Gemeente van Christus, Deze week hoorden we het laatste nieuws wat ons toekwam uit de medische wereld. Zulke berichten kun je haast wekelijks op het journaal verwachten, en deze week hebben knappe dokters het gen ontdekt dat verantwoordelijk is voor het veroorzaken van longkanker. En ik zal zeggen wat ik ervan begrepen heb, al beweeg ik me hiermee op riskant gebied. Een gen is een ongelooflijk klein onderdeeltje van een DNA-molecule. En een DNA-molecule bepaalt de aanleg in ons lichaam. Dus iedere lichaamscel die groeit krijgt een klein groeiprogramma mee, en die bepaalt hoe die cel zich ontwikkelt. En dat groeiprogrammaatje bestaat uit genen, en nu zijn de dokters tegenwoordig zo knap dat ze die genen kunnen veranderen. En dat is voor mensen die longkanker hebben natuurlijk fantastisch nieuws. Hoewel, komt het nog op tijd voor hen? Maar het laat ons allemaal wel achter met bizarre vragen. Mag de mens zelf ingrijpen in genetisch materiaal, dat aan alle groei ten grondslag ligt? Overschrijden we zo niet grenzen? Spelen we zo niet God? De moderne technoloog zegt: "Alles is geoorloofd". Maar Paulus vraagt: "Is het ook nuttig?
En laten we ons daardoor niet knechten?" Mag echt alles wat kan? Dat zijn de vragen waar we ons nu mee bezig houden. En dit is de tweede preek over 1 Cor. 6, de tweede van een serie van drie over moeilijke, morele vraagstukken waar wij in de twintigste eeuw mee kampen en waar onze grootouders geen vermoeden van hadden dat wij daar ooit mee te maken zouden krijgen. Ze zijn het gevolg van een enorme voortgang van de techniek. De moderne mens beheerst de natuur en de techniek heeft zich ontwikkeld tot het instrument bij uitstek om de natuur te beheersen. Genesis, daar gaan we ons natuurlijk mee bezig houden. Staat dat daar? Maar we doen het op een manier die niemand ooit voor mogelijk hield., En dat stelt ons allemaal voor morele vragen. Mag alles wat kan? De vorige keer ging het over orgaandonatie. Vandaag alles wat we willen overdenken over dat bewerken van het genetische materiaal, wat te maken heeft met klonen, kunstmatige inseminatie, genetische manipulatie. En volgende keer hoop ik iets meer te zeggen over euthanasie. Even tussendoor. Als we deze week gaan stemmen dan moet u letten op de verkiezingsprogramma's van de politieke partijen.
Ik heb hier in een krant keurig op een rij gekregen wat alle partijen zeggen over vijftien vraagstukken. Je kan het dan zo aflezen. Je moet dus niet alleen letten op mensen, maar je moet vooral letten op wat ze gaan doen. En als je die vijftien onderwerpen eens bekijkt, dan zijn tien ervan morele vraagstukken. Dat heeft me zeer getroffen. Want als je de debatten hoort op de televisie lijkt het wel allemaal te gaan over banen die verdeeld moeten worden, over financiën, over economie, maar waar het eigenlijk om gaat zijn de keuzes die de komende vier jaar gemaakt moeten worden op moreel gebied. Over verkeer, over de derde wereld, over de toekomst van de ziekenzorg, over het klonen van mensen, dat is dit jaar aan de orde. Let dus op de morele keus die de partij waar u op stemt gaat doen. En vooral, houdt in het oog dat de eerste roeping van een christen bij politieke keuzes bidden is. Dat staat als eerste in de bijbel. Bidden voor Nederland, bidden voor uzelf. Stemmen is onderdeel van de navolging van Jezus Christus. En wat heeft Jezus Christus nu te maken met de morele problemen waar wij aan het eind van de twintigste eeuw na zijn geboorte mee te maken krijgen?
