Gemeente van Christus, Het is eigenlijk wel heel bijzonder, dat we zo jaar in jaar uit, eeuw in, eeuw uit daar altijd maar weer, zoals vanmorgen ook is gebeurd, dat oude verhaal vertellen. Het is ons net weer verteld, we geven het als een fakkel door, door de generaties. Het verhaal van wat daar gebeurde met mensen, mensen die andere namen dan wij hebben, in situaties die voor ons onvoorstelbaar zijn, en toch altijd maar weer opnieuw vertellen wij dat verhaal van wat daar gebeurd is in de tuin van Jozef van Arimathea. We kennen het verhaal, maar weten we ook wat de betekenis is? En het is wel heel opvallend dat in het leerboek van de kerk (de Heidelbergse Catechismus) daarnaar direct wordt doorgestoten, met die wat vrij confronterende vraag: Maar wat nut ons de opstanding van Christus? Wat hebben we eraan dat we dit verhaal vertellen van generatie naar generatie? Wat doet het ons, wat heeft dat nu voor mij te betekenen? Dat is wat de catechismus vraagt. Een terechte vraag. De kern van dat antwoord kan ik met een eigentijds voorbeeld duidelijk maken.
U weet natuurlijk allemaal dat er vandaag met name één ziekte is -er zijn er natuurlijk meer-, maar met name één ziekte waar geen kruid tegen gewassen is, dat is de ziekte aids. Een verschrikkelijke ziekte. Als je hoort dat je HIV besmet bent, besmet met dat virus van aids, dan zeggen mensen die dat overkomt: eigenlijk hoor je je doodvonnis als je dat verteld wordt. In Afrika, in Amerika, in Rusland, hier in Europa, er sterven dagelijks honderden mensen aan deze verschrikkelijke ziekte, en er is niets tegen te doen. Nu, stel je voor dat er morgen in de krant staat dat ze in de Mayo-kliniek in Rochester in Amerika een aids-patiënt hebben behandeld met een bepaald medicijn en hij is totaal genezen! En stel je dan even voor dat ik aids heb, en ik lees die morgen dat bericht voor aan mijn vrouw. Stel dat mijn vrouw zou vragen: "Maar wat heb je nu aan zo'n bericht?" Terwijl ik een gat in de lucht zou springen en zeggen: "Maar als er één patiënt geneest, dan kan ik dat ook!" Als er één methodisch geneest, dan is de macht van de ziekte aids verbroken! Want dat zijn de woorden die de catechismus hier gebruikt.
En dat medicijn wat daar gegeven is, dat zou ik moeten hebben, en ik denk dat ik er alles voor over had. Dat voorbeeld laat nog maar bij benadering iets voelen van de ontzaglijke bevrijding van dit verhaal van Jezus' opstanding. Wat het bewerkt heeft, toen bewerkte en wat het bewerkt heeft door de eeuwen heen. Hier gaat het niet over aids, hier gaat het niet over één dodelijke ziekte, hier gaat het over alle dodelijke ziekten, over de dood zelf! "Er is één Man", zegt de bijbel, en het wordt verteld in een sober bericht uit verschillende monden, steeds weer opnieuw, van onverdachte zijde, "er is één Man en Die is door die doodsrivier heengegaan." En dat bericht wordt verkondigd. Het is daar en toen gebeurd, dat wordt ons in detail verteld. Er is er één en Die is uit de dood opgestaan. En wat ik daar aan heb? Ja, dat is hetzelfde als wat ik net in het voorbeeld zei. Als mijn vrouw zou vragen bij het horen van dat bericht wat ik daar aan heb. Maar ik spring een gat in de lucht! Zo, precies eender is het ook gegaan met dit bericht van de opstanding van Jezus. De catechismus zegt: door Zijn opstanding is de macht van de dood verbroken. Dat is het precies, dat is de kern van alles.
Dat voorbeeld van aids is eigenlijk nog een zwak voorbeeld is. Want de werkelijkheid is universeel, kosmisch waar geworden, want er is er Eén geweest die uit de dood is opgestaan, Die er doorheen is gegaan en de Schrift zegt: Hij is waarlijk opgestaan. Dat maakt alles anders. Wat betekent dat voor ons? De catechismus volgt zin na zin de Romeinenbrief en eigenlijk heb ik toen ik het deze week zo de revue liet passeren en voor mezelf eens weer op een rij wilde zetten, heb ik me eigenlijk stom verbaasd over die catechismus. Want als je mij aan het begin van de week gevraagd had: "Wat betekent de opstanding van Christus voor ons?", dan had ik direct gedacht aan ziekbedden, aan sterfbedden, aan oud worden, tenslotte aan overlijden, en dan had ik gedacht: maar er is een toekomst over de grenzen van de dood heen. Dat zou het eerste zijn wat ik gezegd had. Maar dat zegt de catechismus niet. Dat heeft me zeer getroffen. Het allereerste wat de catechismus zegt is niet: hoop voor de toekomst, maar hoop voor het heden! En dan zegt hij iets heel moeilijks, ik snap best dat u daar op zo'n zondagmorgen een beetje tegenaan kijkt, woorden als verwerven, en gerechtigheid, wat moeten we daarmee?
