allemaal in een notendop deze kleine gelijkenis van het vanzelfsprekend en vanzelf groeiende zaad. En dat geldt, zegt Jezus, niet alleen voor het begin van ons christen-zijn, maar dat betekent ook alles voor het vervolg van ons christen-zijn. Op God vertrouw ik dat Hij het doet groeien, het zaad. En de hoofdzaak is dat ik zo op Hem vertrouw dat ik ontspannen mijn weg mag gaan. En voor veel mensen is dit iets heel moeilijks, misschien wel voor ons allemaal. Want wij willen juist in alle belangrijke zaken zo ontzettend graag zelf een vinger in de pap hebben. En dat geldt voor de natuurlijke mens, we willen alles controleren, maar het geldt ook voor de geestelijke mens.
Voor de natuurlijke mens, juist mensen uit de twintigste eeuw, je zou kunnen zeggen: er is geen mens die zozeer alles onder eigen controle wil brengen en houden als de westerse mens in de twintigste eeuw. Er zijn mensen die niet alleen de geboorte onder controle willen hebben, maar er zijn er ook nog die naar de kliniek gaan en willen regelen of ze een jongen of een meisje, dat vind ik wel het toppunt van controleren. En zo willen we eigenlijk zekerheid van de wieg tot het graf. En wat geldt in het natuurlijke leven, dat kruipt ook binnen met die oude mens mee in het geestelijke leven. Dat dringt sterk door. En dan krijgt het vaak een heel vroom gewaad. Want wat is er vromer dan eindeloos je kinderen voor te lezen uit de bijbel, met ze te bidden, 's morgens, 's middags, 's avonds en wat is er vromer dan mee te werken aan gemeente-opbouw en ijveren voor evangelisatie, en dat met een diep verlangen van: de kerk moet anders.
En de niet-christenen moeten worden bereikt en de eigen christenen moeten worden gemobiliseerd, en zo zijn we maar bezig met trainen en beïnvloeden en opbouwen en daar is in die ijver ook ontzaglijk veel gepresteerd, maar soms lijkt het of God er ondertussen nauwelijks toe doet. En ineens realiseren we ons dat we voortdurend bezig zijn met zelf alles in kaart te brengen, in de hand te nemen, het zelf te controleren en te beheersen. En het is of Jezus met die kleine gelijkenis hier dat allemaal in één klap van tafel veegt en zegt: Maar die boer ging slapen. Hij had gezaaid en toen ging hij slapen en hij stond op. Nacht en dag, dag in dag uit tot de oogst kwam. Dat wil zeggen, toen hij het zaad gezaaid had deed hij niets meer! Zo nu en dan zal hij misschien eens zijn gaan kijken of het groeide, maar hij wist maar al te goed dat als hij het uit de grond zou halen om er iets aan te doen dat hij dan het hele proces vernielde. Hij verwonderde zich, hij liet los, hij vertrouwde. Dat was alles. Daar wil ik op de derde plaats bij stilstaan, want dat is toch eigenlijk wel de kern van wat deze gelijkenis bij ons wil bewerken. De gelijkenis wil ons helpen om te staan in die vrijheid van genade.
Dat lazen we in Handelingen 4: En er was genade onder hen. Het is opvallend dat dat woord wordt gebruikt voor de vroegchristelijke kerk. Als de genade van God aan hen wordt verkondigd en door hen is aanvaard, dan ontstaat er ook genade onder hen. En waar komt die in uit? In een wonderbaarlijke vrijheid. Zij zijn in staat om dat wat wij allemaal krampachtig vasthouden los te laten! Ze zijn in staat om God te vertrouwen, in staat om elkaar lief te hebben zonder elkaar te controleren. Ik denk dat dat het doel is geweest van deze gelijkenis. Niemand kan ontkennen dat de kern van deze gelijkenis ligt in dat kleine woordje vanzelf. De aarde brengt vanzelf zijn vrucht voort. Dat maakt die boer in zijn eigen leven op een heel speciale manier zorgeloos. Maar dan wel op een heel speciale manier. Het is niet de zorgeloosheid van iemand die zijn interesse verloren heeft, de zorgeloosheid van de onverschillige of de nonchalante. Nee, het is de zorgeloosheid van iemand die letterlijk zorgeloos geworden is. Dat is het. Ik moet dan altijd denken aan 'blind Willy Johnson'.
