Gemeente van Christus, De inhoud van de dienst, en ook de boodschap van God vanmorgen in de verkondiging draait rondom dit woord uit de eerste brief van Timotheüs: "Oefen u in de godsvrucht." Wat staat er eigenlijk letterlijk? Voor het 'oefenen' staat er een apart woord in het grieks: gymnaze. Dat doet ons aan iets denken: gymnasium, gymnastiek, en letterlijk betekent het: gymnos = naakt, en in die vroegere gymnasia in Griekenland, de scholen waar de kinderen werden opgevoed, daar deden ze heel veel aan sport. Die sport was voor een heel groot gedeelte mannensport, en dat was worstelen, naaktworstelen. Dat betekent het letterlijk, gymnaze = naaktworstelen. Maar het kreeg natuurlijk al gauw in de sportwereld de betekenis van het woord 'training'. Er staat dus eigenlijk: train uzelf. Het is in de latere griekse wereld een term geworden voor de sportwereld. En dan staat er eigenlijk niet, wat in onze tekst wel staat, in godsdienst, maar er staat het griekse woordje 'pros' wat betekent: tot, met dat als bedoeling, daarop uit draaiend, daar loopt het op uit. Je oefent je ergens voor om iets te bereiken. Dat is dat tweede woord.
En tenslotte dat woord 'godsvrucht', zoals het bij ons vertaald is, daar staat in de grondtekst: 'eusebian'. Dat is een woord dat moeilijk te vertalen is, eu betekent goed, sebia betekent letterlijk: eerbied, maar het is in de loop van de tijd geworden tot meer dan eerbied. De Engelsen hebben daar een mooi woord voor: awe. Dat betekent: het besef van ontzag als we leven en staan in de tegenwoordigheid van God. Dat is eigenlijk wat hier bedoeld wordt. Je kunt ook zeggen, wat Psalm 25 noemt: Gods verborgen omgang. Daar staat: Gods verborgen omgang vinden zielen waar zijn vrees in woont. Dat is het woord wat bedoeld wordt. Vandaag zouden ze denk ik het woord spiritualiteit noemen. Het is de praktijk van het leven met, de omgang, de omgangskennis met God, en hoe dat je leven doortrekt en een bepaalde geur geeft, en een bepaalde stijl en een bepaalde sfeer. Dat hoort er ook allemaal bij. Dus tot zover even letterlijk de tekst. Intussen, we hebben nu gezien wat er staat, maar die oproep blijft als we eerlijk zijn voor ons toch eigenlijk een vreemde oproep.
Paulus zegt als hoofdopdracht aan Timotheüs -het staat midden in zijn brief, en eigenlijk kun je al die andere vermaningen als een uitwerking zien van dit kernwoord: oefen u in godsvrucht- dat je moet worstelen voor God, dat je je moet trainen om die verborgen omgang met God te kennen. Er naakt voor worstelen, dat is nogal wat. Ik kreeg toen opeens dat beeld voor ogen van Jacob, daar bij de beek Pniël, zoals we dat gelezen hebben. Hoe Jacob daar in het vroege morgenuur worstelde met God en zei toen hij daar stond tegen de Here: "Ik laat U niet gaan, tenzij Ge mij zegent!" Ik denk dat dat een prachtig voorbeeld is van wat Paulus bedoeld heeft toen hij zei: "Oefen je, train je in de omgang met God, en laat het daarin uitlopen: train je leven, oefen je hele bestaan zo dat het in die godsvrucht uitmondt." Het hoofdpunt van de apostel Paulus in dit wijze advies aan Timotheüs is dus dat hij dit tegen hem zegt: "Dit heb je niet zomaar!" En daar ligt eigenlijk het meest verrassende voor mij in deze pastorale brief.