Ik zal het proberen uit te leggen. De apostel Paulus zegt: "We vestigen ons vertrouwen op Hem -en dan zinspeelt hij eerst op Goede Vrijdag- op Hem Die is overgeleverd om onze overtredingen." Dat hebben we vrijdagavond gevierd. Hij Die het Lam van God is en aan het kruis gestorven is. En dan voegt Paulus daar in één zin aan toe: "En opgewekt -en dan komt dat wat de catechismus hier wil zeggen- om ons te rechtvaardigen". En dat is een werkwoord! Om ons te rechtvaardigen. Dus dat wat Jezus aan het kruis heeft gedaan, daar heeft Hij vrijspraak verworven, daar heeft Hij de weg naar God opengebroken. We lazen dat het voorhangsel van boven naar beneden scheurde zodat het heiligdom toegankelijk was voor ieder mens. Dat is wat Jezus aan het kruis heeft gedaan. En Paulus gaat verder: "Nu is Hij uit de doden opgewekt om ons daaraan deel te geven, om te maken dat wij daarin delen, dat we dat wat Hij daar verworven heeft voor ons, als een schat aan ons schenkt." Dat is het eerste.
De opstanding betekent dus niet iets voor een verre toekomst, het is ook niet iets voor een ver verleden, maar het betekent in het heden dit, dat daar waar ik wordt aangeraakt door de vergeving, waar ik God mijn Vader noem, waar ik onder een open hemel sta en besef dat God er is en dat er niets tussen Hem en mij instaat, daar is dat het werk van de opgestane Heer. Je zou kunnen zeggen: Wat Jezus doet wanneer Hij is opgestaan, dat is dat Hij in het verborgene werkt om ons onze gevangenis open te breken. Want eigenlijk zitten we allemaal, ieder op zijn eigen wijze, in een soort gevangenis. De bijbel noemt dat de gevangenschap van de zonde, maar dat heeft zoveel kleuren. Inderdaad, de één lijdt aan een heel diep schuldbesef, een ander lijdt onder angsten, weer een ander lijdt onder leegte en wanhoop en als je de krant leest en denkt aan wat er deze week weer is gebeurd, dan is ons bestaan doortrokken van die leegte en die wanhoop. En nu zegt het evangelie: Pasen betekent: Jezus is opgestaan en Hij breekt bij de mensen de gevangenissen open! Hij komt hen bevrijden, Hij komt hen de gerechtigheid die Hij aan het kruis verworven had, die komt Hij uitdelen.
En die gerechtigheid betekent: vrijspraak en alles wat het gevolg daarvan is. Herstelde relaties, zo zou je het kunnen zeggen. Er mogen zijn, dat mag je ook zeggen. Wij mogen er zijn, onder een open hemel, met God als onze Vader. En zo is Jezus bezig als de opgestane Heer. Hij geneest relaties. De opstanding is dus niet iets voor een ver verleden, maar het is een voortdurend voortgaand proces. Wat dáár begon, gaat door, door de eeuwen heen. Zoals Jezus dat Zelf ook had beloofd: Ik laat u niet als wezen achter, maar Ik kom tot u. Dat is het eerste nut van de opstanding van Christus? Het is dit, dat datgene wat Jezus aan het kruis verwierf, -dat is de taal van geld, van bezit, een beeldspraak-, dat gaat Hij op de opstandingdag uitdelen. Je zou kunnen zeggen: Goede Vrijdag zonder Pasen, dat zij goudstaven opgeborgen in een kluis waar niemand bij kan. Goede Vrijdag zonder Pasen, dat is een oliebron zonder een enkele pijpleiding om er mee in contact te komen. Goede Vrijdag zonder Pasen, dat is dood kapitaal dat niemand ooit zelf ontvangt. Alles is volbracht, maar het is voor niks.
