Bijbeltekst: Openbaring 5

De twintigste eeuw eindigde betrekkelijk hoopvol. De muur viel en de tijd van de ‘koude oorlog’ was voorbij. President George Bush durfde zelfs te spreken over een nieuwe wereldorde… Maar dat veranderde snel. Het nieuwe millennium dat aanbrak met de eenentwintigste eeuw kwam met de ene na de andere crisis. Het stapelde zich op: een bankencrisis, een vluchtelingencrisis, een milieucrisis en nu een wereldwijde pandemie.

Wat opvalt is het mondiaal karakter van al deze crises. Heel de wereld, heel de mensheid werd getroffen. Ik moet denken aan de schok die iemand bij het ouder worden oploopt als hij een hartinfarct krijgt. Dit is maar niet een griepje, dat een stukje van mijn lichaam aantast, hier staat mijn hele leven op het spel. Dat leidt onvermijdelijk tot een veel diepere bezinning. Heel de wereld staat op het spel!

Het is opvallend dat de Bijbel in het laatste bijbelboek aansluit bij precies dit soort angst. Het gaat dieper dan een lokale ramp, het reikt verder dan één volk, zelfs verder dan een werelddeel. “Heel de wereld” is een uitdrukking die je vooral in de bijbel zo aantreft. ‘Ga heen en verkondig het evangelie aan heel de wereld’ en de bijbel spreekt over de ‘voleinding van de wereld’ en ‘alle koninkrijken van de wereld’ enz. Ineens komt heel de wereld in beeld, zoals je vanuit een ruimteschip heel de aarde onder je kunt zien. Dat gaat gepaard met vragen. Waarheen zijn we op weg? Hoe gaat onze reis? Zullen we straks wel veilig landen? In wat voor wereld leven we? Maar ook: hoe past deze crisis daarin? Is de geschiedenis een cirkelgang of beweegt zij zich naar een doel? Wel heel bijzonder dat deze crisis de vraag naar het Grote Verhaal weer opnieuw doet opleven.

Het laatste bijbelboek Openbaring gaat hierover. Het is geschreven door de apostel Johannes. Hij is verbannen op het eiland Patmos. Door alle tijden heen heeft Johannes op Patmos de gemoederen beroerd. Talloze malen komen we hem tegen op de beroemdste schilderijen van de Hollandse meesters. Ik houd nog het meest van het schilderij van Jan Toorop. In tegenstelling tot veel andere meesters heeft hij Johannes niet als een knappe jongeman geschilderd, maar als een oude man. Hij zit ogenschijnlijk rustig midden in de golven van de schrikbarende gebeurtenissen van zijn tijd. Alsof hij in een fauteuil zit. Hij schrijft wat hij heeft gezien. Een doorgroefd gezicht verraadt een lijdensweg. Pijn. Maar tegelijk: hij is de ziener. Hem is een groots uitzicht gegeven op de geschiedenis.

Alles wat we in vorige hoofdstukken hebben gezien – over de hand van God in de geschiedenis – komt hier tot een climax. Wij zijn niet als wezen achtergelaten, zoals Jezus ons heeft verzekerd. Soms lijkt het wel zo. Johannes zelf zal zeker door zulke momenten zijn heengegaan. Het is hem aan te zien. Zijn vrienden en medestrijders heeft hij overleefd. Hij is de enige van alle discipelen die niet door geweld is omgekomen. Pas nog Petrus. Gekruisigd in Rome met het hoofd naar beneden. Hij huiverde. Nu zit hij hier zelf op een eiland te midden van de golven, van God en mensen verlaten. Dan overkomt hem iets heel bijzonders: de Heer zelf verschijnt hem. Hij laat hem zien wat er na dezen geschieden zal, zo lezen we in het eerste vers van het eerste hoofdstuk van het boek dat hij bezig is te schrijven. Zittende midden in de golven. Saevis tranquillus in undis, zoals de lijfspreuk luidt van Willem van Oranje. Rustig te midden van de woedende golven.

