Inleiding

Dit boek is samengesteld uit de lezingen die ik in het kader van het l’ abri werk in 2016 gehouden heb. Het is een bezinning op het unieke van de stad Utrecht . Iedere stad heeft iets eigens en daarmee verbonden een eigen ‘roeping’. Welke is dat?

Het doel van deze lezingen was het geven van een ‘culturele apologetiek’ (om het moeilijk te zeggen:) Aanknopen bij de cultuur van de stad in heden en verleden om vandaaruit tot gesprek te komen over haar (en onze?) geestelijke wortels. Heel selectief en niet compleet, zo maar een poging..

Het zet aan het denken dat er een tijd was waarin een franse militair, die christen werd, uit de vierde eeuw om zijn christen zijn hier in Utrecht tot model voor de levensstijl van Utrecht werd uitgekozen.

Hij zit te paard op het hoogste punt van de Dom. Je kan daaruit aflezen wat de richting is waarin de stad zich wilde begeven. In ieder geval helpt het om de ‘ziel’ van de stad te herontdekken.

De weg die ik volg om dat te ontdekken is ‘ a deep dive’ in de geschiedenis van Utrecht als stad. Utrecht heeft talloze beelden, gebouwen, kerken en kelders, die daarbij helpen. Je hoeft je ogen maar op te slaan of je ziet ze rondom je! Wat ik heb gedaan is aan de hand van zulke stenen de daarachter liggende levensbeschouwing boven water te halen. Zo laat ik de stenen spreken. Wat een enorme omslag heeft Willibrord teweeg gebracht , van het cyclisch denkende heidendom, naar het lineair historisch besef van het christendom.

Paus Adrianus VI (1459-1523), de Nederlandse paus
Paus Adrianus VI (1459-1523), de Nederlandse paus

Hoe heeft de nederlandse paus Adrianus ons allen beïnvloed met zijn visie op het koninkrijk van God op aarde, hoe botste daarna de theoloog Voetius met de filosoof Descartes. Kon het reveil een tegenwicht vormen tegen de golf van de Verlichting? Welke rol speelden Utrechtse vrouwen? En hoe volgen wij nu vandaag in een bruisende grote stad van cultuur en handel het lichtend spoor van die sprekende stenen?

Ik ben hierbij geïnspireerd door een woord van Jezus bij zijn laatste intocht in Jeruzalem, de week voor Goede vrijdag, toen hij met veel gejuich werd ingehaald door een enthousiaste menigte, en de toenmalige establishment tegen hem zei: nou, nou, kan dat niet wat rustiger. Wat!? zei Jezus tegen hen: als zij zouden zwijgen zouden de stenen spreken (Lucas 19:40).

Jan van Scorel - Intocht in Jeruzalem (Centraal Museum Utrecht)
Jan van Scorel - Intocht in Jeruzalem (Centraal Museum Utrecht)

Dit is een schilderij van Jan van Scorel en hangt in het Utrechts stadmuseum, Het is een afbeelding van de intocht in Jeruzalem. We zien Jezus al reeds met de palmtak van het lijden over zijn schouder op een ezel afdalen naar Jeruzalem. Petrus direct achter hem, maar iets verder daarachter staat Judas al klaar met zijn geldbuidel.

Inwoners wachten hen op, sommigen om hem eervol in te halen, anderen geirriteerd. Zou ooit een koning op een ezel het verschil kunnen maken? Jezus zelf verzucht: Wat zou ik het graag willen dat jullie op een dag als vandaag zouden verstaan wat tot je vrede dient..!

Detail van het schilderij met de Domtoren op de achtergrond
Detail van het schilderij met de Domtoren op de achtergrond

Wie goed kijkt kan in het torentje dat de schilder achter Jeruzalem aanbracht, een afbeelding zien van de Dom in Utrecht..

Het lijkt alsof Jan van Scorel achter Jeruzalem het Utrecht van zijn tijd zag liggen en het is waar : juist Utrecht heeft als weinig andere steden in Nederland : sprekende stenen! Wat zou het bijzonder zijn als juist ook Utrecht zou verstaan wat tot haar vrede dient! Schalom!

Als woorden tekort schieten, nemen stenen de taak over. Sprekende stenen. Utrecht heeft er velen!

Lezing 1: Overzicht

Het Romeinse castellum, de eerste nederzetting van Utrecht (45-270)
Het Romeinse castellum, de eerste nederzetting van Utrecht (45-270)

Dit is een afbeelding van het Romeinse castellum,de eerste en oudste nederzetting van Utrecht (45-270) waarvan u de muren nog kunt zien in het museum Dom-under, en in de kelder van het cafe “Walden” aan het Domplein.

Hier zien we het eerste begin van de stad. Uit een nat delta gebied van waterstromen van de in Nederland uitmondende grote rivieren, zonder dijken, met hoogwaterstanden in regentijden en daartussen alleen bewoonbare terpen, kozen de Romeinen een verhoogde terp uit die als verbinding kon dienen tussen Zuid en Noord, een strategisch punt voor hun Noordgrens, de Limes van het Romeinse rijk. We spreken hier over het jaar 45. Ultra trajectum de uiterste meest noordelijke transfer haven en verdedigingsburcht (castellum) voor het toenmalige rijk. De Romeinen bleven tot ongeveer het jaar

270. Een cortenstalen spoor rond het Domplein waar stoom uitblaast maakt de muren zichtbaar van hun castellum! Ze liggen er nog steeds. Hier op dit castellum begon de stad pas echt (na een paar e voorlopers, zoals koning Dagobert in de 6 eeuw) met de komst van Willibrord die als missionaris uit Engelland hier een nederzetting bouwde rond twee kerken, St. Salvator (afgebroken) en St, Maarten,met later, ong. 1200, de Domtoren.

Opvallend de groei: van burcht naar kloosterkerken, naar de grootste stad van Utrecht in de vroege middeleeuwen, tot midden in de zestiende eeuw Amsterdam Utrecht ging overvleugelen.

Handelscentrum (trajectum , ok ) maar vooral ook geestelijk centrum van de noordelijke landen.

Over stenen gesproken: dat komt vooral uit in het vrij unieke kerkenkruis.

Het kerkenkruis van Utrecht: vijf kerken in kruisvorm
Het kerkenkruis van Utrecht: vijf kerken in kruisvorm

Het centrum van de stad vormt een reeks van 5 kerken ( in het geheel waren het er 20 alleen in wat nu de binnenstad is) en die vijf kerken de Dom met de Janskerk en Maria kerk en als armen van het kruis de Pieter en Paulus kerk vormen samen een kruis. Of het bewust zo ontworpen is blijft een discutabele vraag, maar niet te betwijfelen is het feit dat na een militair en economisch begin het hart van de stad gevuld werd door kerken en kloosters. Utrecht : centrum van geestelijk leven!

Utrecht als geestelijk centrum in de middeleeuwen
Utrecht als geestelijk centrum in de middeleeuwen

De kanunniken die daar in diverse kloostergemeenschappen leefden, monniken en nonnen, waren tegelijk praktiserende gelovigen die hun dagelijkse metten en lauden zongen in ieder van de voor eigen parochie gebouwde kerken. Tegelijk waren zij de ambtenaren in overheidsdienst , die stad en land bestuurden. De keizer had vanuit Keulen al aan Willibrord met de verlening van de titel aardsbisschop alle landerijen in Noord Nederland toevertrouwd. Dit onderstreept de eenheid en verbondenheid in die tijd van politiek en godsdienst .

Het huis van l'Abri aan de rand van de binnenstad
Het huis van l'Abri aan de rand van de binnenstad

Dit huis van L’Abri, al in een oorkonde uit 1228 genoemd, was een privé-huis aan de rand van de binnenstad voor de hoofd-kanunniken die er een eigen huis op na hielden buiten het klooster in de binnenstad. Ook al waren ze officieel celibatair, ze hielden er vaak een gezin op na. De navolgende middeleeuwen zijn in Utrecht vertegenwoordigd door de enige Nederlandse en Utrechtse Paus Adrianus (gest. 1523). Zie de afbeelding hieronder bij de onthulling in 2015. Het staat tegenover het Paushuis en schuin voor de voordeur van het huis van L’Abri.

Het beeld van Paus Adrianus, onthuld in 2015
Het beeld van Paus Adrianus, onthuld in 2015
Patricierswoningen en het stadhuis van Utrecht
Patricierswoningen en het stadhuis van Utrecht

Intussen zien we al in de 12 e eeuw ook de opkomst van handel en commercie. Naast de adel en de clerus waren vanouds de gegoede burgers machtig. Zie al de patricierswoningen! Het stadhuis van Utrecht bestaat uit vijf van zulke woningen.

Utrecht wordt de stad van de Reformatie
Utrecht wordt de stad van de Reformatie

In de derde fase van de stad zien we de opkomst van de Reformatie, De stad werd in een klap in 1572 protestant .De kloosters werden onteigend en de kerken gereformeerd. Onder de grote Utrechtse theoloog Voetius bestond de stad uit 25000 inwoners , waarvan 7000 gereformeerd. Voetius was ooggetuige van de traumatische instorting van de Dom in 1674: een enorme storm blies het hele middenschip van de kathedraal omver. “ Hoe Utrecht de Reformatie kreeg en zijn ziel verloor” Vaak is het symbolisch aangevoeld. Wat een gat sloeg die storm?

De Universiteit Utrecht met het devies Sol Iustitiae
De Universiteit Utrecht met het devies Sol Iustitiae

Jodocus van Lodenstein , de dominee van de Dom zag het als een oordeel. Zou de leegte wellicht opgevuld worden door de bloei van de Universiteit? Onder de eervolle naam : Sol Iustitiae? Zon van de gerechtigheid.. Talloze Utrechtse geleerden zouden daar naam maken. Van Voetius tot de Jager..

Toen Gijs Voet in Utrecht in 1634 een Universiteit opende dichtte de eerste Utrechtse feministe Anna Maria van Schurman (zie gevelsteen achter de Dom) een gedicht op de zinspreuk van de universiteit: Sol iustitiae, illustra nos! een woord uit de bijbel (Mal.4) Laat niet op kalk en steen uw zinnen lange spelen, Maar ziet wat dieper in, daar zijn haar beste delen, Zij vervolgde haar gedicht met een lofprijzing op Pallas Athene, waarschijnlijk uit de overtuiging dat het openbaringslicht vanuit de bijbel zelfs de wijsheid van de godin van de rede in zich opnam.

Zie de afbeelding van Pallas Athene boven de ingang van de universiteit. Anna Maria kon niet weten dat na de zeventiende eeuw de godin van de rede zich zou verheffen boven de openbaring en de basis zou leggen van een seculiere stad.

Huis van Anna Maria van Schurman naast de Voetiusstraat
Huis van Anna Maria van Schurman naast de Voetiusstraat

De Verlichting deed in Utrecht zijn intrede (Descartes heeft her gewoond en gebotst) en heeft gaande weg het hele intellectuele onderwijs overgenomen.

Hieronder het huis van Anna Maria van Schurmann naast de Voetiussstraat.

De Voetiusstraat in Utrecht
De Voetiusstraat in Utrecht
De Vrede van Utrecht (1713)
De Vrede van Utrecht (1713)

Dan volgt in de 18e eeuw : Utrecht als stad van de Vrede (1713). Met deze in Utrecht gesloten vrede werd definitief een einde gemaakt aan de godsdienstoorlogen in Europa. Voortaan moest diplomatiek overleg geweld voorkomen. Dat werd in Utrecht afgesproken: de machthebbers van een veelvoud van Europese landen reden over de Pausdam naar het stadhuis: Utrecht en Europa zijn nauw vervlochten..

Maar in de achttiende eeuw volgt verburgerlijking en de pruikentijd. e En aan het einde van dezelfde 18 eeuw bereikte de geest van de franse revolutie ook Utrecht..

Lodewijk Napoleon woonde een korte tijd hiertegenover in het Paushuis). Utrecht ondergaat een tijd van geestelijk verval.

Zou het Reveil en de ontwikkeling van de democratie in de 19 e eeuw nieuwe impulsen geven aan de plek van Utrecht in Nederland als geestelijk centrum? e Wij zijn nu beland in de 19 eeuw na de franse revolutie en al woonde de vader van het reveil hier in de Nobelstraat en al heeft Abraham Kuiper hier in Utrecht gewoond en gepreekt in de domkerk (van 1869-71) toch is het tij niet gekeerd.

Utrecht in de twintigste eeuw
Utrecht in de twintigste eeuw

Dan volgt de 20 e eeuw met de tweede wereldoorlog en de uitroeiing van de Joodse gemeenschap. Daarna de groei van Utrecht naar de vierde stad van Nederland , de stadsvernieuwing en de komst van Leidsche Rijn De vraag blijft knellen : hoe zit dat met Gods bedoeling met Utrecht? e e De 19 en 20 eeuw laat een Utrecht zien als een eerst nog binnen de singels maar later (zeker na w.o.ii) buiten de singels uitgroeiende stad. In toenemende mate wordt Utrecht een stad van markt en handel, en..onderwijs en cultuur. Maar het geloof taant en hooguit 5 % van de zeker 50.000 studenten heeft nog iets met het christelijk geloof..

Dit was een bliksemsnel overzicht over 20 eeuwen, zeker vooral gezien vanuit het oogpunt van : wat was haar start, wat was haar bloeitijd? Hoe verschijnt zij nu temidden van de 17 miljoen Nederlandse burgers Wat is haar rol ?

De groei van Utrecht door de eeuwen heen
De groei van Utrecht door de eeuwen heen

1e les: Willibrord en de roeping van Utrecht

Uit de geschiedenis is af te lezen dat Utrechts ontstaan ondenkbaar is zonder Willibrord en waar Willibrord voor stond:

Zijn lijfspreuk was Jesaja 61: 2: de Geest van de Heer heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen en te verbinden gebrokenen van hart’. Geen twijfel aan zijn intentie hier na een militair bolwerk in het verleden een geestelijk bolwerk op te richten met een uitstraling naar de heidense Germanen ten Noorden van de limes.

Dit begin zie ik blijvend als de bedoeling van God. Zijn plan met Utrecht. Uit de stenen af te lezen. Ik denk aan het beeld van St. Maarten op de Dom en het beeld van Christus Salvator in de voorgevel van het Paushuis.

Christus Salvator in de voorgevel van het Paushuis
Christus Salvator in de voorgevel van het Paushuis

Bij Willibrord denk ik vooral aan zijn eigenlijke roeping. Utrecht als een geestelijk centrum onder de zegenende hand van Christus Salvator!

