Bijbeltekst: Prediker 2:1-11; Lucas 19:1-10

Gemeente van Christus, jongens en meisjes, Het thema van deze dienst is schatgraven. Maar de bijbel zegt, dat hebben we in Prediker gelezen: "Eigenlijk is ieder mens op zoek". Dat zou je zo op het eerste oog niet zeggen, want de meeste mensen bij ons hebben eigenlijk alles. We hebben genoeg geld om te eten, we hebben genoeg geld om kleren te kopen, en sommigen om een auto te rijden, en allemaal een huis om in te wonen, familie en vrienden, wat wil je eigenlijk nog meer? Waarom zouden we dan nog zoeken? Het is heel bijzonder, juist als we alles hebben, dan ineens komt er bij ons iets boven van: ’Er moet toch meer zijn?’ Ik denk hier aan koning Salomo. Hij zelf is hier aan het woord in Prediker, en hij vertelt ons hier iets, dat we, ook al zijn we nog klein, allemaal wel kennen. Je wilt graag iets heel moois hebben, je hebt er lang naar uitgezien, een leren voetbal, of een computerspel, of een fiets, maar als je het dan eindelijk hebt, dan fiets je een tijdje rond en dan is het eigenlijk heel gewoon. Je speelt een tijdje dat spel op de computer en het gaat je weer vervelen. Al weer gauw is de aardigheid eraf en dan ga je iets mooiers verlangen.

En als je ouder bent, dan zeg je: als ik straks zelf op een brommer kan rijden, dan zou ik zo hard gaan als ik maar kon! Maar ben je straks 16, en word je 17, en je hebt een tijdje op zo'n brommer gereden, dan wordt het weer heel gewoon. Niet veel aan, denk je dan. En dan wil je nog iets mooiers, nog iets groters. Een auto, of een boot, of een huis! Zo gaat dat maar door, en hier in het boek Prediker vertelt de grote koning Salomo hoe hij er zelf steeds weer inliep. Hij begon zegt hij, met lekker eten en wijn drinken. Maar, zegt hij, toen ging ik prachtige tuinen aan te leggen. Met vruchtbomen erbij, en een vijver met daarin natuurlijk exotische vissen en palmbomen, maar ook dat bevredigde zijn hart niet. Toen nodigde hij zangers en zangeressen uit, die van alles zongen. En hij nodigde vrouwen uit om de mannen te vermaken. Maar toen hij alles had, verloor hij zijn interesse en dacht: ’Is dat nu alles?’ Is dat nu de moeite van het leven waard? Heb ik nu daarvoor geleefd? Er moet toch iets zijn wat nog veel mooier is? En hij ging weer verder op zoek. Daar is deze week het vakantiebijbelfeest op gericht geweest. De eerste dag over de wijzen uit het Oosten, dat waren ook zulke zoekers.

Daarna is er verteld over de schat in de akker en daarna over de minister uit Ethiopië, die hier met zijn prachtige kleren vertelde: "Ik heb wat mijn hart begeert, maar toch blijft er altijd iets knagen". Hoe komt dat? Dat legt de Prediker, koning Salomo, uit in hoofdstuk 3. Hij zegt: "Dat komt omdat God ons zo gemaakt heeft. God heeft ons zo gemaakt dat we overal uitgroeien. Er zitten altijd nog weer diepere verlangens in de mens. En God heeft alles zo gemaakt dat het weer voorbij gaat. Hij heeft voor ieder ding een tijd vastgelegd. Je mag er dan wel even van genieten, maar je zult altijd merken: je groeit er weer uit." Als je kleine zusje van twee huilt en vervelend is, dan zegt je moeder: ’Geef haar maar een koekje’. En dan geef je haar een koekje en ze is weer blij. Maar als je broer van tien zich doodverveelt, en je zou hem een koekje geven, dan krijg je het in je gezicht terug, want die tijd is voor hem voorbij. Bij hem moet er weer iets anders gebeuren, een ander verlangen bevredigd worden. Zijn vader zal misschien met hem gaan voetballen, dat werkt dan.