De sluier weggenomen

Apocalyps noemt Johannes zijn boek. Dat is het eerste woord (1:1). Daar zit in een notendop al alles opgesloten. Calyps is ‘sluier’ en ‘apocalyps’ zegt hier precies waar het hier om gaat: de sluier wordt voor een moment opgeheven. Eigenlijk is dat het waar we allemaal naar verlangen. Het kan toch niet waar zijn dat wat we om ons heen zien en lezen in de krant, wat Johannes als banneling in een koude grot meemaakt, alles is wat er is? Zonder lijn of doel? Aan Johannes is het grote wonder ten deel gevallen inzicht te krijgen in de boekrol van de geschiedenis. Het Grote Verhaal.

De boekrol

Die boekrol ziet hij in een openingsvisioen (5:1), nadat hij brieven heeft geschreven aan de zeven kerken die hij als apostel heeft achtergelaten. Als de laatste brief geschreven is, hoort hij een stem die zegt: klim hierheen op… en Johannes ziet een ladder die hem omhoog voert tot voor de troon van God: “Toen zag ik dit: Degene die op de troon zat had in zijn rechterhand een boekrol, die aan beide kanten beschreven was en met zeven zegels was verzegeld.” Die boekrol bevat het verhaal van de geschiedenis vanaf Johannes in de eerste eeuw tot aan het einde. Een sterke hand houdt de boekrol omvat! Wie Daniël gelezen heeft, weet: dit is het boek over de eindtijd (zie Daniël 12:4).

Alleen al deze eerste aanblik van dit visioen werpt een uitzonderlijk licht op de vragen waar wij mee begonnen en die de titel vormen van dit boek: over de hand van God in de geschiedenis. Hier in dit visioen wordt die hand zichtbaar! Maar hoe? Het lijkt alsof dit beeld ineens ons denken op zijn kop zet. Wij zien hier en dus ook in dit laatste boek van de Bijbel niet de hand van God in de geschiedenis, maar de geschiedenis in de hand van God. Het is die ommekeer die iets bijzonders toevoegt aan wat in vorige hoofdstukken gezien hebben in speciale leidingsgeschiedenissen.

Denk niet dat God alleen op enkele plekken, hier en daar, aanwezig is. He’s got the whole world in his hands, zingt Mahalia Jackson. Soms gebeurt dat: we maken iets uitzonderlijks mee en zeggen: dat was de hand van God. Een onverwacht geluk, een onverklaarbaar ongeluk of ook bij niet direct te verklaren verschijnselen zeggen we: dat is de hand van God. Dan denken we helemaal in de lijn van Gods hand in de geschiedenis. Zou dat dan fout zijn? Nee, zulke bijzondere momenten zijn er, noodzakelijk en onmisbaar… Alleen, hier in dit troonvisioen van Johannes wordt wel iets heel belangrijks aan ons inzicht toegevoegd! Denk niet: hier is die hand wel zichtbaar maar elders niet. In al het andere voltrekken zich vaste processen naar gevolg en oorzaak. Alsof dat buiten de hand van God ligt. Je loopt dan inderdaad het gevaar om (wat Bonhoeffer zei) van God een ‘Lückenbusser’ te maken. Die de lege plekken opvult. Hij is er alleen op uitzonderlijke plaatsen en op onverklaarbare momenten. Natuurlijk, het is mooi en heel belangrijk dat we in ieder geval hier en daar de hand van God in ontdekken, maar het gaat Johannes om veel meer: een vaste Hand omsluit de hele boekrol.