Niet zijn verbond met de politieke macht van die tijd , hoe hij met de hulp van de machtige arm van de Frankische koningen is doorgedrongen in noord Nederland; het was tegelijk een soort van politieke verovering. De Germaanse stammen werden via missionaire reizen tegelijk onder gezag van de Franken geplaatst. Dat is in de hele middeleeuwen zo gebleven : ik bedoel nu de vereenzelviging van kerk en staat . Vanuit de kerk werd het gezien als een middel om iets van het koninkrijk van God hier al op aarde zichtbaar te maken Prof. Heering noemde dat verbond met de staat : de zondeval van het christendom. Anderen zien het als een moedige poging van de toenmalige christenheid om de uitdaging hen geboden door Constantijn de Grote aan te gaan , Wij in Utrecht hebben daar tot vandaag toe volop mee te maken. De abrupte breuk met de middeleeuwse kerk in 1572 is ingegeven door de diepe afkeer van de stad tegen het Spaanse bestuur onder Philips II,en zijn fanatieke verdediging van de Rooms katholieke kerk. Waar ook de kannuniken op aangekeken werden! Ga je een verbond aan met aardse macht dan deel je in de voordelen en mogelijkheden maar je gaat ook voor de bijl als dat aardse bestuur hopeloos faalt. Achteraf een les: Wie gelooft in Utrecht als naar de bedoeling van God een geestelijk centrum houde zich vrij van geld, macht, menselijke planning en wereldse strategie en zoeke zijn kracht in verborgen toewijding: in de lijn van de vele andere alternatieve christelijke bewegingen al in de middeleeuwen, de kloosters en Franciscus , Geert Grote en de broeders van het gemene (=gemeenschappelijke ) leven. Ook de Reformatie is zo begonnen ! Met heimelijke hagenpreken en de edelen die letterlijk hun hoofd ervoor op het blok legden Daarom zie ik Utrecht als geestelijk centrum, niet in de eerste plaats verbonden met bisschoppelijke paleizen, en kerkelijke instituten , maar vooral zich manifesterend in de meer verborgen , vaak anonieme , meeste subversieve krachten van de echte kerk; de kerk die troost en bemoedigt in nood in de lijn van die oertekst van Willibrord, die zegen brengt aan de armen en gevangenen bevrijdt.

2e les: Utrecht verliest zijn geestelijke hart

Die lees ik af uit het tweede deel van Utrechts geschiedenis: de wending van 1572 tot 1674. Utrecht verliest zijn geestelijke hart en had zich dat moeten aantrekken in de 18e en 19e eeuw.

Maar in de achttiende eeuw volgt verburgerlijking en de pruikentijd en in de 19e eeuw doorbraak van het verlichte denken. De sol iustitiae wordt de zon van de rede. De twintigste eeuw is dan ook vol van onheil met zijn wrede ideologieen en in Utrecht als absoluut dieptepunt de Malibaan, waar Himmler rondliep en de ss zijn hoofdkwartier had.

Wat hieruit te concluderen? Gods plan kan alleen doorgaan als de christenen van Utrecht weer de rol op zich nemen van hun roeping achter de coulissen. Ik zie het plan van God met Utrecht het best doorgaan als een onzichtbare activiteit van compassion en community achter het toneel. Ik heb mij laten vertellen dat het chinees theater een toneel laat zien in twee lagen, twee verdiepingen. Een voorgrond gebeuren en een achtergrond.

Zoals de ziel bij het lichaam . De onzichtbare bron, het geweten, de droom van de stad. In Utrechtse taal van de sprekende stenen: in de lijn van de gastenhuizen, de e communiteiten, dichters en het reveil van de 19 eeuw. De kerk als bron van energie en broedplaats van goede ideeen en inspiratie voor mededogen. Een chinees toneel met op de voorgrond alles wat met geld, politiek, vastgoed, economie en consumptie te maken heeft maar daarachter een tweede werkelijkheid waar overdenking, gebed bewogenheid en inspiratie wordt opgedaan als de aansturing van de voorgrond- gebeurtenissen wordt getoond.

Kortom , die ziel moet worden hersteld! “Wij zoeken geen politieke macht of morele aan allen opgelegde codes.

Mogen wij opnieuw herkend worden aan het subversieve en tegendraadse waarmee christen anders in de wereld staan: pelgrims, met best practices en beeldende verhalen in muziek , roman, kunst en film. In een houding van kwetsbare onmacht. Wij kunnen het niet, genade voorleven en doorgeven, maar God kan het door onze zwakke inzet heen! Ons de werking geven van zout dat subversief, bijtend en smaakmakend het deeg van de wereld doordringt.Niet ‘self-imposing’, maar ‘self-giving’ (Ph. Yancey a.w. 238 e.v.).

3e les: Utrecht als netwerk

Afgeleid uit de moderne geschiedenis van de 20e en 21e eeuw. Ik denk dan aan Utrecht als netwerk, spin in het web van Nederland , met meer dan 350.000 inwoners, met een nieuw stadshart, met een machtig groot station, stad van kennis en cultuur met een nieuw muziekpaleis en 50.000 studenten, met uitdijende wijken in het groene hart van Nederland. Het heeft gedeeld in grote aardse zegeningen, maar er is en blijft een gat op het punt van de band met de Eeuwige. Geen cultuur kan bestaan zonder transendentie, zegt Martin Novak. Wat draagt de stad nu bij aan Gods bedoeling? Het gat schrijnt! En er zijn kapers op de kust! Utrecht in het midden van de clash of civilisations. Houdt het stand? Onze waarden, in de grondwet neergelegd? Waarin zijn die verworteld?

Het komt aan op de kunst van het vasthouden . Vasthouden aan waarden verworteld in waarheid, met de hoop dat zich een nieuwe geestelijke opleving gaat doorzetten.

Schema: de drie perspectieven op de stad
Schema: de drie perspectieven op de stad
Christus als Wereldheerser, de Salvator
Christus als Wereldheerser, de Salvator

(zie De kunst van het loslaten en vasthouden, W.G.Rietkerk) Kijk naar het beeld: Het is een beeld van Christus als Wereldheerser, die de globe draagt in zijn linkerhand en zijn rechterhand er zegenend overheen houdt. Ruitenwissers hebben de hand er half afgeslagen.. Die zegende hand van St Salvator die de ruitenwassers eraf sloegen! Die moet terug! Let ook op zijn hoofd. Hij kijkt je niet rechtstreeks aan. Waar kijkt hij naar ? Naar de stad! ?Of naar een nog verdere liggend doel waaraan de stad dienstbaar moet worden gemaakt? In de lijn van Willibrord? (hoofdstuk 2). Zou dat niet het komende koninkrijk zijn ? Daar ga ik op door in hoofdstuk 3). Welke kant gaan we op , de rede ? de Verlichting ? (Hoofdstuk 4). Wijzen de Utrechtse vrouwen de weg?(hoofdstuk 5) Ik houd het op het voortzetten van de lijn van Willibrord, Duifhuys, Voetius, Anna Maria Schurman, Bilderdijk en Kuyper: zij en vele andere Utrechters helpen ons een hart te hebben voor de stad en het op de goede plaats te hebben! Dat springt eruit in het laatste hoofdstuk 6.

Tot slot : ter verheldering Ieder mens draagt een bril als hij of zij kijkt naar de stad: : ik zie globaal drie manieren om naar de stad te ‘kijken’ Je kan kijken met de bril op van een evolutionistisch optimisme, je kan de bril dragen van een wereld-ondergang stemming , en de bril van het bijbels grondmotief. De laatste is de mijne en valt nader te preciseren als : het grondmotief van Schepping, zondeval en verlossing.. Dit laatste heeft de taaiheid dat het je uitzicht geeft op alle drie de aspecten die we in Utrechts geschiedenis aantreffen. Niet alleen optimistische trekken (1 ) en ook niet alleen negatieve oordelentwee nl. chaosmachten overwinnen (2), maar drie aspecten: geschapen bedoeling, zondige ontaarding en reddende vernieuwing.

Tenslotte dus:

Een onderzoekje naar de glazen van uw bril! Hoe kijk je tegen Utrecht aan? Hopelijk gaan de volgende hoofdstukken hierbij helpen!

Lezing 2: Willibrord en de omslag

Stichter van de stad

Standbeeld van Willibrord te paard voor de Janskerk
Standbeeld van Willibrord te paard voor de Janskerk

Willibrord zit te paard op het kruispunt voor de Janskerk, in brons gegoten. Hij verdient die eervolle plek, want je mag hem wel de stichter van de stad Utrecht noemen. Zeker, er is al een geschiedenis aan hem voorafgegaan. De Romeinse legioenen hebben de “oversteekplaats” (wat de grondbetekenis is van de naam Utrecht ) uitgekozen (45 a.c.). Het had met de transfer van schepen en hun goederen te maken , die van de Rijn uit het Zuiden , moesten worden overgezet in de (wat nu is) Vecht naar het Noorden. De Romeinse soldaten bouwden hier op een terp tussen de waterwegen een fort .

Een stad kon het niet genoemd worden en de plek raakte al snel na het vertrek van de Romeinen in de derde eeuw in verval. Op de ruïnes van het fort werd in de zesde eeuw een kleine kerk gebouwd onder de Frankische eerste christen-koning Clovis. Die plek koos Willibrord uit toen hij in 690 via Antwerpen en daarna Katwijk over de nu Kromme Rijn het grens gebied tussen Franken en Friezen binnenvoer. Hij vestigde zich daar definitief in 696. Hij herbouwde het door de Friezen verwoeste kerkje en gaf hij opdracht tot de stichting van een nieuwe kerk die hij wijdde aan Sint Salvator, dat wil zeggen Christus de Redder.. Daar verrees vanaf 1200 het Utrechtse Icoon, de Dom, en daaromheen het kerkenkruis.

Vanuit Utrecht trokken vervolgens missionarissen het land van de Friezen in. Met succes, want aan het einde van Willibrords leven – hij stierf in 739 – was het nieuwe geloof in de kuststreek aan de winnende hand. In de rest van het Friese gebied stuitten zij op krachtig verzet. De lokale adel beschouwde de missionarissen als Frankische handlangers en hield vast aan oude gebruiken en goden als Wodan en Donar.

Pas aan het einde van de achtste eeuw is dat verzet gebroken en is heel de kuststreek onder Karel de Grote overgegaan tot het christelijk geloof.

Met Willibrord veranderde een fort en later een kapel in een nederzetting. Daarom zou ik hem wel de stichter van de stad willen noemen.

Wat wij niet meer beseffen is dat met zijn komst er niet alleen maar een stad werd gesticht , maar ook een nieuwe mentaliteit, een nieuwe geest werd uitgezaaid.

Of wij zelf persoonlijk gelovig zijn of niet toch dragen wij allemaal een besef van ‘ naar iets op weg te zijn’ met ons mee.

A sense of destiny. Wij hebben het gevoel pas dan zinvol bezig te zijn als we aan die bestemming werken. Dat hebben we omdat ons een doel voor ogen is gesteld. Het eerste wat Jezus aan de mensen vertelde was: het Koninkrijk van God is nabij gekomen. Daarmee werd het altijd cyclische denken van de Germanen verbroken. De cirkel werd een lijn. En of wij nu christen zijn of niet : alle Europeanen hebben dat besef gemeen. Het is zinvol om je in te zetten. De waardigheid van ieder mens zit in de boodschap van Willibrord ingesloten. Een samenleving die structuur heeft rond monogamie en gezin. Een overheid die zelf onder het Woord staat. Gedeelde macht.

Mededogen met de zwakke. Al deze waarden groeien als dragende zuilen het toekomstige Europese huis.

De zeven zuilen onder het Europese huis
De zeven zuilen onder het Europese huis

Zeven zuilen onder het Europese huis

Je onderdeel weten van een groter plan. Onderweg zijn in de tijd, die als een rechte lijn voortgaat. Dat is wel de eerste zuil onder het Europese huis. De gedachte dat de geschiedenis een lijn is en geen cirkelgang.

Het primaire verschil tussen een christelijke en een heidense cultuur is het verschil in tijdsbesef. Een echte heidense levensstijl is altijd cyclisch, terwijl de bijbelse visie op de geschiedenis lineair is. Dat is een enorm verschil. Ondanks al onze zonden geloven we nog steeds dat de geschiedenis geen gevangenis is, geen cyclus, geen tredmolen.

Nee, Europeanen geloven dat we op weg naar een toekomst zijn, dat de geschiedenis uitloopt op een uiteindelijke onthulling. Een Europeaan gelooft vanuit zijn traditie niet in reïncarnatie, maar in wederopstanding, al is dit aan het veranderen.

Totale wanhoop is daarom onmogelijk in een christelijke wereldbeschouwing. Het is verworteld in het geloof, dat God en actieve God is, een barmhartige God, een God die boven de geschiedenis staat. Hij gaf de geschiedenis een begin, en Hij staat aan het einde ervan. Hij is de Alpha en de Omega.

Maar ook zonder dit geloof blijkt de waardevolle mentaliteit ‘ a sense of destiny’ toch voort te leven en zelfs een van de grondwaarden van een Europese cultuur te vormen. Wij stellen wetten vast over bijv. het tegengaan van luchtvervuiling, omdat duurzaamheid onmisbaar is voor het leven op die lijn : er zijn eenmalige kansen en eenmalige risico’s . Cyclisch denken gaat meer in de richting van Prediker : de wind draait nu eens uit het zuiden dan uit het Noorden, waar in de wereld zou ik me voor inspannen.. De cirkelgang is eeuwig. Opgaan blinken en verzinken.

Wetten worden gegrond in Waarden en die zijn op hun beurt weer de vrucht van Waarheid.

De vraag die zich hier aan ons opdringt is: kunnen die waarden echt zonder waarheid? Ze blijven een deel van onze christelijke erfenis, maar geldt hier niet het beeld van Jeremia dat het kruiken zijn die geen water dragen? (Jeremia 2:13). Ze houden het onder druk niet uit .

Zulke waarden houden het niet vol, als zij de verworteling in waarheid missen. Als de toekomstverwachting sterft wordt de regel dominant : laten we eten en drinken want morgen sterven wij en de unieke Europese cultuur verzandt in een consumptie-maatschappij. Het doel van deze lezing is om aan de hand van de ‘stenen’ van Utrecht te laten zien waar de diepste laag ligt van onze europese levensbeschouwing : de omslag die zich voltrok onder Willibrord. .

De grote omslag: van heidendom naar christelijk geloof
De grote omslag: van heidendom naar christelijk geloof

Zo zien we hoe in Utrecht de stenen spreken. Het eerste wat zij ons vertellen is de grote omslag: van heidendom naar het christelijk geloof.

Eigenlijk moeten we zeggen : het Joods-christelijk geloof. Want het historisch besef , dat wij leven in een geschiedenis, die een begin heeft en een doel, bindt de Jood en de christen samen.

Wij mogen niet nalaten te vermelden dat deze overgang van heidendom naar het christelijk geloof bepaalt niet zonder grote weeffouten verlopen is. Een grote weeffout is de verbinding van Willibrord met de politieke macht van de Franken. Dat zal zich wreken in de middeleeuwen: de verbinding van kerk en staat.. De tweede weeffout is de traditie die zich in Utrecht vormde van de uitsluiting van Joden uit de stad . Daar komen wij later nog op terug.

Lezing 3: Adrianus en het Koninkrijk (1000–1500)

Sinds december 2015 staat hij daar op de Pausdam , voor het Paushuis en overal rondom hem sprekende stenen, de sprekende stenen van wat nu Utrechts binnenstad heet, maar toen aan het einde van de middeleeuwen de stad uitmaakte Het kerkenkruis van samen vijf kerken, met de Dom, de kathedraal, in het midden. Daaromheen vier parochiekerken voor de burgers (o.a.de Buurkerk), 28 kloosters met hun eigen kerken of kapellen, drie abdijen, een begijnhof en een pandhof, waar de monniken mediteerden en daarbij ook typerend voor Utrecht 20 gastenhuizen voor armen, zieken en zwervers (de ‘ hostels’..) Dat alles onder leiding van de bisschoppen (Adelbert, Bernold en vele anderen).

Erasmus zou gezegd hebben: “ Utrecht? Dat is een groot klooster” . In ieder geval : dit zijn wel in het bijzonder Utrechts sprekende stenen! Met als de voornaamste Utrechtse vertegenwoordiger van die tijd: de nederlandse paus Adrianus. ADRIANUS 1459-1523 Wat springt eruit ? Wat hebben deze stenen ons te zeggen? Wat dreef Adrianus?