Want op de één of andere wijze hebben wij vandaag de dag de indruk gekregen, in onze opvoeding of in onze traditie, dat je die eerbied, die spiritualiteit, die omgang met God, dat je die vanzelf wel krijgt. Dat je er ook niet veel moeite voor hoeft te doen, het komt je vanzelf wel aanwaaien als je bidt, naar de kerk gaat, avondmaal viert, dan krijg je het eigenlijk allemaal maar aangereikt! Wij lijken soms op deelnemers aan de elfstedentocht die niet getraind hebben. Nou, als je aan de elfstedentocht begint zonder dat je getraind hebt, dan ben je na twee uur leeg en is alle plezier verdwenen. Want je moet trainen! En als je niet traint gaat het plezier van de rit weg en je haalt ook nooit de finish. Ik heb me afgevraagd hoe het eigenlijk komt dat dit hele gebied, van je oefenen in de godsvrucht, dat dat voor ons toch eigenlijk een beetje een vergeten hoofdstuk geworden is. En toen dacht ik: "Zou het misschien niet daardoor komen, doordat er bij ons zoveel en zo vaak benadrukt is dat de genade van God ons om niet gegeven wordt? Dat zit vanaf de reformatie als het ware in onze traditie, in onze bagage: De genade van God?
Je hoeft er niets voor te doen, je kan er ook niets toe bijdragen, je krijgt de liefde van God zonder enige goede werken, uit genade, en door wat Jezus gedaan heeft. Zo is het ons geleerd. Bij de doop is God ons zelfs al voor. Hij doet alles voor ons, om ons, zonder ons, en dat heeft ons heel ontspannen gemaakt, om niet te zeggen gemakzuchtig, en een beetje consumptief. We laten het allemaal aan ons voltrekken en we denken: Wat een zegen! Het zit bij ons bij voorbaat al goed, wat hebben we een goede God! Hij is net zo goed als een vader die het werk loopt te doen voor zijn kinderen, die zegt: "Blijven jullie maar zitten, ik doe het wel." De afwas, de vuilnisbak buiten zetten, de tuin omspitten, op vakantie de tent opzetten, hout hakken, bomen snoeien. "Blijven jullie maar zitten", zegt hij, "Ik doe het wel voor jullie!" Wat een fantastische vader! Echt? Zou het nu echt zo zijn dat dat een fantastische vader is? Nee dus. Het soort kinderen dat zo'n vader produceert zijn van die verwende, luie, vadsige portretten, zonder enig karakter, die ook nooit wat worden. En waarom niet? Omdat ze nooit geleerd hebben aan te pakken!
Om zelf aan te pakken, of om het in de taal van Paulus te zeggen: Ze zijn niet getraind! En hiermee ben ik in deze inleiding eigenlijk weer terug bij het punt in de tekst waar ik begon. Die woorden van Paulus aan Timotheüs midden in de brief, heel uitdrukkelijk: "Oefen je, train je tot die godsvrucht!" Het woord komt, om even letterlijk de vinger bij de tekst te houden, in geen van Paulus' andere brieven voor, alleen in de Timothesbrief. Dat is een pastorale brief aan zijn geestelijke zoon. Het is interessant, dat Paulus dat in zijn andere brieven, aan de Romeinen, aan Corinthe, Efeze, nergens gebruikt hij dat woord godsvrucht. De enige brief waar hij het gebruikt is hier aan Timotheüs, en dan staat het er zeven keer, het woord godsvrucht. En de eerste keer, dat hebben we gelezen, dat is heel fraai en daar kom ik aan het eind ook weer bij terug, leidt dat ons ook heen naar het avondmaal, dat is natuurlijk de basis, dat is het geheimenis van de godsvrucht, dat zit hem in dat woord: eusebia. Dat is 1 Tim. 3: 16.
En dan komt in hoofdstuk 4:7 die oproep, die we dus nu uitdrukkelijk bestuderen, op ons af laten komen, en dan in hoofdstuk 5: 4 zegt de apostel, en dat is ook interessant om te zien: "Laat het vooral aan je nabije familie merken!" Dus niet die mensen veraf, maar je eigen vrouw of man, je eigen kinderen, die moeten het merken, dan is het echt. En dan in hoofdstuk 6: 4 heeft Paulus het over de leer der godsvrucht. Dus hij heeft er zoveel over gedacht dat hij het als een leer aan zijn geestelijke kinderen heeft meegegeven: Hou je aan de leer der godsvrucht. En dan, in hoofdstuk 6: 5 en 6 staat: Het betekent ook iets heel praktisch: een totaal omgang met geld en bezit. Daar moet het in uitkomen als het gepaard gaat met tevredenheid, want we hebben niets meegekregen toen we werden geboren, en we gaan ook zonder geld en bezit straks weer heen. Dus het verandert ook heel praktisch de manier waarop je je geld besteedt.