Een sterke hand

Dit is het eerste licht dat wij zien vallen over de crisis waarin wij vandaag leven. Let niet allereerst op Gods hand in de geschiedenis, maar over de geschiedenis in Gods hand. Heel de geschiedenis. Daar beginnen we. Hoe Hij daarin ingrijpt komt daarna. Niet alleen het mooie en het uitzonderlijke maar ook het dagelijkse en het gewone rust in Gods hand. Ja, zelfs onze nood en pijn. Niet alleen in ons kleine hoekje maar zo gebeurt het in heel de wereld. Er was iemand die zei: we zijn geen pantheisten, maar pan-en-theisten. God zit niet in alles, dat is heidendom, maar wel is alles in Gods hand. Verborgen aanwezig, zo noemden we in de inleiding dit grote geheim. Dat is het eerste wat in deze ‘openbaring’ aan Johannes wordt onthuld. Al direct in die Hand om de boekrol.

Ik moet denken aan een interview dat ik op de tv zag een paar jaar geleden. Het was een gesprek met een kankerpatiënt die intussen aan zijn ziekte was overleden. Hij was pastoor en hij vertelde dat hij door een diep dal was gegaan, maar ook wat hem daaruit had opgetild: hij kreeg in de nacht een droom waarin hij zichzelf beklemd zag in een rioolbuis en het zweet brak hem uit, maar toen zag hij hoe er twee grote sterke handen waren rondom die benauwende buis… en die droom had hem totaal bevrijd van zijn angst. Dat is hetzelfde wat Johannes hier ziet: de boekrol van de geschiedenis omsloten door ‘een sterke hand, die nooit heeft misgetast’ (zoals we zingen in lied 304). Het is wel een heel bijzonder inzicht wat ons hiermee gegeven wordt: het geldt niet alleen voor ons persoonlijk leven zoals hier bij deze pastoor, het geldt voor heel de geschiedenis van volkeren en culturen. Er is maar één geschiedenis.

Globalisering

In dit openingsvisioen van Johannes wordt met dit ene beeld van de vuist om de boekrol de eigenlijke boodschap van dit hele boek aangegeven. Hoe vreemd het ook mag lijken, het is een ‘troost’boek. Velen vrezen het boek Openbaring omdat het wel een lange opsomming lijkt van vreselijke gerichten, maar je moet die gerichten leren lezen in het licht van de Hand eromheen en in het licht van de uitkomst. Alles wat gebeurt staat in een betrekking tot de ontknoping.

Wat klein begon wordt hier ‘geglobaliseerd’. Tijden lang lijkt het het heil beperkt tot enkelingen, tot het ‘kneuterige’ van een klein volkje Israël en later tot de weinig heldhaftige 7 kleine gemeenten maar hier in Openbaring staat alles in een wereldwijd perspectief. De hele wereld is betrokken bij de doorbraak van het komende koninkrijk. Het gaat er ruig aan toe. De locale Goliath wordt hier een alle volkeren bedreigend Beest en de locale Richter komt hier te paard de volkeren bevrijden. Het heil reikt tot aan de einden der aarde en omvat alle volken. Openbaring is een troostboek want het helpt ons alle rampen die gebeuren te zien vanuit het einde. Er komt een ontknoping. Alles wat gebeurt beweegt naar dat einde: het Koninkrijk.

Beschreven van binnen en van buiten

Het tweede detail dat opvalt: de boekrol is beschreven van binnen én van buiten. Dat is vreemd. Waar je ook zoekt in de Joodse synagogen, in hun heilige kasten waar de boekrollen bewaard worden, je zult nergens een boekrol vinden die ook van buiten is beschreven. Daar moet hier dus de aandacht op vallen: beschreven vanbinnen én vanbuiten. Ook al is de rol verzegeld, hij laat dus wel iets zien. Letters op de buitenkant. Alleen, die tekst breekt halverwege af, het blijven fragmenten, flitsen die even iets doen vermoeden maar het geheim ontsluiten ze niet.

Dat is eigenlijk treffend voor de meeste commentaren op de coronaepidemie in onze tijd. De een analyseert het als een reactie van de natuur op ons wangedrag, de ander ziet het als een les in solidariteit, een derde verbindt het met onze waan dat wij alles onder controle dachten te hebben. In het detail van de boekrol die van buiten beschreven is, zie ik een hint om al deze waarnemingen serieus te nemen maar wel in het oog te houden dat het fragmenten zijn, die het grote verhaal niet vertellen.