Geboren als een gewone Utrechtse jongen aan de Oudegracht op 2 maart 1459 (het huis is er niet meer, maar een gevelsteen vertelt ons nog wel waar op de hoek van Brandsteeg en Oudegracht Adrianus geboren is). Hij kwam uit een gewoon ambachtsgezin , maar viel al direct op door zijn begaafdheid als leerling en student aan de Hieronymusschool en de Latijnse school in Zwolle (van de Broeders des gemenen levens). Met steun van beurzen vrijuit geschonken begon hij zijn carrière in Leuven waar hij al jong (+- dertig) tot professor werd benoemd en later de rector werd . Dat ging gepaard met lucratieve aanstellingen aan diverse kloosters als kanunnik of proost, zelfs decaan , waaraan hij zijn welstand te danken had (zo kocht hij bijv. het Paushuis in 1517 voor zijn oude dag, maar wist niet dat hij paus zou worden en het huis nooit zou zien door zijn vroege dood in 1523. Daar ging aan vooraf dat hij in zijn Leuvense jaren door de Habsburgse vorsten aangesteld was als raadsman en opvoeder van de dan nog jonge Karel V. Een tegelijk voluit politieke baan. Zo bemiddelde bijv. bij het sterven van Ferdinand, de grootvader van Karel V, dat deze de erfenis van het Habsburgse rijk in handen zou geven van Karel V en niet diens jongere broer. Of het uit dank hiervoor was weet ik niet maar zeker is dat dankzij de druk van Karel V Adrianus, die intussen kerkelijk de hoge positie had van Grootinquisiteur, tot Paus gekozen werd in 1522. Hij reisde toen ijlings naar Italie , waar hij in feite maar een jaar echt geregeerd heeft als Paus. Toen werd hij ziek en stierf. Het verhaal dat hij werd vergifigd , klopt niet, maar het laat wel zien dat de kerkelijke kliek in Rome hem niet zag zitten. Hij was een sober en vroom mens en de luxe en show van het Vaticaan stond hem niet aan. Lees het boek over zijn leven van Iwan Geurts: De Nederlandse Paus.

Dit brengt mij tot het hoofdthema van Adrianus leven, dat hij deelde met de zuivere leer van de Kerk in de middeleeuwen. Ik weet dat ik kort door de bocht ga, mar ik noem dat : de visie op de ‘civitas dei’ , de Latijnse woorden voor de stad van God, of ietsje breder genomen: het bouwen van het Koninkrijk van God op aarde. Ik grijp hier terug op de grote middeleeuwse theoloog Augustinus, die al in 410 bij de eerste verovering van Rome een boek schreef (beter: begon te schrijven) met als titel : Civitas dei : Stad Gods.

De verwachting van het Koninkrijk

De kerk gebouwd op Jezus Christus als hoeksteen heeft zich terecht gericht op de hoofdboodschap van Jezus gedurende zijn leven op aarde: het koninkrijk van God is nu nabij gekomen. De bergrede mag je de grondwet van het Koninkrijk noemen en daarop volgen in het eerste evangelie van Mattheus hfst 8-12 de tekenen van het Koninkrijk en direct na hfst.12 het onderwijs over wat Jezus noemt de ‘geheimenissen ‘ van het Koninkrijk (13:31), verteld in gelijkenissen. De wonderen waarvan Mattheus vertelt waren de manifestatie van het Koninkrijk: Het koninkrijk is in het evangelie niet een ding , een substantie, een stuk land, een domein, het is een werkwoord. Dat komt in het hebreeuws nog mooier uit . Malkut Jahweh is het daadwerkelijk regeren van de HERE. God in actie. De God van Israël in actie. Niet de God van de filosofen , zou Pascal later zeggen , maar de God van Abraham, Isaac en Jacob. S.G.de Graaf definieerde het als de genadeheerschappij van God. Want hoe veel kleuren dat werk ook heeft : het is alles met dat ene woord aan te duiden: charis, grace, genade, chesed. Het aangename jaar van de Heer (het jaar van de genade), dat komt Jezus verkondigen (Lucas 4).Er is iets geks mee aan de hand , want je zou kunnen zeggen: het was er, en het was er nog niet. Daarom noemt Jezus het een geheimenis en heeft hij gelijkenissen nodig om het uit te leggen, je ziet het of je ziet het niet. Want de uit het leven gegrepen verhalen die wij gelijkenissen noemen, onthullen niet alleen, ze verbergen ook. We krijgen het Koninkrijk van God niet aangereikt in een beschrijvende vorm die je wetenschappelijk verantwoord kan noemen, in foto’s , in aardse realiteit. Het staat er niet los van , de genezen melaatse moest zich aan de priester laten zien.. maar wat er in die genezing nu eigenlijk gebeurd was (de hand van God en waar Hij op uit is), dat zag je daarmee nog niet. Dat voltrekt zich achter de coulissen. In de onzichtbare wereld. Wij leven in een dubbele realiteit van de zichtbare en de onzichtbare dingen ineen.

De aard van het Koninkrijk

Nu had Jezus de discipelen voorgehouden dat dat Rijk van God uit zijn verborgenheid zou treden en door zou breken in deze wereld. Dat zou door weeën heengaan , de Messiaanse weeën, maar net als bij de geboorte van een kind zou het door de weeën heen uitbreken en aards en tastbaar het nu nog als geheimenis bestaande Rijk in deze wereld vervullen. Toen de Messiaanse weeën door zijn lijden aan het kruis en na de opstanding achter hen lagen , vroegen de discipelen dan ook: Komt u dan nu het Koninkrijk voor Israël herstellen? (Handelingen 1:6). Jezus corrigeert dat niet: dat aardse herstel vanuit Israel is inderdaad wat hij beloofd heeft, maar Hij zegt er wel bij: Nu nog niet: het tijdstip is alleen bij God de Vader bekend. Zelfs niet bij mij. Maar jullie moeten wachten op de kracht van omhoog: de heilige Geest en erop uit gaan om dit evangelie in woord en daad aan alle volken door te geven.

De ‘civitas dei’

Nu ijlings door naar de middeleeuwse kerk. Daar is dit motief van het komende koninkrijk het hoofdmotief geworden. Denk aan het boek van Augustinus “De civitate dei” (Over de stad van God). En terecht. Maar hoe?

Het is zeker waar dat de eerste generatie christenen dit koninkrijk heel nabij hebben gezien. De aardse koninkrijken werden als tegengoddelijke machten gevoeld: de keizer van Rome voorop. Het koninkrijk van God stond daar in zijn verborgen gedaante recht tegenover. Dat bleef zo tot de vierde eeuw toen onder Constantijn de Grote het christelijk geloof niet alleen werd getolereerd maar als staatsgodsdienst overgenomen. Met de val van Rome (in 456)en de groei van de macht van de kerk en de kerkelijke geestelijken brak een heel nieuwe tijd aan. Dat is de kerk waarin Adrianus is geboren en getogen . Het verborgen koninkrijk werd in die kerk als een zichtbaar op aarde bestaande realiteit vorm gegeven. Ik kom nu bij de stenen van Utrecht terecht: waarom hebben ze deze vorm en inhoud gekregen?

Omdat daarin de presentie van God op aarde werd gevierd. Niet alleen in het tabernaculum de fysieke aanwezigheid van Christus , maar ook in de vorm van de kathedraal met een voorhof, een heilige en een heiligste der heiligen , maar ook met de reliquien , de lichamelijke resten en de afbeelding van de heiligen werd eigenlijk de presentie van God op aarde in dit gebouw gevierd. ‘ Het heil wordt gesitueerd in de eigen dagen, het sacrale steeds opnieuw geactualiseerd’, schrijft dr.P.Leupen ( in: De vergissing van Jezus p.21) . Hij ziet het als de middeleeuwse oplossing op een probleem dat Jezus zelf schiep door het Koninkrijk als zeer nabij te verkondigen . Toen het niet kwam omdat hij zich vergiste, hebben de gelovigen de aardse realiteit van de kerk in al zijn verschijningsvormen (inclusief de Dom) als het presente koninkrijk opgevat.

Aldus Leupen. Ik denk niet dat Jezus zich vergiste (hij zei zelf dat hij het moment van de komst niet wist..) maar het is wel juist dat in de kerk de aardse voorverschijning van het Koninkrijk werd gevierd .

Je knielt als je binnenkomt. Je doopt je vingers in het heilige water ter reiniging. Je staat in het huis van God! Een ongedoopte mocht er niet in. Het kindje werd in de voorhof gedoopt! Als het hierbij was gebleven a la, maar die presentie van God op aarde werd ook overgebracht op de geestelijkheid. Zij werden de vertegenwoordigers van God op aarde en dat werd door de verkrijging van politieke macht een invloed ook in wereldlijke macht zichtbaar .

De majesteit van God zichtbaar op aarde.. Ketters werden niet alleen geestelijke gestraft maar ook lichamelijk. De kerk heeft ketters vermoord, joden verdreven, moren eruit gezet. Het koninkrijk van God werd een aardse macht. Met een hemelrijk in de toekomst. Want niemand ontkende dat dit aardse rijk niet de definitieve vervulling was van het gebed ‘Uw koninkrijk kome’. Zelfs priesters en pausen bleven sterfelijke mensen. Na deze aardse voor-vervulling werd het hemelrijk als niet aardse maar hemelse heilsverwachting in het vooruitzicht gesteld. Voor de toegang tot dat hemelrijk had ook alleen de kerk de macht; de sleutels van het hemelrijk waren de sacramenten en die kreeg je alleen toegediend door de priester . Ook daar lag de macht in de handen van de kerk.

Eigenlijk werd de volle belofte van het komende koninkrijk dus opgesplitst in een aardse gestalte –eenduidig zicht baar in de christelijke kerkstaat , en de hemelse toekomst , waar weinig aards aan kleefde –‘totaliter aliter’ zei een monnikenlegende. Het koninkrijk van God in Jezus onderwijs hier verborgen maar straks in al zijn aardsheid manifest werd een civitas die hier reeds manifest was en straks daar een nu voor ons oog verborgen hemelse heerlijkheid had, na de apocalyptische ondergang van de aarde en het laatste Oordeel .

Augustinus heeft met zijn boek (Over de stad van God) voorgrond en achtergrond geprobeerd vast te houden. In navolging van de hoofdlijn van het bijbels onderwijs schildert hij de lineaire geschiedenis vanaf de schepping (zelfs al ervoor) als de strijd tussen twee koninkrijken , waarbij hij vasthield aan de eenheid van zichtbaar en onzichtbaar van het koninkrijk van God, maar na Karel de Grote (800) en na het jaar 1000 is de kerk als de civitas dei op aarde vast gevestigd in de stenen die spreken en in hun kerkelijke vertegenwoordigers , waarvan Adrianius er een was.

Ik heb al verteld dat Adrianus voluit een politieke machtsrol speelde als grootinquisiteur en als vertegenwoordiger van Karel V. Hij staat in de nadagen van de middeleeuwse kerk. In 1517 toen hij het paushuis kocht , sloeg Martin Luther in Wittenberg de 95 stellingen op de deur van de kerk. Met als hoofdinhoud een klacht tegen de aflaat. Hoe wordt een mens gered van zonde en dood? , niet door goede werken of door een kerkelijk sacrament, maar de liefde van Christus zelf die zijn leven voor ons gaf aan het kruis en ons zo door genade tot kinderen van God heeft aangenomen. Daar krijg je deel aan door het geloof. De weg van het evangelie is niet die van de mens die door zijn goede werken de hemel moet verdienen, maar die van God naar de mens.

De Reformatie

Ook hier in Utrecht waren de mensen het zat : er was vanaf 1500 een geestelijke honger ontstaan naar wat als een bevrijdend bericht vanuit Wittenberg in Duitsland en later vanuit Geneve kwam overwaaien. Door het verbond tussen kerk en staat werd de politieke onderdrukking van Philips II onder Alva tegelijk als een agressieve verdediging van de macht van de kerk beleefd. Dat was voor de katholieke kanunniken in Utrecht hoogst vervelend.

Als Nederlander en echte Utrechters hadden ook zij weerzin tegen de Spaanse onderdrukkers, maar deze wierpen zich wel op als de verdedigers van hun kerkelijke positie. Dat is de oorzaak geweest dat er tussen 1566, de gewelddadige beeldenstorm en 1582 de afzwering van de Spaanse koning warrige tijden in Utrecht aan braken. Met ds. Duifhuis een irenische midden figuur en Prins Willem van Oranje die zijn felle broertje Jan eerst niet volgde .

Hij wilde toch kanunniken en calvinisten samenhouden. Wat niet gelukte . Toen de Spaanse koning in een acte van verlating werd afgezworen was er geen houden meer aan en werden eigenlijk alle kloosters en kerken in korte tijd onteigend . Utrecht wordt de stad van de Reformatie.Zelfs de Dom wordt protestant.

Terug naar Adrianus. Hij staat aan het einde van de middeleeuwse kerk. Deed niet mee aan har verval. Hij is de enige paus die nog in zijn pontificaat de schuld erkende van de kerk zelf in dit verval.

Maar hij was tegelijk een sterk verdediger van die civitas dei gedachte en vurig verdediger van de macht en de leer van de middeleeuwse kerk. Nergens leer je hem beter kennen dan in de beroemde briefwisseling met Erasmus over Luther. In die briefwisseling nodigt hij Erasmus uit om naar Rome te komen. Hij wil Erasmus inzetten als een kanon tegen de ketter Luther. Hij zegt daarbij: deze man zou moeten branden in de diepste hel ( zie “ Pas de deux , in stilte” Briefwisseling met Erasmus, p.81). Het zou fijn zijn als Erasmus hem met zijn gezag eens goed tegenspreekt.. Maar Erasmus ruikt nattigheid. Hij weet hoe dat in het leerregiem van de kerk toegaat en dat ook hij zelf wel eens op het schavot zou kunnen belanden als er een botsing komt met de pauselijke leer.

Hij komt op een heel subtiele manier voor zichzelf op door Adrianus, die hij ook persoonlijk kende eerst een werkstuk toe te sturen over de commentaar van Arnobius op de psalmen. Zo van : zie je : bij mij is geen vuiltje aan de lucht.

Maar tegelijk zegt hij : het valt niet te ontkennen dat die Luther ook dingen geschreven heeft die de heilige apostel Paulus hem heeft ingefluisterd. Hij ontkent niet dat Luther een gevaar is voor de kerk, maar hij komt er toch maar liever niet voor naar Rome. Zijn gezondheid laat het hem niet toe ..Ja, ja..

Waarom ik die briefwisseling aanhaal is we hier Adrianus leren kennen als een man die twee motieven had : met het zwaard de macht van de kerk verdedigen en met geestelijke macht de opkomende reformatie tegenstaan. Hij laat zich hierin kennen als een trouw volgeling van de middeleeuwse civitas dei gedachte, die wij ook in de stenen van Utrechts binnenstad afgebeeld zien.

Verdiepte bezinning op het Koninkrijk

De sprekende stenen van Utrecht tussen 1000 en 1500 en vooral ook de figuur van Utrechtse Paus Adrianus dagen ons uit om aan te geven op wat voor wijze de boodschap van het Koninkrijk dan wel moet worden vorm gegeven. Ik ontleen aan hen een verdiepte bezinning op het Koninkrijk.

