Gemeente van Christus, Psalm 125 spreekt rechtstreeks tot ons hart: Wie op de Here vertrouwen, die zijn als de berg Sion. Vertrouw op Hem en je bent als de berg Sion, en dat geeft aan: je krijgt een grote vastheid, als een berg. Een berg is een symbool voor vastheid en duurzaamheid: je bent als de berg Sion, je komt door de zwaarste stormen. Als de pelgrim aankwam vanuit een lange aanreistocht, en daar weer opnieuw die berg Sion, zo'n 750 meter hoog, zag liggen, omgordeld door die rij heuvels, de bergen die soms in toppen nog hoger zijn dan de berg Sion, dan zei die pelgrim: "Kijk, zo ligt de Here rondom zijn volk, van nu aan tot in eeuwigheid." Toch is psalm 125 niet allereerst een vroom lied voor de individuele gelovige. Dat zou het misschien zijn als het hier stopte. Maar wie de psalm verder leest en in zijn geheel neemt, die merkt dat het eigenlijk een protest-song is. Lees maar verder bij vers 3, daar staat: Want de scepter der goddeloosheid zal niet blijven rusten op het erfdeel van de rechtvaardigen!
Een protest-song, zoals Willem Bilderdijk ze schreef bij de franse bezetting: Holland groeit weer, Holland bloeit weer; en zoals we ze destijds, als we de leeftijd hadden, konden horen bij Radio Oranje in de duitse bezettingstijd, en later, zoals ze werden gemaakt tijdens de Vietnam-oorlog. De protest-songs, dat is eigenlijk de categorie waar deze psalm 125 bij hoort. Maar de psalm, let wel, is onderdeel geworden van het psalmboek van de kerk, van het liedboek voor Israël, eigenlijk het enige liedboek voor de kerken, en daarmee is deze psalm ook boven zijn lokale oorsprong uitgeheven, dit lied is gemaakt door een Israëliet die leed onder een beklemmende bezetting van de stad en van het land, zoals het soms in Israëls geschiedenis gebeurd is. Maar opgenomen in het psalmboek krijgt het ineens een universeel karakter, het is ineens alsof het een protest-song geworden is van kosmische omvang. En dat is de reden waarom ik er Jesaja bij gelezen heb, en Openbaring 18. Want de bijbel zelf ziet eigenlijk heel de aarde als bezet gebied, en als het erfdeel van de rechtvaardigen. De aarde is ons erfdeel, dat staat letterlijk zo in de bergrede.
Zalig zijn de zachtmoedigen want zij zullen de hemel beërven, denken wij, maar dat staat er niet! Er staat: want zij zullen de aarde beërven, de aarde is het erfdeel van de rechtvaardige! Maar het is bezet gebied, daar is de vijand van God gekomen, en heel de schepping is in de handen van de vijand gevallen en daar zingt deze psalm over. Hier wordt ons een lied aangeboden dat we moeten en mogen zingen als er momenten zijn dat die bezetting van de vijand ons te zwaar wordt. In ons persoonlijk leven, en dat heeft alles te maken met ziekte en aanvechtingen, depressies, maar ook in de samenleving! Het heeft alles te maken met de soms heel beklemmende aandrang van de machten van de boze dat zelfs de rechtvaardigen hun handen uitstrekken naar onrecht. Dat staat er, dat is psalm 125. In het nieuwe testament zegt de apostel Petrus: "U moet wel weten, uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een briesende leeuw en hij zoekt wat hij zal verslinden." Daarvoor hebben we nu psalm 125 gekregen, om de weg te vinden.
U ziet, ik begin de uitleg van de psalm eigenlijk precies midden in de psalm, in vers 3, bij die scepter van de goddeloosheid, en dan stoot ik van daaruit door naar wat dan die bezettende macht is, en hoe die ons knelt en kan verleiden zodat wij onze handen gaan uitstrekken naar onrecht, en dan kom ik tenslotte natuurlijk toch weer terug bij dat bijzondere beeld waarbij de psalm begint, die berg Sion met zijn vastheid en met de gordel van bergen daar omheen als beeld van wie op de Here vertrouwen. Psalm 125 opent ons dus in de eerste plaats de ogen voor het feit dat wij leven in bezet gebied, zo noem ik dat. Daarom las ik Jesaja. Moet je die ene na die andere zin daar eens lezen, het is eigenlijk ongelooflijk, net alsof je een spiegel voor ogen krijgt. Er staat: Israël wordt verleid door het Oosten en ze plegen toverij als de Filistijnen. Dat zijn de twee dingen die in onze samenleving van alle kanten binnensijpelen.