En tenslotte, in hoofdstuk 6: 11 zegt Paulus: "Het is één van de sierlijke deugden die een christen kenmerkt: godsvrucht." Nu kunnen we begrijpen dat Paulus zegt: "Je moet je er wel voor oefenen, train jezelf met het oog op echt geestelijk leven." Ik denk dat dit woord vooral vandaag van groot belang is. Want er wordt door heel veel mensen vandaag precies daarnaar gezocht. Dat had niemand verwacht na de oorlog. We gingen een zogenaamd religie-loos tijdperk tegemoet. Maar toen de jaren tachtig voorbij gingen, en nu we in de jaren negentig zijn, is er overal een ontwaken, mensen hebben het gevoel dat het nooit alleen om geld en goed kan draaien, en ze voelen zich leeg en verschraald en ze zoeken naar diepte, naar die hogere dimensie, naar spiritualiteit, zeggen we dan vandaag. Er zijn, las ik in de krant, vandaag zelfs spirituele cafés, en mensen zijn er op uit om diepte te krijgen en te vinden in het leven, iets wat het leven meer glans geeft dan alleen maar consumptie. Paulus zegt: "Het komt er dan wel op aan dat je de goede eerbied vindt!" Dat je de, wat Schaeffer noemde, the true spirituality, dat je die vindt. Dat je het echte geestelijke leven, de echte omgang met God vindt.
En dat krijg je niet op een presenteerblaadje, daar moet je wat voor doen. Ik leer uit het werkwoord 'trainen', 'oefenen' drie dingen. Eerst: er zit een stuk uiterlijke discipline in, in de tweede plaats een stuk innerlijke hartstocht, en in de derde plaats een selectieve volharding. Over al die drie punten ga ik iets zeggen. Het zijn drie dingen die iedere topsporter als het ware vanzelf in zijn leven heeft. Paulus past ze toe op zijn geestelijke zoon Timotheüs en zo werkt hij ze uit. Ze vroegen eens aan Boris Becker, topsporter bij uitstek,wat nu het geheim van zijn succes was. Hij antwoordde: "Het geheim van succes is één ding, je moet er totaal voor gaan!" En een echte topsporter doet dat, die leeft voor zijn sport, die deelt er zijn dag voor in -die uiterlijke discipline- hij traint soms vier, soms zes, soms acht uur. Moet je nagaan, wie schaatser wilt zijn in de topsport moet iedere dag vier tot zes uur rondjes draaien op zo'n baan, hij ontzegt zich feesten, wijn of sigaretten, eet voorzichtig, slaapt genoeg enz. enz. Allemaal uiterlijke discipline. En waarom doet hij dat?
Omdat zijn innerlijke hartstocht er helemaal op staat om die enkele seconde harder te schaatsen en zo aan de top te komen. Daar gaat hij voor, hij is er een beetje gek van. Dat wil hij van binnen. Dat is precies wat Paulus hier aan Timotheüs voorhoudt. U moet dat hele stuk, die hele brief maar eens doorlezen, dan wordt het uitgewerkt. Natuurlijk vooral voor een deel specifiek met het oog op Timotheüs, maar daar doorheen zitten steeds weer die drie punten. Echt trainen betekent een stuk uiterlijke discipline, dat telt mee. Goed je dag indelen, goede keuzes maken. Soms ook je dingen ontzeggen. Je kunt op zaterdag naar de film gaan, maar je kunt ook een jeugdweekend meemaken. Dat zijn keuzes, en wat geef je de voorkeur? En, ontzeg je je ook dingen voor het echt vinden van die omgang met God? Je stille tijd nemen, iedere dag? Dat zijn allemaal uiterlijke vormen. Maar die kies je natuurlijk niet voor niets, die kies je omdat je hart ernaar uitgaat en ervoor openstaat om Hem te kennen. Dat is echt wat de apostel Paulus zegt in Filippenzen 3, notabene de grote apostel, die zegt daar: "Alles, ja alles doe ik om Hem te kennen.