Ik heb de vorige keer ook al gezegd hoe diep het mij getroffen heeft dat, als je de bijbel daarbij opslaat, die zo actueel is. De bijbel is niet tijdgebonden, zoals velen vandaag beweren en die eigenlijk de bijbel daarmee maar tegelijkertijd afwijzen. Nee, het is omgekeerd: de tijd is bijbelgebonden. Die uitspraak heb ik van ds. Henk de Jong, en het is zeer kernachtig: de bijbel is niet tijdgebonden, maar de tijd is bijbelgebonden, en dat komt omdat de bijbel het Woord van God is. En natuurlijk, wat we nu gelezen hebben werd toen geschreven en dat sloeg op de situatie daar, van de gemeente van de Corinthiërs toen. Zeker, maar nu het geheim: omdat het de Heilige Geest is die daardoor sprak ligt er een kracht en een wijsheid in dit Woord dat alle tijden omspant! En dat tot vandaag toe krachtig spreekt. En zo willen we er nu dan ook naar luisteren. Dat geldt met name van 1 Corinthe 6: 12, dit kernwoord van Paulus aan de Corinthiërs, maar dat geldt met name juist ook voor de vragen die ik vandaag voor het voetlicht wil brengen. Ik lees in de krant: Nederland wacht het debat over klonen af. Dit jaar moeten beslissingen vallen over wat je al dan niet mag doen met een embryo.
En over kunstmatige voortplanting, het klonen van mensen. Genetisch manipuleren, dat leidt tot allerlei vragen. Zoals u weet kunnen er baby's verwekt worden in het laboratorium, die daarna worden ingeplant. Kan dat? Mag dat? Kan een vrouw die alleen staat op zo'n manier een kind krijgen? Dat kan. En getrouwden, die geen kinderen kunnen krijgen, mogen die daar gebruik van maken? Of een homofiel stel dat een kind wil? En als een jong meisje wat wil bijverdienen, dan word je draagmoeder. Dat kan, om kinderen voort te brengen voor een ander. Het kan allemaal, maar is alles geoorloofd? En wat betreft genetische manipulatie? Mogen we zelf ingrijpen in zo'n DNA-molecule, zo'n groeiprogramma wat bepaalt hoe een plant, het dier, de mens zich ontwikkelt? Wist u dat er tegenwoordig steeds meer laboratoria oprijzen in de sector van de landbouw? Laboratoria voor plantengenetica, die gewassen ontwikkelen door het genetisch materiaal te veranderen. Bijvoorbeeld kool, waar een rups die ervan eet van doodgaat, dat kunnen ze in het genetisch materiaal inplanten. En maïs, die geen mannelijke bloemen meer voortbrengt, want dat geeft een veel betere oogst.
En er is al koolzaad op de markt dat steriel is. En zo weken ze aan het creëren van nieuwe planten, en dat gaat eindeloos door. Ook in de hogere natuur, de dieren en de mens. We weten het, het schaap Dolly loopt al rond, en heeft al een jong gekregen, en er is een stier Herman, en dat zijn allemaal beesten die genetisch door de mens zijn gemanipuleerd. En de volgende stap is de mens. Erfelijke ziekten zullen kunnen worden behandeld. Maar wilt u weten of uw kind dat nog niet is geboren voor tien procent, of voor vijftig of tachtig procent kans heeft op longkanker? Wilt u het weten? En zo ja, wat doe je dan met die kennis? Aborteren als het zestig procent kans heeft, en houden als het tien procent is? Allemaal wonderlijke keuzes waarvoor we komen te staan. En dan natuurlijk die verschrikkelijke mogelijkheid tot het klonen van mensen, waar natuurlijk niemand voor is. Maar het kan wel in de toekomst. Mag alles wat kan? Dat waren, op een heel andere manier natuurlijk, ook vragen die toen al speelden, tweeduizend jaar geleden. Heel anders, maar toch waren in die eerste eeuw in de gemeente van de Corinthiërs, ook zulk soort basisvragen wel aan de orde.
Het ging toen over recht vragen bij ongelovigen. Dat is het eerste deel van 1 Corinthe 6. En hoe prachtig wordt daar de hoge staat van de gelovige beschreven! Hij mag oordelen over alle dingen, hij zal straks zelfs over engelen oordelen, zegt Paulus. En in het tweede deel van hoofdstuk 6 gaat het over gewijde ontucht. Dus in de eerste plaats waren er financiële conflicten in de gemeente, en men vocht dat uit voor de wereldlijke rechter, en in de tweede plaats was er een heidense levensstijl op sexueel gebied. In het kort heb ik gezegd: dat is sex bedrijven buiten de door God gegeven structuur van het huwelijk, en daarvoor gingen ze daar naar het tempelcomplex. Er hing daar vroeger in Corinthe blijkbaar zo'n sfeer van: wij zijn juist bevrijd, wij zijn bevrijde christenen, het deert ons niet. Geld en sex hoort tot het lagere aardse vlak waar Jezus ver boven staat, en op dat lagere aardse vlak is eigenlijk alles geoorloofd. Zo hebben wij ook vaak de neiging om ons terug te trekken uit zulke ethische vragen. We gaan zondags naar de kerk, horen mooie dingen, maar het heeft geen contact met dat lagere aardse vlak. En dan vallen we in dezelfde fout.