De invloeden uit het Oosten, en met een boek als 'De Celestijnse belofte' een New Age boek door miljoenen verslonden, en wat een toename is er aan occulte praktijken in onze samenleving, als je eens wist wat daar onderhuids gebeurd, op scholen en overal, occulte praktijken zijn zeer populair. En Jesaja gaat verder: En intussen: heel het land is vol zilver en goud en aan zijn schatten is geen einde. De welvaartsstaat. En dan staat er daarna: Ook is het land vol paarden en wagens. Intussen zijn wij westerse landen tot aan de tanden bewapend met afschuwelijk wapentuig wat maar ligt opgeborgen. En tenslotte staat er: We buigen ons neer voor het werk van onze handen. Want waar draait het om in onze samenleving? Dat is toch de techniek? Wij zijn allemaal diep onder de indruk van de techniek op alle gebieden, bij het bouwen, de tunnels en enorme bouwwerken, en alle andere gebieden waar mensen zich eigenlijk neerbuigen voor het werk van hun handen: je kunt denken aan Internet, of harttransplantaties, alles wat in de bedrijven steeds meer wordt opgedreven, nieuwe technologische vindingen: wij verwachten daar ook de redding van.
Maar Jesaja zegt: Het is eigenlijk een verlaging, want de mens aanbidt het werk van zijn eigen handen, zo verlagen zich de mensen en vernederen zich de mannen, vergeef het ze niet. En dan kondigt hij het aan: Er komt een dag van de Heer tegen al wat hoog is. Daar vertelt Johannes op Padmos ons dan veel meer van, de stad Babylon waar eerst alles zo mooi was, zo als de schepping eigenlijk bedoeld was, het werd daar zichtbaar en hoorbaar, in het geluid van de citerspeler en de zanger, de kunst die beoefend werd, het geluid van de molen die graan dorst, de stem van bruid en bruidegom, maar alles verstomt omdat daar het gericht van God over komt en waarom? Omdat er in diezelfde stad gruweldaden plaatsvonden. In de stad Babylon werd gevonden het bloed van profeten en heiligen, ja, van allen die geslacht werden. Miljoenen en miljoenen doden, alleen al als we denken aan deze eeuw met de jodenvervolging, en we dachten dat het nooit meer zou gebeuren, en onder onze ogen worden er weer duizenden afgeslacht. En toen maakte God een einde aan Babylon, en pas toen zag Johannes het nieuwe Jeruzalem oprijzen voor zijn ogen.
Tussen Jesaja en Openbaring 18 lees ik nu deze psalm 125, een pelgrimslied, een lied voor de opgang, een lied voor als we op weg zijn naar het nieuwe Jeruzalem, wanneer de Here zelf de bezettende macht zal vernietigen. Want dat leert het nieuwe testament ons. In de taal van de laatste oorlog gesproken: D-day, de dag van de overwinning van de vijand is al geweest, de landing in Normandië is geweest, de meesterzet in het grote schaakspel tussen God en de duivel is al gedaan, Jezus heeft als Zoon van God de zondemacht doorbroken, de schuld verzoend, en zo in principe de duivel de doodsteek al aangebracht, want die heeft geen voet meer om op te staan. De duivel heeft alleen een voet om op te staan als hij kan aanklagen, en dat heeft Jezus verwijderd. Maar het is nog geen V-day, geen Victory- day, er is nog geen uiteindelijke laatste overwinning, die staat nog uit. En in die hongerwinter, tussen D-day en V- day, in die tijd leven wij, en dat is een tijd van grote aanvechting, zegt de bijbel. En nu begrijpen we: dat is het achtergrondscenario achter psalm 125.