De kracht van zijn opstanding, de gemeenschap aan zijn lijden." Dat wil zeggen: hij heeft er zijn passie aan verbonden, er zit een stuk innerlijke hartstocht achter. Dat zegt Paulus ook tegen Timotheüs: "Leef erin!" En dat is eigenlijk hetzelfde wat Boris Becker zei: "Er helemaal voor gaan." Datzelfde zegt Paulus hier tegen Timotheüs: "Je moet er in leven, behartig die dingen." In Jeremia 29 staat een opmerkelijk woord, een prachtige belofte: "Ik weet welke gedachte ik over u koester", zegt de Here, "Gedachten van vrede en niet van onheil, om u een hoopvolle toekomst te geven." En dan voegt Hij er aan toe: "Dan zult ge Mij aanroepen en tot Mij bidden, en Ik zal naar u horen, ge zult Mij zoeken en ge zult Mij vinden", en dan met zo'n klein zinnetje er achteraan, "Wanneer gij naar Mij vraagt met uw gehele hart." Dat zegt de Here er dan achter, en dat is het. Ik denk dat dat het is wat Jacob deed bij Pniël.
Hij zette al zijn zinnen erop, daar in die worsteling, die vreemde worsteling met die gestalte die z'n naam niet wilde noemen, hij zette zijn hele hart erop dat de Here met hem mee zou gaan naar die daaropvolgende moeilijke ontmoeting met Ezau, dat God dan zijn heilige aanwezigheid zou geven, hem zou helpen, bemoedigen, bij hem zou zijn, hem zegenen door zijn aanwezigheid. Dat is het wat Jacob wilde. En hij zegt tegen God: "Ik laat U niet gaan, tenzij Gij mij zegent." En toen liet de Here zich overwinnen. Soms moet je de Here overwinnen, God laat zich vinden als wij Hem zoeken met ons gehele hart. "O Heer, mijn ziel en zinnen smachten." Dat is psalm 63. En dan komt God ons zeer nabij en dan komt er die glans over ons leven, die je zelf niet bespeurt, maar die een uitstraling is van Gods presentie in je leven, van Christus die in jou woont. Dat bespeur je zelf niet, en ik denk dat je het ook niet erg moet bespeuren, maar anderen wel, er gaat iets van uit. Daar is in ons leven persoonlijk, maar ook in ons leven gezamenlijk, dan iets van die bijzondere dimensie, van die presentie van de Here. Dat krijgen we dus niet zomaar.
Ik heb wat dingen genoemd, daarvoor moet je individueel je openstellen, God ruimte geven met een stuk uiterlijke discipline, met een stuk ontzegging, maar diep daaronder met een heel diep verlangen, maar dat geldt natuurlijk ook voor onze samenkomsten. Als wij hier 's zondags samenkomen is het belangrijk dat je met die diepere intentie komt, en dat je dingen ook eens na laat klinken, dat hoort allemaal bij echt geestelijk leven. Dan kom je niet de kerk binnen al pratende over de laatste mode of de voetbaluitslagen van gisteren, en dan: "O, de dominee begint!" Dan zit je stil, en dan, als de dominee klaar is: "En gisteren, en weet je al...", en zo gaat dat verder. Dat is niet echt je openstellen voor God en het na laten klinken en vragen: "Wat hebt U me te zeggen Heer?" Dat hoort er allemaal bij, bij dat trainen voor echt geestelijk leven. Pas in de omgang met God gaan we ook dingen ontdekken. Dat is dat derde punt, wat ik noemde: selectieve volharding. Want het is eigenlijk pas in de omgang met God dat je ontdekt wat God je zeggen wil en ook ontdekt waar Hij je heen leidt. Ook heel persoonlijk ontdekt waar nu jouw gaven liggen, waar God jou wil gebruiken.
