Bijbeltekst: Mattheüs 6: 22

Gemeente van Christus, Ik had de tekst voor deze zondag eigenlijk tien dagen geleden al uitgekozen, voordat ik hoorde van alles wat deze week gebeurde, het overlijden van broeder Oostenbrink. Ik dacht: "Zal ik een andere tekst kiezen?" Er zijn zoveel vragen die dit oproept, over het waarom, het waarom nu, en het waarom hij. Zo voortijdig, lijkt het. Terwijl sommige op hun sterven wachten en er naar uitzien en het niet krijgen, zijn er anderen die het niet willen hebben en het voortijdig ontvangen. En wat zijn er de afgelopen maanden niet veel meer pijnlijke, moeilijke dingen gebeurd in de gemeente. Moeilijke ziekten, zelfmoord, sterfgevallen. Moet je daar nu niet in de eerste plaats op ingaan als je zondags samen de bijbel openslaat? Paulus roept de gemeente van Corinthe ook op tot zelfbezinning. In 1 Corinthe 11 zegt hij: "Daarom ontslapen er onder u niet weinigen." En dan wijst hij allerlei verbanden aan. En dat moet ook, en dat willen we ook. En toch heb ik voor deze zondag besloten de keus van dit stuk uit de bergrede niet te veranderen. En dat komt vooral omdat ik er, juist na dit overlijden, zo veel in beluisterde.

Zoveel antwoorden, die ons in de benauwdheid van het leven, en temidden van allerlei kwellende vragen en moeilijke aanvechtingen, een koninklijke weg wijzen. Denk alleen maar aan die hoofdlijn van dit middendeel van de bergrede, de grote preek, de enige die in zijn geheel van Jezus is overgeleverd. En daar middenin, in hoofdstuk 6, daar is dit kerngedeelte, en daar staat steeds weer herhaald als een vast refrein in dat woord: "En uw Vader in de hemel die in het verborgene ziet, die zal u vergelden." Uw Vader, die in het verborgene ziet. Vers 4, vers 6, vers 18. Het gaat in hoofdstuk 6 van de bergrede eigenlijk over de praktijk van het christenzijn. Aalmoezen geven, dat is het eerste, en dan bidden, dat is het tweede, en dan vasten, ascese betrachten, dat is het derde. En bij alledrie die hoofdmomenten, barmhartigheid, bidden en vasten, zegt Jezus: "Maar het eigenlijke geheim van een christen is wat er in het verborgene zich voltrekt." Daar mag je je op terugtrekken, daar mag je op terugvallen. En daar kan je met al je vragen terecht. "Want daar is uw Vader, die in het verborgene ziet", zegt Jezus. In het verborgene, dat is alles omvattend, wetend, omsloten.

Er is Iemand die zich over ieder onderdeel van ons leven gedachten maakt. Psalm 139 zegt: "Here, Gij doorgrondt en kent mij. Gij kent mijn zitten en mijn opstaan, Gij verstaat van verre mijn gedachten. Met al mijn wegen zijt Gij vertrouwd. Gij omgeeft me van achteren en van voren, en Gij legt uw hand op mij. Het begrijpen is mij te wonderbaar." Daar begint Jezus bij als Hij het heeft over het geheim van het christen- zijn. Dan heeft Hij het over: "Uw vader, die in het verborgene ziet." Die zich niet nader verklaart, maar die wel zegt: "Ik houd van je." Ik houd van je, je bent mijn geliefd kind. Dat is het allereerste wat ik hier in de bergrede beluister. Dat heb ik er als het ware uit gehoord om door te geven. En toen kwam dat tweede, waaraan ik eigenlijk vooraf met name had gedacht en wat nu wel heel bijzondere kracht heeft gekregen en dat is die oproep tot onverdeelde toewijding. Want dat is het natuurlijk. Als Jezus zegt, na dat drievoudige: "Uw Vader in het verborgene ziet": "Maar laat dan ook je oog door niets afleiden!" En ik proef daarin een antwoord op de grote kracht van de verleiding.