Het verklaart ook heel veel dingen uit ons kleine leven wanneer we plotseling benauwd worden, aangevochten worden, geen uitweg zien, maar het verklaart ook heel veel over onze samenleving. Het grijpt de dichter naar de keel. Ineens doorziet hij het, die redeloze onmachtsgevoelens, die de duivel als het ware zaait. Ze drijven zelfs de meest rechtvaardigen er nog toe om hun handen uit te strekken naar onrecht, zegt psalm 125. En dat is het tweede dat opvalt in deze psalm. Wij zijn zo zwak, dat als God het niet verhoedt, we allemaal zomaar gedragingen gaan vertonen die lijnrecht ingaan tegen dat wat we weten dat goed is. Het is eigenlijk veel minder makkelijk om op God te vertrouwen dan we denken. Wie door onmacht geslagen is en toch verder moet, die gaat noodsprongen maken. Je gaat compromissen maken waar geen compromis gemaakt had mogen worden. Dat gebeurt in de samenleving. En in het persoonlijk leven, dan weten we eenvoudig niet welke keuze we moeten maken, en in die onmachtgevoelens kunnen we of maar zelf dingen doen en eigenlijk daarmee een beslissing forceren, en we kunnen ook apathisch neerliggen.
Zo steken we, bij grote druk in een conflict wat ons machteloos maakt, óf de kop in het zand, struisvogelpolitiek, we wassen onze handen in onschuld, óf we kiezen de weg van het geweld en maken vuile handen. Zo vlucht de mens weg in wegen van onrecht, heel scherp wordt dat in psalm 125 ontmaskerd. Dan strekken zelfs de rechtvaardigen hun handen uit naar onrecht, staat er, en ze worden hun medemens ontrouw. In het politieke spel rond Srebernica zou het me helemaal niets verbazen dat ook op zich rechtvaardige mensen hun handen hebben uitgestrekt naar onrecht. In iedere oorlog krijgen ook de allerheiligsten vuile handen, ze gaan meedoen met geweld of ze gaan meedoen met sluwheid, of ze vluchten weg in lafheid, in de houding van Kaïn. Ben ik mijn broeder's hoeder? En dat is heel verschrikkelijk. De psalm zegt: Eigenlijk wil je het niet, je wilt vrede, verzoening, liefde, nabijheid, maar de situatie is zo erg dat je wel gedwongen wordt tot ontrouw, tot loslaten, tot je afkeren, of geweld gebruiken. Heel vaak smeden we compromissen met de duivel. Nu, in die nood is psalm 125 geboren. Welke uitweg wijst nu die psalm? Punt 1: de psalm opent eerst onze ogen ervoor dat het niet zo blijft.
Heel nadrukkelijk staat er: die scepter van de goddeloosheid zal niet blijven rusten op het erfdeel van de rechtvaardige. Zoals Jesaja dat zegt: Er komt een dag van de Heer tegen al wat hoog is. En dat is het vertrouwen wat de bijbel wil voeden. Ook door zo'n inzicht van Johannes op Padmos. Er komt een dag dat de vijand van God wordt ontmaskerd, en dat het gericht geoefend wordt over al zijn handlangers. Als het niet hier en nu gebeurt, dan gebeurt het straks op de jongste dag. Daarom: wees niet bang, ze zullen hun straf niet ontlopen, de oorlogsmisdadigers en de gladde politici, die evenzeer, en in de samenleving van ons, al diegenen die mensenlevens vernielen, de drugdealers, degenen die zich verslingeren aan criminaliteit, er komt een dag dat ze allemaal worden weggevaagd, en dat geeft lucht, zegt de psalm. De dag van de toorn komt tegen al wat hoog is, en dan zal God de krachten van de hoogmoedige mens vernederen en Hij zal de slachtoffers verhogen. En zo gaat Hij alles rechtzetten, want als God komt als Rechter, betekent dit in de schrift altijd dat Hij de kromme levens van mensen weer rechtbuigt.
Wat in het verborgene mensen is aangedaan, komt dan openbaar, wat mensen is aangedaan waardoor levens werden vernield, dat wordt dan weer rechtgebogen en goedgemaakt, en dat is: Hem verwachten als Richter, Rechter van het heelal. En daaraan, dat is het tweede, ontleent dan de dichter de kracht om op te roepen tot vertrouwen. Daarom, zegt hij, vertrouw op de Here. Laat je er niet toe verleiden om te handelen uit onmacht, maar leer in je onmacht te vertrouwen op God. En dat is zeker het hoofdpunt van de psalm. In onmacht juist vertrouwen. Niet vluchten in een compromis, of je terugtrekken, niet met geweld knopen doorhakken, maar er gewoon mee naar God gaan, en zeggen: Heer, ik weet het niet, ik zie geen enkele uitweg, ik voel me verleid tot actie in paniek, of tot apathie, tot ongeloof, maar help U me, toont U me de weg en ik zal die gaan. Dat is: je vertrouwen stellen op de Here. En wie zo zijn vertrouwen op God stelt die krijgt die bijzondere belofte waarmee de psalm begint, en die leert bidden om wat God belooft. Over die beide punten, het begin en het einde van de psalm tot slot nog een enkel woord.