Wat we hier horen moet juist landen bij uw keuzes, die u deze week moet maken, en die te maken hebben met de moderne technologische ontwikkelingen. En zo willen we er dan vandaag ook over spreken. Paulus haakt daar op in met dat ene kernwoord, en dat wil ik als een soort dragende basis overdenken en met u delen uit de Schrift. Die ene kernzin waar Paulus zegt: "Alles is mij geoorloofd...". Wel wonderlijk, hij gebruikt een citaat van wat daar de ronde deed, een spreekwoord: 'alles is ons geoorloofd'. Hij zegt: "Ja, alles is ons geoorloofd, maar...", en dan komen daar die twee toevoegingen bij. Wonderlijk dat hij die eerste zin niet ontkent met: dat is een ontzettende zin, die moet je nooit meer gebruiken! Als hij er echt zo'n bezwaar tegen aantekende zou hij dat gezegd hebben. Grosheide, een beroemde gereformeerde exegeet zegt dan ook: "Eigenaardig dat Paulus deze zin, die als spreuk daar in gebruik moet zijn geweest, wel beperkt maar niet voor onjuist gebruikt". Grosheide vermoedt dat het gaat om de kernachtige samenvatting van Paulus' eigen preken. Alleen, ze gaan er een totaal verkeerde kant mee op.
En eigenlijk is dat in een notedop een profetische samenvatting van tweeduizend jaar christendom. Inderdaad, de vrijheid in Christus is ons verkondigd, maar welke kant zijn wij daar in onze tijd mee opgegaan? Daar gaat de apostel dan op in als hij zegt: "Jazeker, alles is ons geoorloofd, we staan in een ongekende vrijheid. Christus heeft ons in die vrijheid gesteld, Hij heeft ons bevrijd van haat en vervreemding, van zonde en van vloek. Alleen - zoals we al lazen in de Galatenbrief - gebruik dan ook die vrijheid voor het goede doel, anders ontaardt het in losbandigheid." En daarom zegt hij: "Alles is mij geoorloofd, -en dan voegt hij er twee zinnen aan toe- maar niet alles is nuttig, en dan: alles is mij geoorloofd, maar ik zal mij door niets laten knechten". In de eerste zin zet hij het positieve doel uit, en in de tweede zin heeft hij het over het te ontwijken negatieve bijeffect. Die twee punten geven naar mijn mening richting, ook in de ethische vragen van deze tijd. In de eerste plaats. Hij zegt: "Alles is mij geoorloofd, maar niet alles is nuttig." Wie even naslaat wat voor vertalingen op dit vers bestaan, bemerkt dat het ook vertaald mag worden met heilzaam, of zinvol.
Er zijn veel vertalingen voor dit woord. In het grieks staat er iets wat letterlijk betekent: wat bijdraagt. En dat is dan tot een technische term geworden: wat bijdraagt tot het heil, dus heilzaam vind ik eigenlijk wel het mooiste woord, eigenlijk een prachtig woord. Voordat je een keus maakt in vrijheid, moet je je eerst afvragen, in vrijheid, of dit wel heilzaam is. Dit woord heeft dr. Douma ertoe gebracht om grondregels te formuleren voor alle kunstmatige middelen bij de bevruchting. En dat boek kan ik u hartelijk aanraden, in een preek kun je niet alle vragen bespreken. Dit boek heet "De tien geboden" en het is eigenlijk een vakwerk over de uitleg van de geboden, met name als het gaat om deze actuele vragen. Wat Douma dan zegt bij het gebruik van kunstmatige middelen bij de bevruchting is: "Hier hebben we het antwoord heel erg duidelijk: het moet heilzaam zijn". Dan gaat hij dat iets nader uitwerken: "Dat betekent dat als het helpt om de door de zonde ingedrongen onvruchtbaarheid te bestrijden binnen de door God gegeven structuren, dan mag je het gebruiken, dan is het heilzaam.