De verleiding om het zelf op aarde te gaan realiseren, vanaf Karel de Grote tot vandaag toe is overal aanwezig waar christenen met geld of geweer hun (christelijke) idealen gaan realiseren.. Er zijn meer slachtoffers gevallen in de poging goede idealen met geweld te realiseren dan in de bestrijding van de boze. Ga naar het Catharijne convent en zie de martelwerktuigen van de inquisitie. Maar ook minder dramatisch en in alle gelederen van het christendom is het gebeurd dat christelijk gedrag met geweld is opgedrongen.

De vraag dringt zich op: hoe moet het dan wel? Om die uitdaging aan te gaan moeten we terug naar de bron, zoals we zagen : het onderwijs van Jezus zelf.

Ik geef daarvoor een aantal punten uit Jezus onderwijs over het Koninkrijk:

  1. Het is zichtbaar en tegelijk onzichtbaar: living in the supernatural now (F.A. Schaeffer): geloof
  2. Het is nu reeds en nog niet: D-day (Cullmann): hoop
  3. Je moet het zoeken i.p.v. bouwen (de zaligsprekingen): liefde

Eerst over punt 1: we zagen : Jezus noemt het Koninkrijk een geheimenis. Hij gaf daarmee aan dat het een dubbele gestalte heeft: eenerzijds zichtbaar (in tekenen) anderzijds onzichtbaar. Twee kanten van een zaak. Eigenlijk is dit veel breder het bijbelse wereldbeeld. De econoom Marcuse schtreef een boek over de moderne westerse mens onde de veelzeggende titel : De een-dimensionale mens. Wij gaan helemaal op in de zintuigelijk waarneembare , wetenschappelijk analyseerbare wereld. De bijbel gaat uit van een twee-dimensionale wereld: een zichtbare, natuurlijke wereld en daarachter , daarboven en daarbinnen een onzichtbare, bovennatuurlijke wereld.(zie p.17). De middeleeuwse kerk maakte het onzichtbare hier en nu al zichtbaar in de ‘civitas dei’ de kerkstaat , en verplaatste de onzichtbare kant naar het hemelrijk in de toekomst. Wij zullen het naar Jezus onderwijs moeten volhouden te leven in de spanning van een zichtbaar/onzichtbare Realiteit in het heden. Francis Schaeffer, de stichter van het werk van l’ abri maakte dat zijn levensmotief : living in the supernatural now? Dat vraagt een dagelijkse oefening, steeds onze ‘radio’ afstemmen op de goede zender, meditatie. Gebed, gezang, gemeenschap. Sprekend over de middeleeuwse kerk: daar zien we juist in de alternatieve bewegingen deze lijn lopen. Die lijn van Thomas a Kempis en Geert Grote (die in Utrecht Kannunik geweest en een sterke kritiek gaf op de bouw van de Domtoren als prestige- project) die lijn moet vandaag zelfs versterkt worden voortgezet.

Living in the supernatural now!. Ja, er is een onzichtbare achtergrond , nu al in het heden, in de hemelse gewesten waar de overwinning behaald is. De wereld met zijn geschiedenis , zoals wij ze zien heeft twee kanten, een zichtbare en een onzichtbare. (Zie hoofdstuk 1,p.17) Herbert Marcuse schreef dat boek nu al weer 40 jaar geleden een boek eigenlijk over onze consumptiemaatschappij. Wij leven bij wat we zien, meten en eten. De boodschap van het koninkrijk opent ons de ogen voor wat niet zichtbaar is.

F.A.Schaeffer had het over “Living in the supernatural now!’ (in een preek genaamd : The two chairs; en vroeg: In welk stoel zitten wij?

Denk aan Jezus woorden: “Mijn koninkrijk is niet van deze wereld” (Johannes 18:36). Er is een zichtbare en een onzichtbare wereld en we zien de onzichtbare in actie in deze wereld maar nergens bewijsbaar en manifest. Het gaat naar deze wereld, maar het komt er niet uit op. Je moet er oog voor krijgen , je moet het willen zien en je er in oefenen in gebed en meditatie – en gek genoeg kan zelfs een eigentijdse film je er ineens weer van bewust maken.. ( Wie wil, leze ‘ Kingdom theology’ van Russell ; hij ziet twee uitersten in de christenheid van vandaag: de ene kant ziet alleen : here and now, (social gospel) en de andere kant alleen het “not yet” (dispensationalists).

Punt 2: Het koninkrijk van God is er nu reeds en tegelijk nog niet.

Het geheimenis van het koninkrijk stelt ons ook in een historische spanning (naast de zojuist genoemde spanning in het wereldbeeld). Als jezus gevraagd werd : waar is dat Rijk? Antwoordde hij : het is er al minder onder jullie (in Engels : among you!).Tegelijk leerde hij zijn discipelen te bidden : Uw koninkrijk kome! Het is er dus nog niet.. De theoloog O.Cullmann gaf daarvoor het bekende voorbeeld van de laatste wereldoorlog. Daar was een periode , vlak voor de bevrijding, die wij kennen als de hongerwinter. Het bijzondere van dat jaar was dat iedereen al wist dat Hitler op D-day verslagen was. Toen het de geallieerde legers gelukte om een bruggehoofd te slaan op de kust van Normandie wist zelfs Hitler zelf dat hij verslagen was. Toch duurde het nog een jaar voor de overwinning gevierd kon worden. Cullmaan schreef: Kijk zo staat het ervoor met het koninkrijk van God. De boze is overwonnen op Golgotha, maar de laatste doorbraak staat nog uit. Zelfs in een hongerwinter houden wij hoop. Het monument staat nu nog in de steigers en wij horen het boren en kloppen, maar straks van de schutting en staat het in al zijn pracht en juist ook aardse praal voor ons. Jezus noemt dat de ‘ wedergeboorte’ in Mt.19:28 en Paulus werkt dat beeld verder uit in Romeinen 8. Dus: hoop vasthouden, de tekenen opmerken (Mt.24) Het zal straks komen maar dan niet als een hemelse realiteit maar als een omarming van de aarde. Hier wreekt zich de breuk met de Joden. Het is het O.T. dat ons de komst van het koninkrijk altijd als verlossing van de aarde en haar voltooiing heeft voorgehouden. Zie Jesaja 2,11,55,60,66 en Ps.72,85,87 etc. In het N.T keert dat wel terug in Mt.!9,28 , Hand. 3. Romeinen 8 en 2 Petrus 3, maar o.i.v. Griekse denkers als Plato heeft de kerk dit perspectief vaak verloren.

Punt 3: Belangrijk is het verschil tussen Bouwen en zoeken. In de bergrede staat duidelijk: zoek eerst het koninkrijk van God. De kerk heeft ervan gemaakt: ‘ Bouw eerst het koninkrijk van God’. Er is een groot verschil tussen die twee : nergens lezen we een oproep om te bouwen. Dat heeft geleid tot de machtsdromen , tot eigen roem en tot competitie. Denk aan Geert Grote en zijn kritiek op het bouwen van de Dom . Het zijn altijd de onderstromen geweest, die oog hadden voor het kwaad van de vermenging van de kerk en de staat , van geloof en macht . het gebouw als een tempel of zelfs statussymbool . Het is een feit dat de Dom een rol speelde in de competitie-strijd tussen de bisschoppen. Wie de hoogste toren had , was de machtigste..Totaal in strijd met St.Martinus bovenop op de toren. Maar die dateert dan ook uit de tijd dat de civitas dei gedacht nog niet zijn intrede gedaan had.

Om het scherp te stellen: bouwen doet denken aan een program van actie, geloven in de maakbaarheid van de samenleving, zelf - werkzaamheid “ , mens=centraal ‘ kindling your own fire’ Jes. 50:11.

Wat is fout? Er zijn meer slachtoffers gevallen door het streven naar een betere wereld, dan door de bestrijding van een kwade..

Jezus zei : in de gelijkenis over het onkruid in de akker: laat het goed zaad en het onkruid beide opgroeien tot de oogst..

Tegelijk bidden we dat het rijk mag komen. Zichtbaar in tekenen, manifest en hier op aarde. Dat koninkrijk zoeken is een zaak van het hart: ernaar verlangen, en dan je ervoor openstellen, en dan blij zijn als je er iets van ziet, en dan er alles voor over hebben om er meer van te zien (voor die ‘schat in de akker’ zou je wel alles over hebben..) en daarna handen en voeten geven in de kracht van de Geest om genade een plek te geven.

Dat kan en moet heel aardse vormen aannemen.. De gastenhuizen van Utrecht zijn een voorbeeld. Misschien zie je daar het Koninkrijk meer dan in de Dom.. Het daadwerkelijk als een werkwoord regeren van de genade is de aanwezigheid van het koninkrijk hier en nu .Zorg voor elkaar en de natuur, recht voor de vreemdeling en eerbied voor de goede structuren etc. je kan er een politiek programma op bouwen. In de gemeentepolitiek van Utrecht zou dat leiden tot een inzet op met name de volgende terreinen

  1. Verbondenheid i.p.v. vereenzaming
  2. Integratie
  3. Zorg
  4. Milieu

Jezus gebruikte voor deze activiteit graag het bekende beeld van zout. Het is soms maar een enkele korrel die heel het deeg smaakt geeft.. en beschermt tegen bederf. Het doet ongemerkt en ongezien zijn werk. Voor de beschrijving van het profiel van deze mens moeten we zijn bij de typeringen van wat wel de zaligsprekingen genoemd worden: de nederigen van hart, de zachtmoedigen , barmhartigen , vredestichters, reinen van hart..

Het koninkrijk is aanwezig zegt Paukus niet in eten en drinken ( en ik voeg daar na deze lezing aan toe: niet in stenen en gebouwen) maar in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap door de Heilige Geest (Romeinen 14: 17) Zoeken gaat gepaard met hunkerend uitzien naar de dag dat deze wereld zal worden rechtgezet. Het laatste gericht : het is de rechtzetting van alles wat hier op aarde krom is, een groots perspectief. Zo wordt het aardse leven goed, omdat de hemel mij begroet!

Lezing 4: Reformatie en Verlichting (1600–1800)

Gijsbertus Voet (1579-1676) en René Descartes (1596-1650)

Het Academiegebouw aan het Domplein met schilderij van Voetius
Het Academiegebouw aan het Domplein met schilderij van Voetius

In deze lezing over Sprekende stenen richt onze aandacht zich vanavond geheel op het Academiegebouw in de hoek van het Domplein. Daar hangt het schilderij van Voetius in de Senaatszaal .

In de voorgevel van het gebouw boven de toegang zien we Pallas Athene , de Griekse godin van de rede.

Pallas Athene boven de toegang van het Academiegebouw
Pallas Athene boven de toegang van het Academiegebouw
Het vrijheidsbeeld op het Domplein
Het vrijheidsbeeld op het Domplein

Voor de ingang van het gebouw ligt op de keien de gouden Zon der gerechtigheid: de sol iustitiae In de andere hoek van het Domplein staat het symbool van de vrijheid. gecopieerd naar het Vrijheidsbeeld op Liberty island voor het binnen varen in de haven van New York. Daar werd rond 1800 Amerika geboren. Tussen de ene hoek van het plein, de Academie , gesticht in 1636 en de andere hoek met het vrijheidsbeeld van Independance day (1791) liggen de twee eeuwen waarvoor Voetius en Cartesius model staan.

Na Paus Adrianus ( 1523) kondigt zich in Utrecht een nieuwe tijd aan: ik zie die nieuwe tijd , na de Middeleeuwen, in Utrecht gesymboliseerd in Voetius en Descartes. Voetius was een zeer geleerde theoloog, die de stichter van de Utrechtse Universiteit genoemd mag worden en Descartes was de geniale filosoof, in Frankrijk geboren, maar woonachtig in de Nederlanden, in 1640 voor korte tijd aan de Maliebaan. Nederland was een vrij land en hij kon hier ongehinderd zijn boeken schrijven en studeren. Met name ook bij Voetius. Hij werd in 1640 uitgenodigd voor een openbaar debat bij professor Regius , die zijn ideeen verkondigde aan de Utrechtse Universiteit . Voet zag die uitnodiging als een gelegenheid om hem openbaar aan te vallen en te weerleggen.

Descartes schijnt gezeten te hebben naast Anna Maria van Schurman in haar loge, van waaruit zij wel tien jaar lang als enige vrouw in die tijd de colleges van Voet bijwoonde (achter een gordijntje om de studenten niet af te leiden..). Zij reed ook met haar koets wel naar Descartes on zijn filosofie aan te horen, maar ook zij proefde bij hem een andere geest dan bij Voetius (hij kwam een keer bij haar binnenlopen (p.71 in boek van Paula Verbeek) en zag dat zij Hebreeuws zat te studeren en hij zei: een vrouw met zoveel talent, die zich bezig hield met zaken van zo weinig belang..Hij had in Genesis bijvoorbeeld niets gevonden dat clair en distisnct genoemd kon worden.. Anna ergerde zich aan hem en niet alleen Anna Terug naar Voetius die kreeg het al gauw met hem aan de stok, want Voetius zag hem als een gevaarlijke misleider. Descartes was al gauw uit Utrecht vertrokken maar tussen 1640 en 1645 gonsde het in Utrecht van de twistdebatten tussen voor = en tegenstanders van Descartes.

Even iets over Voetius: hij staat midden in de Utrechtse kerk van die tijd. Die was officieel in 1582 overgegaan van katholiek tot de gereformeerde leer . Van de ong.30.000 inwoners van Utrecht behoorde een derde tot de wat wel genoemd wordt ‘nadere Reformatie’. De zestiende eeuw is de eeuw van de Reformatie, de zeventiende de eeuw van de ‘nadere Reformatie’ . Wat nog katholiek gebleven was en dat was ook best nog wel een fikse groep moest zich verholen gedragen. In wat men wel schuilkerken noemde. Maar de leiding van de gereformeerden stond voor de grote opdracht hoe je een volkskerk met duizenden leden tot een christelijk leven en levensstijl kon brengen. Dat lukte slecht. De mensen waren arm , er werd gestolen en gedronken, de zondag als sabbat werd ontheiligd, op sexueel gebeurde van alles. De kerkenraadsvergaderingen waren voor drie kwart gevuld met tuchtzaken.

Zondaren werd de toegang tot het Avondmaal ontzegd en onder censuur gesteld. Toen een hevige storm in 1674 de Domkerk deed instorten zag de bekende prediker Jodocus van Lodenstein dat als een oordeel van God over het zedelos gedrag van de christenen in de stad. Anderen zagen het meer verbonden met de politieke siuatie. Twee jaar ervoor hadden de Fransen de stad bezet, nadat het eigen stadsbestuur zich zonder strijd aan hen hadden overgegeven. De Dom was zelfs weer voor eejn jaar katholiek! De instorting van de Domkerk werd om al deze redenen als een oordeel van God gezien. Er werd in de stad in die tijd op 7 plaatsen gepreekt vaak voor stampvolle kerken, er werden per week 16 catechisaties gegeven, iedereen die lid was kreeg huisbezoek (al was dat soms wel aan 40 mensen tegelijk, er waren per jaar 500 belijdeniscatechisanten en men vatte de kerkelijke tucht heel zwaar op . De dominees werden betaald uit de kerkelijke goederen waarover veel twist was met de adel en de vroedschap die er ook aanspraak op maakten. De laatste had ook een grote vinger in de pap had bij alle benoemingen en aanstellingen en werkte samen met de kerk in vele tuchtgevallen waar zij de lichamelijke straffen uitdeelden en de kerk de geestelijke. Een andere tijd, dat kan je wel zeggen. Maar waarom ik hier iets van vertel: het geeft mij geen vrij en blij gevoel als ik lees over deze volop nog kerkelijke tijd. Ik zei al : het lukte niet met die volkskerk en er ontstonden dan ook in die tijd diverse alternatieve bewegingen zoals de Coccejanen, die een ander sabbatsopvatting hadden en de charismatische Labadisten waar Anna Maria van Schurman zich bij aansloot en die definitief de volkskerkidee afzworen. De lijn van de alternatieve vaak subversieve christenheid al van voor de reformatie aanwezig, denk aan Thomas Aquino en Geert Grote krijgt een andere voortzetting in Anabaptisten, Coocejanen en Labadisten, en gelukkig ook overal de naamloze eenvoudige gelovigen..