De vijand van God is eigenlijk maar op één ding uit, en dat is dat wij ons oog zouden laten afleiden, dat we onze aandacht verdelen, dat we twee meesters gaan dienen. Nee, de duivel zal nooit proberen om centraal God in een kwaad daglicht te stellen. Maar hij zal wel proberen zijdelings bij ieder van ons om de eenvoud van de totale toewijding aan God te ondermijnen en af te zwakken en af te buigen. En dat kan op talloos veel manieren. Ja, dat kan door ziekte, dat kan door rouw, dat kan door depressies, dat kan door tegenslag of pijn. Evengoed als door een enorme variëteit van genietingen, die onze moderne samenleving ons biedt. Via al deze wegen probeert de vijand van God ons van die concentratie op het ene, en dat open oog voor die ene, af te weken. Ik zie onze gemeente als een gemeente onder enorme verleidingen, jong en oud, bij ieder weer op eigen wijze. En daar wil ik dit kernwoord uit de bergrede tegen in geweer brengen. "Laat uw oog", zegt Jezus, "Eenvoudig zijn." Dat staat er eigenlijk.

De nieuwe vertaling vertaalt: "Laat uw oog zuiver zijn", en Het Boek zegt: "Laat uw oog open en gezond zijn", en dat hoort er ook allemaal bij, het Groot Nieuws vertaalt het zo: "Laat uw oog helder zijn", maar de oude vertaling had het bij het goede eind, die heeft letterlijk vertaald wat er stond: "Laat uw oog eenvoudig zijn". Dat staat er. Laat uw oog éénvoudig zijn, dat betekent: geconcentreerd op het ene nodige. Precies zoals Jezus eens een keer zei tegen Martha, u kent die geschiedenis wel, toen ze daar liep te rennen, en toen Hij zei: "Martha, Martha, weinig dingen zijn nodig, eigenlijk slechts één, en dat goede deel heeft Maria nu hier gekozen." Ik wil wel eens even wat breder stilstaan bij deze, misschien wel allerkleinste gelijkenis in de bijbel, want het is eigenlijk een soort gelijkenis over het oog. Jezus had ook kunnen zeggen: "Het gaat in het koninkrijk der hemelen net als met het oog bij het lichaam. Wanneer je oog eenvoudig is, heeft ook je hele lichaam licht." Zo is het ook in het geestelijk leven. Als je hart zuiver is, eenvoudig, dan krijg je ook licht bij alle keuzes die je moet maken. Eigenlijk is het een hele vreemde beeldspraak die Jezus gebruikt.

De lamp van het lichaam is het oog, zo zouden wij nooit over het oog spreken. Wij denken dat het licht het oog invalt, en niet uitvalt. Een lamp straalt licht uit, een oog, daar valt het licht in, en dan hecht zich op de achterwand van het oog het beeld vast. Eigenlijk is bij ons het oog een soort van fototoestel geworden, en zo gaan we er ook mee om. Wij laten beeld na beeld, duizenden beelden per dag, ongecensureerd, zomaar binnen vallen, en we doen er nooit een klepje voor, we laten het maar komen. Dat is eigenlijk heel gevaarlijk, zegt Jezus. Maar het idee dat het gevaarlijk is komt niet bij ons op. Alle programma's, op televisie, 28 of meer netten, we laten ze maar binnen. En we begrijpen het niet eens dat Job in het oude testament, in hoofdstuk 31 zegt ter verdediging tegenover de aanklacht van zijn vrienden: "Ik heb een verbond gesloten met mijn ogen." Dat vind ik heel bijzonder. Ik heb een verbond gesloten met mijn ogen, dat wil zeggen: Ik heb een goede afspraak met mijn ogen gemaakt. Er zijn dingen, oog, waarnaar wij samen zweren: daar kijken we niet naar. Dat heeft Job gezegd.

"Ik heb een verbond met mijn ogen gesloten, hoe zou ik dan ooit een maagd met begeerte hebben aangezien", zegt hij. Dat komt omdat de bijbel er hier in de bergrede nadruk op legt dat het oog veel belangrijker is dan we denken. "Het oog", zegt Jezus, "is eigenlijk de lamp van je lichaam." Hij ziet het oog dus als iets wat licht uitstraalt, waar licht, voorlichting, leiding, richting, vanuit gaat. En eigenlijk is dat ook waar. Want dat beeld wat op de achterkant van die oogbol verschijnt dat wordt door heel subtiele zenuwen eerst naar de hersenen, en we weten eigenlijk niet precies wat daar gebeurt, maar vandaar uit naar het hart, naar mijn handen en naar mijn voeten uitgestraald, zodat mijn handen eigenlijk kijken via mijn oog, als ik mijn ogen dichtdoe, weten mijn handen niet meer te vinden wat ik pakken moet, en als ik mijn ogen dicht doe dan gaan mijn voeten struikelen. Dus het is eigenlijk een prachtig beeld, dat mijn oog de lamp is van mijn lichaam. Natuurlijk, het is een gelijkenis. "Zo", zegt Jezus, "hebben wij een innerlijk oog". Maar er is een verband tussen het uiterlijk oog en het innerlijk oog.