Maar als het gebruikt wordt om de door God geschapen werkelijkheid, zoals die door God gemaakt is, te gaan veranderen naar ons beeld, dan spelen we God en dan is het ook niet heilzaam". Op die grond wijst hij het verwekken van een kind in een reageerbuis niet af. Hij zegt: "Het mag, alles is geoorloofd, maar, a) het moet van de ouders zelf afkomstig zijn, zaad en eicel, en alle bevruchte cellen moeten worden ingeplant, geen bevrucht leven dat die hoge waarde al gekregen heeft mag worden weggegooid, en b) het moet zijn binnen het kader van het huwelijk." Hier zien we wat hij dus doet in de praktijk. Alles mag, maar het moet de zonde en de gevolgen van de zonde bestrijden. Het moet heilzaam zijn. Maar zodra je gaat zitten aan de structuren zoals God ze gemaakt heeft alles naar zijn aard, zoals Hij het bedoeld heeft, dan spelen we God, dan vallen we in val van de duivel die zei: "Wat? Mag je van die ene boom niet eten? -Zelf vaststellen wat goed en kwaad is- daar mag je niet van eten? Ten dage dat je daar van eet -en je doet het dus toch-, zul je als God zijn!" En daar staan wij midden in, zo speelt de moderne mens God.
Maar ik vind het wel een heel bijzonder punt dat hier in deze eenvoudige regel: maar niet alles is heilzaam, zo een grondlijn wordt gegeven bij morele beslissingen. Natuurlijk kunt u vragen: hoe kan ik nu weten of iets bijdraagt aan mijn heil, of iets bijdraagt aan de bedoeling van God? Daarvoor hebben we de hele schrift nodig, en vandaar mijn teruggrijpen bij dit vers op Genesis. En met name op die drie punten: God schiep alle dingen naar zijn aard. Wij mogen dus niet met soorten gaan knoeien, knutselen met de schepping van God. Dat is iets wat God verfoeit, de Tora staat er vol van. En het tweede wat me altijd treft als ik Genesis lees, met name als ik denk aan de moderne technologie en wat dat belooft, en dat is dat zo uitdrukkelijk door God gezegd wordt: "En Hij plaatste de mens in de Hof van Eden om die - en dan staan er een paar prachtige woorden - om die te bewerken en te bewaren." Dat zijn schitterende woorden. Niet om die te beheersen en naar zijn hand te zetten, maar om die te dienen. Het woord dienaar komt daar in voor. In dat eerste woord staat eigenlijk: bedienen, dienaar zijn. En in het tweede woord staat: bewaren.
Dus de mens heeft een beschermende functie ten opzichte van de schepping en hij heeft de taak niet manipuleren, niet beheersen, maar juist verzorgen. Dat was zijn taak en dat sluit het afweren van ziektekiemen in, maar iedere vorm van verbetering van de soorten uit. Het derde punt uit Genesis wat me trof, juist als het gaat over de verhouding van de mens tot het dier, is dat er ten aanzien van de dieren, toen de Here God het gedierte schiep gezegd wordt: de mens moest namen geven, en zoals de mens het noemde zo zou het heten. Dat vind ik prachtig, want namen geven is eerst heel erg fijn waarnemen wat er voor je staat, heel gevoelig waarnemen wat de uniekheid van dit schepsel van God is, en het dan respecteren, en het dan in de kern treffen met een naam, en zo zou het dier heten. U proeft daarin het respect voor dieren, de mens kan maar niet doen met een dier wat hij wil, nee, hij moet het eren, respecteren, in zijn waarde laten. Wat een regels vloeien daar uit voort voor de omgang met het dier. Hoe afschuwelijk is dus het geknutsel met dieren. Bij alles wat we doen moeten we ons afvragen: is het wel nuttig, zinvol, heilzaam?
Het moet bijdragen - daar heb je dat woord - aan het goede plan van God, en daarbij moet je dan het goede plan wel weten, dus je hebt de bijbel erbij nodig, die helpt ons daarbij. Dat ligt alles opgesloten in die eerste bijzin van Paulus: alles is mij geoorloofd, maar niet alles is heilzaam. Vraag je dus af: is dit genezend? Is dit een gave van God om de vloek van de schepping weg te dragen? Of is het een verleiding van de duivel die nog steeds rondgaat, en die ons ertoe verleidt zelf God te spelen en te denken dat we de schepping moeten verbeteren. Dat is overmoed en die komt voor de val. En dat is het tweede zinnetje wat we lezen in 1 Corinthe 6: 12: alles is geoorloofd maar ik zal me door niets laten knechten. Met één zin heeft de apostel hier aangeraakt wat de verschrikkelijke toekomst is van ieder mens die zijn vrijheid misbruikt. Wat gebeurt er dan? Dat waar jij je in vrijheid - want alle dingen waren je immers geoorloofd? - voor open stelt, en waar je je dus aan toevertrouwt, wat je in vrijheid naar je toe haalt, dat gaat een macht uitoefenen over jou, het gaat je inspinnen. Dat geldt voor alles wat een mens los van de liefde van Christus onderneemt.