Intussen ; laten wij niet vergeten dat de Reformatie een enorme verandering in het geestelijk leven had gebracht. Wie Voetius leest komt onder de indruk van de hoge plaats die hij aan de Schrift toekent en de verkondiging en de uitleg daarvan. Het volk werd onderwezen. Hoe diep dat inwerkte zien we bijv. in het leven van Anna Maria van Schurman, de diepe toewijding aan Christus en zijn lijden aan het kruis , de nadruk op de dagelijkse bekering , de levende omgang met de bijbelse geschiedenis, die als model haast gesteld werd voor de eigen geschiedenis. Kijk maar naar de vele Valerius liederen. Het ging soms te ver.

Alsof Nederland Israel was. De vervangingstheologie is hier geboren. De joden werden ook letterlijk uit de stad gebannen. Maar tegelijkertijd is het een grote vernieuwing dat het geestelijk leven onder onderwijs van erudiete mensen als Voetius de bijb el in de plaats stelde van de mis. De levende verkondiging van het Woord dat is de sleutel tot het Koninkrijk en niet de mis.

Terug nu naar de grote lijn: juist in deze voor de kerk woelige tijd bloeit de Universiteit op en komt een nieuwe tijd opzetten die wij later hebben benoemd als het tijdperk van de Verlichting: de opbloei van wetenschap en techniek.

Daarvoor staat Descartes model . Vergis je niet: als het op de inhoud van de christelijke leer aankomt, het geloof in de Drie-eenheid, Christus dood en opstanding als het hart van het evangelie, schepping, zondeval en verlossing, het laatste oordeel en het eeuwige leven. Zeg maar de twaalf artikelen van de apostolische geloofsbelijdenis, geloofde Descartes precies hetzelfde als Voetius. Het grote verschil ligt in de fundering : weten dat het waar is? waarop baseer je de zekerheid dat al deze dingen zo zijn. De twijfel deed zijn intrede.

How do you know you know? Ook volgens Francis Schaeffer de eerste vraag waar je als denkend mens tegen aan loopt. In de studiegids van L’ abri in Eck en Wiel is dit het opschrift boven het eerste hoofdstuk : hoe we weten dat het waar is.

Iedereen kent de spreuk die Descartes beroemd maakte: in zijn hoofdwerk’ Discours de la methode ‘ geeft hij het antwoord op de bovengenoemde vraag; cogito ergo sum. Hij ziet twijfel als een doorbraak naar ware zekerheid. En het is waar: twijfel is een instrument om ons te leren hoe de dingen in elkaar zitten.

Aan de universiteit leer je de dingen te ondervragen. Waarom zijn ze zoals ze zijn . Hoe werkt het? “Twijfel staat de komende jaren centraal in het filosofieonderwijs op het VWO.

Vier docenten leggen uit waarom dat belangrijk is- en wat de gevaren zijn” Trouw 17 november 2014.

Of je zo ver moet gaan dat je zegt: Alleen de twijfel staat vast” dat is de vraag en brengt ons midden in de gedachtenwereld van Descartes.. Wat hij zeker bedoelde met ‘cogito’ is te zeggen : hoe ik ook twijfel aan God en de mensen, een ding kan ik nooit betwijfelen en dat is dat ik het ben die al denkend bezig ben te twijfelen. Nu als dat vaststaat dan heb ik een basis: alles wat zich met dezelfde waarschijnlijkheid aan mij voor doet kan ik met zekerheid aannemen.

Nu geloofden ook de middeleeuwse theologen dat de waarheid van de bijbel redelijk was > Augustinus schiep zelfs de slogan: “ Fides, het geloof, quaerit, zoekt, intellectum, het begrijpen. FQI. Je mag de waarheid redelijk ondervragen en naar vermogen begrijpen. En het valt ook op dat er bij de oprichting van de Utrechtse Universiteit een lofdicht geschreven wordt door Anna Maria van Schurman, dat Pallas Athene hoog op het vaandel heft: “Gij die van verre komt om landen en de steden en om een schoon gebouw te horen en te zien : laat niet op kalk en steen uw zinnen lange spelen, maar ziet wat dieper in daar zijn haar beste delen, geen zilver, goud of peerl of kostelijk gesteen,, want Pallas is hier op haar troon gezeten” maar let wel op , zegt zij aan het eind: ‘ de zon van Godes Woord staat boven het al verheven’ ..(aw.44) In dit gedichtje zit het conflict met Descartes eigenlijk al helemaal ingeweven.

Wel valt op dat hier geen tegenstelling wordt geschetst tussen Pallas Athene en de Sol iustitiae, de rede en het Woord. De laatste straalt over de eerste.

Dat wat betreft Descartes. Anna Maria schrijft over hem een brief aan Prof.

Rivet:

Verder wil ik niet voor u verzwijgen dat ik onlangs de heer Descartes een bezoek gebracht heb, een man , zegt men van grote , ja ,ongehoorde geleerdheid, die niet bepaald hoge waardering schijnt te hebben voor de ontwikkeling van de wetenschappen. Niets daarvan kan bijdragen tot de ware Wetenschap.. en hij zegt dat hij een andere weg heeft gevonden om die veel sneller en met meer zekerheid te bereiken.

Zij zinspeelt hier op de nieuwe filosofie van Descartes die niet berustte op overlevering, traditie of heilige teksten. De hoeksteen van zijn kennisleer was de systematische twijfel. Die wordt alleen overwonnen door de rede.

Die voerde Descartes wel weer terug in de veilige haven van de christelijke leer, maar zou zich in de verdere geschiedenis van 1650 tot 1800 geheel losmaken van de bijbelse grondslag en zorgen voor de enorme opbloei van wetenschap en techniek. De moderne tijd kondigt zich aan hier in Utrecht in deze disputen tussen Voetius en Descartes.

Tot zover eigenlijk over de sprekende stenen: we zagen de Academie , Voetius en Cartesius , de Sol iustitiae , Pallas Athene en het vrijheidsbeeld.

Actualiteit

In het tweede deel van deze lezing keer ik mij zoals bij de vorige lezingen tot de actualiteit van vandaag. De insteek van Descartes staat aan de aanvang van de verlichting in Europa. Er volgden verlichte denkers en wetenschappers en de uitkomst is het moderne werldbeeld waar wij vandaag mee behept zijn.

Kenmerken: het verlies van openbaring, de rede van Descartes heeft alle bovennatuurlijke waarheden opgegeten: noem het rationalisering, en ander mensbeeld volgt: de mens is zichzelf tot maatstaf (individualisering ) en natuurlijk ook een ander wereldbeeld: een gesloten systeem van gevolg en oorzaak.. secularisering is het gevolg.

Hoe moeten wij als mensen van de Sol iustitiae nu daarmee omgaan?

Ik begin met die twijfel (A) en wil graag in de tweede plaats verder doorpraten over de Verlichting met zijn rationalisering, individualisering en secularisatie (B).

A. Twijfel

Het duidelijkst spreekt Descartes over de twijfel in een boekje Philosofische Overdenkingen ( I, 7) eigenlijk ontmoet je daar een heel modern mens. Hij vertelt hoe hij onder de indruk is van de grote ontdekkingen van die tijd, mn.

Dat de zon niet om de aarde draait maar de aarde om de zon: hoe kunnen de zintuigen ons bedriegen! Maar als hij naar de traditie en de scholastiek terugkijkt bekruipt hem hetzelfde gevoel, waar baseer je dat alles op . Hoe kan ik weten dat het echt waar is?. Hij zegt (ik citeer) : “De twijfel strekt zich uit over alle dingen: over de wereld en over God”. Ik moest denken aan de spreuk die aan Lao Tse is toegeschreven: “ Eens lag ik te slapen en droomde als mens dat ik een vlinder was, maar nu, nu ik wakker ben vraag ik me af : wellicht ben ik een vlinder die droomt dat hij een mens is.” Precies zulke gedachten brengt Descartes hier onder woorden. Wie weet is alles een grote droom. Waarop baseer ik mijn zekerheid? De neiuwe weg die Descartes dan voor ons opent is die van de methodische twijfel: Niet uit wanhoop, maar als een reinigend vuur , een instrument. Laat ik dat los op mijn hele voorstellingswereld doe ik een ontdekking en dat is dat is dat ik aan alles twijfelen kan , maar aan een ding valt niet te twijfelen en dat is het feit zelf dat ik twijfel. En dan volgt die bekende uitspraak: Cogito ergo sum. Het denkend ik wordt hier tot grondslag gemaakt van alle zekerheden. Aan mijn eigen subject als twijfelaar valt niet te twijfelen. Alle ideeen die zich met een gelijke zekerheid aan mijn geest opdringen mag ik als waarheid aannemen. God gaat daarboven uit. Een armzalig mensje kan de ideen van een volmaakte God nooit zelf bedacht hebben. Daaruit blijkt dat de gedachte van God niet aan ons eigen brein ontsproten kan zijn. (eigenlijk het middeleeuwse ontologische Godsbewijs). Intussen: hier staan wij drie en een halve eeuw later en velen van ons worstelen nog steeds met dezelfde twijfel.

Hoe ga je daamee om?

1. Onderdrukken helpt niet. Zie het recht in de ogen. Helmut Thielecke schrijft ergens: twijfel is als een envelop met inhoud: je krijgt hem en de enige weg is: hem open maken: lees wat erin staat. Godfrid Bomans zei: vroegere generaties kregen de geloofswaarheden ocvergeleverd in de vorm van een cadeau dat mooi verpakt is. Ze lieten het lintje erom en gaven het zo weer door aan de volgende generatie. Wij in de moderne tijd kunne nniet anders of wij moeten het uitpakken.

2. In de vraag hoe je met twijfel omgaat speelt het onderscheid tussen twee soorten twijfel een belangrijke rol: ik noem dat creatieve en existentiële twijfel.

Al zou je het misschien niet zeggen als je Descartes leest, maar zijn twijfel is in wezen steeds een creatieve twijfel. Zelfs als het gaat over God zegt hij zelf erbij dat hij van jongs af aan gelovig gewest is en dat zijn twijfelvragen dus juist een middel zijn om een goede basis onder zijn geloof aan te brengen.

Terug naar het bericht in Trouw: Twijfel staat centraal in het onderwijs, dat is primaecht verdiepte kennsi kan alleen komen langs de weg van wat ik noem de creatieve twijfel. Ik heb zo’n vermoeden dat de apostel Thomas (de twijfelaar) door al zijn kritische vragen later de diepst gelovige geworden is.

Maar er is ook existentiële twijfel: en die is eigenlijk in onze cultuur pas ingekropen in de 19e eeuw, met Marx, Freud en Nietzsche, de drie ‘maitres de suspicion’. Dat is in de tweede golf van de Verlichting. Toen werd het door Descartes gesmede wapen van de twijfel van een creatieve twijfel tot een wanhopige kreet: help, er is niets wat zich aan mijn twijfel onttrekt. De twijfel die zoveel mensen om ons heen onder woorden hebben gebracht, versterkt door de gruwelen van de twintigste eeuw: God waar bent u? Hoe ga je met die twijfel om?

3. Zelf heb ik in de praktijk van mijn eigen leven ondervonden wat ons in die aanvechting behulpzaam kan zijn. In de eerste plaats is het belangrijk om in de diffuse golf van die twijfel onderscheidingen aan te brengen.

Zoals je bij een in de war geraakte kluwen wol niet ruw moet gaan zitten trekken, maar voorzichtig de draden los moet maken .Als je het pakje van Godfried Bomans te wild opentrekt en te snel de inhoud wil zien knip je met je schaar de inhoud kapot. Of om nog weer een ander beeld te gebruiken : wie bij een plots opgekomen ziekte direct naar het eerste het beste medicijn grijpt, kan het makkelijk allen maar erger maken; Hij neemt een pil tegen hoofdpijn terwijl de ziekte juist schuilgaat in de maag. Au, het wordt nog erger. In plaats daarvan moet je eerst de diagnose stellen

4. Bij het stellen van de diagnose, als we het even zo mogen noemen, moeten we verhelderen waar die diepe existentiële twijfel uit oprijst , is het echt mijn verstand, zoals bij Thomas, die een redelijk probleem had: hoe kan een dode nu weer levend worden? Maar het kan best zijn dat ik op mijn twijfel helemaal niet opkomt uit mijn verstand. Het is gewoon iets wat in mij oprijst zonder er ook maar ooit echt dieper over nagedacht te hebben. Ik sprak een vrouw die me zei: ik wou dat ik kon geloven..Ze wilde maar zeggen : het zit niet vast op het feit dat ik iets niet kan begrijpen. De twijfel rees op uit haar gevoel. Er is nog een andere bron, die ik ook vaak ben tegengekomen: dat is de wil. Er zijn mensen die ergens beseffen: als ik geloof moet ik een keuze maken die voor mij heel belangrijk is en dat wil ik niet. Existentiële twijfel kan uit verschillende hoeken in mijn persoonlijkheid oprijzen. Het helpt die te onderscheiden en dan de goede invalshoek te kiezen. Bij wilstwijfel helpen geen argumenten , ze versterken de twijfel, bij verstandstwijfel helpt geen emotioneel appel of de oproep: je moet kiezen. Dan wordt geloven een sprong in het duister en dat is het niet. Maar bij gevoelstwijfel helpen argumenten ook maar weinig: onder die twijfel zit verlangen. Mooi onder woorden gebracht in de grote twijfelpsalm in de bijbel: Psalm 73: God die mij troost en bij mij zijt, mijn twijfel stilt en mijn verlangen, die mij in liefde houdt omvangen. Dat is het ‘ medicijn ‘ tegen gevoelstwijfel , “ je in liefde door God omvangen te voelen”.

Aangesproken worden! (zie het boekje: “In dubio” Novapres,2000).

Terug naar Descartes en Voetius. Voetius die zeker zou zeggen: er is maar een basis waarop je je zekerheid kan baseren en dat is de Schrift. Descartes die zegt: de weg die ik gevonden heb is de weg van de creatieve twijfel: stel je twijfelvragen en alles komt op zijn pootjes terecht. Het verstand is hier voor het eerst ingevoerd als een soort van Sol Iustitiae. Daar ligt de grote wending naar de nieuwe tijd : de Verlichting, een Europees gebeuren , voltrokken in ‘ ons stadsie’. Aan de Maliebaan.

B. Beoordeling van de Verlichting

Hier keer ik nu aan het slot naar terug : Hoe kijken wij naar deze omslag ?

Van openbaring naar verlichting. Vandaag vier eeuwen later zijn we beter in staat om het te beoordelen. Hoe kijken we er tegen aan ?. Anna Maria van Schurman kon bij de opening van de universiteit nog onbezorgd de godin van de rede, Pallas Athene aanprijzen. Ons is vandaag het lachen vergaan.