Professor Rookmaker reisde altijd naar Amerika op zoek naar de wortels van de moderne muziek en dan hij stapels 'blues' bij zich van Amerikaanse negers. En die speelde hij af. Er was muziek bij van een neger 'blind Willy Johnson', en hij begeleidde zichzelf op een wasbord, en hij zong met zo'n zware stem: "Take your burden to the Lord and leave them there". En dat lied heeft hij veel gespeeld als een voorbeeld van waar eigenlijk de blues hun kern vinden en wat aan de wortel ligt van de moderne muziek. Maar die ene zin: Take your burden to the Lord en leave them there (breng je zorgen naar de Heer en laat ze daar) betekent dat ik los moet laten. Dat betekent niet dat ik fluitend langs anderen heen leef, maar dat betekent dat ik ze de vrijheid laat. Loslaten betekent niet dat ik banden doorsnijd, maar het betekent dat ik anderen niet overheers. Loslaten betekent eigenlijk: je eigen onmacht vrolijk toegeven, en denken: de uitkomst ligt niet in mijn hand. Loslaten is niet: oordelen, maar: anderen in de handen van God laten, hen toestaan zelf mens te zijn. Loslaten is niet langer beschermend zijn, maar anderen de werkelijkheid wel laten zien.
Loslaten is niet: alles aan mijn wensen aanpassen, maar het is eigenlijk: blijmoedig aanvaarden wat iedere dag me brengt. Loslaten is niet: altijd maar weer spijt hebben van het verleden, maar het is eigenlijk: open zijn voor de toekomst. Loslaten is: minder bang zijn en meer liefhebben.Dat is in de derde plaats wat deze gelijkenis ons wil meegeven. Ik vat die drie punten aan het eind samen. We begonnen bij die basisvragen die in ons eigen hart opwellen als de hemel wel gesloten lijkt en ongeneeslijke ziekte treft ons, waar is dan dat Koninkrijk en de kracht daarvan? Of in de samenleving, als we denken aan zoveel eeuwen christendom en wat heeft het veranderd? En kunnen we niet even vrolijk zonder? Dan komen er vragen in ons op: Mogen we werkelijk verwachten dat Jezus deze aarde bevrijden zal van het kwaad en van het onrecht en van het lijden, zoals Hij ons beloofd heeft? Dat is de basisvraag waarmee we begonnen. Nu, Jezus voorziet dat er momenten zijn waarop de discipelen dat zullen vragen, en met het oog op die vragen leert Hij hen dan die les van het Koninkrijk, van de verkondiging van het Koninkrijk. Het eerste was: het Koninkrijk is als een onderstroom.
Dat begrijp ik altijd weer uit Jezus gelijkenissen. Het is de verborgen zomer in de winter. Het is er veel reëler dan wij denken, en het gaat verder. Even zeker als koren dat groeit onder de grond. Het tweede. Op de vraag hoe dat voortgaat zegt Jezus: "Dat gaat vanzelf!" Dat zegt Hij op een heel speciale manier namens God. Ik moet daarbij denken aan de manier waarop een heel groot pianist, die net op een fantastische manier Beethoven heeft gespeeld, en als mensen dan vragen: Hoe doe je dat toch? dan zegt hij: Het gaat vanzelf! Zo zegt Jezus dat ook, en er ligt een bovenmenselijke vaardigheid achter. Het derde wat we hoorden was die oproep, verscholen in deze gelijkenis. Wie de genade van God leert geloven en aanvaarden, gaat genade verspreiden - en dat is het derde waar Jezus op uit is. Hij wil ons leren net zo zorgeloos te worden als die boer. De zorgeloosheid van iemand die verwonderd staat van de genade van God en die zorgeloos is omdat hij zijn oude mens, die altijd maar weer wil beheersen, heeft losgelaten en die zorgeloos is omdat hij eindelijk van zijn angsten bevrijd is. Daar is Jezus op uit met deze boodschap, het evangelie van het Koninkrijk. Amen. Reageren op de inhoud?
Email naar Wim Rietkerk! Direct reageren? Schrijf je opmerkingen in het gastenboek! Reaktie op de redactionele en/of technische kant van deze site? Email de Webmaster Doorpraten? Bezoek een dienst of meld je aan voor de eerste virtuele preekbespreking, binnenkort live op deze site! ©1997 Nederlands Gereformeerde Kerk - Utrecht