Ben ik niet vrij om maïs te veredelen, een schaap te klonen, een gen uit genetisch materiaal te verwijderen? Ja, maar als je het doet zet je processen op gang die niet meer terug te draaien zijn. Denk maar aan de tovenaarsleerling van Goethe, hij had van zijn meester allerlei tovenaarstrucs afgekeken, zoals water uit het niets doen ontspringen. Toen zijn meester weg was deed hij het hem na en ontdekte toen tot zijn smart dat hij de kraan niet meer dicht kon krijgen. "De geesten die ik riep zijn me nu de baas". En precies zo vergaat het de moderne mens. Hij is als de tovenaarsleerling van Goethe, op alle gebieden. Ik ben vrij om te speculeren met geld, want alles is mij geoorloofd. Maar binnen de kortste tijd heeft dat geld mij in de greep, en laat ik mij door het geld knechten. Je denkt: leuk, Jomanda, die kunnen we uitnodigen, daar kunnen we ons voor openstellen. Want alles is ons toch geoorloofd? En vooral alles wat occult is dat fascineert. Maar eenmaal er bij betrokken en je ervoor opengesteld gaan die krachten je inspinnen. Zo werkt dat. En dat geldt voor sexualiteit en pornografie. Alles is me geoorloofd, ja, maar het maakt je wel tot slaaf ervan.
En als er één gebied is waarvan dat wel helemaal geldt dan is dat genetische manipulatie. Het reproduceert zichzelf! En ineens krijg ik het er niet meer uit, wat ik er zelf in heb geweven. De apostel zegt: "Ik zal me door niets laten knechten". En met die trotse zin wil ik eindigen. Want het is natuurlijk een trotse zin: ik zal me door niets laten knechten. Daar ligt ook een soort proef op de som in die zin aan het slot. Je zou je kunnen afvragen, zo na deze uitleg: Wat zijn nu dingen waardoor ik me heb laten knechten? Zijn die er in mijn leven? De Corinthiërs wisten waar Paulus het over had: geld en sex. Maar er zijn veel meer dingen: je comfort, je drank, je geld, je tweede huis, je bankrekening. Als je niet zonder die dingen kan, dan ben je erdoor geknecht. De techniek vooral, ze overvleugelt ons. Paulus zou zeggen: dan heb je bevrijding nodig! En precies zo geldt het bij alle vragen van medische zorg. Zet er je hart niet op! Accepteer dat we in een gebroken wereld leven. Ik voor mij hoef niet tot iedere prijs gered te worden van de dood. Dan laat ik me toch door de dood teveel angst aanjagen. Daar ga ik een volgende keer op verder.
Alles is me geoorloofd, maar ik zal me door niets laten knechten, zegt de apostel. En dat helpt om iedere valse drijfveer te ontmaskeren. Ik kom tot een samenvatting van wat we hebben gezien. We zagen hoe de apostel ons hier in 1 Corinthe 6 de rijkdom voorhoudt die we in Christus hebben. Hij predikt over de vrijheid in Christus. Ja, we zijn vrij, alles is geoorloofd. Alleen, let dan op die twee grote dingen. Het eerste: het moet wel heilzaam zijn, passen in het plan van God met jouw leven, met deze wereld, met zijn schepping. Dat plan moet je dan ook weten. Het tweede: het moet ons niet naar Egypte terug voeren, dat wil zeggen onder de heerschappij brengen van boze machten. Eerst denken we ons daarvoor in vrijheid te mogen openstellen, dan gaat het ons fascineren, vervolgens inpalmen, en daarna knechten. En we zijn opnieuw slaaf in plaats van vrije. We begonnen deze uitleg met de moderne technologie. Die stelt ons voor grote vragen. Wel of niet genen in het erfelijk materiaal veranderen? Wel of niet kunstmatige bevruchting? Wel of niet maïs eten dat chemisch steriel is gemaakt? De Heer vraagt van ons: leg die regels maar aan. Was het heilzaam? Past het bij bebouwen en verzorgen?
Verdreef het de vloek op de schepping? Of was het toch weer die slang die zei: "Als je dat doet zal je als God zijn". En dan is het gevolg omgekeerd aan wat je wilde. Zoals Goethes' leerling eindigde: "De geesten die ik riep die worden mij nu de baas." Sta dan in de vrijheid waarmee Christus u heeft vrijgemaakt! Amen. ©1998 Nederlands Gereformeerde Kerk - Utrecht.