Want het innerlijk oog wordt helemaal bevuild of helemaal gereinigd door het uiterlijke oog. En dat innerlijke oog dat is mijn hart. Ja, en waar mijn hart zich op gezet heeft, dat gaat al mijn keuzes bepalen. Hoe belangrijk is dus het oog. Stel je voor, ik ben met mijn ogen altijd gefixeerd op mooie auto's. Ik ben er gek op om naar mooie auto's te kijken. Ik kan me dat heel goed indenken, en dan gaan die beelden tenslotte je gedachten vervullen, en nog een stap verder, je gaat er 's nachts van dromen, en tenslotte ben je er helemaal van bezeten. Maar 't is begonnen bij je ogen. En zo kan ik het aanvullen. Eigenlijk is de zonde begonnen bij de ogen. Kijk maar in Genesis, Eva met die vrucht. Ze keek naar die boom en ze zag dat de vrucht begeerlijk was om van te eten om daardoor wijs te worden. En toen pakte ze die vrucht. Worden zoals God. En zo hebben wij via onze ogen allerlei fixaties. Je kunt zo gefixeerd zijn op mooie huizen, je kunt je laten fascineren door een nog spannender computerspel, of een nog intenser sportbedrijf of op al die kanalen van onze televisie, ik denk nu terug aan Job 31, daar zijn altijd beelden van mooie vrouwen te vinden, in veelvoud.

Of een ander, die wordt daardoor niet gefascineerd, maar de wordt gefascineerd door de toga, de professorstoga. Daar kijkt hij naar, vindt dat fantastisch, laat daar zijn gedachten door vervullen, zijn hart door bezet raken en zo nemen de dingen ons in de greep. Ze fascineren ons, ze raken ons oog, ons oog hecht zich eraan, geniet ervan, raakt eraan verknocht, en tenslotte verslaafd. Het oog is daarom in de bijbel het instrument van de begeerte. En de begeerte is grenzeloos, ze raakt nooit verzadigd. Want denk niet dat u echt gelukkig bent als u krijgt wat uw oog heeft gezien. Als je het hebt zeg je: "So what?" En je gaat op zoek naar een nieuwe afgod, wat dat zijn het eigenlijk geworden: afgoden die ons hart van God aftrekken. En het hart zelf wordt verdeeld. Het wordt verdeeld en daardoor rusteloos. In onze tijd is dat eigenlijk volksziekte nummer 1. Bijna alle prikkels die mensen fascineren lopen via het oog naar ons hart. De TV, de computer, de sport, de techniek, alles doet een beroep op ons oog. Enorme supermarkten met hun overvloed aan produkten, het moet zelfs op zondag open! U moet vooral vandaag naar Hoog Catharijne gaan! Daar kunt u nog eens opnieuw uw ogen de kost geven.

Alles wordt aam het oog bloot gesteld. Ons oog kan ook overal komen vandaag. Telescopen, je kan ver kijken naar werelden om ons heen, televisie kan overal in door dringen, zelfs in de binnenkamers, in de slaapkamers kunnen onze ogen komen, zelfs tot in de diepzeeën toe. Niets is verhuld. Zo hebben we een groot oog, maar de vraag is: Geeft het ons ook licht? Kijken we wel goed? Kijken we wel naar de goede dingen? Of zitten we met dat ene grote oog alleen maar in de ellende, omdat het ons hart verdeelt, ons hart afleidt van de hoofdzaak, en verstrooit over duizend en één dingen die ons totaal geen vrede geven. Die ons geen vrede geven, maar alleen maar opjagen. Daar gaat het over in deze oproep van Jezus: Laat uw oog eenvoudig zijn. Niet afgeleid of verstrooid door duizend en één aantrekkelijke objecten die het gevangen houden, maar, Jezus zegt: "Laat eenvoudig zijn, dat wil zeggen: Op één object gericht. Wat die koning uit het verhaal van Gottfrid moest leren: God zien. Dat wat David zegt in Psalm 27: Één ding Heer heb ik van u begeerd -ook weer dat ene ding-, dat ik de lieflijkheden van de Here mag aanschouwen in zijn tempel. Paulus zegt dat: Hem te kennen.

