Kan er geen waarheid buiten mij bestaan..

(waarom ik niet postmodern ben…)

Om aan te geven waar het mij om gaat, begin ik met twee moppen.

1. Sam en Moos lopen op een lenteavond langs de Amstel en komen op de Blauwbrug, genietend van de sfeer. Ze hangen zo'n beetje over de brug en ineens valt de bril van Moos in de Amstel. Moos roept uit: ‘Wat ben ik toch een schlemiel, daar valt toch mijn bril in de Maas!’ ‘In de Maas?’, zegt Sam verbaasd, ‘dit is toch de Amstel!’ Waarop Moos droevig verklaart: ‘Kun je nagaan hoe slecht ik zonder bril kan zien!’ Dat was een moderne mop.

2. En nu de postmoderne mop. Sam en Moos lopen langs dezelfde Amstel. Sam loopt aan de ene kant, kijkt naar de overkant en denkt: is dat nou Moos, die daar loopt? En Moos aan de andere kant ziet Sam lopen en vraagt zich ook af of hij Sam aan de overkant ziet. Ze lopen door tot ze bij de Blauwbrug komen en zijn nieuwsgierig wie het nu eigenlijk is. En... laten ze het nu allebei niet zijn![1]

Deze laatste mop is postmodern omdat het er een is met literaire misleiding en ontologische twijfel. In beide mopjes wordt tegelijk het meest in het oog springend verschil duidelijk tussen modern en postmodern, namelijk: bij de modernen is er twijfel over het 'weten', of en hoe wij de dingen kunnen kennen, een epistemologische twijfel; bij de postmodernen is er twijfel over het 'zijn' der dingen, of er überhaupt wel een werkelijkheid is die aan woorden beantwoordt, een ontologische twijfel.

Verhaal en verhaal is twee

Het is vandaag de dag gangbaar geworden om te spreken over de Bijbel als 'een goed verhaal'. ‘Hoe kun je nu toch vandaag nog in de Bijbel geloven?’, vraagt een NRC-journalist aan een theoloog. In zijn hoofd spelen vragen over de schepping in zeven dagen, Jezus die op het water loopt, enzovoort. Het antwoord luidt: ‘Het is gewoon een goed verhaal.’ Om eventuele misverstanden uit te sluiten: ik ben het daar zeker mee eens. Toch bekruipt me hier wel het gevoel dat de journalist zal denken dat het bij geloven draait om sterke verhalen met een opwekkend effect. Zoals bij mop 2. Bij mij leidt dit antwoord tot ‘ontologische twijfel’, zoals het commentaar van het tijdschrift waarin de mop stond afgedrukt. Behoudt het verhaal van de Bijbel wel zijn bezielende uitwerking zodra er bij verteld zou worden dat dit gebeuren, bijvoorbeeld van de uittocht uit Egypte of de genezing van de blinde Bartimeüs door Jezus, zich alleen maar in het brein van de Bijbelschrijver(s) voltrok?

Ik heb wel eens een opmerking gehoord van een communicatiedeskundige die zich afvroeg wat er met de hoorder zou gebeuren als er onder op het scherm van een dominee die op tv preekt over Abraham een informatielijntje zou schuiven met de woorden ‘Deze verkondiger gelooft niet dat Abraham ooit bestaan heeft’. Daaraan moest ik denken bij die postmoderne mop over Sam en Moos. Ontologische twijfel. Is wat verteld wordt wel echt waar? Ánders waar misschien dan we eerst dachten – dat was de moderne twijfel. Moderne mensen twijfelen aan de aard van de kennis en willen het huis van de kennis opbouwen op het onschokbare fundament van de rede. Dat is mislukt. Nee, ik ben niet modern. De postmoderne mens echter gelooft dat er helemaal geen zintuiglijke werkelijkheid aan het verhaal ten grondslag ligt. Dan ben je verder van huis.

Bij nader doordenken valt hij door de mand. Want, al is het waar, dat deJa, ook ik zou de stelling willen onderschrijven dat de Bijbel een heel bijzonder verhaal vertelt, over de mensheid,, over Israel, over Jezus komst. Toch gaat het wel over echte gebeurtenissen. Niet in de vorm van een journalistiek verslag of een scriptie. Soms in de vorm van bijvoorbeeld een gelijkenis. D Neem nu de gelijkenis van de verloren zoon.. het is een heel diepgaand en bijzonder verhaal. Ja, dat is het, maar het gaat intussen wel over de tragische geschiedenis van de mensheid. Echte geschiedenis! En over God als een Realiteit. Is Hij er niet, hoe kan ik me dan eindeloos aangesproken voelen door deze gelijkenis, die eigenlijk de gelijkenis van de nooit opgevende liefde van de Vader had moeten heten. Ik wil maar zeggen: verhaal en verhaal is twee.