Tussen haakjes: daar is natuurlijk altijd wel naar gezocht! Vandaag zijn wetenschappers in de biologie bezig met de genen. Zouden die kleinste deeltjes van het erfelijk materiaal misschien uiteindelijk het geheim van heel het leven bevatten? Het Grote Verhaal vertellen? Anderen zoeken het in het universum bij buitenaards leven. Mars misschien? Historici deden hun best en filosofen kwamen met hun ontwerpen, van Plato tot Harari, maar niemand is in staat geweest om het Grote Verhaal te ontdekken. Dat staat in de boekrol. Wie alleen de gebeurtenissen van de boekrol van buiten bekijkt, ziet hier en daar een flits, vangt een woord op, even een brokstuk, de eigenlijke geschiedenis blijft voor hem een gesloten boek. Hij wordt hooguit een ‘ietsist’. Pascal zei het al: wat wij van buiten af zien van Gods hand is te veel om te ontkennen, maar te weinig om zeker te zijn.

De boekrol verzegeld

Als Johannes de boekrol ziet, a. troostrijk omsloten door die hand, en b. beschreven vanbinnen en vanbuiten, dan hoort hij een stem, een oproep: “Wie is waardig om de boekrol te openen en de zegels te verbreken?” De boekrol is verzegeld. Johannes kijkt naar de hemel en naar de aarde en naar de wateren onder de aarde, maar er komt niemand. Op de vraag volgt een doodse stilte… Het brengt hem in de grootste ontzetting. Ik weende zeer, schrijft hij later. Als er niemand is die de zegels verbreekt dan blijft de boekrol gesloten. Als dat tot hem doordringt, overvalt hem een gevoel van grote verlatenheid. Zoals velen in onze tijd het ervaren. Wat heb je aan de wetenschap dat er een boekrol is in de hand van God maar je krijgt geen inzage en de zegels worden niet verbroken? Ik weende zeer, zegt Johannes.

Het modernisme had grote verhalen en machtige ideologieën, men dacht de inhoud van de boekrol te kennen. De ‘post-modernen’ prikten daar doorheen. Er is geen verhaal te vertellen, hoorden wij ze zeggen. Wij gingen leven bij de krant en bij het tv-journaal. Hooguit nog bij Geert Mak die grotere verbanden laat zien. Maar het blijven fragmenten, flitsen. Hoe wanhopig is onze situatie zolang de boekrol gesloten blijft. We komen in aanraking met wat de diepste nood is in de nood. Er voltrekt zich iets in ons collectief tijdsbesef dat lijkt op wat zich ook in ons persoonlijk leven kan voltrekken, bij een burn-out of een mid-life-crisis. Op zo’n moment heb je een gevoel van leegte. Wat heeft mijn leven voor zin? Er is geen verhaal van te maken! De “wezenlijke psychische structuur waarin mensen voelen, denken en leven”, is het verhaal. Zonder dat zinkt een mens weg in wanhoop.

De omslag

Pas als Johannes dit aan den lijve gevoeld heeft komt de bevrijdende wending. Een van de oudsten treedt toe op Johannes en zegt: ‘Ween niet, wees niet verdrietig, de leeuw uit de stam van Juda, de telg van David, heeft overwonnen’. Hij heeft de overwinning behaald om de boekrol en haar zeven zegels te openen.

De camera in het visioen zwenkt naar het midden van de troon. ‘En zie, ik zag midden voor de troon en te midden van de vier dieren, tussen de vierentwintig oudsten een lam, als geslacht, met zeven horens en zeven ogen, de volheid van de zeven geesten van God, die over de hele wereld zijn uitgestuurd. Die kwam en heeft de boekrol aangenomen uit de rechterhand van Hem die op de troon gezeten is’ (5:6).