Bij Timotheüs ook, bij hem lagen zijn gaven duidelijk op het punt van het leren, het onderwijzen. Daarom zegt Paulus ook: "Vermaan, en leer, en bemoedig!" Dat was zijn geestelijke gave. En op die punten dan ook volharden, er helemaal voor gaan. Het is in de omgang met God dat Hij ons leert wat onze gaven zijn. De één heeft gaven van barmhartigheid, een heel bewogen hart heeft zo iemand. Dat is zijn geestelijke gave. En een ander heeft de gave van het goed dingen kunnen begrijpen en weer doorgeven. Dat had Timotheüs. En een derde ontdekt dat hij bijzondere gaven heeft voor gebed en voorbede. Een ander merkt dat hij ontzaglijk blij is dat hij dingen voor God mag doen, helpen, organiseren. En zo zijn er allerlei geestesgaven, ze staan in het nieuwe testament allemaal beschreven. En die samen horen bij de godsvrucht, die horen bij dat wat God doet in ons leven. De echte 'gavenbank' is dus niet een klussenboek waar iedereen in schrijft waarin hij handig is. Dat is ook wel aardig, maar dat is het niet. Het is de verborgen omgang met God, dat is een 'gavenbank', daar wordt duidelijk waar God mij, waar God u, waar God ieder van ons voor wil gebruiken.
En dat zegt Paulus ook zo tegen Timothes: "Volhardt daarin, ontvouw die gave, zet hem in, ontplooi hem, in gemeenschap met Mij". Om in de taal van de sport te spreken: Ben je als schaatser goed op de 500 meter, maar niet op de 5000 meter, wordt dan geen allrounder, maar wordt sprinter. Zo is dus de godsvrucht, het geestelijk leven, de eigenlijke bron van gemeenteopbouw. Daar groeien we als we ons zo trainen in uiterlijke discipline, in innerlijke hartstocht. En steeds weer kiezen: Waar wil God ons hebben, en hoe mogen we met Hem dingen verwerken, en hoe kunnen we het volhouden? U kunt natuurlijk vragen: Worden we door die nadruk van de apostel op: Oefen u in de godsvrucht, dan niet erg ik-gericht? Want de aandacht valt dan toch helemaal op mijn leven met God? "Kweekt deze leer geen egocentrische christenen?", zou de catechismus vragen. Is dat niet een gevaar wat Paulus hier oproept? Hij dwingt Timotheüs helemaal op zichzelf te letten, op zijn eigen geestelijk leven, zijn geestelijke groei, zijn discipline, zijn geestelijke gaven enz. Stelt hij zo niet de mens in het middelpunt? Precies in de lijn van de mode van deze tijd? Mensen zoeken naar spiritualiteit.
Maar intussen zijn ze altijd alleen met zichzelf bezig. Ze hebben zichzelf in het centrum staan. Versterkt dan alles dit gevaar niet, en roept Paulus het niet op? Het antwoord is nee, want Paulus is begonnen met dat woord in 1 Tim. 3: 7, met dat geheim van de godsvrucht, hij heeft dat heel goed duidelijk gemaakt, dat toch het geheim van alle godsvrucht, geheimenis, dat mysterion, er staat sacrament, dat geheim is -en dan zegt hij dat met zinnen, met hymnische zinnen: "Hij, die verschenen is in het vlees, is gerechtvaardigd door de geest. Verschenen aan de engelen, verkondigd onder de heidenen, geloofd in de wereld, opgenomen in heerlijkheid." Het draait alles om Christus. Het eigenlijke geheim van de godsvrucht ligt dus niet in onszelf, het ligt in Hem, die daar met die geladen zinnen wordt verkondigd. In die zinnen zit een wondere beweging, hier schematisch weergegeven.