Maar Goede Vrijdag mét Pasen is dat Dezelfde Die voor ons de genade verwierf, dat Hij ons daar nu ook deel aan geeft. Hij is rusteloos aan het werk, door mensen door Zijn Geest en Woord aan dat heil te doen delen. Maar nu het tweede. Dat is dat door Zijn kracht wij ook hier en nu al worden opgewekt tot een nieuw leven. Even de bijbel erbij. Staat dat er? Ja, het staat letterlijk zo in Romeinen 6: Wij zijn in de doop met Hem verbonden in de dood. Hij stierf, en dus stierven wij. Luther leerde op de Paasdag de gemeente altijd vervoegen: Hij is gestorven, wij zijn gestorven, ik ben gestorven, want Hij is gestorven. We zijn met Hem verbonden in de doop door het geloof. Zo is het voor God. God ziet ons aan in Jezus. En zoals Christus uit de dood is opgewekt, door de majesteit van de Vader, zo mogen wij in nieuwheid des levens wandelen. Zo staat het er. Dus ieder mens die in Christus gelooft, en die op God vertrouwt, het is alsof God hem aanziet vanuit de hoge door Jezus heen. Hier is God, daar is Jezus en al wat Hij heeft achtergelaten en gedaan, en daaronder zijn wij. God ziet ons aan door wat Jezus gedaan heeft. Hij ziet ons aan in Hem.
Als wij in Hem geloven worden we met Hem verbonden, en ziet God ons aan in Hem. Dus Hij ziet ons aan als mensen die al gestorven zijn aan de zonde, en al zijn opgewekt tot een nieuw leven! Je zou kunnen zeggen: dat is de droom van God! Ik moest denken aan mensen die zulke dromen hebben van iets wat in de werkelijkheid nog niet waar is, maar wat zij al als waar zien. Ik denk aan Willem Bilderdijk, die dichtte onder de Franse onderdrukking in de tijd rond 1800: Holland groeit weer, Holland bloeit weer, Hollands naam is weer hersteld. Holland uit het stof herrezen zal opnieuw mijn Holland wezen. Stervend heb ik 't u gemeld. Hij leefde toen nog een hele tijd, maar hij had die droom. Wat deed hij? Hij zag Holland dat vertrapt was en verdrukt, maar hij zag dat in zijn visioen al hersteld en vernieuwd. Martin Luther King had precies hetzelfde: I have a dream, we hebben dat vaak gehoord. Hij zag ver voordat het zo ver was zwarte en blanke kinderen voor zijn oog met elkaar spelen. Het was nog niet zo, maar hij zag het al. En omdat hij zich met heel zijn geest achter die droom stelde en dat visioen deelde werd het waar. Zo moet je het je ook voorstellen bij God.
God heeft een droom, een visioen, Hij heeft een visie op u en op mij. En die droom verwerkelijkt Hij door Jezus. En iedereen die in Jezus gelooft die ziet Hij al in Jezus als gestorven en als opgestaan tot een nieuw leven. En God zegt dus vandaag: Ik zie jullie al zo! Ik zie jullie daar zitten, Ik zie je zoals je eigenlijk bestemd bent. Ik zie je zoals je ten diepste bent in Mijn ogen, Ik zie je al helemaal zonder al die dingen die je persoonlijkheid frustreren, angsten, schuld, leegte, wanhoop, Ik zie je zonder dat. In Jezus ben je zoals Ik je zie. En zo is in Jezus iedere gelovige hier en nu al een nieuw mens. In Jezus is geen haat, in Jezus is geen zelfzucht, in Jezus is geen machtsstreven, in Jezus is geen roes, geen drank, geen roddel, geen jaloezie, en zo kan ik nog verder gaan. Al die dingen die bij de oude mens horen, in Adam, die zijn aan het kruis ondergegaan, en nu is daar in de kracht van Christus kracht tot nieuw leven. En het tweede effect van Jezus' opstanding is dat God, Die ons zo al ziet, ons helpt om vanuit die kracht te leven. Achter dit alles staat inderdaad de droom van God. God Die in Christus dat al ziet als waar.