Ieder die dit leest moet wel getroffen worden door dit dubbele beeld: aan de ene kant de majesteit van de leeuw, maar als je verwacht een leeuw te zien, verschijnt een lam en dan nog wel een lam met een bloedende wond, als geslacht! Zoals Tolkien in zijn boek In de ban van de ring niet een groot krijger of een Prins de overwinning laat behalen, maar een hobbit, Frodo, één uit de laagste klasse. De ouderling die Johannes dit toont legt uit: de leeuw heeft overwonnen door als een lam zijn leven te geven voor de redding van de wereld.

Het is een verwijzing naar Golgotha, het laatste kruiswoord van Jezus. Dat is bij ons vertaald met: Het is volbracht, maar je mag het ook vertalen met: Hij heeft overwonnen. ‘Vrees niet, de leeuw uit de stam van Juda heeft overwonnen’. Het lijden aan het kruis op Golgotha is niet een nederlaag maar de grote overwinning. Dat bracht de overwinning op al die machten die de mens geknecht houden. Schuld, demonie, zinloosheid, de dood. Daar heeft Hij ons van bevrijd door aan het kruis te gaan. Dat heeft de deur geopend naar het koninkrijk! Die leeuw is het lam! Dat komt en opent de boekrol. Nu gaat de eindtijd beginnen.

Het Grote Verhaal onthuld

Openbaring onthult het grote geschiedenisplan van God. Het boek geeft niet zozeer een tijdsplan maar een heilsplan, in de vorm van visioenen. Geen ‘briefing’ van toekomstige feiten. De boekrol wordt geopend door deze ene mens, Jezus, de leeuw en het lam. Als Hij verschijnt, de Leeuw van Juda en de boekrol neemt dan valt heel de schepping in aanbidding neer. De vierentwintig oudsten – de kerk van het oude en het nieuwe verbond – ze zingen een nieuw gezang: ‘Gij zijt waardig de boekrol te nemen en haar zegels te openen, want Gij zijt geslacht en hebt het van God gekocht met uw bloed’.

We zijn vrijgekocht uit die machten van zinloosheid en schuld en dood. De hele geschiedenis draait om Golgotha. Van daar uit krijgen de dingen weer opnieuw zin en diepte en toekomst. Daarop richten zich dan ook alle lofgezangen. Er is een onlosmakelijk verband tussen de ontknoping van de geschiedenis aan het einde en wat daar in het centrum van die geschiedenis is gebeurd op Golgotha. Omdat Jezus daar als het Lam van God is geslacht, eindigt de geschiedenis niet in een grote explosie van een atoomwolk of in een gestage bevriezingsdood of in een groot zwijgen. Let op waar het in uitmondt: al die golfbewegingen in de geschiedenis eindigen uiteindelijk in de doorbraak van het nieuwe Jeruzalem, het Vaderhuis met zijn vele woningen, waar de lampen al brandende zijn, waar het feest al wordt voorbereid en waar de volkeren hun schatten binnendragen… Daarheen gaat het Lam de geschiedenis leiden.

Gerichten

Het mag dan zo zijn dat het boek Openbaring begint met een loflied en eindigt met een feest, intussen lezen we wel zo’n 15 hoofdstukken lang over de meest verschrikkelijke rampen. Als de zegels verbroken worden en dus stap voor stap de geschiedenis van de eindtijd zich ontvouwt, dan worden we daar niet blij van. Integendeel. Bij het breken van de eerste zegels zien we een serie van vier paarden over de wereld gaan. Ze verbeelden de vale dood van de pandemie (!) en de honger en de oorlog. Ja, ze worden wel voorafgegaan door een wit paard dat uitgaat, overwinnende en om te overwinnen… maar pas op, het gaat wel door verschrikkelijke diepen heen. Het witte paard komt aan pas aan het einde weer terug (hfst.19).