De menselijke rede heeft ongelofelijk veel voortgebracht, maar het heeft ook monsters gebaard. Dat is door Francisco Goya op de rand van de twintigste eeuw geschilderd: de droom van de rede produceert monsters!

Mijn visie op de Verlichting is dubbel: ze heeft uitzonderlijke welvaart gebracht: dank zij haar overleven wij met een wereld bevolking van 7 miljard. Wetenschap en techniek zijn tot het meest fantastiche in staat gebeleken. Het heeft ook een bevrijding door gezet die als een soort zaad wel in Europa is uitgestrooid maar meer door deze moderne wereld dan door de kerk is doorgezet en voor slaven, vrouwen en misdeelden bevrijding heeft te weeg gebracht. Tegelijk heeft juist ook deze op de rede gebaseerde modern wereld verschrikkelijke monsters voortgebracht.

Francisco Goya: de droom van de rede produceert monsters: geloof in de maakbaarheid van de samenleving heeft wereld oorlogen voortgebracht, de natuur bezwijkt onder haar druk, en normloosheid lijdt tot een verval van zeden. H.Berkhof wijst erop in een boek:’ Christus de zin van de geschiedenis’ dat er overal waar positieve invloeden uitgaan van Gods hand er ook tegenkrachten worden opgeroepen. Europa in het spanningsveld van de Geest!

De Joodse denker Martin Buber heeft in zijn boek ‘ Godsverduistering’ de rede aangewezen als de donkere wolk die zich tussen de zon en het oog heeft ingeschoven.

Er zijn legio mensen in onze tijd die zich herkennen in de uitspraak dat geloven in God vandaag toch geheel uit de tijd is.

Leanne Payne heeft het met hulp van C.S.Lewis uitgelegd wat er zich hier voor ramp heeft voltrokken met als gevolg dat de creatieve twijfel van Descartes omsloeg in de existentiële twijfel. Die wordt veroorzaakt door de ziekte van de introspectie. Zij schrijft in het boek Gods tegenwoordigheid geneest” p.174 e.v. ‘In het creatieve levensproces zijn twee kenwijzen, de ene die de werkelijkheid intuitief waarneemt, de andere rationeel. Mijn professor Clyde .S.Kilby zei eens tegen de jongens in onze klas: Jongens , je kunt niet je meisje kussen en tegelijkertijd over deze kus nadenken, Je kunt niet het leven ervaren en er tegelijkertijd over nadenken zonder het goede van zowel ervaring als gedachte te verliezen. ..Omdat het bewuste intellect ongeneselijk abstract is, is ons dilemma ‘ofwel te proeven en niet te kennen, of te kennen en niet te proeven” . Dat leidde tot de ziekte van introspectie.

De blik wordt zelf beschouwend naar binnen gericht en de ontmoeting verdwijnt. ‘ Wij hebben het vermogen van het verstand om te abstraheren en te analyseren gewaardeerd en ontwikkeld, terwijl we tegelijkertijd zijn verbeeldende kenwijzen hebben genegeerd (en zelfs ontkend): de kenwijzen waarmee we de onzichtbare werkelijkheid begrijpen- het hogere goed, inclusief de betekenis en het vermogen om te zijn’.

De kern van onze kritiek tenslotte richt zich op de plek van de autonome rede Ons menselijk verstand moet weer terug gezet worden op de plek waar ze hoort: Terug in het hok. Ze is losgebroken uit de door God gegeven kader en heeft in het wild overal haar enorme kracht op in gezet. Zij behoudt haar grote werkkracht alleen als zij blijft binnen de geschapen structuur , het makkelijkst te vergelijken in onze modern tijd met het beeld van de software van een computer Het verstand is nooit als meer bedoeld dan als de software van onze geest. En software is heel belangrijk, maar het produceert zelf geen antwoorden op de grondvragen van ons leven . Het ordent, groepeert, analyseert, maar het produceert niets. Zonder beeldtaal: het verstand en de wetenschap kan wel vertellen hoe de werkelijkheid in elkaar steekt, maar het kan niet zeggen waarom en wat de zin is en wat de bron en wat de toekomst en wat het wezen der dingen is. Dat zit in de werkelijkheid zelf besloten, doe boven zich uitwijst naar het antwoord. Zie K.Veling Ruimte voor de rede’ p.88 Terug naar de Openbaring!

Is er vandaag een beweging gaande die hier weer oponieuw naar durft te verwijzen? Ik denk dan aan de inaugurele rede van Prof Ruud Welten, professor op de leerstoel van Thomas More op 30 september 2016 jl Van deze professor Welten hoor ik voor het eerst op de publieke tribune van de seculiere Universiteit een pleidooi voor openbaring. Het woord lijkt uitgestorven, een archaïsch begrip uit oude tijden, maar kunnen we wel zonder , zegt hij, nu wij uit de rede en de wetenschap zelf geen grond en zin voor het bestaan kunnen afleiden. Ik citeer Trouw waar Welten in een interview zegt: ‘Als het zin heeft om over openbaring te spreken, dan heeft het hoe dan ook betrekking op iets dat niet uit onszelf voortkomt. Het betreft de boodschap van een waarheid die groter is dan we misschien aan kunnen’ Hij ziet de bron in de open ontvankelijke ontmoeting oog in oog met de lijdende mens, in navolging van Levinas in het gelaat van de ander.

Daar worden wij letterlijk subject. Grammaticaal uitgedrukt: we worden in dit lijdend voorwerp tot onderwerp van de zin. Wat doe jij eraan ? In dit gelaat treedt de Eeuwige ons tegemoet. Storend, traumatiserend, , een inbreuk op ons dagelijks leven. Maar zeer zegenrijk!

Voor mij is het gelaat van de lijdende mens : Christus Salvator! .Hij heeft ons de Vader doen kennen, zegt het Evangelie van Johannes(1:14). In Hem treedt God ons tegemoet, die zich niet onbetuigd heeft gelaten. Niet alleen in zijn Woord ,maar ja,zeker, ook in de lijdende mensen in het algemeen komt Hij op ons toe om ons wakker te roepen. Hij is die zon der gerechtigheid. . Zonder openbaring verliest mijn leven zin en verliest de rede haar plek ,( een geweldig instrument, maar niet autonoom) Het leidt mij tot een slotsom: Utrecht heeft sprekende stenen: ik denk met name nu aan het Domplein met Pallas Athene boven de voordeur van de universiteit en de Sol Justitiae ervoor. Allen in het licht van die zon der gerechtigheid, krijgt de rede haar grote en tegelijk bescheiden plek. Alleen dan verdwijnt de angel uit de twijfel die Descartes in 1640 zaaide en waar Voetius tegen protesteerde. In de wapenspreuk van de Universiteit ligt een belofte en daar moeten we het uiteindelijk allemaal van hebben:: “ Zie de dag komt brandend als een oven, maar voor u die mijn naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan en er zal genezing zijn onder haar vleugelen” (Maleachi 4:1,2).

Lezing 5: Utrechtse vrouwen (1600–1800)

Belle van Zuylen - tegel aan de Kromme Nieuwegracht
Belle van Zuylen - tegel aan de Kromme Nieuwegracht

“Ik vraag niet om vrijheid van denken, die heb ik”
Belle van Zuylen of Isabella de Charriere, op tegel naast de deur van het winterverblijf van de familie Tuyll van Serooskerken (Kromme Nieuwegracht 3).

“De grootste zonde is : niet zelf te denken”
Anna Maria van Schurman.

Van de Utrechtse ‘feministen’ naar Hilary Clinton In de rij van lezingen over Utrechts geschiedenis zoals die zich aan ons voordoet in al haar sprekende stenen, is dit de vierde lezing over de tijd dat Utrecht zich ontwikkelt van het geestelijk centrum van de noordelijke Nederlanden tot een cultureel en commercieel centrum als vierde stad van Nederland. Het gaat hier over de tijd van 1600 tot 1800, zeker geen bloeitijd, maar wel een tijd waarin er naast geestelijk verval (de pruikentijd en Franse overheersing) ook sprake is van het ontstaan van een nieuw vrijheidsideaal in verbondenheid met Europa en met name in een aantal vrouwen vorm gegeven In 1703 werd in ons stadhuis de vermaarde vrede van Utrecht gesloten . aan de universiteit werden de denkbeelden van de ‘ verlichte denkers’ breed besproken en de Franse revolutie had ook via Napoleon een grote revolutionaire invloed op Utrecht en de Nederlanden. Uit dit brede patroon van de ontwikkeling van Utrecht van het geestelijk centrum van Nederland naar een bijrol als cultureel en commercieel handelscentrum nemen wij een rode draad en dat is : emancipatie van de vrouw. Met daarachter de vraag: wat is vrijheid? En wat is het goede vrijheidsideaal?

Vanwege de actualiteit keer ik vandaag de orde om en begin met Hillary Clinton, die wellicht vandaag tot president gekozen wordt (vergissing dus..) maar wel rolmodel is voor vele vrouwen in onze tijd. Wat voor vrouw is het? , bij welke Utrechtse vrouwen past zij het best? Wat zou zij van de Utrechtse vrouwen moeten leren?

Hillary Clinton

Haar politiek, haar moraal, haar levensbeschouwing

In haar politiek is ze het best te vergelijken met D66 en de VVD.

Wat de moraal betreft is zij meer te vergelijken met de VVD, Edith Schippers Wat de levensbeschouwing betreft hoort zij bij het CDA.

1. Politiek. Zij kiest nationaal voor de liberale vrije markt economie, samenwerking met de banken. Dat betekent dat zij de financiële bankencrisis die nog steeds dreigend boven ons hoofd hangt probeert op te lossen door te ‘lappen’. Amerika blijft leven onder een hoge schuldenlast. Wat betreft de gezondheidszorg steunt zij de sociale verzekering (Obama-care voor allen met behoud van de welvaart). In de grote wereldvraagstukken is zij geen speciale vriend van Israel, en in de lijn van Obama volgt zij een buitenlands beleid tussen de missionaire gedrevenheid van G. Bush en het isolationisme van Amerika voor de Amerikanen van Trump. Zij pleit voor een mondiaal milieubeleid, en vrijheid van godsdienst, zorg voor vluchtelingen en strijd tegen armoede, met name van kinderen.

2. Moreel is zij een menging van liberalisme en pragmatisme. In dat kader zet zij zich in voor vrouwenemancipatie en ‘gay-marriage’. Zij is voor vrije abortus en ziet onderwijs, wetenschap en cultuur als de weg tot volksverheffing. Ze leunt aan tegen ‘political correctness’ en het gelijkheidsdenken.

3. Levensbeschouwing. Zij is ‘nominal christian’. Zij gelooft in schepping, bijbel, de tien geboden en koninkrijk: en vooral de bergrede in de nadruk op zorg voor de armen en de zwakken, ze ziet Jezus als de grote Inspirator, neemt tijd voor gebed.

Ik ga voorbij aan het politieke bedrijf rondom de verkiezing en ook de persoon op zich van Hillary Clinton, want mijn interesse is gericht op het vrijheidsideaal van Clinton, waarin zij lijkt op Minister Schippers .Ik voel mij daar nauw bij betrokken omdat dit vrijheidsideaal in ons land doorslaat. Ik denk nu aan de te grote tolerantie op veel gebieden , de nieuwe voorstellen voor euthanasie, verloedering, politieke correctheid (t.o.v. d Islam) , geen geld voor defensie etc.. Daar laat ik de stenen van Utrecht, d.w.z. de geschiedenis van de grote vrouwen in Utrecht in meespreken door na een bredere bespreking van het vrijheidsideaal de Utrechtse vrouwen aan het woord te laten!

Ik ga nu over tot een nadere omschrijving van dat liberale vrijheidsideaal en doe dat aan de hand van een heel informatieve lezing die minister Schippers ( geboren in Utrecht !) begin september gehouden heeft. Ik denk dat Hillary daar van harte mee zou hebben ingestemd.

Alle in deze lezing genoemde vrouwen hadden iets met vrijheid en bevrijding. Anna Maria Schurman schreef: : De grootse zonde is, niet zelf te denken,(JS p.13). Belle van Zuylen heeft als onderschrift op haar huis in Utrecht staan: Ik vraag niet om vrijheid van denken, die heb ik!

Minister Schippers had dat zo kunnen overnemen in haar H.J.Schoo-lezing lezing.

Zij begon met : de hoogste waarde voor mij is : het scheppen van een samenleving waarin mijn dochter zelf zal mogen bepalen wat zij wil worden, wat zij wil doen, hoe zij zich wil kleden en waarin zij zelf de architect mag zijn van haar identiteit.

Zij vervolgde met : maar..natuurlijk zijn er ook regels, er zijn verbanden, er is een gedeeld verleden, gemeenschappelijke normen en waarden, een bezield verband, een maatschappelijk contract, maar dit is het doel: vrijheid van ieder mens om zichzelf te zijn.

Zij noemt het een paradox dat die vrijheid tegelijk beperkt wordt door het feit dat we intussen wel ons met elkaar moeten bemoeien en op elkaar moeten afstemmen. Dat lijkt het eerste tegen te spreken, maar een paradox is een schijn –tegenstelling. Dit laatste komt onszelf uiteindelijk allleen maar ten goede. In dit kader pleit zij voor een speciale cursus voor binnenkomende vreemdelingen. Opdat zij vrouwen en homo’s leren respecteren als hun gelijken. Tot slot roept zij op tot het smeden van een vrijheidscoalitie Deze lezing bevat drie punten: herkomst van deze visie, wat te leren van de vrouwen uit Utrechts geschiedenis? En radicale kritiek.

1. Herkomst van deze liberale visie: de Verlichting

Drie van de genoemde vrouwen, Hillary , Edith en Belle bouwen voort op en zijn verbonden met de Verlichting, zeg maar de 18e eeuw . In het boek van Judith A.Vega over ‘Isabelle de Charrière (= Belle van Zuylen) en de kritiek van de Verlichting’ (2005 Uitgeverij Klement, Kampen) wordt de Verlichting omschreven als: ‘ De Verlichting is het tijdperk dat zichzelf in fundamentele zin begreep als ‘ kritiek’, als de radicale breuk met het verleden die we het modern tijdperk zijn gaan noemen.’ (p.7) Over die wending gesproken : we hebben in de eerste lezing , toe het ging over Willibrord gesproken over de grote wending of omslag van germaans heidendom naar het christelijk geloof, voltooid met Karel de Grote in ong.800, nu 1000 jaar later, vindt een nieuwe omslag plaats: Europa bevrijdt zichzelf met de hulp van de rede van een zichzelf opgelegde onmondigheid, zoals de filosoof Kant het onder woorden bracht. Wij leven vandaag nog steeds in de stroom van deze Verlichting.

Mijn hoofdpunt zal zijn dat je niet over vrijheid zal kunnen spreken zonder wereldbeschouwing en mensbeeld.

Vrijheid waarvan, waartoe? Om jezelf te kunnen zijn, zegt Edith Schippers.

Maar wanner ben je jezelf? Dat kan je alleen zeggen als je een mensbeeld hebt. Daar heeft de Deens schrijver Ibsen mee geworsteld: hij schrijft een toneelstuk over een 19e eeuwse hippie: Peer Gynt. Een jongen die al in zijn teenerjaren op zoek is naar zichzelf: Wie ben ik? Het zijn allemaal rollen die we spelen en als we die allemaal afschudden, ja, dan mag ik hopen dat de persoon die ik ten diepste ben eruit komt, maar dan blijken we geen tulp met een knop in de kern te zijn maar een ui te zijn, met in de kern leegte, een gat.