Alles doe ik om hem te kennen, de kracht van zijn opstanding. Maria had het geleerd, zagen we, toen ze zat aan de voeten van de Meester, en Jezus noemt het: De Vader kennen die in het verborgene ons ziet. Dàt christendom, dat hebben we nodig, dan verschijnen er ook geen studies meer over kerkverlating onder de titel van het lege testament. Maar dan gaan we als gemeente lijken op Henoch, die wandelde met God, temidden van een zondvloedgeneratie. Dat is de eenvoud waar Jezus hier van spreekt en waar Hij ons toe oproept. Één staat tegenover twee. De griekse naam van de duivel is eigenlijk altijd 'iemand die in tweeën deelt', diabolos, in tweeën werpt. Hij, die alles in tweeën uiteen breekt, verdeeldheid zaait. Eerst in het oog dat zich laat afleiden, daarna in het hart, het hart dat verdeelt tussen de macht van de boze, die zich in wil spinnen, en aan de andere kant onze Vader die in het verborgene ziet, in liefde ziet, en zo onze ogen open maakt voor Hem. En volgen we de boze, de diabolos, dan verliezen we de vrede, en dan raakt ons leven verstrooid over duizend dingen, we verliezen tenslotte onze ziel, en we drijven voort op de prikkels van het oog of de beslommeringen van ons hart.

"Loop de wedloop", zegt de Hebreeënbrief, loop die wedloop, er zijn getuigen rondom ons, zelfs in de onzichtbare wereld, die gespannen toekijken hoe wij het doen. Loop die wedloop, maar laat uw oog daarbij alleen -daar heb je weer die concentratie op dat ene-, alleen gericht zijn op Jezus. Als je het zelf niet kan, Hij voltooit je geloof en Hij is de leidsman van je geloof. Doe je dat, wat verandert er dan? Dat is het derde en laatste punt: "Dan wijkt de bezorgdheid", zegt Jezus. Heel opvallend dat Hij daar dit hoofdstuk eindigt. En dat is het derde punt wat me deze week zo bijzonder aansprak. Wie met een onverdeeld hart de Heer zoekt, die verliest absoluut de bezorgdheid. Die leert leven bij de dag. "Iedere dag", zegt Jezus, "heeft genoeg aan zijn eigen kwaad." Ik leer ineens niet te denken aan morgen, en wat er dan niet allemaal gebeuren moet, en wat me kan overvallen, bezorgdheid is angst voor morgen, maar de ware eenvoud doet de angst versmelten. Want ik heb een Vader die mij in het verborgene ziet. En ik ben het eigendom van Jezus, die mij kent zoals ik ben. "Zou Ik dan bezorgd zijn? Door bezorgdheid proberen een el aan mijn lengte toe te voegen?", zegt Jezus ironisch.

Een zuiver oog, een eenvoudig hart, ongedeelde toewijding aan het ene wat van God komt, en van zijn Rijk, dat helpt ons erdoor, en dat geeft ons vrede. Tenslotte, ik denk dat onze tijd een ontzettend moeilijke tijd is om echt christen te zijn. Want het oog wordt afgeleid door duizend beelden die we zomaar toelaten, en ook ons hart raakt verdeeld door duizend en één bezorgdheden. Zo lezen we hier in dit kernwoord uit de bergrede toch eigenlijk midden tussen alles wat ons overkomen is en overkomt en wat op ons toekomt, prikkels van de moderne consumptiemaatschappij, hoe Jezus ons weer die eerste en allereerst noodzakelijke eenvoud leert. De Here wil ons eigenlijk dwars door alles heen steeds weer terugvoeren naar dat geheim, dat is het wat ik aan het slot nog even wil onderstrepen. Wat zou het bijzonder zijn als vandaag christenen weer mensen werden met een geheim, met een binnenleven. Christenen, mensen werden die met het hart leerden zien, en dan inderdaad, zoals we hoorden bij het kinderverhaal, in die bedelaar, de grootste bedelaar aller tijden, de verschijning van God zelf leerden zien. Ongedeeld toegewijd, dat is eigenlijk wat Jezus wil dat we zijn.

Ongedeeld toegewijd zijn aan hem. Waar dat gebeurt daar komt eenheid, daar komt heelheid, daar komt gaafheid. En daar herstellen zich de relaties en, Jezus zegt: "Daar wijkt bezorgdheid en angst." En daar komt de vrede van Christus die alle verstand te boven gaat. Amen. Voor reacties: mail naar Wim Rietkerk. Meer info over de Nederlands Gereformeerde Kerk van Utrecht op Internet: gjkole@knoware.nl