Toch moet je deze drie keer zeven golven van gerichten leren lezen vanuit de stijlvorm van Openbaring. Het zijn visioenen. Geen filmstrips of kronieken met verslagen van toekomstige gebeurtenissen. Ze onthullen wat er ten diepste gaande is. Er vindt een strijd plaats. Mensen en volken zijn daarin betrokken want deze wereld is bezet gebied. Er wordt sinds de zondeval om gevochten.

Past het bij God: zulke schalen van gerichten? Die vraag pareer ik met een tegenvraag: past het bij een chirurg om met een scherp mes het kankergezwel eruit te snijden? Past het bij die lieve tandarts dat hij zo maar met een boor in mijn kiezen boort? Gelukkig, zo zeggen we aan het slot: het witte paard overwint en al die vreselijke paarden moeten uiteindelijk voor hem het veld ruimen.

Leven wij in de eindtijd?

Openbaring beschrijft de geschiedenis in golfbewegingen van zeventallen. Zeven zegels, zeven bazuinen en daarna zeven schalen. Daarin zit herhaling. Ze beschrijven toekomstige gebeurtenissen in golfbewegingen. Het lijkt bij eerste lezing cyclisch. Toch zit er ook voortgang in. Zoals een wiel onder een koets cyclisch ronddraait van omhoog naar omlaag, maar intussen ga je wel vooruit. Het is dus wel een beetje historisch, maar dat herhaalde ronddraaien lijkt tegelijk een waarschuwing te verbergen: pas op, ‘van die exacte tijd weet niemand het geheim, zelfs Jezus niet, alleen de Vader’ (Handelingen 1:7).

Eerst zeven zegels die verbroken worden. Het zevende zegel eindigt bij de schare die niemand tellen kan (7) en grijpt zo al vooruit op de laatste overwinning; dan volgen zeven bazuinen met wat wel op een herhaling lijkt van de zeven zegels. Opnieuw gerichten. Maar ook hier eindigt het in de doorbraak van het Koninkrijk (11:17). Er volgt een intermezzo met inzicht in de strijd tussen de Draak en het Lam. Dan worden er zeven schalen ‘van gramschap’ uitgegoten over de aarde en na de zevende schaal volgt de val van Babylon en de komst van de Koning in zeven visioenen.

Wij leven al vanaf het moment dat de boekrol wordt geopend en de zegels verbroken in de eindtijd. Zie 1 Kor.10:11; Hebr.9:26; 1 Petrus 4:7; 1 Joh.4:18. Toch neemt in de golfbewegingen van de geschiedenis de spanning toe. Het wordt steeds meer eindtijd…

Patronen ontdekken

In het licht van Openbaring ontdekken wij patronen in de geschiedenis. In zijn boek Gegronde verwachting schrijft H. Berkhof mede aan de hand van dit troonvisioen uit Openbaring hoe de geschiedenis tussen Jezus eerste komst en zijn wederkomst pas gepeild wordt als wij het benoemen als de strijd tussen de krachten die Jezus aan het kruis nagelden en de kracht waarmee God hem uit de doden opwekte.

Hier verschijnt het Lam. De vijand van God dacht hem overwonnen te hebben. Maar God maakte een nieuw begin door hem uit de dood op te wekken. Hij is in feite de Leeuw van Juda, die overwint. Van nu af wordt de geschiedenis beheerst door die twee krachten: zegen en vloek, kruis en opstanding. Er rennen paarden van verderf door de wereld, er verschijnen beesten en soms laat de Draak zelf zich zien. Maar heel diep is ook de kracht van de opstanding werkzaam, zichtbaar in levensherstel door verloste mensen die kracht putten uit vergeving en die het Lam trouw bleven.