Maar als je nu bij een man van dertig die verveelt en ongelukkig is zegt: ’Ga voetballen!’, dan denkt hij: Wat is dat nu voor een advies? Zo'n man is op zoek naar bijvoorbeeld een goede baan! Zo groeien wij steeds weer verder en steeds weer blijkt, als wij de vervulling van onze verlangens krijgen, dat er een dieper verlangen is wat daar onder zit, wat daar achter schuil zit. Wat gericht is op iets wat nooit voorbij gaat, zoals Prediker zegt. En dat is die schat, die je nooit verliezen kan. En dat verlangen heeft de Here God in ons gelegd. Dat staat in hoofdstuk 3 met een moeilijk woord: Hij heeft de eeuw in ons hart gelegd. En daarom blijven mensen altijd schatzoekers. Eigenlijk zielig, tragisch. Jammer ook, mensen die altijd blijven zoeken. Ja, als dat zo zou blijven zeker! Als God er verder niets aan deed. Maar nu vertelt koning Salomo in hoofdstuk 3 dat hij een ontdekking gedaan heeft. Hij heeft een ontdekking gedaan dat God heus geen wrede God is, die een verlangen in de mens legt wat Hij niet bevredigt. Want dat zou wreed zijn. Stel je voor: een vis met longen, dat is wreed, als God zo'n vis gemaakt had.

Als die vis in het water is, smacht hij voortdurend om een beetje lucht, maar hij krijgt het nooit en ten slotte sterft hij. Dat is wreed. En koning Salomo zegt: ’Dacht je dat God zo was?’ Hoe zou dat ooit kunnen? God heeft aan de ene kant dat verlangen in ons hart gelegd en aan de andere kant heeft Hij de vervulling van al die verlangens gegeven. En koning Salomo vertelt daarvan in een ander boek, in Koningen. Daar vertelt Hij hoe de Here God hem verscheen in een droom en tegen hem zei: "Wat zou je nu het allerliefste hebben?" Dat was dus eigenlijk die vraag naar dat diepste verlangen in het hart, en toen dacht koning Salomo: ’Ik kan wel vragen om geld en kleren, maar dat maakt je uiteindelijk niet gelukkig’. En ik kan wel vragen om een machtig leger, zodat iedereen bang voor ons is, maar dat maakt uiteindelijk niet gelukkig. En ik kan vragen om een lang leven, dat ik heel oud mag worden, maar oud worden is ook niet alles. Weet je wat ik vraag? Toen zei hij: "Ik vraag om een hart vol liefde en wijsheid van God." Dat vroeg hij, en dat heeft God hem gegeven en al het andere kreeg hij nog bovendien.

Het was heel bijzonder dat Salomo naar dat diepste verlangen vroeg, dat is die schat, de liefde van God die ons hart aanspreekt en die ons van binnen blij maakt en wijs! Dat staat in dat slotvers in Prediker. God blijft niet passief, Hij laat niets verloren gaan. God zoekt weer op wat voorbij gegaan is. Hij laat het aan Zijn oog voorbij gaan en dan brengt Hij het weer terug. Want God is de God van de opstanding, van het leven. En daarover vertelt nu het boek Prediker, en het wordt later in de bijbel nog veel breder uitgelegd. Prediker zegt: God heeft een verlangen in het hart van een mens gelegd, en Hij bevredigt het. God zoekt ons op met Zijn zoekende liefde, zoals een herder die het verloren schaap weer opzoekt. En dat is eigenlijk het allerbelangrijkste om te weten. Dat, en alles wat daarom heen zit is eigenlijk de schat die God ons geeft. Hou daaraan vast, wat er ook gebeurt. In het nieuwe testament wordt dat nog duidelijker gemaakt, in het verhaal van Zacheüs de tollenaar. Hierna werd het verhaal van Zacheüs aan de kinderen verteld.