Wie in de aanvechting niet zelf de handen uitstrekt naar wat in wezen kronkelpaden zijn, maar wie zonder te weten wat hij moet doen zijn vertrouwen stelt op God, die wordt in psalm 125 vergeleken met de berg Sion. Die krijgt een vastheid in zijn leven die niet te schokken is en een duurzaamheid die niet verdwijnt. Stel je vertrouwen op God, doe het maar als je bij het ouder worden niet weet hoe het verder moet, doe het als je voor een keuze staat, bijvoorbeeld een partner voor het leven, doe het bij conflicten op je werk. Doe het ook als de samenleving je dingen opdringt waarvan je weet dat ze niet deugen. Vertrouw op de Here in alle omstandigheden van het leven en Hij redt je er uit -je hoeft niet te vallen in het gedrag dat je onontwijkbaar leek! Zo groei je in kracht. Het mooiste van deze liederen Hammaäloth is dat ze ons leren te groeien in kracht, het zijn letterlijk: zangen van opgang, liederen die ons omhoog voeren, dicht naar God toe, liederen die ons op de weg naar Sion vasthouden. Deze psalm zegt: Dat gaat via vertrouwen -in onmacht vertrouwen op God; en belooft: Hij maakt je als de berg Sion. Daar merk je zelf niets van maar het gebeurt.
Je leven krijgt vastheid en duurzaamheid en je wordt beschermd: de Here legt zich rondom je als de bergen om Jeruzalem. De boze krijgt geen kans meer binnen te dringen want de Here beschermt je tegen zijn aanvallen. En je leert bidden, dat is het derde punt aan het slot van de psalm. Here, doe goed aan de goeden en de oprechten van hart, maar laat hen die zich tot kronkelpaden neigen en de bedrijvers van ongerechtigheid vergaan. Vrede zij over Israël. Een hard gebed. God is geen God die goed en kwaad gelijkelijk omarmt, Hij zegent de goede en straft de kwaden. Dat zal straks blijken en daar bidden wij nu al voor! Laat de vrede van Christus heersen in uw hart (Colossenzen 3:15). Zo lazen wij opnieuw psalm 125, een ontzaglijk bemoedigend lied voor mensen die eigenlijk overweldigd worden door de bezettende macht, rechtvaardige gelovigen die met heel hun hart het goede willen, maar de overmacht van de vijand is gewoon te groot, de cultuur is zo normloos en zo wetteloos dat wij mee gaan doen, op financieel gebied worden wij ineens calculerende burgers, op moreel gebied zwakken ook wij de bijbelse regels af: sex alleen binnen het huwelijk, dat kun je toch vandaag niet maken...
Zo laten wij ons inpalmen door de bezettende macht, in de politiek smeden wij compromis-wetten, dat is vandaag helemaal ingeburgerd als een soort christelijk realisme. Maar waar is dan het vlammend protest tegen de voorrang van economie boven ethiek? Tegen misdaad en verslaving? Tegen bederf van de schepping? Tegen de dood van ongeborenen? Enzovoorts, enzovoorts. De kern van de psalm is: Houdt vol, en als je je machteloos voelt: Stel je vertrouwen op de Here! Doe het gewoon, want de scepter der goddelozen zal niet blijven rusten op deze goede aarde, het erfdeel van de rechtvaardigen. Bidt dan: Heer, geef vrede aan uw volk! Dan ben je als de berg Sion. Amen. Terug naar de de verkondiging van deze preken . Voor reacties: mail naar Wim Rietkerk. Meer info over de Nederlands Gereformeerde Kerk van Utrecht op Internet: gjkole@knoware.nl o:gjkole@knoware.nl">gjkole@knoware.nl