Geen tijdslijn

Intussen, er valt geen tijdslijn vast te stellen. Wel voortgang op te merken. De golven van gebeurtenissen lijken op elkaar. Maar ze worden wel steeds heftiger en intenser. De kracht van het boek Openbaring ligt niet in het aanwijzen van het tijdstip op de lijn waar wij ons nu in 2020 bevinden, maar in het laten schijnen van het licht dat vanuit de belofte van het komende koninkrijk valt op de verschrikkingen, die eraan voorafgaan. Hooguit zien we hoe de eindtijd aan het einde nog meer eindtijd wordt.

Het boek Openbaring lijkt op een klok met alleen maar een grote wijzer, de kleine wijzer ontbreekt. Vaak dacht men: nu is het vijf voor twaalf, nu is het einde der tijden gekomen. Kan het nog erger dan hier in dit uur? Maar de grote vinger liep door en de volgende dag kwam er aan. Het einde ligt vast: de stad van God op aarde, maar de weg daarnaartoe is met geen geweld van onze westerse mindset rond te krijgen. Kijk uit het raam van de profetie, het landschap wisselt, de Machinist weet waar Hij gaat en het reisdoel ligt vast.

Onze rol

Tenslotte: welke rol spelen wij in dit grote theater van de geschiedenis als eindtijd? Ik noem een paar punten.

1. De goede bril opzetten. Wat Johannes ziet in dit visioen mag ik als een bril opzetten. Johannes op Patmos is voor mij de ziener die ons helpt om door de bril van zijn profetische visioenen naar onze eigen tijd te kijken. Je tijd verstaan in profetisch licht. Blijven kijken door het raam van deze rijdende trein. Je gaat de dingen om je heen herkennen.

2. Inkeer en omkeer. Daar is alles in Openbaring op gericht. Eigenlijk geldt dat voor heel de bijbel! Dat mensen stilstaan en tot zich inkeren: hoe ben ik verbonden met deze samenleving, waar heb ik aan deze ontwikkeling meegewerkt? Dan ook omkeer: ik ga het anders doen! Dat gaat niet zonder verootmoediging. Op dit punt loopt de gemeente van Christus voorop in bezinning en creativiteit rond verootmoediging.

3. De gemeente als vroedvrouw. In het licht van de boekrol veranderen alle rampen in weeën… en komen ze tot ons met een opdracht: verwijder alles wat de komst van het Koninkrijk tegenhoudt! Dat stond in alle brieven die aan de visioenen voorafgingen (Op.2 en 3). Wat houdt de geboorte tegen? Meelopen met de geest van de tijd, heimelijk afgoden volgen, lauwheid, blindheid. Alles wat de geboorte van het Koninkrijk tegenhoudt uit de weg ruimen. De gemeente als vroedvrouw. Helpen om weg te nemen wat de doorbraak hindert.

4. Niet te vergeten: de lofprijzing. Toen het Lam de boekrol nam wierpen de vier dieren en de 24 oudsten zich neer voor het lam, met elk een citer en gouden schalen vol reukwerk. Dat zijn de gebeden van de gelovigen. In Openbaring 8 wordt verteld dat de voortgang van het heilsplan stagneert en pas voortgaat als de gebeden als reukwerk opstijgen tot voor Gods troon. In de lofprijzing grijpen we vooruit op het einde. Het is het hoofddoel van dit laatste bijbelboek, dat ons helpt om het heden te zien in het licht van de Toekomst.

Samenvatting

Dit boek begon met de geschiedenis van dr. Hans Rookmaaker in Stanislau, die daar de hand van God in de geschiedenis ontdekte. Openbaring voert ons nog een stap verder: de geschiedenis rust in de hand van God. Dat is het eerste wat Johannes op Patmos ziet. Dat geeft ons rust in de onrust. Dat is het waarom, hoop ik, Jan Toorop hem schilderde, gezeten op de golven, zoals de lijfspreuk luidde van Willem van Oranje: Saevis tranquillus in undis. Rustig te midden van de golven. Die rust helpt ons om doelgericht te blijven, in het voetspoor van de in dit boek besproken gelovigen die ons zijn voorgegaan.