Waarheid

Intussen is het woord waarheid gevallen. Is het wel echt waar? Het woord is uit mijn pen geglipt voor ik er erg in had. Daar moet ik mee oppassen, want in een postmoderne tijd is dit een verdacht begrip geworden. Ik hoor in het verlengde van de uitspraak dat de Bijbel een goed verhaal biedt steeds een waarschuwing: laten we het woord waarheid hier nu maar niet meer gebruiken. Dat is spelen met vuur.[2] Spreek liever over wijsheid. De Bijbel bevat niet zo zeer waarheid, maar wel veel wijsheid.

Dat zal waar zijn, maar de tegenstelling klopt niet. Het begin van alle wijsheid is waarheid. Zoals ik die net al aanduidde: Realiteit die zich in feiten en echte geschiedenis heeft doen kennen. True truth, zei Francis Schaeffer. Vroeger stond op de voorkant van een school met de bijbel de spreuk uit Psalm 111: ‘Het begin van wijsheid is de vreze des Heren’ (vers.10). In het vernieuwde stadhuis van Utrecht is dit de enige Bijbeltekst die je er aantreft. Wijsheid komt dus alleen daar tevoorschijn waar mensen buigen voor de Heer van de schepping. Niet als een troostbegrip waaraan geen werkelijkheid beantwoordt, maar als Realiteit.

Weer: een modern mens wilde waarheid vastleggen in een stevig, op redelijke grondslag gevestigd gebouw. Nooit doen. Houd ermee op. Ze is niet te funderen op de rede. Ze rust op geloof als een gave van de Heilige Geest. Hoe je die waarheid vandaag benoemt en uitdraagt is een vraag: je kunt niet terug naar voor de tijd van de verlichting en alle vragen over de zes dagen van de schepping en de fysieke realiteit van de opstanding buiten beschouwing laten. Maar dat er nu postmoderne theologen iedere claim op waarheid maar liever willen opgeven, en toch van troost blijven spreken, klinkt mij in de oren als de verdediging van de postmoderne mop van Sam en Moos. Hopelijk zal er een kind opstaan en roepen: deze keizer heeft geen kleren aan.

Een ballon, een ballon

Toon Hermans had een mooi liedje over een ballonnetje. Het danst er zo vrolijk in de lucht. Dat zie ik voor me bij veel postmoderne spirituele beschouwingen over mensen en hun diepe wijsheden. Ze hangen als een ballonnetje in de lucht. Wat is het verschil tussen de geestelijke wijsheden van deze eeuw en de wijsheid van God (1 Korinthe 1:19,20)? Het is de dwaasheid van het kruis van Christus. Aldus de apostel Paulus. Wat is er zo dwaas aan? Deze ballon zit met een draad vast aan de aarde: er stond een kruis op Golgotha en daar, in de reëel bestaande geschiedenis van Israël en de volken, is de beslissende wending in onze geschiedenis aangebracht. Alleen daar is redding te vinden. Bij een gekruiigde God.. De ballon zit aan onze aarde vast. De dromen die deze ballon oproept zijn te vertrouwen. Zou het echt zo zijn dat lijden en dood niet het laatste woord hebben – dat er zelfs voor de grootse zondaar vergeving is, enzovoort? Deze dromen zijn ergens op gebaseerd, ze zijn verankerd in de realiteit. Als je erbij geweest was en met je hand langs het hout van het kruis had gestreken, zou je een splinter in je vingers gekregen hebben (F.A. Schaeffer).

Erin geloven betekent: het voor waar houden. Intussen staat hier wel heel veel op het spel. Ik kan met een paar moppen duidelijk maken dat er iets grondig niet klopt met de wending van het moderne naar het postmoderne. Maar het gaat hier wel om een ondergrondse revolutie die even schokkend is in de geestelijke sfeer als de Franse revolutie op het vlak van de politiek. Ik denk aan Nietzsche, die zelf deze revolutie mede veroorzaakte, maar er wel haast krankzinnig van werd. ‘Wat hebben wij gedaan: wij hebben de zon uitgewist, zonder te beseffen dat wij zonder zijn stralen niet kunnen leven.’ God als levende Realiteit. Zijn werk in de geschiedenis. Jezus als de enige die onze geschiedenis een beslissende wending gegeven heeft. Daar gaat het om.

Geestelijke revolutie

De uitdrukking geestelijke revolutie heb ik niet bedacht, maar komt van George Steiner die in een boek (al uit 1990) reageerde op de postmoderne filosoof Derrida, die met een uitdagende uitspraak iedereen choqueerde. Je moet niet terug vragen naar werkelijkheid die achter de tekst ligt en waarnaar de tekst verwijst: ‘er is niets achter de tekst’. George Steiner zei hierop: ‘Dit verbreken van het verdrag tussen woord en wereld is een van de weinige echt geestelijke revoluties in de westerse geschiedenis en definieert onze tijd’ (Het verbroken contract p.102, 3). Dit werkt vandaag door in de omgang met de Bijbel. Wij vinden het zo belangrijk dat we hier in november een weekend aan willen besteden. De twijfel van onze eeuw is de twijfel of er achter de beelden of woorden wel werkelijkheid bestaat. Alleen wat het woord mij doet is van belang en dat ontdek je als je erop let wat het de schrijver deed toen h/zij het ontwierp. Nu is het laatste zeker heel belangrijk, maar minstens zo belangrijk is de vraag wat dat woord over de realiteit zegt. Hoe is de band tussen dat woord en de werkelijkheid? Hier zijn wij heden ten dage beland. Midden in een ommekeer die heel ingrijpend is.