Waar oriënteert de neo-liberaal vandaag zich op? Zelf constructie . je schept je eigen ik uit de bouwstenen van wat jou is meegegeven . In de praktijk blijkt het kriterium waaraan ik het toets of het bij mij past mijn eigen innerlijke diepste behoeften te zijn .

Het vrije zelfbeschikkingsrecht van ieder mens is het hoogste goed. In de ogen van Edith Schippers moet je de vrijheid beperken omwille van het behoud van de vrijheid. Daar ligt een wereldbeeld aan ten grondlag: wij worstelen ons omhoog uit een proces van evolutie, dat ons in veel opzichten in gevangen hield. Maar eenmaal vrij en geëmancipeerd kan een mens zichzelf verwerkelijken en daarin ligt het doel van ons leven. Dit vrijheidsideaal komt uit de verlichting en is bovenstroom geworden in onze cultuur, met nu sinds 1795 het christelijk gelkoof als onderstroom.

2. Wat kunnen wij leren van de Utrechtse vrouwen?

Belle van Zuylen schreef voornamelijk brieven , waarin zij haar eigen tijd becommentarieerde. Niet als een filosoof, maar eigenlijk heel praktisch, toen al Liberaal met een pragmatische inslag. Er is heel veel over de verlichting te doen, hoe beoordeel je die vanuit wat nu het postmodernisme genoemd wordt, was ze imperialistisch, absolutistisch, fundamentalistisch, of was het gewoon een stap vooruit in een vrijheidsbeweging dankzij gezond verstand !

Wat ik er vanavond uit licht is eigenlijk maar een ding en dat is : de droom van de vrijheid, het vrijheidsideaal. We hoorden en zagen het in al de Utrechtse vrouwen: wat is vrijheid eigenlijk? Innerlijk, zoals bij zuster Bertken , een vuist tegen de onderdrukker, zoals bij Trijn van Leemput, gelijke rechten voor de vrouw zoals bij Anna Maria van Schurman, of vrijheid van denken, zoals bij Belle.?

Utrechts verleden zoals het zich laat zien in ‘stenen’

Zuster Bertken, ingekluisd in de Buurkerk (1426-1514)
Zuster Bertken, ingekluisd in de Buurkerk (1426-1514)

Als ik denk aan Utrechtse vrouwen dan moet ik wel beginnen met zuster Bertken, ingekluisd in de Buurkerk en te zien op een tegel in de Choorstraat (1426-1514), de middeleeuwen. De ingekluisde was iemand, die zich vrijwillig voor de rest van haar leven liet insluiten in een kleine ruimte om in afzondering het verdere leven aan God te wijden, in de middeleeuwen geen ongewoon verschijnsel. Er waren er in Londen 17, In Lyon 18 en in Utrecht 4. Zr Bertken was de dochter van welgestelde ouders, haar vader was kanunnik en een van de mogelijke redenen waarom zij dit leven verkoos was dat zij wellicht daarmee ook boete wilde doen voor een onzalige geboorte, als kind van een officieel celibataire kanunnik, Haar kamer van vier bij vier had een venster naar de kerk en alle vieringen in de kerk en een venster naar buiten . Zij droeg een grof wollen pij, at geen vlees en dronk geen melk. Haar vertrek was niet verwarmd. Zij was ‘hoger opgeleide’ , schrijfster en vooral ook een wijze vraagbaak voor alle voorbijgangers, die door het kleien raampje met haar konden praten. Ze was bemiddeld, want voor alles werd door vast betaalde krachten gezorgd. Een wondere menging van soberheid en wereldmijding en welgesteldheid en armoede.

Tegel van zuster Bertken in de Choorstraat
Tegel van zuster Bertken in de Choorstraat

Haar neem ik als voorbeeld voor ‘ innerlijke vrijheid’, de diepste van alle vrijheden! Vandaag een vergeten kant van ware vrijheid. “ In de brieven van Paulus schrijft hij ook aan slaven in zijn tijd : doe je werk van harte als voor de Heer en niet voor mensen. Er waren dus situaties waarin wordt erkend dat de uiterlijke omstandigheden slecht waren (slavernij, vervoging, ziekte etc) maar waarin er toch troost gevonden wordt in een hogere geborgenheid Zie Habbakuk 3: al zijn mijn stallen leeg en valt de hele wereld over mij , toch vind mijn hart vreugde in U. Soms kan pijn of gemis ons van die vreugde pas goed deelgenoot maken en daar ligt het aanknopingspunt met zulke kluis – of pilaarheiligen, die die vreugde en stilheid zochten in de zelfkastijding. Ook als mijn uiterlijke tent wordt afgebroken , toch wordt mijn innerlijke van dag tot dag vernieuwd. .

Innerlijke vrijheid

Trijn van Leemput, de eerste vrouwelijke vrijheidsstrijder
Trijn van Leemput, de eerste vrouwelijke vrijheidsstrijder

Vraag: . Hoe komt het dat Oom Tom in het bekende boek van Beecher/Stowe zich in een vernederende samenleving van slavernij niet vernederd voelde en een Marokkaanse jongen in de gelijkwaardige samenleving van Utrecht zich wel vernederd voelt? a. Ook beroemd : Trijn van Leemput, die de aanzet gaf tot de afbraak van kasteel Vredenburg, de eerste vouwelijke vrijheidstrijder! .(1530-1607) .

Het verhaal gaat dat zij in 1577 met een pikhouweel en een vlag de stad opriep om korte metten te maken met de verschrikkelijke dwangburcht waar stadgenoten onder Alva gemarteld en gedood waren. Met succes want die stoere burcht werd met de grond gelijk gemaakt en is nooit weer herbouwd tot er in onze tijd een machtig muziekpaleis op is gebouwd: een stuk steen uit die tijd is nog te zien in de parkeerplaats eronder. Trijn staat op de Zandbrug : Vrijheid vooral ook als daad. Dat is een aspect van vrijheid dat niet mag worden overgeslagen. Als de apostel Jacobus het in zijn brief heeft over de wet van de vrijheid vergelijkt hij die met een spiegel. Stel je voor : je hebt erin gekeken en daarna ga je heen en je doet er verder niets mee: Mooie inzichten die tot niets leiden. Wie zich echt verdiept in de volmaakte wet, die der vrijheid en daarbij blijft niet als een vergeetachtig hoorder maar als een werkelijk dader , hem valt geluk ten deel! Trijn van Leemput leert ons vrijheid te doen: in daden van bevrijding!. Politieke bevrijding! b. De hoofdaandacht vanavond gaat uit naar de twee vrouwen die vanuit Utrecht de toon zetten voor de beweging van gelijke rechten voor de vrouw: Op bescheiden wijze Anna Maria van Schurman (1607-1678), krachtiger vanuit de geest van de Verlichting Belle van Zuylen (1740-1805). Over Anna Maria van Schurman valt veel te vertellen . zij woonde hierachter naast Voetius en was wereldberoemd door haar grote begaafdheid, beheerste 15 talen, Schrijfster, kunstenares, dichter, filosofe, theoloog en wetenschapsvrouw, een universeel begaafde vrouw, die dan ook door leiders uit alle kringen van Europa werd bezocht of uitgenodigd. Zij is vandaag ‘ in’. Vooral vanwege het feit dat zij als eerste vrouw college volged aan de universiteit, maar met name omdat zij in een lofdicht ter ere van de opening van de universiteit in Utrecht in 1636 het eindigt met : maar vraag je misschien , wat heb je op het hart?

Wel , vrouwen worden tot dit heiligdom niet toegelaten.. Het was in die tijd een zeer revolutionaire actie. Zo op te komen voor de vrouw die volkomen ondergeschikt was aan de mannen en de mannen werled. Met succes, want Voetius gaf gehoor aan haar protest en de eerste vrouw in nederlands geschiedenis mocht college bij hem lopen. Zoals we weten wel vanachter een gordijn. Maar wat mij in Anna steeds ontroert is haar diepe persoonlijke geloof in Christus. Zij zegt ergens; Ik heb de parel van grote waarde gevonden en daar heb ik alles voor over gehad.. pb,215.

Daarmee is bij haar verbonden de kuisheidgelofte: haar vader had haar op zijn sterfbed toen zij 15 was laten beloven niet te trouwen en de wat hij noemde ‘ boei van het huwelijk’ te vermijden. Had hij door dat haar talent in een huwelijk in die tijd zeker zou zijn ondergesneeuwd of was het middeleeuwse wereldmijding. Waarschijnlijk beide. Maar Anna heeft zich daaraan gehouden en dicht later in haar leven: ‘Ob mich schon welt- und wohllust reizet, so bleibt meine Liebe doch gekreuzet’ Hoezeer de wereld en de wellust mij trokken , toch heb ik altijd mijn liefde gekruisigd” .

Belle van Zuylen (Isabella de Charriere)
Belle van Zuylen (Isabella de Charriere)

Dat kleine gedichtje doet mij wat. Ik denk aan de apostel Paulus; die ergens over zijn eigen leven schrijft:” Alles doe ik om Hem te kennen”, opdat ook ik zou mogen komen tot de opstanding uit de doden. Een diepe existentiële verliefdheid zou je haast zeggen op Christus Salvator, die aan de grondslag ligt van haar werk en van waaruit ook haar toewijding aan Jean de Labadie te verklaren is. Deze Charismatische prediker uit Zwitserland werd vin het tweede deel van haar leven haar geliefde voorganger. Dat was een heiligingsbeweging. Hier ligt het punt waarom ik Anna hooghoud en haar een bijdrage zie geven aan wat ware vrijheid is. Ware vrede en vrijheid bloeit op onder het kruis. Als ik mijn liefde kruisig.. c. Als vierde vrouw uit onze Utrechtse geschiedenis noem ik Belle van Zuylen.

Belle van Zuylen schreef voornamelijk brieven , waarin zij haar eigen tijd becommentarieerde. Niet als een filosoof, maar eigenlijk heel praktisch, toen al Liberaal met een pragmatische inslag. Er is heel veel over de verlichting te doen, hoe beoordeel je die vanuit wat nu het postmodernisme genoemd wordt, was ze imperialistisch, absolutistisch, fundamentalistisch, of was het gewoon een stap vooruit in een vrijheidsbeweging dankzij gezond verstand ! Zo ziet Belle het.

Wat ik er vanavond uit licht is eigenlijk maar een ding en dat is : die droom van de vrijheid, het vrijheidsideaal. We hoorden en zagen het in al de Utrechtse vrouwen: wat is vrijheid eigenlijk? Innerlijk, zoals bij zuster Bertken , een vuist tegen de onderdrukker, zoals bij Trijn van Leemput, gelijke rechten voor de vrow zoals bij Anna Maria van Schurman, of vrijheid van denken, zoals bij Belle.?

Belle van Zuylen is geboren in het slot Zuylen in Breukelen en woonde ’s zomers in het winterhuis aan onze Kromme Nieuwegracht nr.3. Zij was ook een zeer ontwikkelde vrouw schreef voornamelijk brieven , waarin zij haar eigen tijd becommentarieerde. Niet als een filosoof, maar eigenlijk heel praktisch, toen al liberaal met een pragmatische inslag.

Wat mij in haar treft is de menselijkheid. Zij brengt heel begaafd al haar gevoelens naar voren . eerlijk en kwetsbaar. Daarin zie ik haar als voorloopster van de op persoonlijkheidsgroei gerichte boeken van Lyanne Payne of Sue Johnson. Het liberale ligt hierin dat zij het gelijkheid denken van de v Franse revolutie onderschrijft: haar eerste publicatie was De edelman, in het frahns was zoi tegen de haar eigen elitaire stad gericht dat het onder druk van haar ouders uit de handel werd genomen.

Pragmatisch is zij omdat zij meer de kant koos van de Schotse filosofen van de common sense dan de Duitse kantiaanse filosofen van de plicht en de moraal. Van haar leer ik de warme toon van heer eerlijke zelfbespiegelingen.

(Opmerking: De lijn van bijzondere vrouwen in Utrecht wordt mooi beschreven in het boekje “Beroemde vrouwen van Utrecht” door Judith Schuil (Centre for the humanities, 2016).)

3. Radicale kritiek

Tenslotte ga ik natuurlijk ook weer vanuit deze ‘stenen’ naar onze eigen tijd en noem Edith Schippers in Utrecht geboren in 1964 en Hillary Clinton.

Wat valt er te leren van de besproken Utrechtse vrouwen?

1. Vrijheid was een motief, een rode draad zelfs door alle levens heen, maar die vrijheid was altijd ‘ingepakt’, geen doel in zichzelf. Innerlijk, ergens op uit, onder het kruis, dienstbaar aan menselijkheid. Dat wil zeggen: het leunde op een mens- en wereldbeschouwing waarbinnen zij een belangrijk onderdeel was.

2. Vrijheid zonder ‘vorm’ is verloren zijn. Peer Gynt. Tulp of ui?

Ik wil het begrip vrijheid als kernbegrip veranderen in compassie, verbondenheid, dienst, toewijding, 1 Korinthiers 15: Ik ben die ik ben, dankzij de genade van God, zegt de apostel Paulus al eeuwen voor hier in Europa het denken losbarstte over wat vrijheid ten diepste is: je zelf kunnen zijn. Paulus zou het zo overnemen; Dpor de genade van God ben ik wie ik ben en zijn genade aan mij is niet vergeefs geweest, want ik heb meer gepresteerd dan zij allen, maar niet ik, doch de genade die met mij is! (vs.10) OP tegen het verlichtingsfundamentalisme.

Wie consekwent zijn door gegaan op het spoor van de vrijheid hebben ons voorgehouden waar je dan uitkomt:

Leonard Cohen : Like a bird on a wire ,.. I have tried in my way to be free Melancholie Of Janis Joplin: Freedom is just another word for nothing left to loose..

Zelfmoord volgde ..

Ze vertellen ons dat vrijheid als een doel op zich nooit het leven kan vullen. Dat is de les ook van de Utrechtse vrouwen.

Het gevaar van een nieuwe ideologie. Zodra de realisering van een concreet praktisch politiek doel verabsoluteert wordt is er een ideologie geboren. Het hoogste doel wordt tot de locomotief van een trein van daden waar iedere aangehangen wagon zich moet aanpassen om mee te mogen en te kunnen rijden in het door het locomotief gebaande spoor Mr.Donner noemde dit : verlichtingsfundamentalisme. Iedereen moet zich hieraan aanpassen . Dit kan gemakkelijk leiden tot overheidsopvoeding. Ouders mogen hun kinderen geen tik meer geven, en scholen of imams kledingvoorschriften, en wat gaat er gebeuren met verplegers die geen spuitje willen toedienen.

3. Ware vrijheid is zwemmen als een vis in het element waarvoor het is geschapen.

4. De nieuwe uitdaging draait om de vraag: waarvoor zijn we hier? Voor welk doel bestaan we? Wat is het kader waarbinnen wij verondersteld zijn te leven, zoals het water voor de vis?

Er is een werkelijkheid die in waarde oneindig boven mij uitstijgt. De hoogste vrijheid wordt gevonden in het vieren en onderhouden van een relatie tot die hoogste werkelijkheid. Ware vrijheid is dus een vorm van gebondenheid. Een vis is pas echt vrij als je hem weer loslaat in het water.

Niet vrijheid, maar godsvrucht is het begin van alle wijsheid.Psalm 111: 10.

Lezing 6: Tragedie of Transformatie – Slotlezing

Slotlezing van de serie: Sprekende stenen.