De beweging begint beneden: Hij die zich geopenbaard heeft in het vlees, die aards mens geworden is zoals wij (Fil 2), de menselijke gedaante heeft aangenomen, God die mens geworden is, in het vlees verschenen; gerechtvaardigd door de Geest -dat is een beweging naar boven- want Hij is door God aangenomen, God heeft zich met deze mens en voor allen voor wie deze mens zich heeft ingezet verzoend. Dat is eigenlijk de kern. Maar dan wordt dat herhaald, -de beweging is nog steeds boven-, Hij die zo verschenen is aan de engelen, dat is in de hemel, -en de beweging gaat weer naar beneden-, die is verkondigd aan de heidenen! Engelen en heidenen worden met elkaar verbonden, weer die twee-eenheid: hemel en aarde, God en mens, engelen en heidenen met elkaar verbonden. En dan blijft de beweging nog weer beneden: en Hij die geloofd is in de wereld, wordt opgenomen in heerlijkheid, daar gaat de beweging weer naar boven. De wereld wordt verheerlijkt, deelt straks in de heerlijkheid van Jezus Christus als Hij verschijnt en als het Koninkrijk op aarde komt.
En zo zie je wondere bewegingen, het begint beneden en het blijft even boven, gaat weer naar beneden en weer naar boven, het is alsof hemel en aarde aan elkaar genaaid worden, er ligt grote nadruk op de verzoening tussen God en mens als het geheim van de verlossing. En dat vind ik het bijzondere dat Paulus dus daar begint. Je zou kunnen zeggen: Als je daar begint dan kan het hier nooit meer fout gaan. Dat lied maakt in enkele zinnen duidelijk wat eigenlijk het grote wonder is van de omgang met God, dat we ons steeds weer mogen vestigen op die ene rots: Jezus Christus. "Echt geestelijk leven is niet langer ik", zoals Paulus zegt, maar: "Christus leeft in mij." En alleen in Hem mag ik hopen op God. En alleen in Hem kan ik groeien in kennis, en alleen door Hem krijgt mijn leven die bovennatuurlijke glans, en alleen door Hem ontdek ik mijn gaven en alleen in Hem komt God tot me. Daarom zegt de apostel Paulus dan ook in Fil. 3: "Ja, alles doe ik om Hem te kennen, in de kracht van zijn opstanding en de gemeenschap van zijn lijden." Dat is het waar hij heel zijn hartstocht in heeft, daar leeft hij in en daar gaat hij voor. Dat is de kern van het je oefenen in de godsvrucht.
Het is in zeker opzicht zelfs sterven aan je eigen godsvrucht. Het is eigenlijk ook weer de doodsteek geven aan je eigen vroomheid en aan je eigen spiritualiteit en je eigen diepgang. Echt geestelijk leven dat is eigenlijk totaal en alleen op Hem gericht zijn, en dan komt met die toegewijdheid ook spiritualiteit, ware spiritualiteit is in de bijbel altijd een bijprodukt, het is nooit los verkrijgbaar, je krijgt het alleen als een extra gave, die je nog bovendien geschonken wordt als je je zo toewijdt aan Hem, je oefent met het oog op de ware eerbied. Daarom vieren we nu juist na deze preek het avondmaal. Het avondmaal is samen met de doop sacrament, zo noemen we dat. Sacrament is de letterlijke vertaling van het woordje 'mysterie', geheimenis. Het geheimenis van de godsvrucht. In het Latijn vertaald zegt de apostel Paulus in 1 Tim. 3: Ongetwijfeld groot is het sacrament van de godsvrucht, van Jezus Christus, verschenen in het vlees, gerechtvaardigd door de geest. Groot is dat sacrament wat we nu ook weer gaan vieren. Ons diepste geheim, het is Jezus Christus die hemel en aarde, engelen en heidenen, wereld en heerlijkheid met elkaar heeft verzoend.
En je oefenen in de godsvrucht betekent je openstellen voor Hem en voor de werking van zijn geest in brood en in wijn en zeggen: "Heer, het gaat mij niet om mijn vroomheid en mijn geestelijk leven, maar het gaat me om U en dat U leeft in mij. Laat me niet gaan tenzij Gij me zegent". Amen. Terug naar de verkondiging. Voor reacties: mail naar Wim Rietkerk. Meer info over de Nederlands Gereformeerde Kerk van Utrecht op Internet: gjkole@knoware.nl