En nu moeten wij leren onszelf te zien door de ogen van God. Steeds weer denken: God ziet mij al als vernieuwd, gestorven aan de zonde, opgestaan tot een nieuw leven. Eigenlijk zou je kunnen zeggen: Geloven is jezelf zien door de ogen van God. Dat is het tweede wat de catechismus ons voorhoudt. En dan het derde en laatste. Ja, inderdaad, nu komt tenslotte wat ik dacht dat bovenaan moest staan. "Ten derde", zegt de catechismus, "en ten laatste, hebben we de opstanding van Christus ook -en dan komt er een mooi beeld- als een vast onderpand van onze toekomstige opstanding." Dus hier gaat het over de toekomst. De Heer betekent eerst iets voor het heden: rechtvaardiging, dat moeilijke woord, vrijspraak en er mogen zijn. En daarna betekent Hij nog een keer iets voor het heden: de heiliging, het nieuwe leven. En tenslotte is daar in de derde plaats ook iets voor de toekomst, de verheerlijking. En heel bijzonder wordt dat gezegd in de catechismus: Dat is geen utopie, geen wensdroom waar je geen enkel houvast aan hebt. Integendeel, de catechismus noemt dan dat mooie beeld van een onderpand: wij hebben een onderpand. Wat is eigenlijk een onderpand?
Wie wel eens een auto gehuurd heeft weet wat een onderpand is. Je krijgt die auto niet mee als je niet eerst bijvoorbeeld je paspoort hebt achtergelaten. Als je je paspoort achterlaat weet die verhuurder dat je zeker terugkomt, want, weet hij: een paspoort laat hij niet in mijn handen achter. Dus dat paspoort is een onderpand en dat is de garantie dat ik mijn belofte om met die auto terug te komen, houd. Precies zo, zegt nu de catechismus, en dat staat ook zo in de Efezebrief, is nu de opstanding van Jezus als het ware het onderpand van God. Dat Jezus is opgestaan in de geschiedenis dat is de garantie van God dat Hij straks precies datzelfde gaat doen met ons. Zo zit dus die belofte van opstanding in de toekomst als het ware als een ballon vast aan een draad in de grond. En die draad in de grond is dat feit wat we vanmorgen weer gehoord hebben, dat is dat oude verhaal dat daar Één is geweest, Jezus Christus, Die uit de doden opstond, zo reëel dat Hij voor hun ogen vlees en vis at, en dat Hij voor hun ogen de wonden aan Zijn eigen lichaam liet zien, die nu genezen waren. Even reëel zullen wij opstaan uit de doden. Wij weten dus al heel veel van die toekomstige opstanding.
Wij zullen zijn zoals Hij. De enige informatie die we hebben over wat er straks zal gebeuren dat hebben we uit dit Paasevangelie. We zullen zijn zoals Hij, aan de ene kant heel herkenbaar, ik zei al: de littekens van Zijn wonden waren aan Zijn handen, ze konden Hem herkennen, en aan de andere kant ook totaal anders. Want er waren momenten dat niemand Hem herkende. De Emmaüsgangers liepen een hele dag met Hem op. Hij ging door een gesloten deur, Hij leek wel niet aan tijd en ruimte gebonden. Zo hebben wij Zijn opstanding als een model, maar ook als een onderpand, als een garantie voor onze toekomstige opstanding. Of zoals Paulus het zegt in Romeinen 8: Indien de Geest van Hem die Jezus uit de doden heeft opgewekt, en dat geldt voor ieder die in Hem gelooft, dan zal Hij, Die Christus Jezus uit de dood heeft opgewekt ook uw sterfelijke lichamen levend maken. Door Zijn Geest Die in u woont. Zo hebben we deze drie hoofdpunten uit de brief van Paulus, samengevat in het leerboek van de kerk, vanmorgen gezien. Ik ga nog even terug naar het begin. Ik zei: Zo vertellen wij het verhaal van de opstanding, iedere keer weer opnieuw, door de eeuwen heen, tot vandaag toe. Maar wat hebben we eraan?
Wat nut het ons? De apostel Paulus helpt ons daaruit. Hij zegt: Het is eigenlijk onvoorstelbaar. De dood heeft zijn macht verloren. Als we van één Mens weten dat Hij erdoor is, dan is de macht verbroken, dan is er een wig gedreven, dan is er één schaap over de dam en dan volgen de anderen. Wat dat betekent? Punt één: ik ben nooit meer alleen. Ik mag er zijn, en daar achter zit de opgestane Heer Die dat door de eeuwen heen aan mensen bevestigt. Hij heeft aan het kruis verworven dat we er mogen zijn, dat weet ik door Pasen. Het tweede wat ik weet is: ik ben niet meer een gevangene van de zonde! Want ik leer mijzelf zien door de ogen van God door Jezus heen. Door Pasen weet ik: Zijn kracht wekt mij op tot nieuw leven. En geloven is mijzelf zien door de ogen van God. En het derde: dat betekent voor mij ook alles oog in oog met de dood. Zoals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Jezus Christus allen worden levend gemaakt. Wat een evangelie! Amen.