  1. De stad, korte bijbelse introductie
  2. Sprekende stenen
  3. Joden in Utrecht
  4. Bijbels perspectief

1. God heeft wat met steden

Wij zijn zo individualistisch gaan denken en leven dat wij altijd alleen denken aan de verhouding van God met mij, met jou, met ieder van ons als individu. Dat maakt God veel kleiner dan Hij is!

God heeft wat met steden! In heel het O.T. en in het N.T. zien we dat!

Opvallend, het begint al direkt na het scheppingsverhaal in Genesis 4:17 bij Kain: “En Kain had gemeenschap met zijn vrouw en zij werd zwanger en baarde Henoch; daarna werd hij de stichter van een stad en hij noemde deze stad naar zijn zoon Henoch” . Steden stichten zat er van het begin af aan in. De bijbel laat zien dat het daarbij twee kanten op kan gaan. Eigenlijk in notendop de hele bijbelse geschiedenis: het kan de kant opgaan van Babel beschreven in Genesis 11: de stad van de mens , een God-vijandige stad, maar het kan ook de kant opgaan van Jeruzalem, de stad van de vrede, die God later aan koning David toewees als de stad van de vrede: Sjalom.

Waar onze geschiedenis in zal uitmonden, het nieuwe Jeruzalem (Openbaring 21).

Daartussen speelt zich de geschiedenis af van de mensheid, altijd weer geconcentreerd in steden!

God heeft iets met al deze steden gebouwd en gegroeid in dat grote spanningsveld tussen Babel en Jeruzalem. Gemengd . Voorwerp van Gods zorg.

We lezen in het O.T. van profetische uitspraken over Damaskus, Ik vond je een prachtstad, wat lig je er nu toch verlaten bij . “hoe is de roemrijke stad verlaten, die schitterende stad, waarin ik vreugde vond” (Jer.49:25) . Tyrus en Sidon: “door uw wijsheid en inzicht hebt u zich een vermogen verworven en goud en zilver verzameld in uw schatkamers..maar uw hart is trots geworden en daarom zie ik breng vreemdelingen over u en die zullen uw glans ontwijden.. (Ezechiel 28:4-8).

God is bewogen is zelfs over Sodom en Gomorra, (Ezechiel 16:53: Ik zal een keer brengen in haar lot..) en hoe bijzonder komt dat uit in de bekende geschiedenis van een vreselijke stad als Nineve:” Zou ik dan Nineve niet sparen, die grote stad, waarin meer dan 120000 mensen zijn die het onderscheid niet kennen tussen hun rechterhand en hun linkerhand, benevens veel vee? Jona 4:11 - De Here heeft wat met die steden , Hij houdt ze verantwoordelijk, ziet hen als entiteiten met een geweten, met een eigen identiteit.

Met eigen unieke gaven, de een deze de nader weer anderen, kooplieden, kunstenaaars, musici en geleerden, je vindt ze in alle soorten. Het lijkt soms alsof het personen zijn. (Corporatieve persoonlijkheden, zeggen de exegeten) Zo spreekt God hen aan:

Jezus doet het precies zo: Denk aan woorden als: Wee u, Betsaida, wee u, Chorazin, als in Sodom en Gomorra krachten gebeurd waren als onder u, zij zouden zich in zak en as bekeerd hebben. Bethlehem, je lijkt klein, maar je hoort juist onder de groten.enzovoorts.En natuurlijk : Jeruzalem!

2. Sprekende stenen

In het evangelie van Lucas (19:44) staat: Toen Jezus dichterbij gekomen was en de stad zag, weende Hij over haar. Zie schilderij van Jan van Scorel.

Mij gaat het vanavond over die bewogenheid: Jezus bewogenheid over de stad. Kennen wij dat? Speelt dat bij ons nog een rol? Een hart hebben voor je stad..! Hoe staat het vandaag met Utrecht? Of de stad waarmee jij je verbonden voelt? Utrecht heeft een identiteit . Als wij kijken naar de stenen die spreken, is Utrecht toch vooral een centrum van geest en cultuur. Verbindend hart van Nederland op het vlak van geloof en kennis. Wat zijn haar donkere plekken? Is Utrecht niet ook helemaal in de greep gekomen van het materialisme? Hoeveel gelovigen tref je er nog aan?

Een hart voor de stad

Hoe krijg je dat?

Op deze laatste avond van de serie lezingen over sprekende stenen, is het goed hiernaar terug te keren: Jan van Scorels schilderij. Hij schilderde de stad Jeruzalem. Hij was er geweest, maar hij schilderde het als het middendeel van een drieluik voor een Utrechtse notabele familie. Vergis ik mij als ik aan de horizon van het schilderij, achter Jeruzalem een Dom toren zie opdoemen? In ieder geval, het ging JvS niet gewoon maar om een mooi plaatje van Jeruzalem. Hij wil ons naar onze stad leren kijken door Jeruzalem heen. Een hart voor de stad? Dat krijg je als je er de bril bij opzet van deze twee steden.

Babel eerst en dan Jeruzalem. De eerste is de stad van de mens, de tweede is de stad van God. Alle aardse steden hebben trekken van die twee steden doorheen gemengd. Zelfs ook het aardse Jeruzalem.

Ik denk zelfs dat Jezus daarom zo bewogen was over Jeruzalem van zijn tijd omdat hij door die twee brillen naar haar keek. Afdalend naar Jeruzalem zag Hij toen hij het commentaar van hun leiders hoorde, ineens Babel: zelfverheffing en spraak verwarring. Dat is Babel. God blaast erin. Maar in zijn hart droeg hij een ander model : Jeruzalem, zoals het in Gods dromen vanouds moet zijn geweest! (Lied 114). Zo leert Hij ook ons kijken naar onze steden!

Kijk door die twee brillen en de eerste uitwerking –terug naar de tekst – is bewogenheid. Het is om te huilen als je ziet hoe een stad zich afsluit voor wat echt tot haar vrede dient. Daar draait het om in Jezus’ bewogenheid. Och of jullie toch op deze dag zou verstaan wat tot uw vrede dient. Het klinkt als een diepe verzuchting. Daar ligt de pijn. Bij het woordje schalom.

Overal waar het licht binnendringt steken ook de machten van de duisternis de kop op. Dat geldt ook voor onze bisschoppelijke steden:

Babel ligt op de loer en zelfverheffing en spraakverwarring kenmerken vaak ook onze steden. Jezus ziet meer Babel dan Jeruzalem en dat doet hem zeer. Wat mij deze laatste avond bezig gehouden heeft is wat ik noem : ‘the missing link’.

3. The missing link

Hier komt ter sprake wat als specifiek onderwerp is aangekondigd voor deze avond als een soort van afronding, een onderwerp dat we tot nu toe niet hebben aangeraakt, namelijk letterlijk de relatie die Utrecht van ouds gehad heeft en nog heeft met het Joodse volk. Als het waar is wat de bijbel zegt, nl dat het heil komt uit de Joden, uit letterlijk de stad Jeruzalem, dan mogen we dit onderwerp in de reeks van lezingen over Utrecht niet overslaan.

De eerste gegevens over de aanwezigheid van Joden in Utrecht e dateren uit het begin van de 13 eeuw (zie “Hoofdstukken uit de geschiedenis der Joden in Nederland” door Jac. Zwarts 1929, pag.39- 62). Zij kwamen binnen om handel te drijven en zaken te doen. Van de aanvang af werden zij als een bedreiging gezien. Zij concurreerden met de interne producten en dat beviel niet . Wat minstens zo sterk een rol speelde was het al vroeg in de geschiedenis uit de hand gelopen conflict tussen Joden en christenen. Joden werden aangklaagd als de moordenaars van Gods Zoon en de kerk werd gezien als in de plaats van Israel gekomen. Ook in Utrecht. Al in 1349/50 was er in noord-west Europa een progrom tegen hen waarbij vele Joden werden afgeslacht. Ook in Utrecht, waar ze pas in e het begin van de 15 eeuw weer terugkeerden. Zij woonden samen in Jodenkwartieren, rijen kleine huisjes bij de Bakkerbrug in het centrum Hier in Utrecht is er een mooi schilderij van de Joderije of Jodenstraat parallel aan de Bakkerstraat geschilderd door de Fluwele Bruegel. De meesten kwamen uit Duitsland en waren handelaars, (verkochten beschuit, appels en haring, ) of waren handwerkers , vooral in de textiel. Toen er vanaf midden 15 e eeuw veel Marranen en sefardische Joden kwamen, werden ze vanuit het Spaanse bestuur die hen uit Spanje verdreven hadden ook in Nederland geweerd. In een keizerlijk plakkaat uit 1560 werd hun opnieuw in Utrecht de toegang ontzegt. Ze moesten weg uit de stad en ook al bleven ze wel overdag zaken doen in de stad , ze moesten voor het sluiten van de stadspoort weg wezen. Er vormde zich een grote gemeenschap van Joden in Maarssen, vanwaar ze in de laatste wereldoorlog allemaal e zijn weggevoerd. In Utrecht mochten ze pas eind 18 eeuw weer vrijuit binnenkomen en is het bekend dat de eerste synagoge aan de Korte Nieuwstraat gebruikt werd in 1792 (zie het Poortje).Die gelijkstelling van de joden en hun rechten in de negentiende eeuw was te danken aan de invloed van de Verlichting en Napoleon, die bij zijn bezoek aan Utrecht met een vooraanstaande Sefardische Jood een onderhoud had en zei dat hij m.n.de sefardische Joden ( die vaak goed posities hadden en rijk waren wel mocht, maar dat je met die askenazische (uit Oost Europa) altijd moest oppassen.. e Er is in de 19 eeuw zelfs een Joodse wethouder geweest in Utrecht.

Toen kwam de 20 e eeuw… het aantal Joden in Utrecht was aangegroeid tot ong. 4000. De geschiednis van de vervolging van de Joden olv de duitse nazi-bezetters aan de Malibaan is in Utrecht wel heel smadelijk geweest. 48 kinderen van het Joodse Weeshuis werden in 1943 in een nacht weggevoerd en niet een overleefde.

Daarnaast werden er nog eens 1190 joden afgevoerd en vermoord .

De rest was weg of ondergedoken. Utrecht werd Judenrein verklaard. Het duurde vele jaren voordat Utrecht als stad ging beseffen wat er hier onder hun ogen (en vaak met hun medewerking) gebeurd was en pas na 70 jaar lukte het om een monument op te richten met daarop de namen van 1239 vermoorde Utrechtse Joden..

Die geschiedenis is een zwarte bladzijde in deze reeks vcan Sprekende stenen in Utrecht. In dit licht bezien had Geert Grote wel heel erg gelijk toen hij eens Utrecht vergeleek met de torenbouw van Babel. Er rust een schuldenlast op Utrechts geschiedenis. Hier is er inderdaad alle reden om te spreken van een tragedie. Dat geldt voor de Joden allereerst, maar daarna ook voor kerk en stad. Voor de stad voorzover zij eigen welvaren boven aan stelde en Joden alle rechten ontzegde, tot zij met medewerking van Utrechtse autoriteiten en politie werden vermoord. Voor de zowel katholieke middeleeuwse kerk als de latere gereformeerde kerken de dwaalleer dat de kerk in de plaats van Israel gekomen is en dat de Joden schuldig zijn aan de dood van de Messias. Een grote tragedie..Utrecht als Babel.

Is dat alles wat gezegd kan worden?

Nee, gelukkig is er na de oorlog een diepgaande verandering gekomen. Der katholieke kerk had olv kardinaal de Jong in de oorlog al krachtig stelling genomen tegen de Nazi’s ( het Vaticaan is hem later gevolgd in de … en de portestantse kerk in hebben in hun vereniging Kerk en Israel goede banden gezocht, vele evangelischen hebben via het Huis van Gebed en Christenen voor Israel persoonlijke banden aangeknoopt met de Joodse gemeenschap om hulp en vriendschap te bieden. Daar is ook het initiatief geboren om hun wens te vervullen dat er een Joods Monument zou komen (waar ik vanaf 2012 bij betrokken ben geweest en dat vorig jaar onder grote belangstelling is onthuld. De joodse gemeenschap is intussen aangegroeid tot ong.400 personen verdeeld in orthodoxe , liberale en seculiere joden). Het stadsbestuur heeft volledige medewerking gegeven aan niet alleen het monument maar ook aan het Joodse lichtjesfeest en gedenkdagen. Burgemeester van Zanen heeft bij de laatste 4 mei herdenking openlijk gesproken over de schuldige mede verantwoordelijkheid van de stad Utrecht voor de moord op de Joden..Ik zie het een en het nader als hoopvolle tekenen van een ontwikkeling in de goede richting, nl. transformatie van de stad.

4. Tuinstad

De stad als plek van gemeenschap, groen en genezing. Zo wordt het ons voorgesteld in het laatste bijbelboek. Wij hebben hier geen blijvende stad maar wij zoeken de toekomstige. Zolang wij naar onze aardse steden kijken blijft Babel de kop opsteken, maar als wij naar Gods model van de stad kijken , dan lezen wij van inderdaad van een groene stad: het hemelse Jeruzalem is eigenlijk een tuinstad, rond een rivier , rond vruchtbomen die 12 x per jaar vrucht dragen en die bladeren dragen tot genezing van de volkeren.(Openbaring 21,22:2) De volkeren treden er binnen. Zelfs Rahab en Babel zullen u behoren..zegt psalm 87 en dat alles in de aanwezigheid van de Koning zelf rond het Lam als geslacht! Herstelde relaties Verzoening .Sjalom. Dat is het toekomst beeld , de bril van Jeruzalem als de stad van God!

De droom moet handen en voeten krijgen. Jezus gaf zijn leven voor het herstel van relaties. Verticaal en horizontaal. Dat is sjalom. Dat roept ons op om gehoorzaam Hem te volgen.

Ik kan daar een heel gemeenteprogramma van af leiden: zo bouwen dat er weer hechte gemeenschapbuurten kunnen ontstaan,(de Utrechtse mix) echtscheiding tegen gaan. Beschermhuizen bouwen tegen huiselijk geweld, hostels voor daklozen en asielzoekers, rechters aanstellen die relaties herstellen. Wij hebben er een basis voor: laat dat uitkomen in al was het maar een hartelijke relatie met je collega en je buurman, een kerk die er is voor de buurt en de vreemdeling. Ieder zette zich in met zijn eigen gave> een voedselbank , lesgeven in het nederlands aan marokkaanse vrouwen, letten op de ouderen in je straat, noem maar op: de sjalom wordt werkelijkheid, zingen we.

Waar wij zo meewerken aan herstelde relaties wordt iets zichtbaar van de stad van de vrede. En.. kijkend door de bril van Jeruzalem gaan we in onze aardse steden ook iets zien van die stad , die God belooft heeft en waarvan Hij de ontwerper en bouwmeester is. Een stad die dan zijn schaduw vooruitwerpt in onze steden. Maar terugkomend bij het begin: daarvoor moet wel onze visie verwijd en vergroot en verbreed. En Israel kan niet ontbreken! Kruip niet weg in je kleine eigen individualistische holletje, maar besef dat God uit is op meer: Hij werkt aan de toekomst voor steden en volken!

Tenslotte : een hart voor de stad. Heb jij het? Is het je ontgaan of ontglipt? Luister dan naar Jezus zelf, die toen hij de stad zag weende en verzuchtte: Och of deze stad toch op dit moment mocht verstaan wat tot zijn vrede dient! Moge die verzuchting de onze worden, met zijn pijn, zijn verlangen en zijn verborgen appel!