Die komt naar voren op het alledaagse vlak van eredienst en Bijbelstudie. Ik was laatst voor een spreekbeurt op een christelijke studentenbijeenkomst in den lande. In de inleiding op de avond werd de Bijbelkring aangekondigd en de voorzitter zei: ‘Let wel op dat je bij een Bijbelkring niet in allerlei vervelende gesprekken verzeilt over wat die tekst toen en daar betekende, je kunt dat beter voorkomen door eerst de vraag te stellen: wat doet die tekst jou! En daar kun je verder op doorgaan. Dan krijg je een goede avond.’ Dus, denk ik dan: het enige wat telt, is wat het beeld of de tekst betekent in relatie tot mij. Niet of de werkelijkheid eraan beantwoordt. Het heeft een enorme aantrekkingskracht om zo te werk te gaan, maar het is een valstrik.

Wie God en de Bijbelse geschiedenis alleen maar ziet als een bron voor menselijke geloofservaring en niet meer als een reëel bestaande gebeurde realiteit, zit op een dwaalspoor. Wereldbeeld, mensbeeld, echt gebeurde geschiedenis, waarheid en waarden moeten plaats maken voor waarachtigheid, echtheid en authenticiteit. Opnieuw: dat lijkt mij heel goed, maar is niet genoeg. Het moet in de Realiteit, die ook los van mijn ervaring staat, verankerd zijn. Is het dat niet dan loop ik met open ogen in de valstrik van de projectieleer. Alles wat buiten is kan vanuit de binnenwereld verklaard worden. Weg is het en uiteindelijk geeft iedereen het geloof op.

Deze roos is een roos, is een roos!

Het was de bekende Engelse literatuurprofessor C.S. Lewis, die deze valstrik het scherpst beschreef in zijn werk Undeceptions. Hij noemt het Bulverisme. ‘Wordt de waarheid van iemands woorden geheel bepaald door zijn psychische structuur? Of door het mogelijk belang dat zij ergens in heeft? Nee’, zegt hij: ‘het is zelfs rampzalig, wanneer we in plaats van naar een roos te kijken, gedwongen worden na te denken over ons kijken naar de roos met een bepaald soort ogen en met een bepaald soort brein. Dit is rampzalig omdat, als we niet oppassen, de kleur van de roos wordt toegeschreven aan onze oogzenuw en haar geur aan onze neus en uiteindelijk blijft er geen roos meer over. De laatste jaren ben ik deze ondeugd zo vaak tegengekomen, dat ik er een naam voor heb moeten bedenken. Ik noem het Bulverisme. Eens zal ik de biografie schrijven van de uitvinder ervan, Ezechiël Bulver, wiens levenslot bepaald werd op zijn vijfde jaar, toen hij zijn moeder hoorde zeggen tegen zijn vader, die volgehouden had dat twee hoeken van een driehoek samen groter zijn dan de derde: O, dat zeg je omdat je een man bent! Op dat moment, verzekert Bulver ons, flitste door mijn ontluikend brein de grote waarheid dat weerlegging geen noodzakelijk onderdeel van een discussie is. Ga ervan uit dat je tegenstander het mis heeft, verklaar dan zijn vergissing en de wereld zal aan je voeten liggen.’

Wie waarachtigheid en authenticiteit inruilt voor waarheid en recht, gaat die kant op. Ik snap ook niet hoe je je dan nog kunt onttrekken aan de projectietheorie die zegt dat alle waarheid uit de menselijke geest opkomt en daarin dan ook ten onder gaat..

De dichter Schulte Nordholt is door deze diepe aanvechting heen gekropen. Hij dichtte (al in 1963):

Kan er geen werkelijkheid buiten mij bestaan,

dan moet ik in mijzelf te gronde gaan.

Ben ik het hart? Het licht dat schijnen zal,

wordt het geboren uit mijn open hand,

zal het mijn oog zijn dat het zonlicht spant

rondom het glazen hulsel van het heelal?

Ik kan wel zitten tasten met mijn pen,

maar dan stort heel mijn glazen huis ineen..

Kan er geen waarheid buiten mij bestaan,

dan moet ik in mijzelf ten onder gaan.

Wim Rietkerk

-----------------------

[1] Zie Woordwerk, jg.1995

[2] Zie Spelen met vuur, Waarom de theologie haar claim op waarheid moet opgeven. door Ruard Ganzevoort.